Buitenland

Narco-staat

Sinds een week is de langstdurende oorlog ter wereld ten einde. Die begon in 1948 in Colombia, met de moord op een progressieve politicus en een moordpartij onder communisten.

Bijna tweehonderdduizend doden en twee decennia later leidde dat tot de oprichting van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC). En weer tweehonderdduizend doden en een halve eeuw verder hebben de FARC en de Colombiaanse regering eindelijk vrede gesloten. Dat is prachtig nieuws. Colombia is een van de gewelddadigste landen ter wereld en een van de grootste producenten van drugs. De FARC controleert tweederde van de Colombiaanse cocaproductie, zo’n veertig procent van alle coca in de wereld. Nu gaan de rebellen hun wapens inleveren en de cocaboeren helpen omschakelen naar bananen. Wat kan er nog fout gaan?

Laten we het scenario eerst anders formuleren: binnenkort komt veertig procent van de wereldmarkt in cocaïne vrij. Die markt rust op anderhalf miljoen gewoontegebruikers in Amerika, die jaarlijks voor vijftig miljard dollar snuiven. Laten we, op basis van een halve eeuw ervaring, aannemen dat zij niet als bij toverslag stoppen met snuiven als er een grote drugsbaas in Colombia wegvalt, of dat er dan plotseling een eind komt aan cocaïnesmokkel uit Colombia. Een hoop criminelen houden zich ermee bezig, vaak voormalige rechtse ‘paramilitairen’ uit privé-legertjes van grootgrondbezitters en drugsbazen, die in de jaren negentig samenwerkten met het Colombiaanse leger.

Laten we aannemen dat die criminelen niet volledig blind zijn voor de komende mogelijkheden. Laten we verder aannemen dat de cocaboeren in FARC-gebieden ervaringen zullen hebben die lijken op die van boeren die het afgelopen jaar overstapten op bananen. Die boeren zagen hun inkomen ineenschrompelen tot eenderde van wat ze verdienden met coca, oftewel dik onder het bestaansminimum. Als je deze zaken naast elkaar zet, dan wordt eerder de vraag: hoe kan dit ooit goed gaan?

Het is simpelweg een oorlog met ons geld

Dat is een buitengewoon irritante vraag bij zulk goed nieuws. De FARC bediende zich in zijn lange bestaan van ontvoeringen, gedwongen rekrutering, kindsoldaten en terreur om de Colombiaanse staat te saboteren. Bijna alle Colombianen zijn wel op een of andere manier geraakt door het geweld waar de FARC bij betrokken was. Als Colombia uit zijn cirkel van geweld wil ontsnappen, is een vredesakkoord met de FARC de eerste voorwaarde. Maar het is legitiem om te vragen wat gewone Colombianen ermee opschieten als je nu al ziet aankomen dat een marxistische terreurgroep plaats gaat maken voor elkaar beconcurrerende misdaadbendes. Een toekomstanalyse in The Atlantic noemde het ‘het slechtste scenario’ als er niet één partij controle weet te krijgen over het vacuüm dat de FARC straks achterlaat. Want dan kan Colombia waarschijnlijk een eindeloze, uitdijende drugsoorlog met verschillende spelers tegemoet zien, zoals die woedt in Mexico. Maar welk ander scenario is realistisch als er een markt van vijftig miljard dollar per jaar voor het oprapen ligt?

Een paar jaar geleden beschreef de journaliste Robin Kirk in haar boek More Terrible than Death de Colombiaanse drugsoorlog. Colombia, schreef ze, is een land met ‘narco-burgemeesters, narco-winkelcentra, narco-snelwegen, narco-luchtvaartmaatschappijen, narco-soldaten’, enzovoort – een land waar narco-geld iedereen en alles corrumpeert. Het geld voor die narco-staat vloeit constant vanuit rijke landen naar Colombia. We kijken volgens Kirk naar Colombia ‘alsof al het geweld niets, werkelijk niets met ons te maken heeft’. Maar het is simpelweg een oorlog met ons geld.

Het is onzin om individuele gebruikers daarvoor verantwoordelijk te houden. Maar we moeten wel schuld leggen bij het al decennia falende internationale drugsbeleid, dat de oplossing voor drugsgebruik zoekt in (militair) bestrijden van productie en vervoer. Internationaal gezien wordt dat drugsbeleid voornamelijk gedragen door de VS. Maar het werkte niet in 1969, toen Richard Nixon zijn war on drugs afkondigde en het werkt niet nu.

Het is moeilijk om te zien hoe Colombia zich uit de cirkel van geweld kan trekken zonder dat de internationale benadering van drugs verandert. Het vredesakkoord in Colombia blijft heel mooi nieuws. Maar voor een einde aan het geweld in Colombia – en aan drugsgeweld in de hele wereld – zal meer nodig zijn.