Napoleon van nazareth

ZIJN HOOFD. Volgens de politierapporten was hij kaal, had hij doorlopende wenkbrauwen en een lange neus. Een Lombroso-type. In ieder geval heel wat anders dan het langwerpige, zachtmoedige gezicht, de lange, golvende haren en de gelijkmatige baard die de bidprentjes uit mijn jeugd sierden. De man van Nazareth zou bij de auditie voor Jesus Christ Superstar al vóór de screentest naar huis zijn gestuurd. Overbodig om te zeggen dat de lijkwade met de afdruk van zijn fraai lijdende gelaat een grove vervalsing is.

Of Jezus typisch joodse trekken had, kunnen we niet zeggen. We weten zelfs niet of hij een jood was. Er zijn mensen die beweren dat zijn vader niet de timmerman Jozef was maar de Romeinse legionair Panthera of Pandera of Pantere. Hier te lande en in dit weekblad is die stelling verdedigd door J.P. Guépin. De stelling kreeg eerder steun van Chamberlain en Häckel, de negentiende-eeuwse grondleggers van de rassentheorie. Hitler verklaarde op grond daarvan Jezus tot Ariër. Dat hielp de kerk de oorlog door.
Dat je met Jezus’ uiterlijke veschijning alle kanten op kunt, bewezen zwarte theologen in Amerika ten tijde van black power. Jezus was een neger! Israel was in Jezus’ dagen een melting pot van Afrikaanse en Aziatische volken, er woonden heel wat zwarten uit Ethiopië, Egypte en Babylonië, dus waarom zou hij niet?
Je verwacht dan dat er vervolgens feministen zullen opstaan die zeggen dat Jezus een vrouw is. Maar nee, die redeneren anders. Jezus Christus heeft met zijn kruisdood nog maar de helft van de mensheid gered - de mannelijke helft. De vrouwelijke helft wacht nog altijd op verlossing. Die zal komen van een vrouwelijke verloster. Vrouwen aller landen, weest bereid, Christa komt!
ZIJN OGEN. De mooiste afbeeldingen van Jezus stammen uit de late Middeleeuwen. Vooral vanwege de blik. Die moet Nietzsche voor ogen hebben gehad toen hij van Jezus zei dat die iets subliems, iets ziekelijks en iets kinderlijks in zich verenigde. Ik op mijn beurt denk dat de ogen van Jezus wel eens op die van Nietzsche zouden kunnen lijken. Inderdaad: iets subliems, iets ziekelijks en iets kinderlijks.
Zien we die combinatie trouwens ook niet bij de ‘Jezus van de Revolutie’: de Cubaanse vrijheidsstrijder Che Guevara? Alleen, die was écht knap. Onder zijn ogen smolten de vrouwen en laaide in de mannen het revolutionaire vuur fel op.
Er zijn mensen geweest die fantaseerden dat Jezus net zo knap was. En dat hij ook zo'n stoere guerrillero was. Zij schreven boeken waarin ze aantoonden dat Jezus’ optreden in de tempel tegen de kooplui in werkelijkheid een gewapende bestorming was.
Het rommelde in die dagen in Jeruzalem. De Jezus-sekte was een van de vele verzetsgroepen. Het proces tegen hem was een politiek proces. Jezus was een martelaar van de revolutie.
ZIJN STEM. Ik kan me die niet anders dan lelijk en krakerig, dwingend en drammerig voorstellen. Paste goed bij de gebiedende wijs waarin hij vaak sprak. En bij de lelijke dingen die hij zei. 'Als iemand naar mij toekomt die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn.’ (Lucas 14:26) Probeer dat maar eens 'mooi’ te zeggen. Ik zou voor deze scène Jack Nicholson in de rol van Jezus casten.
In ieder geval niet die gladjakkerige Ian Gillan die in Jesus Christ Superstar de titelrol zingt. Te gelikt, te zuiver. Nee, dan Judas (vertolkt door Murray Head). Veruit de mooiste partijen zijn weggelegd voor de verrader. Judas, met een van sarcasme overslaande stem tot Jezus aan het kruis: 'Did you know your messy death would be a record-breaker?’ Waarop Jezus weinig anders weet te antwoorden dan het zoetelijke: 'Where is my mother?’
ZIJN TORSO. Getuigen zeggen: klein, gedrongen en krom. Een mismaakte man. Volgens sommigen moet zijn zucht naar heerschappij gezien worden als compensatie voor zijn lelijkheid. Je zou dat een napoleontisch trekje van Jezus kunnen noemen.
Dat Jezus een soort vogelverschrikker was, is voor velen onverdraaglijk. Voor zijn Amerikaanse aanhangers bijvoorbeeld. In de jaren twintig verkocht ene Bruce Barton zeshonderdduizend exemplaren van zijn boek The Man Nobody Knows, waarin hij Jezus als een zwaar gespierde sportheld afschildert, die met één machtige armzwaai drie marktkramen tegelijk de tempeltrappen afdonderde. Jezus als Hollywood-fantasie. Maar wat Johnny Weissmuller kan, kan een door drift en heerszucht verblinde kobold net zo goed.
Vergeleken met Jezus was de afstotelijke Raspoetin een wonder van schoonheid. Maar net als de intrigant van het tsarenhof, die bekend stond om de zurige geitenlucht die hij verspreidde, oefende ook Jezus een onnavolgbare aantrekkingskracht op vrouwen uit. Jezus en zijn volgelingen verkeerden voortdurend in het gezelschap van hoeren en verstoten vrouwen, 'die hen dienden met wat zij bezaten’.
Met de aardse geneugten zat het sowieso wel goed. De Jezus-sekte liet zich graag fêteren door tollenaars, met wie ze zich te goed deden op kosten van de belastingbetaler. En Jezus nodigde zichzelf ook gaarne uit bij zijn aartsvijanden, de farizeeërs, want wie heeft er zin in een twistgesprek over wat op sabbat wel en niet mag zonder een goede dis?
ZIJN HANDEN. Zoals alle Jomanda’s van de wereld verrichtte Jezus zijn wonderen met zijn handen. Al zullen de zijne niet zo slank en rank zijn geweest als die van de blauwe engel uit Tiel. Jezus’ handwerk was niet dat van een timmerman maar dat van een duiveluitdrijver, in zijn tijd een veel voorkomend beroep. Zijn handen genazen en vergaven. Ze konden zelfs stormen tot bedaren brengen en dreigende golven platleggen.
Je zou zeggen dat iemand met zulke kundige handen ze ook goed verzorgt. Dat lijkt niet het geval. Toen hij weer eens voor een maaltijd bij een farizeeër kwam aanliggen, wees zijn gastheer hem erop dat hij vergeten was zijn handen te wassen. In plaats van zijn verzuim goed te maken, voer hij tegen de farizeeër uit. 'En gij dan Farizeeër, gij maakt wel de buitenkant van beker en schotel schoon, maar van binnen zijt ge vol van roof en slechtheid.’ (Lucas 11:39)
Zou dat de farizeeër zijn geweest die, uit wraak, later de pinkdikke spijkers heeft geleverd waarmee Jezus aan het kruis werd genageld? Die spijkers gingen overigens niet door de handen maar door de polsen. Daardoor verkrampt de hand zodanig dat de duimnagel in de handpalm dringt. Dat veroorzaakt een dusdanige kramp in armen en schouders dat ademen schier onmogelijk wordt. De gekruisigde sterft door ademnood. De stigma’s in de handen van de verrezen verlosser stammen, welbeschouwd, dus niet van de spijkers maar van zijn eigen duimnagels. Had-ie ze maar beter moeten verzorgen.
ZIJN GESLACHT. Maagd was hij zeker niet. Er zijn zelfs bronnen die beweren dat hij polygaam was. Hij zou zowel getrouwd zijn geweest met Maria Magdalena als met Maria en Martha, de zusters van zijn vriend en notoire zuiplap Lazarus. Er wordt ook beweerd dat hij op de beroemde bruiloft van Kanaän, waar hij zich zo bot en liefdeloos tegenover zijn moeder gedroeg, zelf de bruidegom was. Tegelijk hield hij er een klassieke dubbele moraal op na. Wie een begerig oog liet vallen op iemand anders vrouw, of haar zelfs maar in gedachten begeerde, verdiende het in de heetste hellevuren te branden, zo predikte hij. Uiteraard bedoelde hij met 'iemand anders vrouw’ zijn eigen vrouw(en).
Of zijn eigen vriend(en)? Want er zijn er die in alle ernst hebben beweerd dat Jezus homoseksueel was. Vrouwen waren zijn vrienden, mannen zijn geliefden. Niet voor niets kende zijn sekte geheimvolle, nachtelijke dooprituelen. Het Nieuwe Testament laat daar een glimp van zien. Toen Jezus werd gearresteerd, was hij kennelijk net op weg naar zo'n doopritueel. De apostelen sloegen op de vlucht. Een jongeman in een linnen doek bleef bij hem. De soldaten grepen hem, 'maar hij liet zijn kleed in de steek en vluchtte naakt weg’. (Marcus 14:52)
Wat erg hinderlijk moet zijn geweest, is dat Jezus na zijn opstanding uit de dood met een constante erectie rondliep. Er zijn maar weinig schilders geweest die die durfden af te beelden - de Vlaming Maerten van Heemskerk (circa 1530) is een uitzondering.
Theologen subsumeren Jezus’ postmortale erectie onder het begrip resurrectio carnalis: de 'opstanding des vlezes’. De schrijver D.H. Lawrence gaat nog verder. In zijn The Man Who Died laat hij zien dat Jezus’ verrijzenis eigenlijk een seksueel ontwaken was.
Er heeft in de Middeleeuwen een fel dispuut gewoed over de vraag of de voorhuid die Jezus bij zijn besnijdenis verloor, bij de opstanding weer op zijn oude plaats terugkeerde. Dit werd heftig bestreden door theologen die veel heil zagen in de religieuze exploitatie van het betreffende stukje Jezusvlees. Relikwieverering was voor een heidense kerk als die van Rome van groot belang. Dus kwam het maar wat goed van pas als Jezus na zijn hemelvaart nog een stukje van zijn lichaam zou hebben achtergelaten. Op negentien plaatsen in Europa werden stukjes van Jezus’ voorhuid ter verering aangeboden.
ZIJN VOETEN. Men zegt dat hij ermee over water kon lopen. Dat is in, of beter gezegd: op de Dode Zee een koud kunstje. Zinken is uitgesloten. Dat die slome vissers in zijn gevolg het hem niet na dorsten doen, hoeft niet te verbazen. Vissers, van alle landen en alle eeuwen, kunnen niet zwemmen.
Zijn voeten hadden het in het stoffige Galilea zwaar te verduren. Maar dan was daar de lafenis. Maria Magdalena, die het bordeel had verlaten om zich bij Jezus te voegen, waste ze met haar tranen en droogde ze met haar haren af. Moet heerlijk zijn, lijkt mij. In veel, vooral zuidelijke landen kussen vrouwen de voeten van het kruisbeeld. Alsof ze daarmee, à la Maria Magdalena, vergiffenis voor hun ontucht denken te krijgen.