Kenneth Herdigein, Mei en de vuilnismannen van de ziel © Sjoerd Kaandorp

Wat Michaël Slory, William Shakespeare en Herman Gorter verbindt? Kenneth Herdigein (Paramaribo, 1959), acteur en oud-gediende van het legendarische Werkteater vertelt, of eigenlijk zingt erover in Mei en de vuilnismannen van de ziel. Het is een monoloog/persoonlijk essay/mini-college, door een begenadigd, zachtmoedig en vurig acteur belichaamd en dat alles in een uur, gezien in Theater De Roode Bioscoop.

Herdigein opent met het gedicht Orfeu Negro van dichter Michaël Slory (Totness, Suriname, 1935-2018) eerst in het Nederlands, daarna in het Sranantongo. ‘Ik zal zingen/ om de zon/ te laten opkomen’. ‘Mi sa singi/ a son/ opo kon’. Het gedicht is een bijzonder mooie manier om toegang te verschaffen tot het materiaal dat Herdigein tot leven brengt. Wat volgt is een grote reis in een kleine zaal langs dichters die hem beroerd hebben, die hij ‘de vuilnismannen van de ziel’ noemt.

Over de kracht van de taal vertelt hij via zijn jeugd in Suriname, waar in het geboortejaar van Herdigein het tweede couplet van het Surinaamse volkslied, geschreven door predikant Cornelis Hoekstra, hertaald wordt door dichter Trefossa, pseudoniem van Henny de Ziel (1916-1975). Daarna reizen we naar een Hollandse middelbare school en volgen zijn eerste stappen op de schooltoneelplanken in stukken van Shakespeare. En zien, voor ons, hoe hij later na de toneelschool bij het anti-elitaire Werkteater terechtkwam, onder de vleugels van Shireen Strooker (1935-2018) met wie hij een bewondering deelde voor het werk van Remco Campert: ‘de tijd duurt één mens lang’.

Het leidt allemaal naar de Mei van Herman Gorter, het 4381-regelige epos waar Gorter in 1889 officieel mee debuteerde. Uit alle drie de delen reciteert Herdigein fragmenten. Mei wordt geboren uit de moedermaan en de zon in de eerste zang, in de tweede zang onderneemt ze een grote reis op zoek naar zielsverbinding en in de derde zang moet zij sterven op het strand als haar zuster Juni arriveert. En zeker, er zijn romantische wolligheden die soms het zicht benemen. H. Marsman noemde dit ergens ‘de confetti-regen van beeldjes’. Maar Herdigein neemt mee, de grote ecologische sensitiviteit van Gorter in, die in zijn vertolking kort aan het werk van Walt Whitman doet denken. Zelfde ernst over de natuur, politiek geladen. Bezielde landschappen vliegen voorbij, de zee – wat een ecologische harmonie en kracht in de beelden. Een zekere wrangheid sluipt naar het einde toe ook in de mix. Bestaat de natuur uit de Mei van Gorter voor ons alleen nog in dichtregels? Dat is ontegenzeggelijk een waarheid.

Om haar naderbij te houden stelde ik me de hele trilogie voor, met Herdigein als verteller/dichter en misschien Maria Kraakman of Romana Vrede als Mei.

Kenneth Herdigein – Mei en de vuilnismannen van de ziel is nog te zien in Amsterdam in De Meervaart op 27 mei en in de OBA op 31 mei