Kate Moore toont de schoonheid van Isabelle di Morra’s woorden in plaats van de sensatie van haar verhaal © Marco Giugliarelli

De Italiaanse dichteres Isabella di Morra leefde van circa 1520 tot rond 1545. Haar leven was verschrikkelijk. Haar broers sloten haar op in het familiekasteel in het huidige Valsinni, een uithoek tussen de hak en de voet van Zuid-Italië. Daar kon een ontwikkelde vrouw in die tijd niet veel anders dan poëzie bedrijven, lezen en misschien wat musiceren. Ze kreeg thuis onderwijs van een privé-leraar, ze kende haar Petrarca en haar Dante, maar leefde in een isolement.

Wel onderhield ze heimelijke contacten met een baron uit de buurt, de dichterlijk begaafde en getrouwde militair Diego Sandoval de Castro. Of hij louter een nabije zielsverwant of wellicht haar minnaar is geweest staat niet vast; zelfs of hun brieven echte brieven zijn geweest is maar de vraag. Haar jongere broers vermoedden het ergste en handelden met onwaarschijnlijke wreedheid. Overspel? Eerwraak. Ze doodden eerst haar leraar, de veronderstelde tussenpersoon van de correspondenten. Vervolgens vermoordden ze met messteken hun zuster, volgens de overlevering betrapt met de brieven. Een paar maanden later zou ook Diego sneuvelen.

Dertien gedichten en een gruwelijk levenseinde, dat was wat het collectief geheugen bijbleef van een hoogbegaafde dichteres. Ook nadat de Italiaanse filosoof en historicus Benedetto Croce in 1929 zijn studie Isabella di Morra e Diego Sandoval had gepubliceerd, bleef ze meer martelaar dan kunstenaar, meer mythe dan mens. Hoe zou je haar ook moeten leren kennen zonder foto’s, een stemgeluid, gebaren? Ze blijft een historische abstractie.

Behalve op papier. Daar is Isabella levensecht en ongekend persoonlijk. In wat ze zelf een bittere, scherpe en droevige stijl noemde, spreekt ze zich uit over haar lot, haar verlangen naar erkenning, het primitieve volk dat haar omringt, haar droom van verlossing uit de plaatselijke hel van wilde beesten en ruïnes. Alles in haar biotoop stemt bitter, en is in zijn bitterheid verscheurd. De natuur buiten, onverschillig schoon, is zowel aartsvijand als gedroomd Utopia. De in de vallei beneden lopende rivier de Sinni, bij haar Siri, zowel die levensstroom als vloed van tranen; de locals primitieve dwaallichten en God, die het laat afweten, de laatste strohalm. Haar gedicht Signor, een hooglied op Zijn schoonheid, laat zich lezen als een wanhopige verleidingspoging met een verrassende ontknoping in het zevende couplet, waarin ze via haar lied zichzelf waarschuwt tegen het waandenkbeeld dat men de zeeën van Gods schoonheid zomaar kan bevaren. Wie eenmaal is verdwaald, vindt toch de kust niet meer. Die regels zijn een desolaat correctief op de lyrische ontboezemingen van het voorafgaande, de kater na de roes.

Dat moment, zegt Kate Moore, vindt ze een van de krachtigste wendingen in Isabella’s poëzie: ‘Zó expressief, zo diep.’ Voor die verbeeldingskracht moest de in Engeland geboren, in Australië opgegroeide en in Nederland gelande componiste Kate Moore (1979) de vorm vinden die het kunnen recht deed. Een opera had met zo’n horrorstory voor de hand gelegen. ‘Dat was het oorspronkelijke idee, waar ik nog steeds voor open sta. Maar door de complexiteit van het onderwerp moest ik eerst de weg afleggen naar een concertante cyclus, terwijl Isabella’s leven zelf een ideale plot voor een opera zou zijn.’ Maar opera betekent ook: conflicten versimpelen, een verhaalstructuur creëren. ‘En ik wilde me juist niet concentreren op de sensatie van haar verhaal, maar op de schoonheid van haar woorden, haar geest zelf. Dit is een jonge vrouw die gevangen wordt gehouden door een despotische familie. De kwellingen en het trauma die ze in die situatie doorstaat zijn de bepalende kenmerken van haar portret, denk ik. Ik wilde haar wezen communiceren.’ Met muziek die luisterend op zoek gaat naar haar stem, die ‘uitnodigt om haar te leren te kennen’.

Die tactiek van zoekend horen volgt Moore vaker. Ook eerdere werken lezen hun onderwerp met de intieme concentratie van een metend kijken. Het conceptalbum Revolver bevat haar ‘balletmuziek’ bij Restraint(s), een voorstelling van de Australische kunstenaar Ken Unsworth voor oudere dansers die via installatie-achtige objecten worden beperkt in hun fysieke bewegingsvrijheid. De aandachtige, lyrische muziek pendelt navenant tussen beweging en stagnatie. Het ensemblestuk The Dam van 2015, waarvoor Moore in 2017 als eerste vrouw met de Matthijs Vermeulen Prijs werd onderscheiden, gaat over de ritmes van dierengeluiden, die elkaar in koor naar een machtig escalerend en abrupt afbrekend slot opdrijven. Interessant is Moore’s gedachte dat de vorm van het landschap kan worden afgeleid uit de klankcoördinaten van de bewoners, ‘as many tiny creatures create a sonic pointillistic landscape’. Daar wil het oor een radar zijn. In haar strijkkwartet Cicadidae van 2019, over cicaden, wordt die lijn van ziende horen doorgetrokken: ‘Zittend in de bush, luisterend naar de cicades, is het mogelijk het landschap te horen door te luisteren naar hun subtiele orkestratie, als een sonische kaart van een weids land. Je hoort verte en nabijheid, de vorm van bergkammen, valleien, klippen en vlakten. Door je ogen te sluiten kun je zelfs een waterpoel waarnemen zonder hem te zien.’

Noem haar een reiziger en Moore knikt. ‘Door mijn positie als wortelloos persoon zoek ik naar roots. Misschien is dat voor iemand in mijn positie een onbereikbaar doel, maar de zoektocht is relevant. Ik zoek in elk geval altijd naar de authenticiteit van een idee of een ervaring, naar de voor mij fundamentele kwesties, naar de wortel van de vraag waarom iets is wat het is. Ik had in Australië een heel goede leraar, Larry Sitsky, die me inspireerde om verder te kijken dan de zogenaamde westerse traditie. Toen ik jong was probeerde ik mezelf in te lezen in Arabische muziektheorie. Ik denk nog steeds dat dat voor mijn fantasie de meest informatieve bron is geweest. Ik hield van de klank van die muziek en ging naar de bibliotheek om erover te lezen. Ik leerde die wereld kennen vanuit academisch perspectief en niet via musici, het is dus niet mijn achtergrond en niet mijn taal, maar erover lezen en nadenken was inspirerend. Dan neem ik de essentie van wat me erin aantrekt en laat het indalen tot het er op mijn eigen manier uit komt, in mijn eigen taal.

‘Muziek is het gereedschap om een kloof te overbruggen. Het is een gesprek’

Ken uzelf, luidt het gezegde. Maar ik denk dat er een verschil is tussen jezelf kennen en een identiteit hebben of aannemen. Als jij een kern hebt, gaat die meer over authenticiteit dan over identiteit.’

Ze geeft een voorbeeld. Ze vindt het Australische landschap mooi. Ze groeide ermee op. Maar het is niet haar landschap, ze wil het niet claimen als esthetisch raison d’être. ‘Want ik zie er de complexiteit van mijn verhaal in. Mensen zeggen zo makkelijk; o, jij bent een Australische componist. Terwijl ik alles probeer te vermijden wat naar nationalisme riekt. Ook omdat ik me zeer bewust ben van de kolonisatie van kunst en cultuur, in het bijzonder als iemand die van buitenaf naar Australië kwam en er opgroeide met het groeiende besef dat de dominante cultuur een koloniale cultuur is in een land waar de Aboriginal-cultuur de authentieke cultuur is. Gezien het antagonisme tussen die twee in de context van een duistere geschiedenis is het problematisch om een Australische identiteit op te hangen aan een landschap. Want dat roept grote vragen op over authenticiteit en kolonialisme. Zelfs als ze mij postminimalist noemen, is mijn eerste vraag: hoe kunnen we het minimalisme dekoloniseren?’

In bredere zin maakt het zo bezien niet uit of haar thema de Australische natuur is of een renaissancedichteres. Het begint met vragen. ‘De overeenkomst tussen The Dam en Isabella’, zegt Moore, ‘is de verbinding met het onderwerp via muziek. De muziek is het gereedschap om de kloof te overbruggen tussen de entiteit natuur en de entiteit ik, of tussen mij en een abstract personage uit een andere tijd, zodat we elkaar kunnen aanraken. Het is als een gesprek met iemand.’

De natuur kwam vanzelf. De rivier Siri, die Isabella troost en vertwijfeling brengt, werd een klinkende metafoor van haar verlangen. ‘Het is de plaats waar ze het schip verwacht dat haar zal redden. Natuur is de schoonheid en het gevaar. De wilde wouden en gebroken rotsen in de vallei, het gehuil van de uilen, haast als een echo van haar eigen huilen van vertwijfeling – het is de spiegel van haar innerlijk.’

Herz Ensemble © Jeff Zemberlin

Maar hoe neem je vanuit dat perspectief een mens waar met geen ander instrument dan haar geboekstaafde gevoelens en gedachten? Dat was een lastige opdracht, waar Moore na veel onderzoek nog steeds niet uit is: ‘Het voelt alsof ik nog steeds een heel klein stukje heb van de complete puzzel. Ik voel me daar tamelijk overweldigd door. Want in wezen is er geen informatie over Isabella als individu. Als we nou nog een foto hadden… We weten niet hoe ze haar dagen doorbracht, hoe ze communiceerde met mensen in haar leefomgeving…’

Natuurlijk, de koude feiten kennen we. Een jonge vrouw van in de twintig, derde kind van acht met een jongere zus, twee oudere broers en een paar jongere broers. Door de toestanden in die regio van Italië in die tijd, eigenlijk gewoon een oorlogstoestand met invasies van Fransen en Spanjaarden, werd haar pro-Franse vader verbannen en losgescheurd van zijn gezin, dat hij in armoede achterliet en nooit meer terugzag. Het was een adellijke familie. We weten dat ze geschoold was, wat ook voor vrouwen uit haar milieu toen niet uitzonderlijk was. Ze werd onderwezen in de letteren, las de dichters, en onderging de invloed van haar vader, ook een geletterd man en een dichter.

‘Ik benaderde via de muziek het karakter van Isabella, schilderde haar via mijn verbeelding'

‘Ze noemt haar stijl grof, maar dat is ook de tijd. Die artistieke nederigheid vind je ook bij dichtende tijdgenoten terug.’ Met het verschil, misschien, dat Isabella extreem persoonlijk is. ‘Ze gebruikt de stijl en techniek van haar tijd om haar hoogstpersoonlijke ervaringen uit te drukken.’ En daarmee werd dit, zegt Moore, ‘een project met veel lagen. Het gaat over pijn en transcendentie. De pijn veroorzaakt de transcendentie. Het lijden van ziel en lichaam krijgt via het woord een spirituele dimensie die de weg vrijmaakt naar een vorm van verlossing. Daarin anticiperen haar gedichten op de Romantiek met een element dat ik, hoewel het uit heel persoonlijke ervaringen voortkomt en háár waarheid uitdrukt, zie terugkeren in het abstract expressionisme. Dit is een verhaal met twee kanten. Dat van een zeer getalenteerde, hartstochtelijke en toegewijde jonge vrouw, toegewijd aan leren, aan het humanisme, aan literatuur. Daarbij komt haar overgave aan God, en ik weet niet of devotie daar het juiste woord voor is. Ze vergelijkt Juno, de godin van de hemel, met de maagd Maria en Apollo met Jezus – die bestaan voor haar zij aan zij. In haar laatste gedicht is het voor mij onduidelijk over wie ze het heeft en of ze überhaupt nog onderscheid maakt tussen heidense en christelijke goden. Tegelijkertijd blijft ze enorm eerlijk en zuiver voor iemand in haar situatie. Intelligent op zoek naar een hoge moraal en het behoud van haar puurheid in een wereld van oordelen, waar de mensen om haar heen haar met argusogen en waardeoordelen in de gaten houden, wat zo ver gaat dat ze haar gijzelen in een kasteel waar haar alle contacten met de buitenwereld zijn verboden. In die gevangenis worden haar kennis en ontwikkeling haar hele wereld.’

En hoe moest een wereld klinken die Kate Moore via haar voorstellingsvermogen naar het heden trok? Welke links zijn er tussen de renaissancetoon van de gedichten en de klankwereld van 2021? Moore maakt opmerkelijke keuzes. Naast moderne instrumenten als saxofoon en piano grijpt ze terug op de pseudo-antieke instrumenten uit het portfolio van de Amerikaanse componist en instrumentenbouwer Harry Partch: de kithara, een soort lier, het chromelodeon, een harmonium. Hij ontwierp zijn eigen 43-toonsysteem, dat Moore in Isabella toepast.

‘Ik heb de stukken in twee hoofddelen opgesplitst. Lamento, gebaseerd op Isabella’s tien sonnetten, en Canzone, gebaseerd op haar drie canzones. Ik zie in de stijl en de thematiek van de sonnetten en canzones een groot verschil. Dus de sonnetten, die ik lamento’s noem, heb ik geschreven voor Ensemble Scordatura en de Harry Partch-instrumenten. De canzones voor een modern ensemble van tien instrumenten, inclusief saxofoon en hammondorgel.

Ik benaderde via de muziek het karakter van Isabella, ik schilderde haar portret via mijn eigen verbeelding. En in de Partch-instrumenten vond ik een interessante parallel met de muziek van Isabella’s tijd.’ Partch liet zich bij de bouw beïnvloeden en inspireren door instrumenten uit de Griekse wereld die via de Magna Graecia, de Griekse steden aan de Italiaanse zuidkust, Isabella’s wereld letterlijk dicht naderde. De oorsprong van kithara en chromelodeon ligt daar – en daarom haalden ze haar partituur.

‘Natuurlijk is de chromelodeon een harmonium, maar ook orgels waren deel van de Magna Graecia – denk aan de hydraulis. En de 43-toonstemming van Harry Partch is zijn interpretatie van reine intonatie, gebaseerd op de boventonen – een intonatie die, meer of minder, die van de instrumenten uit de oudheid moet zijn geweest. En, stel ik me voor, uit de tijd van Isabella – omdat er nog geen gelijkzwevende temperatuur was, en moderne instrumenten zich nog niet hadden ontwikkeld tot wat ze nu zijn. Maar ik denk ook aan de instrumenten van de reizende muzikanten, van de troubadours en de volksmuziek uit die tijd, die in deze regio van Italië rijkgeschakeerd moet zijn geweest omdat het een kruispunt van internationale handel was, met westerse en oosterse invloeden van Fransen tot Grieken en Spanjaarden tot Turken. Het was één grote smeltkroes waarin alles samenkwam, zowel uit de hoge cultuur als uit de volkscultuur.’

Ik stel me voor dat Isabella met beide werelden vertrouwd was’, zegt Moore. ‘Als vrouw van adel moet ze zijn geschoold in de hoge muziekcultuur van haar tijd, maar ze moet omringd zijn geweest door de volksmuziektraditie, overal. Als je bedenkt dat de scholing was gebaseerd op de zeven artes liberales moet ze ook muzikaal ontwikkeld zijn geweest. In het quadrivium is muziek inderdaad een wetenschap, maar muziek is ook zoiets als lyrische poëzie. Ik zou haar gedichten tot die categorie rekenen.

Kijk naar de metrische structuur van de gedichten. Wij maken nu een onderscheid tussen poëzie en muziek, maar lied en poëzie zijn in essentie één. Ik twijfel er niet aan dat haar gedichten werden gezongen, dat zij ze als musicus zong en speelde. Ze moet een luit of een lier hebben gehad. Ik beschouw haar in zekere zin als componiste.’

Dat verlaagde de drempel. ‘Ik vond de muziek in haar gedichten zelf, vooral in de sonnetten, en ik liet de woorden spreken, de melodieën, die heel puur zijn. De klank van Italiaanse muziek van late Middeleeuwen tot hoog-Renaissance zit in mijn hoofd, ik luister er veel naar want ik houd ervan. Ik heb de stijl niet willen imiteren, maar die werpt wel schaduwen over het stuk. En ik heb me sterk laten meenemen door de Partch-instrumenten en de reine stemming. Anders dan Partch behandel ik mijn muziek overigens niet chromatisch maar modaal. Dus ik werk met zeven nauw met elkaar verbonden noten die je kunt transponeren over de hele 43-toonschaal. Die klinken dus modaal en volksmuziekachtig. De modaliteit van zeven noten in reine stemming stelt mij in staat melodieën te vinden die de emoties in de woorden kleuren. Ik zie mezelf daarin als een soort troubadour. Wat ik hoor, in dat metrum of met die inflectie, komt uit Isabella’s woorden zelf waar ik mezelf niet van kan losmaken. Het is de mededogende omhelzing van een andere tijd en andere wereld vanuit de vraag wat die voor mij nu kunnen betekenen. Het is communiceren met haar via de muziek, waardoor ze tot leven komt. Het componeren is in zekere zin zoiets als de reconstructie van een portret, een beeld.’

Maar het wil Isabella’s beeld zijn, zegt ze, in háár taal. ‘Het gaat over de juiste lettergrepen en de juiste zinnen. En om gehoord te worden moeten de woorden voorrang geven. Woorden en melodie, daar draait het om, de rest kleurt het in om atmosfeer te scheppen.’