Naschrift

Marja Pruis leest veel meer dan ze in de papieren Groene kan of wil bespreken. Deze week: een lang uitgesteld boek vol korte stukjes, maar ze komen wel allemaal uit hetzelfde hoofd.

Nog even op de valreep, of er net over. Sommige boeken hebben hun tijd nodig, ik moet even aan ze wennen, of ik snap ze niet meteen. Zo had ik in eerste instantie – was het in het voorjaar? – onmiddellijk Cindy Hoetmers Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar uit de stapel boeken gehaald, haar eerdere werk kennende, erin gebladerd en het toen toch weer opzij gelegd. O, korte stukjes, dacht ik. In de zomer vond ik haar gastcolumns in VK Magazine weer zo leuk dat ik het boek mee naar huis nam en naast mijn bed legde. Waar het best lang lag te liggen, telkens was er iets anders wat ik eerst dacht te moeten lezen.

Ja, spannend verhaal dit hè? Hoe zal het aflopen?

Met een spijtige zucht, vannacht, toen ik het uit had. Overwegende of ik er gewoon weer opnieuw in zou beginnen, in plaats van het zo slordig te hebben weggeslikt, iedere keer op een willekeurige plek verder gegaan nadat ik het de avond ervoor uit mijn hand had laten vallen om nu toch écht te gaan slapen.

Ja, het zijn korte stukjes, maar ze komen wel allemaal uit hetzelfde hoofd, en als je er maar genoeg achter elkaar leest begin je de contouren van een persoon en een universum te zien. Een vrouw van zekere leeftijd – was ze nou in de vijftig? – die in Amsterdam woont, zichzelf voorstelt als iemand die ooit schrijver was, van bier drinken houdt en niet bang is om dronken te worden, alleen woont, niet laag over zichzelf denkt maar ook niet hoog, iemand die een zeker realisme heeft omarmd als het op haarzelf aankomt, maar toch wel graag van een therapeut zou leren om van haar pathologische uitstelgedrag af te komen.

Wat ik onweerstaanbaar vind aan deze vastlegging van min of meer opmerkelijke gebeurtenissen is de toon: niet eentje van ‘kijk mij eens een gek mens zijn’, maar eentje van een mild soort verwondering dan wel fundamentele onaangepastheid. Niet uit principe, maar gewoon, hoe moet het in godsnaam. Ze put uit precies het goede register om het leven als een obstacle race neer te zetten. Haar taalgebruik is simpel en messcherp tegelijk, grappig zonder dat ze moppen loopt te verkopen. Wat me ook voor haar inneemt is hoe ze over haar ouders schrijft. Op de een of andere manier past dit helemaal bij die mildheid van haar. Doe mij maar een Privé Domeintje: Vrouw, alleen.