Narren met grappenbagger

Het voedsel voor een goede grap is het taboe. Er is iets wat niet mag, en jij doet het wel, en daar moeten dan mensen om lachen. Jij doet het voor hen. Zij durven niet, jij wel. Voor het maken van een grap heb je dus enig lef nodig. De nar mag de koning beledigen. Hij doet dat voor het volk.

Daar zit een gevaar aan waar de koning en de nar zich altijd van bewust dienen te zijn. De nar kan, als hij goed is, de macht van de koning breken. De meeste narren eindigden dan ook in het cachot of in de krokodillenvijver. Even later vaak gevolgd door de koning.

De functie van nar is kortom een aantrekkelijke, maar ook een gevaarlijke.

Tegenwoordig wil iedereen nar of koning zijn; vooral op de sociale media doet iedereen naar beide functies een gooi. Wanneer een zwarte majesteit of prinses beweert vaak gediscrimineerd te worden, dan hoor je op Twitter al snel: ‘Luister negerslaaf, doe nou maar gewoon wat ik zeg.’

Niet alle narren verstaan hun vak. En soms weet je ook niet wat als grap wordt bedoeld en wat niet. Daar wordt dan ook mee gespeeld. Het dubbelzinnige is dan de bedoeling. De grap dus.

Wanneer de wereld een grote grap geworden is, en dubbelzinnigheid doel, raakt iedereen machteloos en verward.

‘Is dit nu om te lachen of niet?’ Voor goede humor heb je namelijk duidelijke machtsstructuren nodig, welgevormde taboes. En tegelijkertijd dien je te beseffen dat een grap niet door iedereen kan worden gewaardeerd. Een grappenmaker wil altijd in zekere zin helen door te kwetsen – dat wordt vaak vergeten. Grappenmakers die dat niet willen, zijn slecht. Grappenmakers moeten eveneens vooroordelen hebben, anders wordt het ook niets. Je moet veel te ver gaan, maar ook niet veel te ver, maar als het kan iets verder dan dat. In dat merkwaardige gebied wonen de gebbetjes, de witzen en de slappe en goede grappen, in huizen van ironie, sarcasme en imitatie.

De grappenmaker kiest zijn niche en sluit dus andere niches uit.

Maar de goede grap lijkt gevlucht.

Mohammed of Allah ­relativeren is een verkapte manier van zelfmoord

Begrijpelijk. Mohammed of Allah relativeren is een verkapte manier van zelfmoord. Nog steeds heeft geen krant de moed de Mohammed-cartoons af te drukken. Zeker niet na Charlie Hebdo.

Maar wanneer het ventiel van de humor dicht blijft, hoopt de spanning zich op.

(Ik voorspel daarom meer agressie de komende maanden. Geen grap.)

En toch, aan de andere kant, zijn er nooit zoveel grappen gemaakt als tegenwoordig.

Geen talkshow zonder hoogst eigen cabaretier, geen radionieuwsprogramma zonder een Youp van ’t Hekker, geen prijsuitreiking zonder een man of vrouw met leuke zinnetjes op een kaartje; elke dag weer worden we overspoeld met woordspelingen van lauwe limonade en clowneske grammaticale acrobatiek. Van Bassie en Adriaan-niveau. De jijbakjongleur is eveneens overal aanwezig.

Hoe vaak heb ik niet naar het televisieprogramma Pauw gekeken waar een zogenaamde nar aanwezig was waar niemand om moest lachen? Mijn kleinzoon heeft zo’n slap rubberen piratenmes waarmee hij ongevaarlijk in opa’s buik kan prikken. Zo zijn de grappen, maar dan in grote hoeveelheid. Bagger uit de grappengenerator.

De nar durft de koning niet echt aan te vallen, want de koning denkt tegenwoordig digitaal. Lach of ik schiet – maar dan met echte kogels.

De grap – ergens ver weg – voedt zich met de nieuwe taboes en weet dat zijn materiaal steeds explosiever wordt. Zo explosief dat de grap serieus genomen dient te worden. De grap heeft er namelijk schoon genoeg van dat hij niet wordt gehoord. Hij besluit met de nar iets ontzettend grappigs te doen.

De nar komt straks op en schiet z’n kalasjnikov op niet alleen de koning leeg, maar ook op zijn toehoorders.

Omdat de grap zich onbegrepen voelt.