toneel: Technokrets/Woe

Narigheid

De voorstelling Technokrets van Eva Meijering en Michaël Bloos (spelers) en Niels Kuiters (muziek) is een bewerking van Disco Pigs (1996) van de Ierse auteur Enda Walsh. Een tijdloos verhaal over twee met elkaar verkleefde kids in een lawaaierig universum.

Het stuk (en zeker ook deze voorstelling) is een ode aan onvoorwaardelijke kameraadschap in een wereld die daarom niet zo veel meer lijkt te geven. De tekst is bijzonder door de eigenzinnige taal waarmee de twee tieners Beer en Big hun verbond hebben gesmeed. En we treffen ze op het dramatische moment dat hun bondgenootschap uit elkaar zou kunnen spatten. De voorstelling scharniert op een hallucinerende score van technomuziek, en vooral op de fysiek sterke podiumaanwezigheid van de beide spelers. Zo’n lijfelijke présence zie je niet vaak bij Nederlandse acteurs. Ze hebben beslist meer ruimte nodig dan de kleine zaal bood waarin ik ze zag spelen. En ze verdienen sowieso ruimte óm deze sterke voorstelling te laten zien.

Een productie waar dat zeker ook voor geldt is Woe (ellende, narigheid) van de van oorsprong Hongaarse maker Edit Kaldor. Vier pubers in hun gewone kloffie wandelen kalm heen en weer voor een zwart toneeldoek dat hermetisch gesloten blijft. Rechts voor hangt een projectiescherm waarop feiten en weetjes worden getoond die uit de iPhones van de kids komen. Die presentaties gaan bijvoorbeeld over veranderingen in de hersens van jonge mensen. Bijzaak vergeleken met het onderwerp waar de spelers (voertaal Engels) het vooral met ons over willen hebben: het mishandelen van jonge mensen. Ze waarschuwen ons. De bereidheid om naar verhalen over dat onderwerp te luisteren houdt tevens de bereidheid in om ons te verplaatsen in de wereld van die mishandelde jonge mensen. En dat gaat niet zomaar. We worden onderworpen aan een reeks speels uitgevoerde tests. Over afstervende gehoorcellen. En over onze alertheid. Ongemerkt en geleidelijk belanden we in de (hun?) mishandelverhalen. En we raken als publiek verzeild in dromen en fantasieën waar we onder normale (niet-theatrale) omstandigheden niet zo snel in mee zouden gaan.

Een voorstelling wordt Woe niet. Maar waarom eigenlijk niet? Omdat het doek niet open gaat? Maar die vier pubers zorgen er weldegelijk voor dat er in onze kop een doek open schuift. Ze spelen niet vóór ons maar wel mét ons. En met onze verbeelding. Pogingen om te ontroeren doen ze eigenlijk nauwelijks. Maar ze raken wel op een pittige wijze enkele zenuwen waarvan we dachten dat die van staal waren. Overigens komen ze met een raadselachtige glimlach om de lippen ook op de proppen met beeldend vertelde exempels van mishandelingszaken die ze zelf als overdreven meteen weer aan de kant schuiven. Ondertussen hebben ze wel laten weten dat een kind dat zonder geld of huissleutel de school uit wordt gezet, gewoon omdat het gebouw dicht moet, er verdomd alleen voor staat. En sinds Woe weet ik ook hoe je een blauw oog wel en vooral níet moet behandelen. Tegen het eind belanden we met z’n allen in een auditief uitgevoerde nachtmerrie van de mishandeling zelf. Een bange koortsdroom. Op dat moment hebben de vier pubers het publiek in een ferme houdgreep. Waaruit ze iedereen op een bijna ontspannen wijze vrijwel onmiddellijk weer verlossen.

Wonderschone ervaring eigenlijk, dit Woe.


Inlichtingen over Technokrets: ­bloos.michael@gmail.com. Woe van Edit Kaldor is voorlopig nog één keer te zien, op 24 mei in Theater Corrosia, Almere, editkaldor.com