De sopraan Frisna Virginia in de opera Ine Aya’ © Rendy Mahardhika

De wereldboom is tijdens de repetitie een klein stompje van een berk, maar straks op het Holland Festival zal hij er staan in volle glorie: Yggdrasil, zo heet hij in de Noord-Europese mythologie, of Kayo’ Aya’, zoals hij heet in de poëtische taal van de Kayan van Borneo. Het zal indrukwekkend worden, want zelfs in een kaal, oud klaslokaal in Amsterdam-West werkt het al. De vloer wordt even een rivier, als Bernadeta Astari en Rolfe Dauz op blote voeten hun rondjes om het wereldstompje draaien, zingend, en soms sissend als de wind – Astari’s grote Indonesisch-Nederlandse sopraan tegen de Filipijns-Amerikaanse bariton van Dauz, die worstelt met de boom, de dood en de liefde.

‘Fallen die Blätter…’ Duits en Kayan wisselen elkaar af, Europa en Borneo, een orgeltje en een sape (een Borneose luit) of een kaldi-mondorgel. Ook de stem van Uyub Dominikus klinkt. Hij is gewend monotoon zingend te declameren zoals Kayan dat doen met hun grote epos, Takna’ lawe’. En boven dat alles uit klinkt soms de stem van regisseur Miranda Lakerveld, die bewegingen bijwerkt of de houding van de zangers, en de twee culturen in de opera Ine Aya’ strak aan een lijntje houdt.

Uyub Dominikus is, ondanks de lastige coronabeperkingen, overgevlogen uit Kalimantan. Hij is een gerespecteerd kenner van de Kayanse mythologie en duidelijk gewend om verhalen te vertellen: hij gaat er eens goed voor zitten. Begint met te vertellen dat hij nooit eerder in Nederland is geweest, nooit in Europa, en nooit zo ver van huis, maar, zegt hij, toch is hij niet op onbekend terrein. ‘In oude teksten hadden ze het er al over dat er een land was, helemaal in het westen, waar de hemel en de aarde elkaar ontmoeten. En nu ben ik hier.’ Omdat hij de overlevering kent, kende hij in zekere zin Nederland dus al nog voordat hij er daadwerkelijk arriveerde.

Zo subtiel zijn de banden die Nederland en de wereld met Borneo verbinden. Ze zijn zo oud als de wereld zelf, vastgelegd in mythen. En in de geschiedenis, natuurlijk, want er was al handel via India met het Romeinse Rijk dat weer handel dreef met Noord-Europa, en daarna was er de koloniale periode waarin de banden met Nederland rechtstreeks waren, maar waarin niemand oog had voor de Kayan die maar primitief werden gevonden, en zonder betekenis. Hun prachtige orale literatuur kenden alleen zijzelf.

En nu is er weer een ander verhaal dat ons verbindt: palmolie, oftewel een ‘global clusterfuck’ (‘excuseer het woord’), zegt regisseur Lakerveld. Over die clusterfuck heeft ze, samen met de jonge Indonesische componist Nursalim Yadi Anugerah, de opera Ine Aya’ geschreven: een stuk over de dolgedraaide cyclus van totale verwoesting van de natuur, ontbossing, bosbranden, de oliepalmplantages die alles overnemen en de grenzeloze palmoliehonger in het westen. Een opera over ongebreidelde menselijke hebzucht die de bossen en daarmee de cultuur van de Kayan, en misschien de hele mensheid zelf dreigt te verwoesten. En opnieuw heeft niemand oog voor de Kayan.

De Kayan leven vooral in het westen en noorden van het immense eiland Borneo. Hun hele leven draait om het bos en de cycli van de natuur – branden, wieden, planten, oogsten, koken in de seizoenen die daarbij horen –, zegt Uyub. ‘De cycli gaan gelijk op met het leven van de Kayan, alles moet op zijn tijd, in de juiste maand. Alles is één, het kan niet worden opgesplitst. Als een cyclus wordt verstoord, wordt het hele leven verstoord. Als de natuur wordt verstoord, wordt alles verstoord.’

Het declameren, zingen en dansen van hun mythologische verhalen is voor de Kayan van levensbelang, zegt hij. Daarmee geven zij hun mythen door, vervat in het eeuwenoude muziekdrama Takna’ lawe’. Uitgeschreven omvat dat vele duizenden pagina’s poëzie, maar bij de Kayan is het uitsluitend dansend en zingend, van generatie op generatie overgeleverd. Takna’ lawe’ is voor de Kayan meer dan een verhaal, het bevat de ziel van het volk, en het houdt de goden in leven, zegt Uyub. Als het bos verdwijnt en de verhalen niet meer worden gezongen, houdt het volk op te bestaan.

‘Alles is één. Als een cyclus wordt verstoord, wordt het hele leven verstoord’

Dat moment is dreigend dichterbij gekomen. De bossen verdwijnen razendsnel, de mythen en goden van de Kayan zijn nog maar ternauwernood in leven. ‘In Europa is de eenheid van mensen met de natuur al helemaal verdwenen. Het mooie van de Kayan is dat die eenheid bij ons nog wel bestaat. Ik ken de verhalen, en de hele filosofie erachter. Achter alles bevindt zich een grote geest, die nog in leven is, en er zijn andere geesten en personages: wij geloven dat in elke boom een geest zetelt, we geloven in de goden waarover we zingen. Zij komen tot leven in de teksten en de dans.’

Repetitie van Ine Aya’, Amsterdam, 16 april © Jeffry Bakker

De opera Ine Aya’ werd geboren tijdens een bezoekje van Lakerveld aan Yogyakarta in Indonesië, waar ze de Indonesische componist Nursalim Yadi Anugerah ontmoette, op een terrasje in de schaduw, een ontmoeting die te mooi was om toeval te zijn. Lakerveld zat daar te praten met de filmer Garin Nugroho, die werkte aan een ander project voor het Holland Festival: The Planet: A Lament. Hierin toont hij de zoektocht van de enige overlevende van een ramp. Hij draagt een ei met zich mee en zoekt een geschikte plaats waar het ei kan uitkomen, en waar nieuw leven kan beginnen op een verkoolde planeet.

Dat kwam al heel dicht bij het verhaal dat Lakerveld voor ogen stond. ‘Een tafeltje verderop zat Yadi’, zegt Lakerveld. Yadi had de muziek gemaakt bij The Planet, en ze raakten in gesprek. Hij vertelde over Takna’ lawe’, dat hij intensief had bestudeerd, en over zijn eigen opera HNNUNG, die erop was gebaseerd. Yadi bleek een zeer veelbelovende en bewuste jonge componist, en een groot kenner van traditionele muziek van de Kayan en hun instrumenten, die hij gebruikte als uitgangspunt voor zijn composities. Ontbossing was daarin een terugkerend thema. Het gesprek werd meteen een werkbespreking.

Aan dat tafeltje op een terrasje in Yogyakarta werd Ine Aya’ geboren, zou je kunnen zeggen. ‘Miranda gaf mij zestien uur Wagner, ik gaf haar tienduizend pagina’s poëzie’, lacht Yadi, en allebei gingen ze aan de slag. Ook Yadi is nu even in Nederland voor de repetities, en schaaft op zijn laptop aan de muziek. Hij is bescheiden, en lijkt het liefst te willen verdwijnen achter zijn lange haar en zijn ronde brillenglazen, maar schijn bedriegt.

Yadi beschrijft hoe hij naar Wagner luistert. Hij ziet de overeenkomsten met Wagner niet alleen in de mythologie maar ook in de muziek. ‘De herhalingen, de koren, en dat elk personage zijn eigen thema heeft’, zegt hij, daar kon hij mee werken. Hij heeft nu een compositie gemaakt waarin Duitstalige, wagneriaanse zangstukken moeiteloos overgaan in de reciterende Kayanse zang van Takna’ lawe’, begeleid door de sape, of de kaldi, die eruitziet als een doedelzak met in plaats van de zak een kalebas. Yadi heeft in Pontianak voor de opera een installatie gebouwd met een compressor die lucht blaast naar vier van deze kaldi, die hij kan bespelen vanaf zijn laptop.

In het gesprek in Yogya kwamen al snel andere overeenkomsten bovendrijven dan alleen muzikale. Lawe, de held van het Kayanse epos, was bijvoorbeeld een Siegfried, en geleidelijk begon het op te vallen dat alle goden en helden overeenkomsten vertoonden met de personages uit de noordse mythen die Richard Wagner gebruikt in Der Ring des Nibelungen, zegt Lakerveld. Ine Aya’, naar wie haar opera is genoemd, is de Kayanse versie van de noordse Erda, godin van de aarde, en als Bernadeta Astari zingt is ze net zo goed Brünnhilde als Lalang Buko. En in beide verhalen wordt uiteindelijk de wereld verwoest, als gevolg van Wotans grenzeloze hebzucht.

‘Miranda gaf mij zestien uur Wagner, ik gaf haar tienduizend pagina’s poëzie van de Kayan’

Lakerveld noemt de twee epossen, de Takna’ lawe’ en Der Ring des Nibelungen, daarom ‘natuurmanifesten avant la lettre’, die ons waarschuwen voor misbruik van natuurlijke bronnen. Een universeel verhaal, heel zichtbaar op Borneo waar grote industrieën, hout-, papier-, mijnbouw en oliepalmplantages het land leegroven omwille van export naar de hele wereld, die daarmee onlosmakelijk verbonden is met wat er op Borneo gebeurt. >

‘Wat met palmolie gebeurt, is een impuls die te begrijpen is’, zegt Lakerveld. Palmolie is goed, het is makkelijk toe te passen, niet ongezond, het is veelzijdig en voor alles te gebruiken, en je kunt het gewoon planten. Daar hoef je alleen maar wat bos voor om te hakken. Haar Wotan staat voor de consumptiemaatschappij die geen genoeg meer kan krijgen van die bijzondere olie. Hij staat voor de exponentieel uitdijende plantages, die een goudmijn werden toen Unilever op een dag in 1995 besloot al zijn dierlijke vetten te vervangen door palmolie, waarna de hele industrie volgde zodat het nu in onze zeep zit, in shampoo, pindakaas, boter, koekjes, biodiesel, babyvoeding, brood, beleg en cosmetica – er is bijna geen product meer waar het niet in zit. Lakerveld: ‘Dus dan is het er, en dan kun je het niet meer terugdraaien. En wat moet je dan? Hierover wilde ik een stuk maken. Over de complexiteit van het probleem. Een probleem dat zo verschrikkelijk is dat je je er nauwelijks een voorstelling van kunt maken. Dat elk jaar in de zomer het hele eiland in de fik staat (Borneo is ruim twee keer zo groot als Duitsland – mm). Je moet je voorstellen dat er in Parijs iets in brand staat en dat wij hier in Nederland niet kunnen ademen, zo erg is het.’

Een boodschap heeft ze niet. ‘Ik ben niet zo van stukken met boodschappen. In het begin schreef ik ze wel, maar dat werden altijd heel platte stukken. In mijn werk zit een lange lijn. Ik zie het werk als een onderzoek.’

Componist Nursalim Yadi Anugerah op de sape, een Borneose luit, verteller Uyub Dominikus (linksachter), sopraan Bernadeta Astari, bariton Rolfe Dauz en op de rug gezien regisseuse Miranda Lakerveld © Jeffry Bakker

Wat Ine Aya’ moet bereiken is dat de mensen het probleem in al zijn complexiteit ‘voelen’. Daarom zet ze Wagner in, ‘die wij zo goed kennen’, en daarom zet zij daar Takna’ lawe’ tegenover, waarmee op hun beurt de Kayan zo vertrouwd zijn.

Dat dat kan werken heeft ze in Iran beproefd, waar ze in 2019 met haar gezelschap World Opera Lab Turan dokht maakte, een opera waarin ze lokale Iraanse muziek en Puccini’s Turandot verwerkte. ‘De mensen in Iran huilden, omdat er muziek in zat die ze kenden, die hen raakte. Die voorstelling had geen politiek doel. We wilden alleen laten zien dat Europa en Iran dicht bij elkaar zitten.’

Het project zette haar wel aan het denken: ‘Met zo’n vorm zou je scherper moeten kunnen reflecteren op wat er aan de hand is in de wereld, en hoe we daar met z’n allen mee verknoopt zijn, en wat we daarvan moeten vinden.’

‘Je moet eerst voelen hoe mooi het is. Pas daarna kun je voelen wat het betekent als ’t misgaat’

De vorm is opnieuw opera, is mythologie, is mystiek, want vooral daarin kun je volgens Lakerveld grote thema’s neerzetten – zelfs de allergrootste, zoals de totale vernietiging van de wereld. Mythologie en opera kunnen eeuwen omspannen en grote verbanden overzien, en ‘over culturen heen communiceren’.

‘Mythologie geeft een breder perspectief op de werkelijkheid, en een langere tijdsspanne. Dat mythologische, dat heeft zo iets heiligs…’ zegt Miranda Lakerveld. ‘Dit werk komt daarmee net zo goed voort uit mijn liefde voor opera.’

Opera komt namelijk het dichtst bij de oorsprong. ‘Alle vroege vormen van performing zijn alles in één: én dans én zang én mythologie én een spirituele laag, en het gaat allemaal over de natuurlijke omgeving.’

Toen de culturen talig werden, werd dat uit elkaar getrokken: toneel werd toneel, poëzie werd poëzie. ‘Toneel is prachtig, maar ik denk dat dit echt de bron is: gezongen, gedanst en mythologie – opera dus.’ Door hun gezamenlijke bron zijn opera en een epos als Takna’ lawe’ goed te verbinden.

Dat je daarbij niets van de tekst begrijpt, is volgens Lakerveld geen probleem. Het is zelfs inherent aan het medium opera, zegt ze: ‘De Kayan verstaan het Kayans ook niet. Net als Vondel – ik versta niets van Vondel. Natuurlijk worden de teksten voor de uitvoering wel vertaald, en de vertaling loopt mee. Maar ook zonder vertaling snap je heel goed waar het over gaat. Er ontstaat zelfs soms een probleem als mensen te geletterd zijn en alles te goed willen begrijpen: die missen al die resonanties die ook in het spel zitten.’

In het klaslokaal klinkt het gezang van Astari en Dauz vooral vrolijk. We zijn nog maar aan het begin van het leven. ‘Natuurlijk wordt het hierna heel naargeestig, maar wat je nu ziet is allemaal heel mooi. De boom groeit en dat is allemaal heel prettig, dat is de natuur: als het allemaal klopt, dan is het heel prachtig. Je moet eerst voelen hoe mooi het is. Pas daarna kun je goed gaan voelen wat het betekent als het misgaat.’

Bij de tweede repetitie is de neergang al begonnen. Dauz/Wotan worstelt. Wotan was helemaal uit het westen gekomen om de geheime krachten van de levensboom af te tappen, maar Ine Aya’ beschermt de boom, haar boom, met vergif: de takken grijpen Wotan vast, die vergroeit met de boom. Beiden sterven langzaam af.

Lakerveld: ‘We zijn nu op het punt waar de eerste logging begint, en daarmee begint de ellende. Dat laten we zien met video. En vanaf dit moment gaan ook echt de data meelopen. Straks zie je de grote levensboom, de Kayo’ Aya’, verkruimelen met de snelheid waarmee in Kalimantan bos verdwijnt.’

Bij Wagner steekt Brünnhilde aan het einde de hele wereld in brand. In Ine Aya’ zingt Astari/Lalang Buko de brokstukken van de uit elkaar gevallen boom weer aan elkaar. ‘Wij eindigen hoopvol, laten de boom weer groeien’, zegt Lakerveld. De trailer van het stuk laat een mooie jonge vrouw zien, die een klein groen plantje in verschroeide aarde plant. De boom, de natuur zal het wel overleven. ‘Maar zullen er dan nog mensen zijn?’

Ine Aya’ is van 9 t/m 11 juni te zien in Muziekgebouw aan ’t IJ