Hoofdcommentaar

Nationaal-liberalisme

Voor de gesproken versie: klik hier

Geert Wilders is stevig in de weer met de opbouw van een nationaal-liberale beweging. De vijand staat volgens hem nu echt in eigen huis, een vijand die moet worden ontmaskerd en uitgeschakeld. Op een website waarschuwde de nationaal-liberaal ervoor dat met Ahmed Aboutaleb en Nebahat Albayrak ‘de Marokkaanse en Turkse overheden feitelijk in het hart van het Nederlandse machtscentrum zijn geïnfiltreerd’. In NRC Handelsblad ging hij vervolgens op dit spoor verder. Aboutaleb, die zijn Marokkaanse paspoort niet kán opgeven, moet maar staatssecretaris in Rabat worden. Albayrak heeft helemaal de schijn tegen. ‘Stel dat er ooit eens oorlog uitbreekt, wiens belangen dien je dan? (…) Als Aboutaleb een christen was geweest en uit een West-Europees land was gekomen, had ik dat ook gezegd. Maar het is waar, ik ben niet blij met islamieten in het kabinet’, aldus Wilders, die vervolgens in NRC Handelsblad aankondigt dat hij alle moslims gaat ‘aanmoedigen om Nederland vrijwillig te verlaten’, zodat de ‘kans klein wordt dat er weer twee in het kabinet komen’.

Nog een paar interviews en hij bepleit de tjoekie-tjoekieboot naar takkie-takkieland van Gerard Reve. Vervang het woord islamiet door rooms en iedere geletterde Limburger of Brabander weet waarop Wilders uit is: namelijk op een postume overwinning van de Aprilbeweging, die in 1853 te hoop liep tegen herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, omdat gelijkberechtiging van katholieken de deur zou openen voor infiltranten van het Vaticaan. Dankzij de grondwet van Thorbecke faalden deze antipapisten anderhalve eeuw geleden. Wilders laat zich daardoor echter niet ontmoedigen. Hij streeft nu naar ‘demancipatie’ van één geloofsgemeenschap, naar een Nederland waar – als hij eerlijk zou zijn, quod non – ook calvinisten, katholieken en communisten zich op voorhand weer moeten verantwoorden voor hun dubbele loyaliteit jegens respectievelijk God, paus en Kim Jong-il.

Deze week voegt Wilders een daad bij het woord: een heuse motie van wantrouwen tegen de staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb. Die motie wordt niet aangenomen. Interessant bij het sluiten van de kopij van dit nummer, dinsdag, was vooral of de fractie van de vvd zich unaniem tégen de motie-Wilders zou keren. Eén van de 22 liberalen was het twee weken geleden nog eens met de pvv, waar het de dubbele nationaliteit van Albayrak betrof. Die donderdag twee weken geleden ontstond er echter vooral beroering over het feit dat kamervoorzitter Gerdi Verbeet een pvv’er had afgehamerd, omdat die per motie de loyaliteit van bewindslieden en politici met twee paspoorten in twijfel wilde trekken. De vrijheid van meningsuiting was in het geding, aldus critici van Verbeet. Die was inderdaad in het geding. Parlementariërs moeten zonder last of ruggenspraak kunnen debatteren. Zelfs fascistische noch stalinistische teksten zijn daarbij verboden. Alleen poep en pies passeren het stenogram niet.

Maar met het keurig in behandeling nemen en verwerpen van de vergelijkbare motie-Wilders deze week is de kous toch niet af. De motie staat namelijk op gespannen voet met de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden. In artikel 3 staat immers: ‘Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar’. Artikel 4 bevat ook al geen woord Hongaars (om maar eens een Fremdkörper in de Indo-Europese taalruimte te noemen): ‘Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden gekozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen’. De grondwet bepaalt dus dat alleen in bijzondere gevallen het actief en passief kiesrecht kan worden ingetrokken. Het is na de oorlog een groot aantal nsb’ers overkomen, nadat ze hun straf in de kampen in de Noordoostpolder hadden uitgezeten, en ook Internationale Brigadisten, toen ze de Spaanse burgeroorlog tegen Franco hadden verloren.

Maar hoe pijnlijk in retrospectief ook, hun burgerschap werd beperkt of ingetrokken nadat ze in ‘vreemde krijgsdienst’ waren getreden of zich aan landverraad schuldig hadden gemaakt. Wilders wil de burgerrechten beperken voordat er een strafbaar feit gepleegd kán zijn. Dat nu is een drastische stap die volgens de huidige grondwet ondenkbaar is. Het is alsof hij de subsidies voor alle islamitische scholen wil intrekken, nog voordat artikel 23 over de vrijheid van onderwijs is aangepast.

Iedereen heeft uiteraard het recht zich tégen de vigerende grondwet uit te spreken, zeker in Nederland waar de constitutie toch al geen sacrale tekst is, zoals in Amerika, Frankrijk of Duitsland. In hoofdstuk 8 is keurig vastgelegd hoe de grondwet kan worden gewijzigd. Wilders zou dus kunnen proberen een tweederde meerderheid te vinden voor wijziging van de artikelen 3 en 4. Dat hij daarvoor te lui is, illustreert hooguit dat hij zich niet schaamt voor zijn dubbele moraal à la Animal Farm.

Desalniettemin heeft Wilders net iets minder ruimte om de grondwet onderuit te halen dan ondergetekende. En dat heeft te maken met het feit dat het naleven van de bestaande grondwet mede aan hem is toevertrouwd en dat hij daarop, net als Albayrak en Aboutaleb, een eed heeft afgelegd. Nederland kent geen Surpreme Court, Verfassungsgericht of constitutioneel hof. In Nederland is het niet aan zo’n rechter maar alleen aan de Staten-Generaal om te bepalen of een wet en bestuurlijke maatregel al dan niet in strijd is met de grondwet. Als de Tweede Kamer vindt dat een nieuwe wet constitutioneel is, dan is dat zo. Alleen het Hof in Straatsburg kan later roet in het eten gooien. Anders gezegd, de wetgever controleert zichzelf.

Die exclusieve machtspositie brengt onvermijdelijk met zich mee dat de parlementariërs niet alleen maar kunnen zeggen wat ze denken, maar ook de volgorde van denken, zeggen en doen zorgvuldig in de gaten moeten houden. Dat Wilders zich van die constitutionele plicht geen rekenschap wenst te geven, is een indicatie dat de pvv willens en wetens een anticonstitutionele partij wil worden.

Medium reactie