Natie in nood

De populariteit van president Obama keldert verder, met de dag. Niet in Europa waar hij nog altijd als de heraut van de komende wereldvrede wordt gezien – reden waarom de Nobelprijs in hem is geïnvesteerd – maar in Amerika, waar nu een meerderheid zijn beleid afkeurt, waarvan veertig procent ‘sterk tegen is’ (volgens het Rasmussen Report dat de schommelingen dagelijks bijhoudt). Dat er een einde zou komen aan de euforie na de verkiezingsoverwinning en in de eerste maanden van zijn presidentschap was te voorzien. Het opruimen van de erfenis van zijn voorganger en het keren van het tij zal jaren duren. Bovendien werd hij geconfronteerd met alle grote vraagstukken tegelijk: crisis, werkloosheid, het dreigende failliet van Detroit, de oorlog in Irak die nog niet is afgelopen en de oorlog in Afghanistan die nog steeds ingewikkelder wordt. En daarbij het gedeeltelijk door hem zelf veroorzaakte conflict om de gezondheidszorg. Hervorming van de zorg is dringend noodzakelijk, maar het blijft de vraag of hij het juiste ogenblik voor zijn initiatief heeft gekozen.
Al in hun verkiezingscampagne hadden Obama’s tegenstanders John McCain en Sarah Palin zich uitgeput in verdachtmakingen. Vooral Palin maakte er werk van. Hij was eigenlijk geen Amerikaan, in het geheim moslim, een van zijn beste vrienden was een terrorist, hij wilde van Amerika een socialistische staat maken, et cetera. Dergelijke verdachtmakingen worden ook verspreid door de onbetwiste koning van de talk radio Rush Limbaugh en Glenn Beck, de coryfee van het tv-station Fox News. Ze hebben een publiek van tientallen miljoenen. In Europa weten de uiterst rechtse media ook van wanten, maar het is over het algemeen beschaafd en genuanceerd vergeleken bij wat rechts in Amerika zich veroorlooft. Vooral religious right weet er raad mee. Ik denk nog altijd dat het leerzaam zou zijn als de Nederlandse tv er een goed gedocumenteerd programma aan zou wijden.
Het rechtse verzet heeft de wind mee. Al niet lang na Obama’s inauguratie werden in kiesdistricten die zich daartoe leenden town hall meetings georganiseerd, massabijeenkomsten waarop de tegenstanders hun haat de vrije loop konden laten. De fanatieksten verschijnen daar gewapend. Het dragen van een wapen wordt in de zuidelijke staten als een onvervreemdbaar recht beschouwd. De felle weerstand tegen Obama’s plannen tot hervorming van de gezondheidszorg heeft het verzet extra moed gegeven. Er zijn veel mensen die heilig geloven dat zieke bejaarden verplicht zullen worden euthanasie te ondergaan als de president zijn zin krijgt.
Het is niet de eerste keer dat de Amerikaanse politiek door een golf van rechtse energie wordt getroffen. In het begin van de jaren vijftig maakte senator Joseph McCarthy furore. Het was in het begin van de Koude Oorlog. De Sovjet-Unie had de eerste succesvolle proeven met een kernwapen gedaan. In Amerika werden communistische spionnen ontmaskerd. McCarthy zou bewijzen dat de regering in Washington door honderden communisten was geïnfiltreerd. Hij werd geloofd, hij hield zijn beruchte, door de televisie uitgezonden hearings. Zo is het mccarthyisme ontstaan. Ten slotte is de senator aan zelfoverschatting ten onder gegaan. De historicus Arthur M. Schlesinger was van mening dat de schade nog relatief beperkt is gebleven doordat president Eisenhower en minister van Buitenlandse Zaken Dulles een houding van appeasement tegenover hem de beste oplossing hebben gevonden.
Nu is, op een andere manier, de natie weer in nood. Het publiek voelt zich omringd door fronten – het diplomatieke, het economische, het organisatorische en dat van de twee oorlogen – en van geen enkel front komt een goed bericht. Obama dankt zijn aanvankelijke succes aan de verzekering dat Amerika tegen alles is opgewassen. Yes, we can! Zijn praktijk van vandaag wordt gekenmerkt door aarzelingen. Moet hij generaal McChrystal zijn veertigduizend man extra voor Afghanistan geven? Wat moet hij met president Karzai die op de rand van de mislukking wankelt? In Iran ruikt Ahmadinejad de Amerikaanse machteloosheid en gaat zijn eigen gang. En waar blijven de Europese bondgenoten? Die maken steeds duidelijker aanstalten om af te haken.
Nothing succeeds like success. Het omgekeerde is ook waar. Eén mislukking kan worden goedgemaakt, maar komen er meer, dan hebben ze de neiging zich te vermenigvuldigen. Obama’s bewind dreigt nu in deze vicieuze cirkel te belanden. Het Amerikaanse publiek wordt overspoeld door een golf van onzekerheid, en die stemming wordt door rechts genadeloos geëxploiteerd. In The New York Review of Books beschrijft Michael Tomasky hoe daarbij racisme ook weer de kop opsteekt. Aan de rechterzijde wordt de toon steeds meer gezet door de extremen.
Hebben zij andere, uitvoerbare oplossingen? Nee. Hun onuitgesproken alternatief is de keiharde hand, het gebruik van geweld dat de problemen vergroot. In Amerika is op het ogenblik het scenario voor een catastrofe in aanbouw. Het Westen in zijn geheel kan zich een mislukking van Obama’s regime niet veroorloven. Toch zijn nu de eerste contouren zichtbaar en niemand kan er iets aan doen.