Natuurlijk kan duitsland zich bij ons aansluiten

Het idee (Nederland als Nederduitse deelstaat) is niet nieuw. Thorbecke en Colijn hebben reeds met deze gedachte gespeeld. Hitler heeft het, wat hardhandig, op zijn beurt in praktijk proberen te brengen, ideologisch aangevuurd door de jonge Kurt Waldheim, die op dit thema promoveerde. Een citaat: ‘Het is het eigenbelang van landen als Nederland, Belgie of Zwitserland zich, in welke vorm dan ook, bij het Duitse Rijk aan te sluiten. Nederland bijvoorbeeld is veel te klein, qua omvang en inwonertal, om in de transatlantische wereld een rol van betekenis te kunnen spelen.’

Men ziet, de suggestie van Thijs Woltgens, Eurodenker te Kerkrade, is diep in de historie verankerd.
Hij is, tegen de uiterlijke schijn in, een serieuze man, heel wat serieuzer dan de sociaal-democratische half- tot driekwartkrankzinnigen die de goede man voor royement hebben voorgedragen. In sommige heethoofden woedt helaas nog altijd de oorlog. Maar de oorlog is echt al een halve eeuw geleden beeindigd, waarde klassenstrijders, en ook anderszins is de vrede getekend. Nederland en Duitsland, het zijn twee beschaafde, welvarende naties van dezelfde gemeenschappelijke Indogermaanse stam, dus laten wij voor het gemak eens proberen het voorstel van Thijs Woltgens fair van diverse kanten te bekijken.
Woltgens zit met zijn hoogst ervaren, Limburgse neus midden in de materie. Als bestuurder van de tweetalige gemeente Kerkrade-Herzogenrath heeft hij in de praktijk ervaren dat met die Duitsers heel redelijk te leven valt.
Niettemin is men geneigd zich af te vragen of hij niet in de eerste fase van zijn denkwerk is blijven steken. Waarom moet het ausgerechnet Nederland zijn, dat met de Duitsers gaat confedereren? Er valt immers veel voor te zeggen de omgekeerde weg te bewandelen. Laat Duitsland zich onder Nederlandse protectie scharen! Dat is in alle opzichten veel verstandiger. Er is menig geval bekend van Duitsers, veelal van vooruitstrevende signatuur, die dolgraag naar Nederland zouden willen verhuizen, omdat zij, wijsgerig gezien, dreigen te bezwijken onder het gewicht van de potvisachtige gestalte van staatschef Helmut Kohl. Want er valt over Nederland best iets negatiefs te beweren, maar het is een onmiskenbaar tolerante natie, waarin op respectabele wijze met de eigenaardigheden der andersdenkenden wordt omgesprongen.
Dat ligt in Duitsland, hoezeer men daar ook zijn best doet, een nuance anders. Daar treft men nog de restanten van de autoritaire betutteling als, om maar eens wat te noemen, de van overheidswege verplichte Kirchensteuer (kerkelijke belasting) en de niet minder beruchte Funf Prozent Klausel, een maatregel die erop gericht is onwelkome minderheden uit het parlement te weren.
Deze maatregelen worden zonder meer afgeschaft als binnenkort Amsterdam tot hoofdstad van het verenigde Diets-Duitsland is uitgeroepen. Ja, Amsterdam natuurlijk. Wat anders? Dat protserige, ongezellige, unheimliche Berlijn soms, met zijn pogingen om de littekens uit het verleden weg te masseren met proeven van eigentijdse blufarchitectuur?
Toegegeven, Amsterdam ligt in het Diets-Duitse rijk geografisch gezien wat decentraal, maar dat geldt ook voor Lissabon, Tokio, Montreal en Washington, hoofdsteden van naties waar wij over het algemeen niet over te klagen hebben.
Daar, rond het hoofdstedelijke Leidseplein, wonen trouwens al die schrijvers waar de Duitsers zo dol op zijn - en omdat de Duitsers toentertijd zo dom zijn geweest om hun eigen schrijftalent totterdood aan vleeshaken op te hangen, of desnoods de grens over te jagen, kan van een nieuwe, alomintegrerende, allen verzoenende culturele injectie worden gesproken.
Dat Nederland straks het voortouw neemt in de nieuwe Nederduitse federatie is een vanzelfsprekendheid. Wij, Nederlanders, spreken onze talen. Anders dan de Duitsers, die traditioneel in de diverse bangelijke varianten (van Bambergs tot Beiers) zijn blijven steken. Het indogermaanse erfgoed is bij ons, Nederlanders, in goede handen. De belangrijkste Duitse komiek is trouwens de Nederlander Rudi Carell. Het belangrijkste, tot aller verbeelding sprekende, Duitse sekssymbool is Linda de Mol, het kleine zusje van de Gooise mediagigant die binnenkort de complete Duitse media-industrie gaat overnemen.
Leve de Koningin! Die is voor vijftig procent van Duitschen bloed en de Duitsers is het, na al die ellende, van harte gegund dat zij de monarchie terugkrijgen die de Siegermachte hen in 1918 zo wreed hebben afgepakt. Bovendien zijn wij, Nederlanders, gewend wereldrijken te besturen. Anders dan de Duitsers. Die ene keer dat zij het hebben geprobeerd is op een onmiskenbare catastrofe uitgelopen. Vergeet niet: Het aantal vierkante kilometers dat wij, Hollanders, in het toenmalige Indie in cultuur hebben gebracht, bedraagt een veelvoud van het toenmalige Namibie. Helemaal probleemloos is het niet verlopen (lees Max Havelaar), niettemin lijkt er sprake van een zeker neokoloniaal heimwee, want zo probleemloos loopt het daar niet, in de Gordel van Smaragd, sinds Ratafia in Jakarta is omgedoopt.
Wij, Nederlanders, zullen straks onze traditioneel-tolerante landaard niet verloochenen. Het Duits wordt binnen onze Diets-Duitse federatie een volwaardige landstaal, evenwaardig aan het Nederlands, Fries en Oost- respectievelijk Weststellingwerfs, en het Duits blijft op de lagere en middelbare scholen onderwezen, terwijl ook zijn tot op heden onaangevochten positie in het administratieve- en rechtsverkeer zal worden gegarandeerd.
Andermaal, het Duitsstammige Europa (de formulering is van de voornoemde Kurt Waldheim) heeft er belang bij om met het herenigde Duitsland te versmelten. Waarbij - zie de gemakzuchtige commentaren op Thijs Woltgens’ voorstel - vooralsnog voor dovemansoren wordt gesproken. Die Zwitsers blijven, hun (onze) centen tellende, jodelen op hun alpenweide. En over de Belgen, hoe graag zij ook zouden willen, hebben wij inmiddels onze twijfels. Laten wij het gematigd formuleren: Alvorens tot de Diets-Duitse bond toe te mogen treden zullen daar, in het Texas van de Benelux, toch eerst een paar problemen moeten worden opgelost.