Het beleg van Gibraltar

Nationalistisch surrealisme

Door de Brexit is Gibraltar opnieuw het ‘lelijke gezicht in Europa’s nationalistische lachspiegel’. De rots toont dat door Europa ingetoomd nationalisme gemakkelijk ontbrandt.

Medium opening hh 46941538
2015. La Atunara, een vissersdorpje in Gibraltar © Alfredo Galiz / Panos Pictures

Het bezoek aan Gibraltar was deze keer anders. Solomon Levy, ‘Momy’ voor vrienden en bekenden, was eind december overleden op de gezegende leeftijd van tachtig jaar. En dat speet me zeer. Hij was al decennia een vaste stop als ik de rots bezocht. Zijn magere verschijning leek weggelopen uit een verhaal van Graham Greene: altijd opgewekt in onberispelijk driedelig krijtstreep pak, een gedistingeerd ringbaardje boven een vlinderstrik en onder een Panamahoed. Our man in Gibraltar: Solomon Levy, makelaar in vastgoed, de eerste joodse soldaat van de Gibraltarese ‘Defence Force’, de eerste civiele burgemeester van de rots in 2008 en onvoorwaardelijk pleitbezorger voor de civiele rechten in een Brits Gibraltar.

Hij hield kantoor op een strategische plek: Convent Place, pal naast de voormalige nonnenschool waar de ‘Chief Minister’ en zijn regering zetelen, tegenover het paleis van de Britse gouverneur en boven de joodse kosjere broodjeszaak waar hij iedere ochtend zijn koffie dronk. Zijn werkruimte was volgestouwd met een bonte collectie van tinnen soldaatjes, parafernalia uit de Tweede Wereldoorlog, Winston Churchill-mokken, wuivende poppetjes van de Britse koningin met handtas en portretten van Lord Nelson. ‘British we are, British we will stay, but Spanish we will speak all day’, was een van de gevleugelde zinnen die hij lachend opdiepte uit zijn standaard repertoire. Dat klopte zonder meer, want de Gibraltarees gaat moeiteloos van Engels over op het Spaans met het zware accent van de provincie Cádiz.

Oorlog was nooit ver weg in Gibraltar. Als klein jongetje werd Levy bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog samen met de rest van de civiele bevolking geëvacueerd. Alleen de mannen bleven achter om de strategisch belangrijke Britse militaire basis mee te verdedigen tegen een mogelijke Spaanse of Duitse inval. Het gezin vertrok eerst naar het Franse protectoraat in Casablanca en toen Vichy het voor het zeggen kreeg richting Madeira. Na de oorlog ontwikkelde hij zich tot een voorman van de joodse gemeenschap die met verve de identiteit en burgerrechten van Gibraltar uitdroeg. En die identiteit, daarover bestond voor Levy geen enkel misverstand, was zeer gemengd en Brits. Katholieken en moslims, protestanten en joden vormden een Europese minikosmos van dertigduizend Gibraltaresen op een rots. Levy was er trots op. Hij liet een prentbriefkaart afdrukken waarop hij als burgemeester de handen ineenslaat met de bisschop, de imam, de dominee en de rabbijn. ‘Gibraltar – an example to the world’, staat eronder. De politiek van nationalisme en identiteit had zich geen beter doelwit kunnen denken dan dit Gibraltar.

We spraken elkaar de laatste keer op de dag voor het referendum. Hij voorspelde dat heel Gibraltar net als hij tegen de Brexit zou stemmen. ‘We are in.’ De volgende dag stemde inderdaad 96 procent tegen. Het ging om hun voortbestaan als vrije burgers binnen het Verenigd Koninkrijk, had Levy uitgelegd. De paradox van de Brexit: Brits kon Gibraltar alleen binnen Europa blijven. Buiten de EU stond Spanje klaar voor een nieuw beleg van de rots. De EU was de enige garantie dat ze niet opnieuw werden behandeld als een opstandig dorp van horigen dat in het gareel geslagen moet worden. ‘Heb je gehoord dat de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken de grens wil sluiten bij een Brexit?!’ Ik had Levy nog nooit zo verontwaardigd gezien. ‘Hij wil de Spaanse vlag op Gibraltar laten wapperen. Hij is erger dan Franco.’ De financiële sector, de online gaming, het toerisme en de oliebunkering: zonder het vrije verkeer binnen de EU zou Gibraltar economisch van zijn rots vallen.

De Brexit won en vorige week stond de oorlog weer aan de grens van Gibraltar. Brits Hogerhuislid en voormalig conservatief partijleider Michael Howard liet weten dat premier Theresa May bereid was om Spanje de oorlog te verklaren om Gibraltar, net als Margaret Thatcher dat ooit had gedaan met Argentinië en de Falklandeilanden. Dit nadat de EU onderstreepte dat Spanje de status van Gibraltar kan betrekken bij de onderhandelingen over de toekomstige handelsakkoorden tussen de EU en Groot-Brittannië. Spanje liet ook nog weten dat het zich niet verzet tegen het lidmaatschap van de EU van een onafhankelijk Schotland. En weg was de stiff upper lip in Londen. Sneller dan iedereen had verwacht bleek de Brexit Europa in staat van aangebrande opwinding te kunnen brengen. Nationalisme en identiteit bleken onverminderd effectief om als politieke vlammenwerpers het continent in brand te steken.

‘Kijk, dit is de patrouilleboot Infanta Cristina van de Spaanse marine deze week in onze territoriale wateren.’ De Gibraltarese vice-premier Joseph Garcia (51) lacht er een beetje bij. We zitten in zijn werkkamer in de regeringszetel. Buiten, aan weerszijden van het toegangsportaal, poetst een soldaat het messing van de antieke kanonnen glimmend. Op de foto dobbert naast de Spaanse oorlogsbodem een van de twee bootjes van Hare Majesteits kustwacht die Gibraltar rijk is. Storende intimidatie van de Spanjaarden, meent Garcia. Net als de plotselinge stiptheidsactie van afgelopen woensdag aan de grens, waarbij de terugkerende stroom van de circa tienduizend Spanjaarden die op Gibraltar werken plotseling nauwgezet werd gecontroleerd. De rij wachtende voetgangers groeide aan tot de landingsstrip van het aanpalende vliegveld.

De Brexit leert dat we in Europa in een gordiaanse knoop met elkaar verbonden zijn, zei Piet Hein Donner vorige week bij de presentatie van het jaarverslag van de Raad van State. Simpele nationale oplossingen zijn moeilijk, zo niet onmogelijk geworden. Daar valt aan toe te voegen: hak de knoop door en de chaos is geserveerd. Nationalistische oplossingen buiten Europa om zijn ronduit gevaarlijk. Gibraltar plaatst die essentie van de Europese Unie opnieuw op de agenda: de onderlinge banden moeten zo sterk zijn dat een conflict zinloos is geworden. Dat waren we even vergeten.

In Nederland was de rots zelfs driehonderd jaar geen issue meer. Dit nadat een Brits-Nederlandse geallieerde vloot in 1704 na een succesvol beleg Gibraltar innam in de Spaanse successie-oorlogen die in Europa woedden. Het verdrag de Vrede van Utrecht (1713), dat een eind maakte aan het wapengekletter, schonk Gibraltar tot in de eeuwigheid aan de Britse kroon. Mocht deze de rots ooit van de hand willen doen, dan was Spanje de eerst gerechtigde om het terug te krijgen. Spanje beschouwt de Britse kroonkolonie sindsdien als een schrijnend onrecht dat pas gisteren heeft plaatsgevonden.

Heel misschien kan Gibraltar een speciaal grensregime binnen Schengen bedingen, net als Monaco of Andorra

Beleg en bedreiging, afsluiting en blokkades: geen aanleiding of Spanje stond drie eeuwen lang klaar om de Gibraltarezen te dwingen terug te keren. De herbevolking van de rots had intussen gezorgd voor een interessante mix van Europese bewoners: handelsvolk uit Portugal, Malta en Genua, Spanjaarden, Britten, Ieren, Fransen en ook – ondanks het uitdrukkelijke verbod in het verdrag van Utrecht als concessie aan de Spanjaarden – de verbannen Sefardische joden die vanuit Marokko terugkeerden naar het Iberisch schiereiland.

Vice-premier Garcia werd geboren in 1967, toen 99 procent van de Gibraltarezen in een referendum stemde om als kolonie deel te blijven van het Britse Rijk, maar wel met het recht op een onafhankelijk bestuur. De nieuwe grondwet werd een ijkpunt van burgerrecht en zelfbeschikking, dat sindsdien op de ‘Nationale Dag’ in september wordt gevierd. ‘We bleven in naam een kolonie, maar in de praktijk zijn we grotendeels onafhankelijk in ons bestuur’, zegt Garcia, die als historicus promoveerde op de naoorlogse politieke geschiedenis van Gibraltar.

Toen de nieuwe grondwet in 1969 werd bekrachtigd liet dictator Franco uit wraak de grens afsluiten. Het beleg werd een traumatische ervaring. ‘Mijn hele jeugd kon je alleen maar rondjes lopen op het eiland’, weet Garcia zich te herinneren. Wie naar de andere kant wilde was een dag onderweg met de ferry naar Tanger en van daar naar Algeciras. Op zondag verzamelden zich gescheiden families aan de hekken van de grens. ‘Ze hielden hun baby’s in de lucht zodat ze aan de andere kant konden zien wie er geboren was.’ Europa bracht de redding. In 1985 opende Spanje onder druk van zijn komende lidmaatschap van de Europese Gemeenschap de grens.

En nu is Gibraltar opnieuw het lelijke gezicht in Europa’s nationalistische lachspiegel. In Spanje was de zaak gevoelig gebleven. Iedere zomer, wanneer het nieuws in de komkommerstand schakelde, werd gezocht naar een aanleiding om zich kwaad te maken. Sigarettensmokkel bijvoorbeeld. Of betonblokken die in de zee worden gestort om te voorkomen dat de Spaanse vissers hun netten in Gibraltarese wateren uitzetten. Belastingontduiking via de banken. Het droog maken van stukken land aan de oostelijke kant van het schiereiland. De ruzie volgt daarbij een vast protocol: verontwaardigd diplomatiek protest, zo mogelijk een klacht bij een internationale instantie. Bij dat laatste trekt Spanje steevast aan het kortste eind, maar het nationalistisch onbehagen van vooral het conservatieve deel der natie is weer even bediend. En het is een mooie aanleiding voor het jaarlijkse zomerritueel van de stiptheidsacties van de Spaanse douane. Het gevolg: urenlange files van het auto’s aan de grens, vol met gaar gebakken toeristen als straf voor hun uitje op de rots.

Op het eerste gezicht lijkt het kinderachtig gedoe, dat Gibraltartje pesten. Maar wie zich realiseert dat het dagjestoerisme een van de pijlers van de Gibraltarese economie vormt weet wel beter. Niet iedereen heeft uren file over voor een plaatje met de fameuze Gibraltaraap, goedkope drank en sigaretten of de originele fish and chips op Casemate Square. De rots is bovendien afhankelijk van zo’n tien- tot twaalfduizend Spanjaarden die dagelijks de grens moeten passeren. Na de regionale overheid is de BV Gibraltar de grootste werkgever van Andalusië. Dat is paradoxaal genoeg een onmisbare bijdrage aan de lokale economie in de door werkloosheid geplaagde regio. Als de Brexit straks eindigt in een beleg is dat een klap voor heel de bevolking rond de baai van Algeciras.

Het valt niet te ontkennen: het Spaanse ongenoegen met Gibraltar zit diep. Het is een kleine moeite om de sfeer te bederven tijdens een etentje met Spaanse vrienden door over El Peñón – De Rots – te beginnen. Merk bijvoorbeeld op dat de Spanjaarden historisch beschouwd de minste rechten hebben op de rots. Reken maar na: Gibraltar kwam in 711 met de oversteek van de Berber-aanvoerder Tariq ibn Zijad in moslimhanden. In plaats van Calpe heette de rots voortaan de Berg van Tariq, ofwel Djebl Tariq, verbasterd tot Gibraltar. Pas in 1462, na het achtste beleg, kwam Gibraltar weer in handen van de kroon van Castilië. Afgezien van een korte onderbreking (1309-1333) was Gibraltar ruim 750 jaar onder het beheer geweest van de wisselende moslimdynastieën. Dat steekt schraaltjes af tegen de 252 jaar waarin de Spanjaarden vervolgens van het uitzicht konden genieten. Vanaf 1704 was er de verovering en vervolgens werd het een Britse kroonkolonie. Dat is inmiddels 313 jaar geleden. Wie het tijdelijk verblijf als maatstaf neemt voor het wettelijk eigendom komt tot de volgende rangorde: Marokko nummer 1, het Verenigd Koninkrijk nummer 2. Spanje op de laatste plaats.

Medium 2e beeld   hh 64764285
2016. Een verlaten kanon op de rots van Gibraltar © Arnau Bach / VII Photo / Redux / HH

Dat is dan nog maar het begin van de oefening in het nationalistisch surrealisme dat Gibraltar heet en dat nu in het afbrokkelende Europa nieuwe vleugels krijgt. Doe er nog een schepje bovenop en je komt als snel terecht bij Ceuta en Melilla. De twee Spaanse enclaves, samen met nog wat onbeduidende eilandjes aan de Afrikaanse overkant: zouden die niet terug gegeven moeten worden aan Marokko als we de Spaanse vlag straks onverhoopt op Gibraltar laten wapperen? Zijn we mooi af van een misplaatst stukje buitengrens van Europa en een problematische hub voor het migrantenverkeer. Maar die gebieden vormen al eeuwen Spaans grondgebied en zeker geen kolonie!

‘Je kunt je toch niet voorstellen dat een verdrag tussen de EU en Groot-Brittannië straks mislukt vanwege Gibraltar?’

De sfeer aan tafel is nu echt bedorven. Dat van de kolonie is technisch overigens correct: in Ceuta knikkerde Spanje de Portugezen eruit nadat de bevolking de Spaanse zijde had gekozen. Melilla werd zonder slag of stoot ingenomen in opdracht van de katholieke koningen (1479). Marokko was op dat moment vooral een chaos van elkaar bestrijdende sultans en hun stammen. Dat leek verdacht veel op het spiegelbeeld van Gibraltar in 711, zou je kunnen zeggen. Was Spanje toen immers zelf niet een vaag en conflictueus samenraapsel onder leiding van de Visigothen, nota bene een barbaarse stam uit de sombere Germaanse dennenwouden die het Spaanse schiereiland had ingenomen?

De geschiedenis als excuus is rommelig, en het nationalistisch perspectief maakt de zaken alleen maar rommeliger. Onderhandelingstechnisch zou een Marokkaanse claim op Gibraltar helemaal geen slecht idee zijn voor een mogelijke uitruil met de enclaves, maar daar is geen sprake van. Dat terwijl de verhoudingen tussen Marokko en Spanje er met regelmaat aanleiding toe zouden kunnen geven. Zo stuurde de Marokkaanse koning in 2002 een handjevol soldaten naar Perejil, een onbewoond en grotendeels door iedereen vergeten stuk rots pal voor de Marokkaanse kust dat Spanje als zijn grondgebied beschouwt. De lokale Berbers laten op het ‘Peterselie-eiland’ hun geiten grazen. Officieel werden de Marokkaanse militairen gezonden vanwege de strijd tegen illegale immigratie. De toenmalige Spaanse premier Aznar reageerde als door een horzel gestoken. De Falklandeilanden kenden nu zijn Spaanse gelijke met Perejil.

Operatie Romeo-Sierra werd gestart: commando’s van de Spaanse marine wisten – overigens zonder enig gewapend treffen – het eiland terug te veroveren. De Marokkanen werden per helikopter afgevoerd naar de kazerne van de Guardia Civil in Ceuta. Bemiddeling van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell was nodig om de lieve vrede te herstellen. De geitenrots lag er weer onbewoond bij en een foto van de commando’s die de Spaanse vlag op de rots planten sierde voortaan op een prominente plek het werkbureau van de Spaanse premier. Spanje’s Peterselie-oorlog mocht dan de allure van een klucht hebben, het punt was duidelijk gemaakt: Spaans militair ingrijpen is geen uitgesloten optie rond de Straat van Gibraltar. Voor je het weet zit je gevangen in een maalstroom van gebeurtenissen die niemand had voorzien.

Het politiek gebruik van nationalisme en identiteit was in het Verenigd Europa lange tijd een sluimerende plaag geworden. Een weggezonken fenomeen waar je makkelijk aan voorbij kon gaan, als een religie voor de ongelovige of een onderdrukte allergie. Voor wie de symptomen tijdig wilde herkennen was Spanje een goede leerschool gebleven. Toen ik in de jaren negentig in het land kwam werken trof ik Spanjaarden met een sterk gevoel van identiteit. Deze was echter vooral gebaseerd op wat ‘mi tierra’ heette. Mijn land. Dat land had meestal betrekking op de plek waar de familie vandaan kwam, een stad of hooguit een regio. Dat bepaalde je accent, wanneer en hoe je feest vierde en waar je in de zomer op vakantie ging. Met de natiestaat of politiek had het meestal niet zoveel te maken.

Spaans nationalisme was een beladen zaak. Het werd te veel geassocieerd met de nationaal-katholieke natiestaat die dictator Francisco Franco bijna veertig jaar lang voor ogen stond. En daarvoor had een gruwelijke burgeroorlog wonden geslagen die door de samenleving werden afgedekt, maar nog steeds niet geheeld waren. Wie een Spaanse vlag als een sticker op een auto zag geplakt, kon er vrij zeker van zijn dat de bestuurder tot het meest reactionaire deel der natie behoorde, waarbij afstand was geboden. Europese vlaggen konden daarentegen op algemene sympathie rekenen. Spanjaarden voelden zich duidelijk Europees, meer dan in Nederland. En dat had weinig te maken met een Europees nationalisme of identiteit, als er al zoiets zou bestaan. Het was eerder het gevoel deel uit te maken van een gemeenschappelijk idee dat Spanje vooruit zou helpen waarin het zelf zo jammerlijk gefaald had. Inbedding in Europa was Spanje’s garantie dat de nationale broedermoord zich nooit meer zou herhalen. En dat het land economisch en sociaal weer aansluiting vond bij de rest van het continent. Een stroom van subsidies uit Brussel maakte de goedgezindheid voor Europa er niet minder om.

Toch kende ook Spanje zijn politiek van nationalisme en identiteit. Dat had vooral een lokaal karakter in de periferie van het land. Er waren nationalistische Basken, nationalistische Catalanen, nationalistische Galliciërs. Er was sprake van een duidelijke weerzin tegen de centrale Spaanse natiestaat. Niet zelden werd de dictatuur daarbij als een historisch perspectief gebruikt. En niet zonder succes. De Baskisch-nationalistische terreurbeweging eta kon lange tijd op sympathie rekenen bij veel Nederlanders vanwege hun strijd tegen Franco. In Baskenland en Catalonië wisten centrum-conservatieve nationalisten jarenlang het bestuur in hun regio te domineren. Dat was een goede training om de voelhoorns voor de nare kantjes van het nationalisme scherp te houden. Onder het vernis van democratische gematigdheid, ingetoomd door de politieke realiteit die de nationalistische ambities danig inperkte, waren immers wat minder frisse patronen te herkennen. Dat van regelrecht racisme bijvoorbeeld, zoals de Baskische nationalisten die vanwege hun taal en de resusfactor in hun bloed tot een superieur ras meenden te behoren.

De Catalaanse nationalisten definieerden hun superieure eigenheid aanzienlijk slimmer: wie wilde mocht meedoen. Mits natuurlijk deel uitmakend van de ‘eigen’ cultuur, een soort stijf gevroren lijk uit de vrieskist. Levende cultuur en dynamiek was iets waar nationalistische leiders opmerkelijk de pest aan hadden. Verder: eindeloos veel propaganda in de regionale media, op de scholen en in de musea. Door het nationalistische gezag met gemeenschapsgeld gefinancierde massaprotesten. Altijd dat verongelijkte toontje tegenover de politieke tegenstanders. Slachtofferschap dat met masochistische overgave werd uitgespeeld. En natuurlijk een selectief bijeengeharkt verleden ter eer en meerdere glorie van de gemeenschappelijke natie. Een beetje geschiedenis wordt in de nationalistische wastrommel steevast te heet gewassen en keert terug als een gekrompen vod met een grauw kleurtje.

De Brexit zette paradoxaal genoeg ook het regionale nationalisme in Spanje weer prominent op de kaart. Spanje zit in zijn maag met een nationalistische Catalaanse regioregering die vastbesloten lijkt om nog dit jaar een referendum voor de afscheiding van een Catalaanse republiek te organiseren. Net als het Verenigd Koninkrijk met Schotland vormt dat een uitdaging voor de eenheid van de Spaanse natiestaat waar de gevolgen moeilijk van te overzien zijn. Spanje laat er geen misverstand over bestaan dat een referendum geen schijn van kans maakt. Maar in het hypothetische geval kan een Catalaanse staat rekenen op een veto van Spanje voor eeuwige uitsluiting uit de Europese Unie. Maar dat wordt heikel: het onafhankelijke Schotland is voor Spanje wel van harte welkom in de Europese familie mocht het zich straks afsplitsen en zo bijdragen aan de welkome sloop van het Verenigd Koninkrijk. Diplomatie is tenslotte oorlog met andere middelen. Gibraltar is om dezelfde reden duidelijk weer niet welkom in Europa. Tenzij de rots de gedeelde soevereiniteit van Spanje met het Verenigd Koninkrijk accepteert.

Dat laatste klinkt niet onredelijk voor een bevolking van dertigduizend zielen die nauw verweven is met zijn Andalusische buren. Probleem is evenwel dat de optie van gedeelde soevereiniteit op geen enkele steun kan rekenen bij de Gibraltarezen zelf. De Britse premier Tony Blair lanceerde het idee in 2002 om van het gedonder met Spanje af te zijn. De Gibraltarese regering organiseerde prompt een referendum waar 98 procent van de stemmers het plan van de hand wees. ‘Dat was de wil van het volk van Gibraltar’, constateert vice-premier Garcia droogjes. En omdat het Verenigd Koninkrijk heeft toegezegd niets in de status van Gibraltar te veranderen zonder instemming van zijn bewoners kon Spanje het verder wel schudden. ‘Het was net als de Tweede Wereldoorlog een moment waarop onze eigen identiteit en cultuur sterker werd door druk van buitenaf. We werden naar Spanje geduwd en dat was tegen onze zin. We wilden recht op zelfbeschikking’, aldus Garcia.

Het getreiter en gedreig aan de grens heeft sindsdien die identiteit alleen maar gesterkt. De Brexit breekt alles nu open. Is er een oplossing? ‘Herkolonisering’ door de Spanjaarden is in ieder geval buiten iedere discussie, meent Garcia. Heel misschien kan Gibraltar een speciaal grensregime binnen Schengen bedingen, net als Monaco of Andorra. Nergens daalt het besef in dat de geest van het nationalistisch surrealisme uit de fles is en dat een Verenigd Europa opnieuw de oplossing moet bieden. Eenvoudig zal dat niet zijn. Maar wellicht dat de situatie terugslaat in een heel andere richting dan de Brexit had voorzien. ‘Je kunt je toch niet voorstellen dat een moeizaam uitonderhandeld verdrag tussen de EU en Groot-Brittannië straks mislukt vanwege Gibraltar?’ zegt een Gibraltarese zakenman. Juist het besef dat de onderlinge verbondenheid de garantie is dat we niet opnieuw elkaar de hersens inslaan zou het Verenigd Europa een nieuwe impuls moeten geven.

De weg terug naar Spanje. Ik pak lijn 5 van de bus richting grens. Eenmaal terug over de landingsbaan van het vliegveldje zie ik de auto’s in de gebruikelijke vrijdagmiddagfile voor de douane. Opnieuw staat er ook die lange rij met voetgangers. Broederlijk voortschuifelend wordt er geklaagd in het Spaans, in het Engels en in het Frans. Er zit gelukkig beweging in. Na tien minuten en een haperende paspoortautomaat sta ik aan de Spaanse kant. Van Europa naar Europa, ontsnapt aan het beleg van Gibraltar. De vraag is hoe lang dat nog gaat lukken.