Natte vingers

Hoeveel slachtoffers maakten de Serviërs in Kosovo? Tienduizenden? Slechts tweeduizend? Waar zijn de bewijzen? En wat is de zin van zulke macabere en voorbarige rekensommen? Het koor van twijfelaars zwelt aan. De rondedans om het Joegoslavië-tribunaal is in volle gang.

‘WIJ WONNEN de media-oorlog toen we massagraven konden tonen’, zei Jamie Shea, Navo-woordvoerder tijdens de oorlog om Kosovo, vorige week in een lezing voor de Grandes Conférences Catholiques. Het is waar. Zelfs journalisten die horendol werden van alle onbevestigde vluchtelingenverhalen konden moeilijk om de luchtfoto’s van Izbica heen die Shea en generaal Marani op 19 april presenteerden. Daarop waren ongeveer honderdvijftig vers gedolven graven te zien, gericht naar het oosten. De Navo had nog 42 opnamen van andere verdachte plekken, meldde Marani.
De OVSE was sceptisch en er waren uiteraard journalisten die, mét de Servische autoriteiten, meenden dat er met de beelden was geknoeid. Daarom had Shea het liefst live footage van moordpartijen laten zien: 'We hebben zelfs overwogen KLA-strijders uit te rusten met camera’s.’ En toch, toen het Kosovo Bevrijdingsleger (KLA) met een ondersteunende amateurvideo uit Izbica kwam, was er weinig grond meer voor scepsis. Natuurlijk, bepaalde Navo-briefings waren pertinent onjuist, zoals de mededeling dat 21 onderwijzers voor de ogen van hun leerlingen waren doodgeschoten. Of het bericht dat vijf Albanese voormannen waren gefusilleerd. Evenals het gerucht dat in het voetbalstadion van Pristina honderden Albanezen bijeen waren gedreven. En Shea kon schromelijk overdrijven, bijvoorbeeld toen hij het Servische optreden vergeleek met dat van de Rode Khmer. Toch twijfelden veel westerse journalisten na die negende april niet aan de kern van de zaak. Er leek in Kosovo inderdaad sprake van een 'humanitaire catastrofe’ (Shea), een 'uitbarsting van barbarij’ (Blair) en de 'dreigende slachting van een onschuldig volk’ (Clinton).
Nog altijd hanteren media het getal van tienduizend door de Serviërs vermoorde Albanezen en viert de mantra van de massagraven hoogtij. Zoals militair historicus Phillip Knightley in The Independent opmerkte: 'In Kosovo geloven de media alles wat de militairen hen vertellen. De militairen gooien bommen in naam van de vrede, dus degenen die tegenspreken zijn oorlogshitsers, appeasers en nazi’s.’ Maar zodra ze de berichten over massamoorden ter plekke konden verifiëren, sloeg bij sommigen toch weer de twijfel toe. 'Lot Kosovo zwaar overdreven’ kopte USA Today. Verslaggeefster Andrea Mitchell van NBC zei reeds twee weken na de wapenstilstand dat het aantal vermoorde Albanezen 'waarschijnlijk tussen drie- en zesduizend’ lag. Inmiddels zwelt het koor van twijfelaars aan, opgejut door commentatoren die altijd al dachten dat de Navo loog. 'In Kosovo vond geen genocide plaats’, schrijft oorlogsverslaggever Jon Swain in The Sunday Times, al benadrukt hij dat er genoeg bewijzen zijn voor Servische oorlogsmisdaden. Ook in Nederland gaan zulke geluiden op. De Volkskrant stelde de vraag of honderden doden, in plaats van de beloofde tienduizend, een interventie rechtvaardigden. Waar komen die 'honderden doden’ opeens vandaan? En wat is de zin van die macabere en voorbarige rekensommen?
DE DISCUSSIE IS ontketend door Stratfor.com, een groepje Texaanse web-cowboys dat excelleert in het stellen van de verkeerde vragen. Onder de titel 'Waar zijn de killing fields van Kosovo?’ vroeg Stratfor twee weken geleden of de 'schamele bewijzen’ die tot op heden in Kosovo waren vergaard een legitimatie voor de Navo-oorlog vormden. De achterliggende redenering is: er is geen bewijs van genocide geleverd, dus was er geen casus belli. Die redenering bevat drie fouten. Ten eerste is genocide niet hetzelfde als massamoord. Het tribunaal hanteert de definitie van de Genocide Conventie van 1948, te weten de opzet tot uitroeiing van een etnische, raciale of religieuze groep. Daarbij zijn massagraven hooguit aanvullend bewijs. En Clinton en andere westerse leiders hebben nimmer geclaimd dat er in Kosovo genocide plaatsvond, enkel dat deze dreigde plaats te vinden. Ten tweede impliceert Stratfor dat er langzamerhand duidelijkheid zou moeten zijn over het aantal slachtoffers. Maar het tribunaal inventariseert niet alle doden in Kosovo, het verzamelt alleen bewijzen voor aanklachten. En zelfs drie maanden is geen haalbare termijn voor zo'n groot onderzoek, dat behalve uit opgravingen ook bestaat uit ondervragingen en de technische en juridische evaluatie van documenten en beeldmateriaal. Den Haag beschikte aanvankelijk slechts over tien experts. Op 7 juni vroeg aanklaagster Louise Arbour via de Veiligheidsraad om bijstand door nationale teams omdat haar taak anders onmogelijk was. Ten minste zestien locaties moesten met spoed worden onderzocht, zo niet, dan zou essentieel bewijsmateriaal verloren gaan.
Uiteraard laten de medewerkers niet het achterste van hun tong zien; het gaat hier om lopende aanklachten en onderzoeken. Derhalve is de derde denkfout van Stratfor dat het uitblijven van massagraven gelijkstaat aan het uitblijven van bewijs. In veel gevallen is gewoonweg niet bekend waarnaar de teams zochten en wat ze aantroffen. De Denen zijn bijvoorbeeld nog bezig hun onderzoek in de Italiaanse sector af te ronden. 'En als we klaar zijn, maken we nog niks bekend’, zegt Lars-Henryk Worsøe, Kosovo-woordvoerder in Kopenhagen. 'We rapporteren aan het tribunaal en houden verder onze mond om het onderzoek niet te doorkruisen.’ Het Nederlandse Rampen Identificatie Team laat evenmin iets los. 'Er is wel iets gevonden’, meldt de voorlichter, 'maar alle processen-verbaal zijn overgedragen aan het tribunaal. En als we die nog hadden, zouden we ze niet vrijgeven.’
Bij nader inzien is de discussie vooral 'heropend’ door journalisten die elkaar overtroefden in anti-Servische berichtgeving en nu worden geconfronteerd met de ontnuchtering. Zo berust het bericht dat volgens 'Washington’ honderdduizend Albanezen zouden zijn vermoord, aantoonbaar op een misverstand. Op 16 mei zei de Amerikaanse minister van Defensie William Cohen dat honderdduizend Albanezen werden vermist en 'vermoord zouden kunnen zijn’, althans, hij beschikte over 'stellige berichten’ omtrent 4600 executies. Zijn woordvoerder herhaalde die week dat slechts 'een deel’ van die honderdduizend vermoedelijk was vermoord. Maar toen waren journalisten al met de cijfers aan de haal gegaan. Twee dagen later zei de Amerikaanse gezant voor oorlogsmisdaden Scheffer dat 225.000 mannen werden vermist en dat er waarschijnlijk vijfduizend waren vermoord. Wel zei de Britse onderminister van Defensie Geoff Hoon later dat er ongeveer tienduizend Kosovaren waren gedood. Scheffer houdt het tegenwoordig op vijfduizend. Begin deze maand zei VN-gezant Bernard Kouchner dat er volgens het Joegoslavië-tribunaal elfduizend doden waren geteld. Zijn die getallen werkelijk zo onwaarschijnlijk in het licht van de jongste opgravingen?
HET TRIBUNAAL NOEMT geen dodentallen en Paul Risley, woordvoerder van aanklaagster Carla del Ponte, zegt dat het onderzoek daar ook niet om draait: 'Binnenkort rapporteren we aan de Veiligheidsraad. We hebben een geweldig aantal plekken die onderzocht moeten worden op oorlogsmisdaden, zo'n vijfhonderd. Honderdzestig zijn nu onderzocht. Oorlogsmisdaden bestaan uit meer dan het vermoorden van burgers. Natuurlijk onderzoeken we genocide, maar ook deportatie en etnische schoonmaak.’ Risley benadrukt dat het tribunaal zich vooral bezighoudt met het 'verzamelen van bewijs tegen Milosevic’. De Noorse Kfor-majoor Irgens vertelt waarom zijn organisatie evenmin cijfers loslaat: 'Het is onmogelijk een schatting te maken van het aantal slachtoffers. Als iemand vermist is, hoe stel je dan vast of hij dood is? Hij kan zijn vermoord en daarna kan zijn lijk zijn verplaatst of verbrand, maar hij kan er ook vandoor zijn gegaan.’
Hoeveel van die vijfhonderd 'vindplaatsen’ van het tribunaal zijn nu eigenlijk massagraven? En in hoeveel gevallen liggen daarin vermoorde Albanezen? Volgens het State Department zijn tot op heden veertienhonderd vermoorde Albanezen geborgen, maar over de doodsoorzaak wordt niets naders bekendgemaakt. Valt er wel iets zinnigs over de tussenstand te zeggen? Forensische teams uit vijftien landen hebben inmiddels onderzoek in Kosovo gedaan. Daarbij zijn harde gegevens over Servische oorlogsmisdaden vergaard, onder meer inzake Izbica. De toedracht in die plaats wordt bevestigd door onafhankelijk onderzoek van Amnesty International. In dit dorp in de Drenica-vallei vond op 28 maart een moordpartij plaats onder Albanese inwoners. Het onderzoek heeft geen massagraven opgeleverd, maar wel - een gegeven van groot belang - bewijzen dat de Serviërs de sporen hebben willen uitwissen door de lijken mee te nemen.
In sommige gevallen wijken de resultaten hemelsbreed af van de schattingen. In het dorp Ljubenic troffen Italiaanse experts van de verwachte driehonderdvijftig lijken er slechts zeven aan. Volgens de Italiaanse commandant, generaal Mauro del Vecchio, was er geen sprake van een massagraf. Een vergelijkbaar verhaal vertelde een Spaans forensisch team dat in september terugkeerde van een uitputtend onderzoek in het noorden van Kosovo. De Spanjaarden waren voorbereid op zeker tweeduizend lijken, aldus onderzoeksleider Pérez Pujol. Ze vonden er 187 in individuele graven. Vijf mensen waren overleden door natuurlijke oorzaken. Het Spaanse team onderzocht onder meer de toedracht rond de Istok-gevangenis, die door de Navo was gebombardeerd. De 97 slachtoffers bleken deels door bommen gedood, deels door Serviërs op de vlucht neergeschoten. Volgens Pérez Pujol zullen in heel Kosovo niet meer dan 2500 gedode Albanezen worden gevonden. De Deense woordvoerder noemt die uitlating irrelevant: 'Meneer Pérez Pujol heeft geen overzicht over het totale onderzoek of over hetgeen andere teams doen.’
OVER DIVERSE locaties is het laatste woord nog niet gesproken. In de Trepca-mijnen bij Mitrovica, waar rond zevenhonderd vermoorde Albanezen in een schacht zouden liggen, troffen onderzoekers geen menselijke resten aan. 'Zelfs geen dierlijke botten’, aldus tribunaal-woordvoerster Kelly Moore. Maar er zijn in Trepca wel degelijk aanwijzingen voor oorlogsmisdaden gevonden. Het feit dat de Serviërs voor hun aftocht de smeltvaten hadden schoongemaakt, versterkt de getuigenverklaringen dat er lijken werden verbrand. Het gerucht dat het complex als 'crematorium’ werd gebruikt, was op 5 juni verspreid door het KLA. Pentagon-woordvoerder Kenneth Bacon wilde het niet bevestigen, maar hij verklaarde wel bewijzen te hebben dat de Serviërs industrieterreinen als crematoria gebruikten. Kortom, het lijkt er sterk op dat sommige autoriteiten en media nu worden geconfronteerd met hun eigen nattevingerwerk. Vervolgens rijst de vraag wat het eigenlijke doel was van de briefings over 'massagraven’. Uit militair oogpunt had de Navo geen massagraven 'nodig’ en de nadruk op dodentallen druist zelfs in tegen de gangbare praktijk. Met ingang van de Golfoorlog hanteert het Pentagon geen body counts (cijfers van gesneuvelde militairen) meer. Dat is een les van Vietnam, zo wordt gezegd: er zijn destijds te veel rekenblunders gemaakt waar de pers doorheen prikte. Maar waarom gaf men wel gedetailleerde informatie over vermoorde burgers? Shea een ondubbelzinnig antwoord: 'Veel aandacht concentreerde zich op onze missers. Terwijl wij bezig waren Hitler te stoppen! De pers moet niet alleen feiten presenteren, ze moet het publiek opvoeden.’ Propaganda als medicijn tegen missers; daarvan was sprake toen de Britse minister Cook de eerste beschuldiging inzake Servische 'verkrachtingskampen’ in Kosovo uitte op 14 april. Dat was één dag na de Navo-aanval op een Servische trein waarbij tien burgers om het leven kwamen. En Cohens uitspraak over honderdduizend vermisten kwam uitgerekend vlak nadat de Navo erkende 87 Albanezen te hebben gedood bij een aanval op het dorpje Korisa.
Maar moest de pers niet ook een aantal bondgenoten opvoeden? Diverse lidstaten dreigden zich tegen de bombardementen te keren. De Grieken waren van meet af aan tegen. Italië had ernstige bedenkingen en kon amper een regeringscrisis afwenden. Duitsland wilde de vijandelijkheden eerder staken dan de Amerikanen en Engelsen, terwijl Hongarije de opbouw van een Navo-invasiemacht op zijn grondgebied verbood. De Fransen veroorzaakten een rel door de regie van de VS in twijfel te trekken, met name als het ging om het bestoken van burgerdoelen, hetgeen een oorlogsmisdaad is. Shea en zijn team van super-spindoctors - na het Navo-bombardement van een vluchtelingenkonvooi stuurden Bonn, Londen en Washington hun beste mediabespelers om hem bij te staan - hadden er niet op gerekend dat de pers het aantal Servische slachtoffers wel eens met het aantal Albanese slachtoffers zou gaan 'vergelijken’. De Russische Joegoslavië-gezant Viktor Tsjernomyrdin zei begin juni dat de Navo-bommen drieduizend Serviërs, onder wie 642 militairen, het leven had gekost. Waaraan ontleende hij die wijsheid? Juist, de natte vinger.