Navo-paradox

Maandag presenteerde de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks een nota die een debat moet losmaken over de moderne krijgsmacht. Voorheen wilde de partij de Navo ‘zo snel mogelijk’ opheffen. Nu kan het militaire verbond ‘incidenteel worden ingezet bij vredesmissies’.

‘IS DIT EEN historisch moment?’ luidt de vraag. Het blijft even stil aan de telefoon. Dan zegt GroenLinks-voorzitter Mirjam de Rijk nadrukkelijk dat het hier een discussiestuk betreft: 'We gaan er de komende tijd over praten. Het hangt van de discussie af en uiteindelijke besluitvorming in de partij of deze ideeën doorgevoerd worden.’ Ook defensiewoordvoerder Ab Harrewijn ziet het niet zo historisch. Hij is blij dat het karwei is geklaard: 'Ik heb maanden aan het stuk gewerkt, en er is flink aan geschaafd door de fractie. Nu is het af, en dat is voor mij een historisch moment. Ik vraag me af of dat voor de partij ook zo is.’
De kogel is door de kerk, en dat is wennen voor GroenLinks. Het is ook niet niks: bijna tien jaar na het uiteenvallen van het Warschaupact kan de partij niet meer om de Navo heen. Het staat zwart op wit. Afgelopen maandag presenteerde de Tweede-Kamerfractie de nota De krijgsmacht als vredesstichter? Het betreft de aanzet tot een diepgaand en ongetwijfeld emotioneel debat dat de partij wil aangaan over de structuur van de moderne krijgsmacht en de inzet bij vredesmissies. Waar in het partijprogramma nog werd gesteld dat de Navo 'zo snel mogelijk dient te worden opgeheven’ heet het nu dat het militaire verbond 'incidenteel kan worden ingezet bij vredesmissies’. Het grootste deel van de nota is voorts gewijd aan gedachten over een tamelijk uit de kluiten gewassen krijgsmacht als vredeshandhaver én vredesafdwinger. In een nota theoretiseren over dat laatste - peace enforcement, doorgaans het voeren van een oorlog onder dekking van een VN-mandaat - is volstrekt nieuw voor GroenLinks. Voorheen zag de partij de krijgsmacht uitsluitend als een peace keeper, licht uitgerust en zeer beperkt van omvang, naar het oud-linkse adagium: 'Maak het leger leger.’
Rob de Wijk, defensie-expert van het Instituut Clingendael, vindt de nota wel degelijk een historisch document: 'Er staan nog een boel dogmatische zaken in die verwijzen naar het oude linkse denken, maar het is in mijn ogen veel realistischer dan voorheen. Vroeger hield GroenLinks er een vreemd soort pacifisme op na. Als er dan per se een leger moest zijn, dan mocht het alleen maar mooie dingen doen. Een beetje de vrede bewaren, maar dan wel zo licht mogelijk uitgerust, want tanks, dat waren van die angstaanjagende dingen die slechts de stabiliteit ondermijnden. In deze nota zijn zelfs tanks opgenomen. En dan heb ik het nog niet eens over de erkenning dat in Navo-verband opgetreden kan worden. Een grote stap voorwaarts, al vindt de uiterste linkervleugel dat waarschijnlijk niet.’
EIGENLIJK Heeft GroenLinks de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie allang erkend. Hoe moet de steun aan de Navo-bombardementen in Bosnië (1995) en onlangs in Kosovo en de rest van klein-Joegoslavië anders worden uitgelegd? Gevolg was dat de partij te maken kreeg met 'de Navo-paradox’, volgens de nota. Een organisatie die volgens het verkiezingsprogram per omgaande diende te worden opgeheven, werd toch gesteund bij het met de zwaarste militaire middelen afdwingen van vrede en veiligheid in Europa.
Tijdens de Kosovo-crisis stond de partij voor nóg een dilemma, omdat het grootscheepse peace enforcement niet werd gedekt door een VN-mandaat. In de partij was de consensus ver te zoeken. De voltallige senaatsfractie was tegen de bombardementen en twee parlementsleden (Ineke van Gent en Farah Karimi) trokken na een week hun steun in. Toen afzwaaiers en het bombarderen van burgerdoelen het karakter van operatie Allied Force gingen bepalen, raakte GroenLinks in een regelrechte crisis. Tijdens een speciale partijraad eind april, toen de acties een maand bezig waren, sprak een nipte meerderheid van de leden zich uit voor voortzetting ervan. Het ziet ernaar uit dat GroenLinks een zware dobber gaat krijgen aan het door de partij loodsen van de discussienota, die weliswaar de Navo-paradox opheft, maar 'uiteraard niet uitsluit dat zich opnieuw situaties als Kosovo kunnen voordoen’. Ab Harrewijn: 'De fractie staat hier volledig achter. Ze heeft zich flink met het stuk bemoeid. De toon is hier en daar veranderd, en we hebben de hoofdstukken over conflictpreventie en het bestrijden van wapenhandel naar voren gehaald. Gewapend ingrijpen is zeer nadrukkelijk het sluitstuk van een proces. We steunen het alleen als het echt niet anders kan.’ Harrewijn verwacht niettemin een 'pittige discussie’ in de partij.
Opvallend is dat in de nota het Navo-standpunt is losgekoppeld van de nieuwe inrichting van de krijgsmacht. De visie op de vormgeving van een flexibele krijgsmacht (leger, luchtmacht en marine worden volledig aangepast aan vredestaken) maakt het leeuwendeel uit van het discussiestuk. Mochten de leden de Navo niet zien zitten, dan hoeft dat geen gevolgen te hebben voor de goedkeuring van de geflexibiliseerde strijdmacht. Harrewijn: 'Ik denk dat we een heel eind zullen komen in de partij. Volgens mij blijft sowieso negentig procent van de nota overeind.’
Partijvoorzitter Mirjam de Rijk is minder zeker. Tussen 27 oktober en 4 november staan reeds een aantal discussiebijeenkomsten gepland waar gesproken zal worden over de gang van zaken rond de Kosovo-crisis en over de discussienota. Het lijkt haar echter verstandig flink wat tijd te nemen voordat de partij over de ideeën zal stemmen. Het partijcongres in maart volgend jaar lijkt haar een goed moment. Wellicht wordt het zelfs nog iets later. De Rijk: 'Misschien laten we ons nu nog te veel leiden door de Kosovo-oorlog. Het zou goed zijn ons ook te oriënteren op andere crises en brandhaarden. De laatste jaren hebben we relatief weinig gepraat over defensie- en veiligheidsbeleid. Het is goed dat het nu weer een thema is, juist omdat het zo raakt aan buitenlands beleid, conflictpreventie en internationale solidariteit. Laten we daar de tijd voor nemen.’
AL GAAT HET nog een poosje duren voordat duidelijk is of de discussienota van GroenLinks tot partijstandpunt wordt verheven, vast staat wel dat het denken over het veiligheids- en defensiebeleid, en een daarbij passende Nederlandse krijgsmacht, door de GroenLinks-fractie in een richting wordt gestuwd die in de politiek breed wordt gesteund. De tendens is onmiskenbaar: lukraak bezuinigen is uit, flexibilisering is in. Ten tijde van de kabinetsformatie was er nog geen sprake van deze massale herbezinning. Toen werd nog 'traditioneel’ gedacht over defensiebeleid. Dat betekende voor de PvdA visieloos bezuinigen, evenals voor D66, terwijl de VVD al even traditiegetrouw de krijgsmacht beschouwde als een middel ter verdediging van handels- en andere landsbelangen en zich dus halsstarrig tegen bezuinigingen verzette. De uitkomst is bekend: volgens het regeerakkoord van Paars II moet 375 miljoen - een volstrekt willekeurig bedrag - van de defensiebegroting worden afgesnoept.
Maar er lijken nieuwe tijden aan te breken. Sinds 1992 nam Nederland deel aan dertig vredesmissies, waarbij zo'n dertigduizend militairen betrokken waren, leed de krijgsmacht een gevoelige nederlaag in Srebrenica en vocht Nederland met de Navo twee oorlogen uit tegen Servië. Daaruit lijkt men nu pas lering te trekken. Van allerlei kanten rollen nieuwe defensieconcepten van de band. De Hoofdlijnennotitie van VVD-minister De Grave zette de toon. De kaasschaafmethode werd gehanteerd, maar De Grave maakte tegelijkertijd duidelijk dat het definitief afgelopen was met het handhaven van grootschalige mobilisabele eenheden, met name tankbataljons, bedoeld om het grondgebied te verdedigen. Een deel daarvan diende vervangen te worden door parate, flexibel inzetbare 'modules’, meestal in bataljonsformaat (ongeveer tweeduizend militairen), geschikt voor zowel Navo-taken (verdedigen van eigen en bondgenootschappelijk gebied en het hoofd bieden aan 'nieuwe veiligheidsrisico’s’) als voor crisisbeheersings- en vredesoperaties. Het ging niet alleen om bezuinigingen, zo werd in de Hoofdlijnennotitie gesteld, maar vooral ook om het gereedmaken van de krijgsmacht voor de eenentwintigste eeuw, hoewel bestaande structuren binnen marine, luchtmacht en landmacht onaangetast bleven.
Begin september kwam de PvdA met een opzienbarende defensienota (Een plan voor de krijgsmacht). Daarin werd uitgegaan van hetzelfde concept, gebaseerd op dezelfde 'nieuwe’ veiligheidsrisico’s: de dreiging van aanvallen met nucleaire, biologische en chemische wapens geladen in ballistische raketten; toename van terrorisme, en 'schurkenstaten’ die de veiligheid ondermijnen aan de rand van het Navo-gebied (Balkan, Midden-Oosten, Noord-Afrika, voormalige Sovjet-republieken). Het PvdA-concept behelsde het volledig vervangen van mobilisabele door (minder) parate eenheden en het herstructureren van de indeling van de krijgsmacht. Het meest vérgaande voorstel was de opheffing van het Nederlands-Duitse legerkorps - een groot, log landmachtonderdeel, voornamelijk geschikt voor traditionele Navo-taken. De PvdA meldde extra bezuinigingen, boven op de 375 miljoen van het regeerakkoord, niet verantwoord te vinden.
Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken, voorgezeten door Ruud Lubbers, kwam tot de conclusie dat de krijgsmacht flexibiler moest, en vooral dat er meer geïnvesteerd diende te worden. Instituut Clingendael pleitte voor een expeditionaire krijgsmacht, die waarschijnlijk ook meer zou gaan kosten dan begroot. De Teldersstichting echter, het doorgaans tamelijk zelfstandig opererende wetenschappelijk bureau van de VVD, bracht een ongevraagd advies aan de partij uit in de vorm van de brochure Gerommel achter de Kim en sloeg de plank mis. Vredesoperatiies moesten worden beperkt en nog slechts doorgang vinden als het landsbelang werd gediend. Alle partijen, inclusief de VVD zelf bij monde van fractievoorzitter Dijkstal, verwezen de nota naar de prullenbak. D66-kamerlid Jan Hoekema: 'Het lijkt wel of het rapport vóór de val van het communisme is geschreven.’
De GroenLinks-nota past perfect in de consensus over het defensie- en veiligheidsbeleid. Zo perfect dat hij op een aantal fronten haast een kopie lijkt van de PvdA-nota. Enkele overeenkomsten: de veiligheidsanalyse; het opheffen van het Nederlands-Duitse legerkorps; het overboord gooien van de logge legerkorpsstructuur ten gunste van de veel kleinere bataljons; het naar de schroothoop verwijzen van acht fregatten; het overhevelen van de Marine Luchtvaartdienst naar de Koninklijke Luchtmacht, en het afschaffen van alle mobilisabele eenheden ten gunste van parate bataljons. Een andere interessante overeenkomst is de totstandkoming van het stuk. PvdA-er Harry van den Bergh betrok een groepje oud-officieren bij de nota, wat voorheen ongekend was. Ab Harrewijn van GroenLinks trad in gesprek met jonge officieren. Harrewijn: 'Het aardige was dat ik al in juli het concept had geschreven. Toen de PvdA-nota uitkwam, riep een medewerkster: “Ab, ze hebben al je ideeën gestolen!” Dat was natuurlijk niet zo. Beide nota’s komen voort uit eenzelfde soort denken. De PvdA heeft net als wij bedacht: als je je primair wilt inzetten voor vredestaken, wat heb je dan eigenlijk nodig?’
Ongetwijfeld de meest frapperende gelijkenis met de PvdA, en tegelijkertijd een aardverschuiving binnen GroenLinks, is de drastische herziening van de drie miljard die de partij nog in het verkiezingsprogramma aan bezuinigingen voorstelde. De nota is niet vanuit een bezuinigingsgedachte opgesteld. Waarschijnlijk 'levert’ de herstructurering wel 'iets op’, maar hoeveel is nog niet bekend. Harrewijn laat het plan binnenkort doorrekenen.
De indruk ontstaat dat GroenLinks zo graag wil regeren dat ze zelfs op defensiegebied tegen de PvdA aanschurkt. Dat is onzin volgens Harrewijn: 'Alles wordt in het licht gezien van regeringsdeelname. Maar ook als die discussie niet had gespeeld, waren we hierop uitgekomen. Je kunt niet roepen dat je wilt dat er troepen worden uitgezonden voor vredestaken zonder dat je een visie hebt over het apparaat dat die vredesmissies moet uitvoeren.’
ROB DE WIJK is blij met de politieke consensus op defensiegebied. Maar hij meent dat GroenLinks nog te veel steunt op conflictpreventie en het tegengaan van wapenhandel. De Wijk: 'Dat zijn mooie gedachten, maar ze werken niet. Dat weten we al jaren. Wat me stoort is dat ze volledig voorbijgaan aan de noodzaak de krijgsmacht om te vormen tot een goed uitgeruste, expeditionaire macht. Nederland moet niet alleen helpen de vrede te handhaven, maar ook in staat zijn belangen internationaal te verdedigen. We zijn ontzettend kwetsbaar. Stopt de olietoevoer, dan stort de hele samenleving in elkaar. En als wij niet in staat zijn om tweehonderdduizend vluchtelingen op te vangen en een menswaardig bestaan te bieden, en ze komen hiernaartoe, dan weet je niet wat je meemaakt, om het maar eens demagogisch te zeggen.’ Ronduit naïef vindt hij de eisen die GroenLinks stelt aan de Navo op nucleair en politiek gebied: 'Het moet opener en controleerbaarder. Ze zien nog voor zich dat het gaat veranderen ook. Maar ik denk dat GroenLinks niet anders kan dan dit zo stellen. Anders krijgen ze het nooit door de partij heen. Ze schrijven: “Het is zaak de neiging binnen de Navo om bij conflicten sterk in militaire oplossingen te denken, van kritiek te voorzien.” Dat is zoiets als zeggen dat de ANWB zich niet mag bezighouden met automobilisten.’