Narco-marxisten

Colombia is het land waar de meeste ontvoeringen ter wereld plaatsvinden. Verantwoordelijk is de guerrillabeweging Farc. Eén kleine dappere man blijft strijden tegen de drugshandel, de burgeroorlog en het onrecht: bisschop Hector Julio Lopéz.

DE BEVOLKING van zijn diocees draagt hem op handen, maar de guerrilla’s van de machtige Farc zijn hem liever kwijt dan rijk. ‘Generaal in tuniek’ noemen ze hem. Ook de paramilitairen, die een meedogenloze contra-guerrilla voeren, kunnen zijn bloed wel drinken, en in Colombiaanse regeringskringen fronst men de wenkbrauwen als zijn naam valt. Hector Julio Lopéz, de kleine bisschop van het district Meta, in het midden van Colombia, steekt zijn kritiek nu eenmaal niet onder stoelen of banken. In Colombia is dat spelen met je leven. Bisschop Lopéz: 'Ik denk niet dat ze me zullen ontvoeren. Mijn diocees is niet rijk en bovendien heb ik opgedragen geen cent te betalen als ze me pakken. Als ze me het zwijgen willen opleggen, zijn daarvoor efficiëntere manieren.’
Hector Julio Lopéz kwam naar Nederland op uitnodiging van Pax Christi, om de situatie in Colombia onder de aandacht te brengen. Die situatie is rampzalig. De guerrilla’s hebben een groot deel van de cocaïneproductie in handen gekregen; de vredesbesprekingen tussen de Colombiaanse president Andres Pastrana en de leiders van de grootste guerrillabeweging Farc willen maar niet van de grond komen; paramilitaire groepen treden meedogenlozer op dan ooit; moordpartijen, ontvoeringen en corruptie zijn aan de orde van de dag; de economie wankelt en de Verenigde Staten maken zich op flink aan de oorlog te gaan bijdragen.
De bisschop van Meta heeft dagelijks met deze ellende te maken. Voordat het leger het gebied ontruimde, werd er hevig gevochten. Een groot deel van zijn diocees is in handen van de Farc - hun hoofdkwartier is er gevestigd - en er zijn paramilities actief. Bisschop Lopéz: 'Pastrana doet concessie na concessie aan de guerrilla’s, maar hij krijgt er telkens niets voor terug. De Farc heeft al zo'n beetje het halve land in handen. In onderhandelingen zijn ze niet geïnteresseerd. Hun enige doel is nu het bestuur in hun gebieden uitbouwen en een opening naar zee forceren. Uit iets minder dan de helft van Meta is het leger vertrokken. Dat was een onderhandelingsvoorwaarde van de Farc. Alleen de burgemeesters en de gemeenteraden konden blijven. Maar in feite is na de ontruiming de Farc in het hele gebied de scepter gaan zwaaien. Beetje bij beetje bouwen ze een staat binnen de staat op. Ze innen de belastingen, stellen wetten en doen wat ze willen. En intussen wordt er nog steeds niet onderhandeld.’
De stad Granada, vanwaaruit Lopéz over zijn bisdom waakt, is nog in handen van het leger. Regelmatig kloppen vluchtelingen uit het omliggende, door de Farc beheerste gebied, aan de poorten. De mensen zijn bang. Eind april besloot Lopéz dat de situatie te ernstig werd om te blijven zwijgen. Hij gaf een interview aan het gerenommeerde weekblad Semana, waarin hij kool noch geit spaarde. 'Ik heb in grote lijnen aangeklaagd hoe de guerrilla’s de mensen uitbuiten, hoe ze kinderen van twaalf, dertien jaar ronselen. Tegenwoordig halen regionale commandanten de gekste dingen uit met de bevolking. Er zijn volkstribunalen, er vinden executies plaats. De mensen worden afgeperst met allerlei soorten oorlogsbelasting. Daarnaast heb ik de wreedheden van de paramilitairen in mijn gebied aan de kaak gesteld, en ik heb de regering bekritiseerd omdat ze de hele tijd spreekt over een oplossing en land weggeeft aan de guerrilla’s, zonder dat er iets ten goede keert. Dus ik heb zo'n beetje overal kwaad bloed gezet.’
AL MEER DAN een halve eeuw is het onrustig in Colombia. De bloedige geschiedenis van de huidige burgeroorlog gaat terug tot 1948. In dat jaar brak na de moord op presidentskandidaat Jorge Eliécer Gaitán een burgeroorlog uit die bekendstond als La Violencia, en die in feite - afgezien van wat wijzigingen in ideologie - nog steeds voortduurt.
De voorloper van de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (Farc) bestond uit een losse associatie van 'zelfverdedigingsgroepen’ van Colombiaanse boeren, die zich in La Violencia flink roerden. De zelfverdedigingseenheden kwamen onder communistische invloed en werden in 1964 omgevormd tot Revolutionaire Strijdkrachten. De Farc wordt geleid door Manuel Marulanda Veléz, guerrillastrijder van het eerste uur en voormalig kantonier. De sterkte van het 'revolutionaire leger’ is onbekend. Schattingen van het aantal manschappen lopen uiteen van achtduizend tot twintigduizend, verdeeld over grote eenheden ('fronten’) en kleinere elite-eenheden. De Revolutionaire Strijdkrachten strijden uiterst gedisciplineerd en moeten niet worden onderschat. Zo vaagden ze enige tijd terug, met gebruikmaking van tot tanks omgevormde tractoren, een complete gemobiliseerde brigade van het Colombiaanse leger van de aardbodem. De Farc ondervindt in haar revolutionaire streven lichte concurrentie van het ELN (Nationaal Bevrijdingsleger) dat zo'n drieduizend strijders telt. In 1997 richtten de Farc en het ELN volgens Human Rights Watch zeker dertien bloedbaden aan onder burgers, onder wie niet zelden kinderen.
Alle partijen moorden in Colombia, ook het regeringsleger. Alleen al de afgelopen tien jaar vielen er meer dan 35.000 doden. Een flink deel daarvan komt op het conto van anticommunistische paramilitaire doodseskaders, de nieuwe 'zelfverdedigingsgroepen’, opgericht omdat het Colombiaanse leger nauwelijks in staat bleek de guerrilla’s te bestrijden. Paramilitairen vermoorden vooral burgers die ze ervan verdenken met een of andere linkse beweging te sympathiseren. Paramilitairen die in handen van guerrilla’s vallen (en vice versa) worden zonder pardon, laat staan met enige vorm van proces, geëxecuteerd.
In het bisdom van Hector Julio Lopéz is een van de meest beruchte doodseskaders actief, dat van de smaragdsmokkelaar Victor Carranza. Carranza zit nu achter de tralies, maar zijn groep is er nog altijd. Desondanks breidt de Farc haar macht dag na dag uit. Lopéz: 'Er wordt in Colombia een ongekend vuile oorlog gevoerd. In Meta vallen iedere dag doden onder de burgers, vermoord door paramilitairen of guerrilla’s. Als het rustig is twee, drie per dag. In mijn regio is de oorlog opgelaaid vanaf 1994, toen de Farc het gebied in trok en de mensen begon te dwingen hun land te verkopen of voor ze te werken. Dat heeft geleid tot totale uitbuiting, cubanisering van de regio. De Farc hanteert dezelfde ideologie en dezelfde methoden als Castro op Cuba. Ze willen een marxistische staat stichten en laten zien dat het marxisme nog steeds werkt, maar in feite gedragen ze zich net als de grootgrondbezitters die ze zeggen te bestrijden.’
HET MARXISME van de guerrilla’s is een ideologische façade, weet Lopéz: 'Ze zijn uit op macht, zeker de Farc. Economische macht.’ En hoe kun je die beter bereiken dan je te nestelen in de lucratieve drugshandel? Een koud kunstje in Colombia, waar eerder de drugskartels van Medellin en (later) Cali door de cokeproductie en cokehandel een ongekende rijkdom en macht verwierven. De kartels hebben het zwaar te verduren gehad onder de niet-aflatende aanvallen van speciale politietroepen, opgeleid en bijgestaan door agenten van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA). De Farc en het ELN lijken de rol van de kartels te hebben overgenomen. Een enorm probleem voor de Verenigde Staten, zo schetst een recent rapport (uitgebracht jongstleden juni) van het Amerikaanse Congres. Daarin wordt gesteld dat tweederde van de Farc- en eenderde van de ELN-strijders zich bezighoudt met de productie van en de handel in coaïne en heroïne. Dat naast cocavelden steeds vaker papaverplantages opduiken, duidt op een vernieuwde bedrijfsvoering van de rebellen. Voorheen was Colombia slechts cocaïne-exporteur. Volgens het rapport verdienen de guerrilla’s jaarlijks een slordige zeshonderd miljoen dollar met hun drugsactiviteiten. Tussen 1995 en 1998 verdubbelde de cocaïne-export vanuit Colombia tot 165 ton per jaar; de heroïne-export neemt jaarlijks toe met twintig procent. Ongeveer 75 procent van de productie van cocaïne in de wereld en tweederde van de in de Verenigde Staten verhandelde heroïne komt uit Colombia. Met andere woorden: de Verenigde Staten zijn de war on drugs, die voor een belangrijk deel wordt uitgevochten in de Colombiaanse jungle, aan het verliezen van de marxisten.
Bisschop Lopéz: 'Voordat de guerrilla zich met drugs ging bemoeien in mijn gebied vielen er al aardig wat doden door de oorlog die verscheidene drugssyndicaten tegen elkaar voerden. Dat was eind jaren tachtig. Het was aanvankelijk een strijd van de drugsbazen onderling. De mensen hadden er niet zoveel last van. Maar nu de guerrillabeweging zich op de drugshandel heeft gestort, is het een probleem geworden. In Meta is de Farc de enige eigenaar van de cocaproductie. Ze geven aan de boeren cocaplantjes die ze moeten verbouwen. De oogst wordt gedwongen verkocht aan de Farc, die uiteraard de prijs vaststelt.’
Terwijl Colombiaanse legerfunctionarissen al veel langer moord en brand schreeuwen, is in de Verenigde Staten paniek uitgebroken over het rapport van het Congres. Er is vorig jaar een recordbedrag van 280 miljoen dollar aan economische en militaire hulp Colombia ingepompt, en het lijkt allemaal niets te helpen. Opmerkelijk is dat de toon in een eerder Congres-rapport (van december 1998) heel anders was. Daarin werd weliswaar gesteld dat ondanks het uitschakelen van enkele grote drugskartels de export van cocaïne en heroïne uit Colombia bleef groeien, maar de guerrilla’s werden slechts aangemerkt als 'factoren die het bestrijden van de drugshandel bemoeilijken’, niet als de erfgenamen van Medellin en Cali. In 1997 vertelde de Amerikaanse ambassadeur in Bogota aan Human Rights Watch dat er geen bewijs was dat de Farc zich bezighield met de export van drugs. Wellicht gingen de Amerikanen er tot juni van dit jaar vanuit dat de alarmkreten van het Colombiaanse leger over narcoguerrilla’s vooral waren bedoeld om de marxistische rebellen in diskrediet te brengen en de Verenigde Staten actief bij de oorlog te betrekken.
Waar de Amerikanen toen bang voor waren, is nu onvermijdelijk, meent Hector Julio Lopéz. Het rapport stelt immers dat als er niets gebeurt, de rebellen binnen vijf jaar de macht in handen zullen hebben. Daarna zullen ze van Colombia ongetwijfeld de eerste échte narcostaat ter wereld maken. 'De Amerikanen en wij zien dat president Pastrana er niks van bakt. De guerrilla’s winnen terrein en de drugs blijven het land uit stromen. Daardoor gebeurt er iets raars. Ondanks hun anti-imperialisme beginnen de mensen nu te roepen om Amerikaanse steun. Meer dan zestig procent is voor een interventie van de Verenigde Staten. Dat is werkelijk ongekend voor Colombia. De Amerikanen zullen vast niet direct interveniëren. Vietnam en Somalië zijn ze niet vergeten en in de Verenigde Naties hebben ze net gezegd dat interventie in Colombia niet aan de orde is. Maar er is wel een belofte tot samenwerking met de regering die heel ver kan gaan. Daarbij hoort enorm veel militaire hulp.’
Het ontgaat de bisschop niet dat de Amerikanen langzaam maar zeker hun inspanningen opvoeren. In zijn district heeft hij nog geen Amerikaanse commando’s gezien. Wel DEA-agenten, maar die nemen volgens hem niet actief deel aan de strijd. In een naburig district zijn Amerikaanse vliegtuigen gesignaleerd. Ook Nederland is betrokken bij het Amerikaanse offensief tegen de narcoguerrilla’s. De luchtmachtbases van Aruba en Curaçao zijn veranderd in Amerikaanse Forward Operating Locations, waarvandaan dagelijks tientallen verkenningsvluchten worden uitgevoerd met F16’s en Awacs. Nederland sloot met de VS daartoe een verdrag voor een jaar, zodat het formeel niet hoefde te worden voorgelegd aan het parlement.
Ook op de grond zijn de Amerikanen de laatste maanden erg actief geworden. In Colombiaanse buurstaten zijn zo'n 450 Amerikaanse legerinstructeurs gestationeerd. De VS hebben voorgesteld een internationale strijdmacht voor Colombia samen te stellen, om te voorkomen dat het conflict zich naar de buurlanden verspreidt (guerrilla’s, paramilitairen en drugssmokkelaars zijn met name in de grensgebieden actief), maar dat is door de buurlanden van de hand gewezen als een 'ongewenste inmenging’ in hun aangelegenheden.
In Colombia zelf zijn tweehonderd militaire instructeurs actief (dat is althans het aantal dat publiekelijk wordt toegegeven) en onlangs hebben de Amerikanen een volledig door hen getrainde speciale legereenheid van 950 Colombianen afgeleverd die wordt ingezet tegen de guerrilla’s. Lopéz: 'De Amerikanen zijn bezig het leger klaar te stomen voor een grote grondoorlog. Dat gaat natuurlijk over de hoofden van de bevolking. Ze moeten de guerrilla’s niet onderschatten. Ze zijn experts op de grond. Zeker als ze vechten in hun eigen regio zal het er heel hard aan toegaan.’
DE DRUGSHANDEL is niet de enige bron van inkomsten voor de rebellen. Er is geen land ter wereld waar zoveel mensen worden ontvoerd als in Colombia. Human Rights Watch schat dat alleen al de Farc in 1997 meer dan vierhonderd mensen kidnapte. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat een groot deel niet wordt gemeld uit vrees voor represailles. Twee weken geleden nog werden twaalf burgers net over de Ecuadoraanse grens gekidnapt en enige tijd terug haalden guerrilla’s tientallen mensen uit een kerk. Vooral als het westerlingen betreft is het losgeld hoog, en een goede afloop is allerminst gegarandeerd. Drie Amerikaanse vrouwen die in maart werden ontvoerd moesten vijftien miljoen dollar opbrengen. Voordat het losgeld bijeen kon worden gebracht, werden hun met kogels doorzeefde lijken teruggevonden in een modderstroompje aan de Venezolaanse grens.
Bisschop Lopéz: 'De mensen noemen het de “wonderbare visvangst”, een zeer populaire manier van de guerrilla’s om aan geld te komen. Als je reist met de bus, heb je grote kans dat je stuit op een controlepost van de Farc. Dan moet je betalen. Hebben ze de indruk dat je een grote vis bent, met ontvoeringsverzekering, dan nemen ze je mee. Soms staan ze klaar met laptops waarin ze alle informatie hebben die nodig is. Verzekeringsgegevens, inkomen. Alles. Zelfs in het vliegtuig ben je niet veilig. Ze hebben laatst een Venezolaans vliegtuig tot landen gedwongen en de inzittenden gekidnapt. Er is nu een beweging op gang aan het komen van mensen die duidelijk maken dat voor hen geen losgeld betaald mag worden. Dat is ontzettend dapper. Hopelijk haalt het iets uit.’
OOK AL ziet hij lichtpuntjes - de protestbeweging van meer dan veertigduizend Colombiaanse kinderen (genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede) bijvoorbeeld - de kleine bisschop van Meta vreest dat het nog heel lang onrustig zal blijven in Colombia. Hector Julio Lopéz: 'Het geld dat wordt verdiend met ontvoeringen en vooral met de drugshandel verlengt de oorlog. Het snelle geld werkt corruptie in de hand. De vredesbesprekingen zitten in het slop, en niemand neemt ze trouwens echt serieus. Het enige wat rest zijn internationale maatregelen. Tegen wapenhandel, tegen exorbitante ontvoeringsverzekeringen van westerse multinationals, tegen de verspreiding van chemische stoffen die nodig zijn bij het vervaardigen van cocaïne. Wij hebben niet de capaciteit om die te vervaardigen. Ze komen uit het Westen, en daar worden ook de meeste drugs afgezet. Je kunt je afvragen of dit wel onze oorlog is.’