BV Kremlin eist van Poetin: eigen volk eerst

Nationaal-kapitalisme in Rusland

Rusland is in de greep van een nieuwe «Grote Oktoberrevolutie». De aanval op het olieconcern van oligarch Chodorkovsky is onderdeel van een machtsstrijd in het Kremlin. De nationaal-kapitalisten hebben het initiatief. Kiest president Poetin ook voor de chinaïsering van Rusland?

Het front strekt zich uit tot Norilsk. Deze stad boven de poolcirkel in Rusland delft vooral nikkel. Driehonderdduizend mensen leven er direct of indirect van het concern Norilsk Nikkel. Ze zijn het bezit van «oligarch» Vladimir Potanin. Zondag 26 oktober hebben diens onderdanen, althans de 36,67 procent die de moeite hebben genomen te stemmen, een nieuwe burgemeester gekozen.

De verkiezingen in Norilsk hebben amper opzien gebaard. Een misverstand. De uitslag is een veelzeggend detail in de economische couppoging die over Rusland rolt. Niet de lokale zetbaas van Potanin maar een oppo sitionele vakbondsman heeft, met de belofte dat hij Norilsk Nikkel een financiële poot gaat uitdraaien, de verkiezingen gewonnen. Een half jaar geleden was de vakbondsleider door de lokale kiesraad (lees: door Potanin) op de valreep van de kandidatenlijst geschrapt. Nu zijn de rollen omgedraaid. De vakbondsman weet zich namelijk gesteund door de Volkspartij van hyperpatriot Gennadi Rajkov, die op zijn beurt weer wordt gedekt door het antiliberale kamp in het Kremlin dat afgelopen zomer in de aanval is gegaan.

Een paar dagen eerder heeft Potanin, volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes goed voor een vermogen van 1,8 miljard dollar, zich nog het heertje gewaand. Patriarch Aleksej II van de Russisch-orthodoxe kerk heeft hem wegens zijn charitatieve werk verheven in de orde van Vorst Daniël van Moskou II. Het is de vijfde kerkelijke onderscheiding op rij voor de nikkelkoning. Als «echte Rus» appelleert hij, anders dan de meeste lotgenoten op de miljardenlijst van Forbes, minder aan de onverwoestbare xenofobie voor joden en zuidelijke «zwartkonten», waarmee een deel van het volk zijn tegenspoed nog altijd graag uitlegt. Potanin is afgelopen decennium daarom vaak naar voren geschoven om het «wilde kapitalisme» een vaderlands gezicht te geven.

Maar aan de vooravond van de burgemeestersverkiezingen in zijn privé-domein ziet Potanin de bui toch hangen. Eerst wendt hij zich subtiel af van collega-oligarch Michail Chodorkovsky (acht miljard dollar) van olieconcern Joekos, die zaterdag 25 oktober op last van procureur-generaal Oestinov is gearresteerd wegens fraude, belastingsontduiking en vijf andere strafbare feiten. Ooit waren ze bondgenoten: in die lucratieve jaren negentig toen ze onderling de staatseigendommen voor een appel en een ei mochten veilen in ruil voor kredieten aan de armlastige staatskas van president Jeltsin. Die tijd is nu voorbij. Op de verkiezingsdag in Norilsk haast Potanin zich zelfs te ontkennen dat hij — in het voetspoor van de grootaandeelhouder van oliebedrijf Sibneft die afgelopen zomer Chelsea opkocht — van plan zou zijn Arsenal voor 120 miljoen pond te kopen. Investeren in buitenlands voetbal is exact het verkeerde signaal.

Potanin onderkent de toestand. De arrestatie van Chodorkovsky is niet zomaar een strafzaak. Hoe angstaanjagend ook, al is het maar omdat Potanin eveneens heeft kunnen roven dankzij zijn politieke vrienden van weleer in het Kremlin en ook bloed van liquidaties in het milieu aan zijn handen heeft. Nee, de actie tegen Joekos is een aanwijzing dat er een economische coup op til is. Rajkov, de man achter zijn nederlaag in Norilsk, zet onmiddellijk de toon. «Als ze een of andere Frans Jansen hadden aangehouden, zou niemand ervan hebben gehoord», aldus de door het Kremlin gesponsorde politicus. Het gaat nu hard.

Een beknopte chronologie van de gebeurtenissen tussen 25 oktober en 5 november.

Zaterdag. Een woordvoerder van de ministerraad — niet te verwarren met het Kremlin; het kabinet is in Rusland traditioneel de bestuurlijke kop van Jut voor de politieke leiding van de staat — concludeert sarcastisch dat het openbaar ministerie het «zoveelste succes op rij heeft geboekt in zijn strijd om de Russische markt te vernietigen». De werkgeversorganisaties vragen de president beleefd om een goed gesprek.

Maandag. President Poetin laat de in zijn ogen «hysterische» ondernemers zijn rug zien. «Iedereen is gelijk voor de wet, ongeacht miljarden dollars. Er wordt niet onderhandeld.» Dezelfde dag klapt de beurs van Moskou met ruim tien procent in elkaar en duiken de staatsobligaties in euro’s acht procent onder hun nominale waarde.

Dinsdag. Het gerucht circuleert dat Aleksandr Volosjin ontslag heeft genomen. Volosjin is het hoofd van de presidentiële administratie en de facto de op een na machtigste man. Hij is een manipulator eerste klas die een paar jaar geleden twee ex-collega’s van Chodorkovsky het land heeft uitgewerkt. Hij is bovendien een meester in de tactiek der «verkiezingstechnologie», een wetenschap die in de «geleide democratie» van het nieuwe Rusland onontbeerlijk is. Poetin heeft veel aan hem gehad. Volosjin moest de afgelopen drie jaar het evenwicht bewaren tussen de oude elite die tijdens Jeltsin hoog te paard is geklommen (inclusief de familieleden van de gepen sioneerde president) en de nieuwe elite die op de slippen van Poetin geld en macht ruikt.

Woensdag. In een van de zalen van het Kremlin komt de Staatsraad bijeen om zich te buigen over een strategisch plan met de oliepijpleidingen. Conclusie: de pijpen blijven of worden staatsbezit. In rustige tijden is daarvoor iets te zeggen. Wie de pijpen bezit, kan de winsten aftappen. Ware het niet dat de minister van Binnenlandse Zaken, dat wil zeggen de politieke chef van de interne strijdkrachten, zich vanuit Sint-Petersburg in de discussie mengt. «Alle natuurlijke hulpbronnen zijn niet van een bedrijf of persoon maar van het volk. Als een onderneming die bronnen beheert, wil dat niet zeggen dat ze onze winsten kunnen privatiseren.»

Donderdag. Justitie laat beslag leggen op ongeveer veertig procent van de aandelen van Joekos. De renationalisatie van de afgelopen tien jaar geprivatiseerde bodemschatten lijkt begonnen, althans volgens de beurs waar nagenoeg alle «blue chips» uit de energiesector soms tot in de dubbele cijfers worden gedumpt. Poetin ontvangt binnen- en buitenlandse bankiers om hen van het tegendeel te overtuigen. Maar ’s avonds tekent hij wel het decreet waarmee Volosjin inderdaad wordt ontslagen en vervangen door een oude bekende uit Sint-Petersburg. In Novosibirsk, de grootste stad van Siberië, is de staatsveiligheidsdienst intussen bezig het regionale kantoor van het federale elektriciteitsbedrijf JES ondersteboven te halen, op zoek naar belastend materiaal tegen dit mammoetconcern dat wordt geleid door een van de voorgangers van Volosjin.

Vrijdag. Rusland zonder wonderen is Rusland niet. De beurs herstelt zich iets. Speculanten die winst nemen? Of heeft de Centrale Bank ingegrepen en zich als koper gemeld om de schijn te wekken van een ordentelijke week? Het is goed denkbaar. Op de valutamarkt is de bank ook actief om de roebel op peil te houden. Premier Kasjanov uit op dienstreis in de Kaukasus zijn «grote zorgen». Hij heeft weinig meer te verliezen. Voor de jaarwisseling is hij ambteloos burger.

Zaterdag. Washington verbreekt het stilzwijgen. Het State Department vreest openlijk dat er bij de justitiële aanval op Joekos politieke motieven in het geding zijn. Richard Perle, adviseur van het Pentagon, had eerder al laten doorschemeren dat er in de G8 geen plaats meer is voor Rusland. Het management van Joekos, volgens al langer voorbereide scenario’s omgebouwd tot een soort oorlogskabinet, treitert Justitie met de mededeling dat Chodorkovsky het formele beheer van zijn aandelen tijdig heeft overgedragen aan een partner die nu, op de vlucht voor de politie wegens een dagvaarding voor moord, in Israël zou vertoeven.

Zondag. Verwarring. De nieuwe chef van het presidentiële apparaat, de opvolger van Volosjin, betwijfelt via de televisie de «effectiviteit» van het beslag op de Joekos-aandelen die immers «off shore» zijn geparkeerd. De woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse zaken op zijn beurt verwijt de VS een «dubbele moraal»: wel kritiek op Tsjetsjenië, geen zelfkritiek om Irak.

Maandag. Vanuit zijn cel in Matrozen Rust trekt Chodorkovsky zich, om het bedrijf te redden, als bestuurder terug uit Joekos. Maar niet uit Rusland. “Ik zal al mijn krachten wijden aan mijneigen Rusland in wiens grootse toekomst ik rotsvast geloof”.

Dinsdag. Joekos benoemt een nieuw lid in de raad van bestuur: de voormalige topman van TNK die begin dit jaar de transactie met BP heeft beklonken. Een provocatie van grote schoonheid. De beurs reageert nerveus.

Wat is er aan de hand?

Het escalerende conflict in Rusland wordt graag voorgesteld als een politieke strijd naar westerse maatstaven. Aan de ene kant van het spectrum zouden de neoliberalen staan, geamerikaniseerde politici en ondernemers die geloven in transparantie. Aan de andere kant de zogeheten «siloviki», autoritaire apparatsjiks en (geheime) agenten die zich verschansen in de organen van de gewapende macht.

Hoe prettig deze tweedeling voor een snel oordeel ook is, de sluipende staatsgreep is ingewikkelder. Het gevecht draait allereerst om economische macht, die in Rusland nog altijd hand in hand gaat met politieke macht. En in de tweede plaats om de vraag of die politieke economie wordt aangewend om Rusland te globaliseren of juist in autarkie te laten gedijen. Kortom, het is een strijd binnen de elite tussen mondaine kapitalisten en nationaal-kapitalisten.

Het jachtterrein is beperkt: op de keper beschouwd gaat het om de controle over de immense rijkdom van de bodemschatten waarmee Rusland de minder gezegende industrielanden in West en Oost kan paaien of chanteren. Als olie-exporteur is Rusland zijn concurrent Saoedi-Arabië voorbijgestreefd. Qua gasreserves is er geen groter land ter wereld. Voeg daaraan de andere grondstoffen (als nikkel en aluminium) plus de weldadige olieprijs van circa 25 dollar per vat toe, en de kas is gevuld. Aan de orde is derhalve een «herverdeling» van dit nationale bezit, zoals in Rusland gebruikelijk is na een wisseling van de politieke wacht.

De nationaal-kapitalisten zijn in februari dit jaar wakker geschud. De deal tussen British Petroleum en olieconcern TNK — BP koopt voor zes miljard euro vijftig procent van de aandelen — zet het licht op rood. Verder mag de verkoop van de Russische belangen aan buitenlanders niet gaan. Als Joekos en Sibneft op 22 april een fusie aankondigen, is de tijd rijp voor actie. Joekos is sinds een paar jaar het populairste object voor westerse investeerders. Exxon/Mobile en Chevron/ Texaco azen op een significant belang, omdat het gefuseerde Joekos/Sibneft qua potentieel het vierde olieconcern ter wereld kan worden.

Binnen het Kremlin formeert zich een nationaal-kapitalistische groep die de strijd wil aanbinden met deze kosmopolieten. Chodorkovsky is hun doelwit, mede omdat hij zich steeds openlijker in woord (politieke standpunten) en daad (geld) in staatszaken mengt. Igor Setsjin, topambtenaar van Poetin en verantwoordelijk voor «nationale strategie», rapporteert zijn baas dat er «een staatsgreep wordt voorbereid» door «gevaarlijke oligarchen» die, anders dan de «ongevaarlijke», geen liefde voelen voor het pure Russische volk maar een dubbele loyaliteit uitbuiten. Setjsin: «Opmerkelijk is dat hun gezinnen buiten Rusland wonen en hun erfgenamen in den vreemde hun opleiding genieten. Veel wijst erop dat de meerderheid van de oligarchen niet persoonlijk noch in gezinsverband banden heeft met de belangen van Rusland als geopolitieke en etnoculturele essentie.»

Een aanval op deze «gevaarlijke» oligarchen brengt electoraal weinig risico’s met zich mee, denkt de groep. In december zijn er parlementsverkiezingen voor de Staatsdoema, waarin Chodorkovsky openlijk zijn invloed wil laten gelden. Tijdig afrekenen via de justitiële omweg levert stemmen op. De oligarchen worden op straat gehaat. Ze zijn het symbool van de privatiseringscampagne van Jeltsin die, zeker in de ogen van de kiezers buiten Moskou, het gewone volk schade heeft berokkend. Diens opvolger Poetin heeft die «status quo» weliswaar aanvaard als voldongen feit, in de wetenschap dat het broodnodige kapitaal de benen neemt als hij er aan zou gaan morrelen. In maart volgen er presidentsverkiezingen die, dankzij het imago van Poetin als spion, sfinx en sportman, nergens over gaan. Poetin moet dus nu onder druk worden gezet om eens een paar keuzes te maken.

Setsjin opereert niet alleen. Hij is volgens een politicoloog, die als presidentieel adviseur dicht bij het vuur van de staatsmacht zit, de vooruitgeschoven post van een groep voor wie er meer op het spel staat: te weten een wisseling van de zakelijke elite. Want de ongevaarlijke oligarchen zijn juist wel patriottisch en willen nu incasseren. Ze zijn bij het grote publiek niet bijster bekend.

Eén van hen hoort bij de groep rond Setsjin. Het is Sergej Poegatsjov, een vrome orthodoxe man met een baard à la Raspoetin en een politieke invloed die ook aan de Siberische monnik doet denken. Poegatsjov is feitelijk de baas van de Internationale Industriebank, is namens een afgelegen streek senator in de Federatieraad — anders dan Chodorkovsky mag hij wel politiek bedrijven — en komt net als Poetin uit Sint-Petersburg. Hij heeft directe toegang tot de president én tot de secretaris van patriarch Aleksej II.

Poegatsjov heeft ten tijde van Jeltsin een voet tussen de deur gezet, vooral dankzij de toenmalige zakelijke bewindvoerder van het Kremlin die het presidentiële apparaat met legale en illegale middelen heeft uitgebouwd tot een soort BV met een immense bureaucratie en navenante economische belangen in binnen- en buitenland. Poegatsjov heeft in de beginjaren van Poetin een belangrijke rol gespeeld bij de ontmanteling van de onafhankelijke televisiezender NTV en het ontslag van de (overigens corrupte) minister van de Spoorwegen die wegens de kasstromen een geliefde melkkoe vormen. Poegatsjov zou zelfs de benoeming van de nu zo actieve procureur-generaal Oestinov hebben doorgedrukt. Hij zit bovendien dik in de kernenergie en heeft belangen in staatsgasconcern Gazprom, het laatste staatsoliebedrijf, pijplijnen alsmede diamantmijnen. En in de kolenindus trie, onder meer in die mijn bij Rostov aan de Don waar vorige week tientallen kompels zijn gered uit een verwaarloosde schacht.

De groep Setsjin/Poegatsjov heeft geen zin meer in de evenwichtsoefeningen waarin Poetin zich de eerste drie jaar heeft bekwaamd om te voorkomen dat de kapitaalkrachtige generatie-Jeltsin hem uit balans zou brengen. De club denkt na over de toekomst. Tot 2008 zit Poetin in het zadel. Maar daarna? Een «veldslag der titanen», zoals het dagblad Izvestia het noemde, dreigt dan. «De afrekeningen met zware artillerie van medio jaren negentig zullen daarbij afsteken als een rustige en gezegende paradijselijke tuin», aldus Izvestia.

Met andere woorden. Als de verhoudingen niet tijdig ten gunste van de nationaal-kapitalisten worden gewijzigd, begint de tombola opnieuw. Vorige week heeft de voormalige chef van de BV Kremlin — na een korte detentie in New York op verdenking van fraude nu secretaris van de zieltogende tolunie tussen democratisch Rusland en dictatoriaal Wit-Rusland — niet toevallig al een suggestie gedaan voor de toestand na 2008. Poetin moet dan president worden van deze unie, die tegen die tijd hopelijk wel iets voorstelt: een variant à la Milosevic in Joegoslavië.

Het doel van de groep-Setsjin/Poegatsjov is duidelijk. Buiten de verkiezingen om moet Poetin op een ander spoor worden gezet. Rusland moet afscheid nemen van de neoliberale amerikanisering en kiezen voor een etatistische chinaïsering. Na alle vernederingen van afgelopen decennium is het tijd voor een soort staatsmonopoliekapitalisme op patriottische grondslag. Die discussie is zo oud als de «perestrojka». Gorbatsjov durfde niet te kiezen omdat hij zijn hart had verpand aan de «glasnost». Nu is Rusland volgens de nationaal-kapitalisten rijp voor een correctie.

Het gevecht is nog niet beslecht. In Rusland is altijd alles in beweging en staat nooit iets vast. Het Kremlin gokt er niettemin op dat binnen- en buitenlandse investeerders uiteindelijk geen moraalpredikers zijn maar ook in een autoritaire democratie winst ruiken. Nu het grootste land ter wereld in de «oorlog tegen het terrorisme» een bondgenoot is van de VS, kan het twee vliegen in één klap slaan: een herverdeling van het bezit in eigen land én een strategische positie als niet-Arabische energieleverancier daarbuiten. Voor de zekerheid — en uit angst zich op te knopen aan de verkeerde groep — houdt Poetin de achterdeur op een kier. Geld heeft geen paspoort. De Centrale Bank kan niet eindeloos interveniëren om politieke doelen te maskeren.

De inzet is groot en strekt zich uit van West naar Oost. Zelfs de op zichzelf onbeduidende burgemeestersverkiezingen in Norilsk hebben de mondaine «nieuwe Russen» een spiegel voorgehouden. Hun toekomst ligt achter hen. De strijd om de economische staatsmacht in Moskou is net zo rauw als de grondstoffen waarom het in Rusland allemaal gaat.