Als misère vroeger thuis je basis is

‘Natuurlijk ging het mis’

‘Goed zo, blijf clean’, zeggen Solo’s voormalige dealers als hij hen op straat tegenkomt. Drie jaar geleden werd ex-gedetineerde Solo de ellende waarin hij opgroeide de baas. Zijn verleden kan hij niet veranderen, wel probeert hij er iets goeds mee te doen.

Solo arriveert iets later dan de rest. Het is rond het middaguur en hij wordt opgehaald bij de receptie van het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Universiteit van Leiden. Hij valt op tussen de voornamelijk witte studenten. Het is niet alleen zijn Coogi-trui of zijn mutsje en het zijn ook niet zijn donkere ogen die zijn Molukse afkomst verraden, maar vooral een blik die prijsgeeft dat hij een buitenstaander is. Vriendelijk gezicht, een niet heel lange man die er jonger uitziet dan de 41 jaar die hij is. ‘Zenuwen’, geeft hij toe.

Enkele minuten later vult een collegezaal zich met louter vrouwelijke studenten criminologie. Uit tien verschillende workshops hebben zij voor die van Solo gekozen. Onhandig speldt hij zijn naamplaatje op, dat gaat eerst mis waardoor het ondersteboven komt te hangen. Hij is er met Tjalle en Mathilde van Humanitas, een vereniging die onder meer (oud-)gevangenen ondersteunt en verschillende workshops aanbiedt.

Wie had dat gedacht, Solo als spreker in een collegezaal van een universiteit, met vlak achter hem een groot portret van koning Willem-Alexander. Hij in elk geval niet. Solo geeft vaker lezingen, maar doorgaans op middelbare scholen. Daar krijgt hij vragen over hoe het is om in de gevangenis te zitten en hij merkt dat zijn verhaal veel indruk maakt. Dit is anders.

De eerste woorden die hij tot de studenten richt, zijn: ‘Ik ben Solo en ik ben vet zenuwachtig.’ Verder weten ze nog niks van hem, behalve dat hij enige tijd in detentie heeft gezeten. Maar hoe lang, voor welk delict, wanneer? Ondertussen heeft hij zijn muts afgedaan – die hangt losjes in de achterzak van zijn broek – en staat hij met ingehouden spanning voor de groep.

Hij wil eerst iets vragen aan de zaal, want hij weet: door te beginnen met een vraag en het ook voor de toehoorders persoonlijk te maken, kan hij verbinding creëren. ‘Kennen jullie iemand die in de criminaliteit heeft gezeten, iemand zoals ik?’ Een dappere student steekt haar hand op. ‘Mijn oom’, zegt ze. ‘Hij heeft een tijd vastgezeten.’ Iets met geweld, een soort ontvoering, hij was altijd een vrije geest geweest, een Amsterdamse kraker; ze weet het ook niet precies, want in haar familie wordt er weinig over gesproken. En zelf was ze ten tijde van zijn detentie te jong om door te vragen naar het delict.

Daarna is Solo weer aan het woord. Om het makkelijk te maken voor hemzelf en zijn toehoorders, zo weet hij inmiddels ook uit ervaring, begint hij met het heden: ‘Ik ben 41 jaar oud en heb een dochter van veertien maanden.’ Hij vertelt dat hij zelf ook studeert, een mbo-opleiding zorg. Dat hij lang als kok heeft gewerkt, maar Solo en horeca zijn een slechte combinatie, weet je, door de onregelmatige tijden en de drank die altijd voorradig is. Maar nu gaat het wel goed met hem, vervolgt hij. ‘Ik weet te overleven, maar ik blijf een klungel in het dagelijks leven.’

Dan zijn verhaal, maar waar te beginnen? Amsterdam, want daar heeft Solo de eerste duidelijke herinneringen aan. Niet aan Woerden, waar hij werd geboren, maar de hoofdstad dus. Solo was vier jaar oud, zijn broertje nog geen twee. Zijn verslaafde vader zat vast, moeder was enkele dagen spoorloos. De reden: drugs aan het scoren en aan geld zien te komen om drugs te scoren, weet je. Die vage herinneringen: afwachten of er iemand thuiskomt, de elektriciteit afgesloten, wat Turks brood dippen in suiker, zijn broertje water geven. Twee nachten, drie nachten? Buren die de politie inschakelden, een uithuisplaatsing. Grote ogen en open monden in de collegezaal.

Twaalf jaar in gastgezinnen en vooral internaten, seksueel misbruik, begonnen met roken toen hij zeven was, blowen vanaf elf jaar, inbraken, straatroven, jeugdgevangenissen, op straat leven; een ontzettend droevig leven in steekwoorden.

Nog even terug naar het heden: zijn moeder is enkele jaren geleden als verslaafde overleden, zijn vader gebruikt nog steeds dagelijks heroïne, zijn oudste broertje zit vast voor moord, zijn jongste broer zit in een rolstoel, een erfenis van de verslaving van zijn moeder tijdens de zwangerschap.

Zijn verslaafde vader zat vast, moeder was enkele dagen spoorloos. De reden: drugs aan het scoren en aan geld zien te komen om drugs te scoren

Voor de deur van een verder onopvallend pand in een Amsterdamse woonwijk staan drie mannen en een vrouw. Er wordt gerookt en wat gekeuveld als Solo aan komt lopen. Een hand, een knuffel en nog een knuffel. Hij komt hier zeker eens per week, zoals anderen naar de sportschool gaan, voor zijn mentale gezondheid. Hier is: de Cocaine Anonymous. Drugs zijn altijd aanwezig geweest in het leven van Solo. Hij herinnert zich hoe zijn ouders het gebruikten, hoe het werd geprepareerd, hoe hij zijn mond daarover moest houden. Hij gebruikte voor het eerst heroïne toen hij vijftien was en niet veel later ook basecoke. Tja, waarom eigenlijk? Misschien omdat zijn moeder hem als kind al vertelde over de high van drugs: alsof je in de wolken zweeft. De rook die ze daarbij uitblies. De pijpjes waar zijn ouders de crack mee rookten: een met een doodshoofd en een met wietplanten. En misschien wel omdat hij al snel doorhad dat het zorgde voor, zoals hij het noemt, emotionele verlamming; even helemaal geen zorgen aan zijn hoofd.

Maar eerst: de drugshandel. Het is een wereld die hij kende: de straat, de dope zelf, de omgangsvormen die het met zich meebrengt. En niet onbelangrijk, het was behoorlijk lucratief en Solo houdt van geld. En dus begon hij, amper volwassen, aan zijn eerste ‘baan’ als verkoper van drugs. Eerst voor iemand anders, maar al gauw voor zichzelf, nadat hij door tussenkomst van zijn vader in contact kwam met een leverancier. Hij dreef halverwege de jaren negentig de handel samen met zijn broertje, allebei twaalf uur per dag, er kwam tot zestienduizend gulden per week binnen en Solo moest nog twintig worden. Ze leverden hun waar vooral rond het Oranjepark in Apeldoorn. Solo probeerde de kwaliteit hoog te houden door zijn ouders zijn heroïne te laten testen als zijn leverancier nieuw spul had. Maar het ging mis. Natuurlijk ging het mis. Hij werd niet alleen gepakt door de politie, wat het einde van zijn business betekende, hij was zelf steeds meer drugs gaan gebruiken.

De ruimte heeft iets van een buurtcentrum. Solo staat op en haalt koffie, terwijl de Twaalf Stappen worden voorgelezen. >

  1. We erkenden dat we machteloos stonden tegenover cocaïne – dat ons leven stuurloos was geworden.

  2. Kwamen ertoe te geloven dat een Macht groter dan wijzelf ons gezond verstand weer kon herstellen.

(…)

  1. Nu deze stappen ons tot spiritueel ontwaken hebben geleid, hebben we geprobeerd deze boodschap aan verslaafden door te geven en deze principes in al ons doen en laten toe te passen.

Wat er precies door wie is gezegd tijdens de meeting, blijft vertrouwelijk. Dat is de afspraak bij meetings van de Cocaine Anonymous. Alleen Solo wil met zijn verhaal naar buiten treden. Om in algemeenheden toch iets te vertellen: iedereen is verslaafd en probeert van de cocaïne af te blijven. Vallen en opstaan, terugvallen en weer proberen op te krabbelen. Er wordt ‘geshared’, waarbij iemand alles mag zeggen zonder dat een van de anderen mag reageren. Iedereen is ongenadig eerlijk over zichzelf, de valkuilen, het gevoel van de afgelopen periode, wat de meeting voor hem of haar betekent.

Solo begint met zijn kop koffie voor hem voor de tweede keer te sharen. ‘Ik ben Solo en ik ben verslaafd.’ Hij wil vandaag graag meer delen, want het blijft hem te stil. ‘Ik heb op zoveel verschillende plekken gewoond – internaten, instellingen, gastgezinnen, gevangenissen – maar nooit echt in een gezin, waardoor ik me nooit aan mensen heb gehecht en met niemand sprak over mijn gevoelens en problemen. Daarom is deze meeting zo fijn, want hier kan ik dat wel. En dan voelt het een beetje gek als niemand wil sharen. Bedankt.’

Zelf weet Solo ook niet meer hoe vaak hij een poging heeft gedaan om af te kicken. Kliniek in, kliniek uit, op eigen kracht. Vaak was het tussen Kerst en Oud en Nieuw, als hij terugblikte op het jaar en weer moest erkennen dat hij de afgelopen twaalf maanden geen dag niet had gebruikt. Een en al ellende. Hij kon het niet meer. Want het was niet alleen het gebruik, maar ook de honderd tot tweehonderd euro die hij dagelijks nodig had. Hij stak veel tijd en energie in het geld verdienen, maar het was niet meer te doen. Hij hield het niet meer vol; het stelen, dealers bedonderen, nepgeld. Stoer en bijdehand kwam hij over, zorgde voor verwarring en tegen de tijd dat ze iets door hadden, was Solo al weg met de dope. Een pistool op een dealer z’n kop zetten en het geld en de drugs afpakken; het was niet veel, maar dat hoefde ook niet. Hij moest gewoon iets hebben om te gebruiken.

‘Het helpt mij ook, weet je. Elke keer als ik mijn verhaal vertel, wordt het voor mijzelf ook minder pijnlijk’

Solo vertelt deze verhalen niet op scholen omdat hij er trots op is of het stoer vindt, integendeel. Hij hoopt dat iemand er iets aan heeft. Of dat er misschien wordt ingezien dat de criminaliteit niet altijd een keuze is. Nee, hij haat geen huisdieren, zoals een meisje van dertien ooit dacht toen ze zijn verhaal hoorde. Dat moest toch wel? Wie het levensverhaal van Solo hoort of leest – er is een masterscriptie over hem geschreven, Grew up to screw up: Over hoe het leven kan leiden tot een criminele carrière en een drugsverslaving – moet concluderen dat er ook mensen zijn die met een enorme achterstand worden geboren.

Altijd weer die terugval. Zoals die keer dat zijn moeder ziek werd: kanker. De laatste drie jaar van haar leven ging Solo bij haar wonen om haar te verzorgen en bouwden ze een band op. Zijn moeder te eten en drinken geven, maar ook voor haar dagelijkse hoeveelheid drugs zorgen. Solo begon clean aan zijn ‘klus’ als mantelzorger, maar raakte al snel weer aan de crack. Samen gebruiken en de verloren jaren op een gekke manier inhalen.

Er waren best tijden dat het wat beter met Solo leek te gaan. Hij had een eigen kamer gevonden in Apeldoorn, waar hij met zijn oudste broertje woonde en hij wilde weer naar school. Trots als hij was besloot Solo zijn ouders in Amsterdam op te zoeken om hun het goede nieuws te vertellen. Zijn vader en moeder had hij al in tijden niet gezien of gesproken, dus hij ging op wat plekken langs waar ze zouden kunnen zitten. Bij een bekend café trof hij zijn vader. Solo vertelde over zijn huidige situatie, zijn vader wees naar een portiek waar zijn moeder stond. Na een erg korte ontmoeting moesten zijn ouders alweer weg en lieten Solo achter. Het was voor hem de zoveelste bevestiging dat hij er alleen voor stond en dat de drugs belangrijker waren voor de mensen die het meest van hem hielden. Wat hij ook nooit is vergeten: in een van de internaten waar Solo zat, konden de ouders elke vrijdag op bezoek komen. Vast ritueel: alle kinderen renden tegelijk naar een glazen deur vanwaar de vaders en moeders te zien waren. Alle kinderen behalve Solo. Zijn ouders kwamen namelijk niet.

Hij kan zich van zijn laatste periode als gebruiker niet alles meer herinneren, maar wel de leegte, er echt helemaal klaar mee zijn, weer een Kerst alleen en totaal high. Tijdens zijn gebruik gaf hij ook geen voorlichting meer op scholen, want dan voelde hij zich hypocriet. Solo was op, klaar met alle ellende en hij besloot: dit is de laatste dag dat ik drugs gebruik. De datum staat in zijn geheugen gegrift: 28 december 2015. Hij ging naar een CA-meeting, met tientallen voor hem vreemden. Gek genoeg voelde hij zich daar op zijn plek, tussen de mensen die precies leken te vertellen wat hij op dat moment voelde. De zelfhaat. De angst voor een terugval. Onbegrip. Er helemaal klaar mee zijn. Hij kreeg naast een welkomstmunt een aantal telefoonnummers van mensen die hij kon bellen als het mis dreigde te gaan en Solo voelde dat hij ergens bij hoorde en gehoord werd. Het werkte.

Sindsdien is hij clean en inmiddels heeft hij een relatie met een vrouw die hij ruim dertig jaar kent, omdat zij toen met zijn broertje in een internaat zat. Zijn broertje zit een gevangenisstraf uit, omdat hij een vriend met wie hij samen drugs gebruikte heeft doodgestoken. Regelmatig hebben ze telefonisch contact vanuit de bajes. Solo en zijn vriendin hebben samen een dochter van veertien maanden. Maar echt gaan samenwonen lukt Solo niet. Hij vindt het heel moeilijk om onderdeel te zijn van een gezin, iets wat hij nooit heeft geleerd. Zijn vriendin vindt het lastig, ziet hem liever bij haar en de kinderen intrekken, maar hij blijft voorlopig in zijn eigen woning.

Het lukt om van de drugs af te blijven, mede door de CA-meetings die hij nog wekelijks bezoekt. Hij komt nog geregeld mensen tegen uit de tijd dat hij veel gebruikte en vooral op straat te vinden was. Ze groeten hem wel, de dealers. Maar ze zien aan Solo dat het goed gaat, dat zeggen ze ook: je ziet er goed uit. Hij was heel dun, had een ingevallen kop. Bleek. Leefde alleen maar ’s nachts, at slecht eten. Dat is nu allemaal anders en dat is hem af te zien. Ze zien hem ook met z’n kleine lopen. ‘Goed zo, blijf clean’, zeggen zijn voormalige dealers.

Hoe vonden jullie het?’ wil Solo weten. De zenuwen zijn verdwenen en in een klein uur heeft hij in de collegezaal zijn verhaal gedaan. ‘Heel dapper’, zegt het meisje wier oom in de gevangenis heeft gezeten. ‘Bedankt’, zegt Solo. Vervolgens: ‘Ik kan mijn verleden laten voor wat het is, maar ik kan er ook proberen iets goeds mee te doen. En het helpt mij ook, weet je. Elke keer als ik mijn verhaal vertel, wordt het voor mijzelf ook minder pijnlijk.’

Een andere studente wil weten hoe het met zijn opleiding gaat. Er worden geen leraren meer in elkaar geslagen, zegt Solo, en hij voegt eraan toe dat hij bijna klaar is met mbo niveau twee. Dat voelt goed. En hij heeft nu een extra reden om zijn leven op de rit te houden: zijn dochter die hij zal proberen alles te geven wat hij zelf heeft gemist. Het levert hem een flink applaus op.

Later, in de gangen van de universiteit, zegt Solo dit nog: ‘Ik wil geen zelfmedelijden of mijn fouten afschuiven op hoe ik ben opgegroeid. Dat heb ik lang genoeg gedaan en dat heeft me nooit echt geholpen. Mijn verleden kan ik niet meer veranderen, maar wel mijn eigen kijk daarop.’

Solo geeft als ervaringsdeskundige voorlichting op scholen en andere instellingen via Humanitas Amsterdam. Die vereniging zet zich onder meer in voor ex-gedetineerden door het verlenen van sociale en praktische ondersteuning. Humanitas geeft voorlichtingen en workshops met als doel inzicht verwerven bij onder meer kinderen, jongeren en studenten. Meer informatie: humanitas.nl/ams.