De Turks-Koerdische strijd in Parijs

Ne pas ouvrir

De moord op drie vooraanstaande Koerden in Parijs in januari 2013 doet vermoeden dat Koerden ook in Europa niet veilig zijn voor de Turkse geheime dienst. De Franse justitie werkt aan de zaak, de regering zwijgt.

Medium anp 35615206

Tijda Cansiz (23) gebaart naar een familielid achter haar. Of hij het dragen van het grote plastic spandoek even van haar overneemt? Nee, hoeft niet, blijf jij daar maar, gebaart hij terug. Maar Tijda is op. Ze wil niet meer een van de mensen zijn die vooraan in de stoet loopt van zeker tienduizend demonstranten, dwars door de straten van Parijs. ‘Al die camera’s’, zegt ze even later met tranen in haar ogen.

Tijda Cansiz is het nichtje van Sakine Cansiz, in Nederland een relatief onbekende naam, maar voor veel Koerden een legende. Sakine Cansiz, codenaam Sara, was eind jaren zeventig een van de oprichters van de gewapende Koerdische beweging pkk. In de jaren tachtig zat ze langdurig in de gevangenis in Diyarbakir in het zuidoosten van Turkije, die in die dagen bekend stond om ernstige martelpraktijken. Daarna bracht ze jaren door als strijdster in de bergen van Koerdistan en kwam ze uiteindelijk terecht in Parijs.

Op 9 januari 2013 werd ze hier in het kantoor van het Informatiecentrum Koerdistan aan de brede Rue La Fayette vermoord. Niet alleen Sakine Cansiz kwam om, maar ook twee medeactivisten, Fidan Dogan en Leyla Saylemez. Sindsdien komen Koerden uit heel Europa elk jaar op 9 januari samen in Parijs om opheldering over de moord te eisen. De man die wordt verdacht van het overhalen van de trekker, Ömer Güney, een Turk die sinds zijn jeugd in zowel Frankrijk als Duitsland woonde, zit vast in een Franse cel. Het complot achter de driedubbele moord is echter nog altijd in raadselen gehuld. ‘Moordenaar Erdogan! Medeplichtige Europa!’ scandeert de menigte. Tijda, die met haar familie in Rotterdam woont en een hbo-opleiding sociaal werk doet: ‘Ik zou liever in stilte rouwen om mijn tante. De slogans komen hard aan. Maar ik voel me ook gesteund door alle mensen hier.’

Hoe belangrijk Sakine Cansiz (1958), Fidan Dogan (1982, vertegenwoordiger in Frankrijk van het Koerdisch Nationaal Congres) en Leyla Saylemez (1989, activist) waren voor de Koerdische beweging bleek bij de afscheidsbijeenkomst op 17 januari 2013 in Diyarbakir. Tienduizenden mensen stroomden naar een centraal gelegen veld in de stad en ook de straten eromheen puilden uit van de mensen. De drie kisten waren bedekt met pkk-vlaggen, het podium werd beklommen door kopstukken uit de Koerdische politieke beweging. Toenmalig burgemeester van Diyarbakir en nu parlementslid voor de hdp Osman Baydemir zei: ‘Ooit hadden vrouwen in deze regio niet eens een plaats aan de eettafel. Nu vormen ze de voorhoede van de strijd.’

Sakine Cansiz werd begraven in haar geboortestad Dersim, die officieel Tunceli heet. Haar ouders uit Berlijn waren aanwezig en ook familieleden uit Nederland. Tijda vertelde toen dat ze nog geen drie weken daarvoor Oud en Nieuw had gevierd met haar tante. Nu zegt ze: ‘Ik was voor het eerst in Diyarbakir. Het was altijd een droom voor me om daar naartoe te gaan, net zoals ik droomde van Dersim in de sneeuw. Het sneeuwde tijdens haar begrafenis. In Parijs was ik ook nog nooit geweest, tot een dag na de moord. Die steden hebben voor mij voorgoed hun magie verloren.’ Ze studeert nu, geïnspireerd door haar beroemde tante. ‘Als ik mijn tante zag, hadden we het over mijn opleiding, en ook over de Koerdische strijd, dat we daar niet vervreemd van moeten raken. Ik studeer nu sociaal werk met het doel daarmee in Diyarbakir voor de vrouwenbeweging aan de slag te gaan.’

De belangrijkste verdachte van de moord, Ömer Güney, werd op 21 januari 2013 door de Franse politie gearresteerd. Hij had nog bloedsporen op zijn schoenen en op zijn jas zaten dna-sporen van de verdachten. Op zijn tas zaten kruitsporen. Güney verrichtte sinds 2011 hand-en-spandiensten voor de Koerdische beweging in Parijs, vooral als vertaler en chauffeur. Zijn belangstelling voor de Koerdische strijd, zo bleek uit het politieonderzoek, was recent ontstaan: voor 2011 woonde hij acht jaar in Beieren en toonde hij volgens het Duitse weekblad Der Spiegel vooral sympathie voor het Turkse nationalistische gedachtegoed. Vrienden uit die tijd beoordeelden zijn vermeende pkk-lidmaatschap als ‘extreem onwaarschijnlijk’.

Güney’s achtergrond voedde de verdenking die binnen de Koerdische beweging meteen na de moord ontstond: de Turkse geheime dienst mit zou achter de driedubbele moord zitten. Aanwijzingen in die richting stapelden zich vervolgens op, meent Antoine Comte, advocaat van de nabestaanden. ‘In de dagen voor de moord heeft hij tientallen keren gebeld met telefoonnummers in Turkije. Op YouTube is een opname gepubliceerd van een gesprek van Güney met zijn opdrachtgevers, waarin de details van de moord nog eens worden doorgesproken. Güney ontkent dat het zijn stem is, maar bekenden van hem hebben bevestigd dat hij het is, net als experts op dit gebied.’

Turkije weigert medewerking aan het onderzoek, waardoor niet geverifieerd kan worden met wie Güney telefoneerde. Voor Antoine Comte versterkt dit zijn overtuiging dat de mit achter het complot zit. ‘De Franse justitie heeft via officiële kanalen om die informatie gevraagd, maar Turkije reageert daar niet op. Ze willen de gegevens verborgen houden.’

Comte wijst ook op de vele bezoeken die Güney in korte tijd aan Turkije bracht in de weken voor de moord, én op een bezoekje dat hij kreeg van een vriend uit Duitsland toen hij eenmaal was opgepakt na de moorden. De advocaat: ‘Het gesprek dat de twee in de gevangenis voerden, werd zoals gebruikelijk opgenomen. Güney draagt zijn vriend erin op contact op te nemen met zijn moeder en hij geeft hem een papier. De vriend is later ondervraagd, en hij verklaarde dat “moeder” het codewoord was voor “mit” en dat het papier een ontsnappingsplan was. Deze informatie zit allemaal in het dossier.’

‘Het is me nogal wat, dat de geheime dienst van een bevriende staat naar Parijs komt om een driedubbele moord te plegen’

Uit onderzoek van de politie naar de telefoon van Güney blijkt dat hij twee dagen voor de moorden foto’s had gemaakt van gegevens van driehonderd leden van Koerdische culturele instellingen. Die foto’s heeft hij verstuurd ‘in opdracht van mijn meerderen’, liet hij zijn ondervragers weten zonder verder in detail te treden.

En dan is er nog het document getiteld ‘Sara Sakine Cansiz’ met als predikaat ‘geheim’. Volgens Der Spiegel stamt het uit 2012 en is het van de mit. Het zou het bevel zijn tot de moord op Cansiz. Een infiltrant, die in het document Legionnaire heet, zou Cansiz ‘onschadelijk’ moeten maken. Zowel Duitse als Franse experts gaan ervan uit dat de documenten geen vervalsingen zijn.

De Koerdische verdenkingen worden bevestigd door de tenlastelegging van de Franse openbaar aanklager. Hierin staan zelfs de initialen van de mit-official waarmee Güney een hotline had, meldt Le Monde in juli 2015. Het Franse dagblad citeert de tenlastelegging: ‘Er zijn legio aanwijzingen die aanleiding geven te denken dat de mit betrokken was bij het aanzetten tot de moord en bij de executies. Ontdekt is dat Ömer Güney zich bezighield met spionageactiviteiten en dat hij in het geheim contacten had met een aantal spionnen in Turkije.’

De (toen nog) Turkse premier Erdogan schoof in 2014 de schuld in de schoenen van zijn concurrent Fethullah Gülen, een Turkse islamitische prediker die sinds jaren in Pennsylvania (VS) woont. Het was een week of drie nadat er een corruptieschandaal aan het licht was gekomen waarbij akp-ministers betrokken zouden zijn. Ook premier Erdogan zelf en zijn twee zoons kwamen onder vuur te liggen. In een speech voor zijn partij de akp deed hij het onderzoek naar malversaties af als een ‘juridische coup’. En die coup zou het idee zijn van Fethullah Gülen, ooit Erdogans bondgenoot, maar al voor het corruptieschandaal wankelde de relatie. De ‘juridische coup’ was de doodsteek voor het bondgenootschap.

Volgens Erdogan zat de Gülen-beweging ook achter de moord op Sakine Cansiz, Fidan Dogan en Leyla Saylemez. Tijdens een toespraak zei hij: ‘Zij organiseerden de executies in Parijs, zij wilden het resolutieproces beëindigen. Wie? Het individu in Pennsylvania en zijn mensen hier.’ Natuurlijk zonder bewijs te overleggen, zonder de namen van degenen die volgens hem verantwoordelijk waren door te geven aan de Franse justitie in Parijs.

Met het ‘resolutieproces’ doelde Erdogan op het vredesproces tussen de pkk en de Turkse staat. Half december 2012, ongeveer drie weken voor de moorden in Parijs, gaf Erdogan toe dat er werd gesproken met de gevangen pkk-leider Abdullah Öcalan. Het land gonsde van de hoop op vrede.

Tijdens de viering van Newroz, het Koerdisch nieuwjaar, op 21 maart 2013, zou een verklaring van Öcalan worden voorgelezen. De speculaties waren niet van de lucht. Zou hij de gewapende strijd voorgoed opgeven? Zou de pkk zich terugtrekken van Turks grondgebied? Wat was er precies beklonken tussen de staat en de gewapende groep?

In deze sfeer van hoop kwam de moord op de drie vrouwen in Parijs als een grote klap. Deze timing duidt volgens de Koerden ook op betrokkenheid van de Turkse geheime dienst: daar zouden mensen zitten die fel tégen het vredesproces waren. Met de moorden wilden ze de kans op vrede om zeep helpen. Wat overigens toen niet lukte: de speech van Öcalan, in het Turks en Koerdisch voorgelezen aan een publiek van honderdduizenden in Diyarbakir, kwam er, en het vredesproces was een feit. Het hield stand tot zomer vorig jaar.

De Turkse autoriteiten wezen snel de pkk zelf als dader aan. Het zou om een afrekening gaan binnen de organisatie, vanwege een oude vete tussen Cansiz en een commandant in de bergen in het noorden van Irak. Of om onenigheid over het vredesproces dat op het punt van uitbreken stond. Afrekeningen waren in de jaren tachtig en negentig niet ongewoon binnen de pkk, maar de organisatie is er al jaren niet meer op betrapt. Met de arrestatie van Güney bleek de theorie, die de Franse justitie aanvankelijk ook onderzocht, niet langer houdbaar.

‘De Franse regering heeft geen enkele druk uitgeoefend op Turkije om met bewijsmateriaal over de brug te komen’

Op de demonstratie in Parijs wordt nadrukkelijk ook met de beschuldigende vinger naar de Franse regering gewezen. Verschillende Koerden zeggen dat ze het een schok vinden dat zoiets in Parijs kon gebeuren, dat Koerden ook in Europa niet veilig zijn voor de Turkse geheime dienst. Zoals de 43-jarige Zelal, afkomstig uit de provincie Mardin in Zuidoost-Turkije en al jaren woonachtig in Duitsland. Ze zegt: ‘De moorden op Sakine, Fidan en Leyla staan niet op zichzelf. De moordpartij is een van de vele die de Turkse staat op haar geweten heeft, hier in Parijs en vooral in Turkije. We noemen het “onopgeloste moorden”, maar iedereen weet wie de dader is. De hele waarheid kan pas boven tafel komen als de Koerdische kwestie is opgelost, als er echte vrede is.’

De menigte scandeert leuzen over het verzet in Silopi, Cizre en Sur, de drie gemeenten in het zuidoosten van Turkije waar nu al weken uitgaansverboden heersen en waar de veiligheidsdiensten korte metten proberen te maken met Koerdische jongeren die het opnemen tegen de Turkse staat. Ook in die strijd komen weer burgers om het leven: volgens de Stichting Mensenrechten Turkije (tihv) maar liefst 79 tussen 11 december 2015 en 8 januari 2016, waarvan veertien kinderen, achttien vrouwen, vijftien zestig-plussers en een ongeboren baby. De akp-regering presenteert de operaties als strijd tegen terrorisme en zegt dat ze er juist alles aan doet om burgerdoden bij gevechten te voorkomen.

Tussen de vlaggen in Parijs zijn paarse vlaggen te zien met de portretten van Cansiz, Dogan en Saylemez, en ook van drie andere vrouwen: Seve Demir, Fatma Uyar en Pakize Nayir. Zij werden op 5 januari 2016 in Silopi vermoord. Net als de Parijse slachtoffers waren deze vrouwen actief in de Koerdische politieke beweging en de demonstranten beschouwen ook deze moorden als een executie door de staat. De demonstranten lopen te hoop tegen de straffeloosheid en het gebrek aan onafhankelijk onderzoek bij de moorden.

Advocaat Antoine Comte prijst echter de houding van de Franse justitie inzake de Parijse moorden. ‘Frankrijk heeft nogal een geschiedenis als het gaat om politieke moorden waar waarschijnlijk buitenlandse veiligheidsdiensten bij betrokken zijn. De verdwijning van de Marokkaanse politicus Ben Barka in Parijs in 1965 bijvoorbeeld, een zaak die nog altijd loopt en nooit is opgehelderd. Ook Algerijnse dissidenten zijn in Parijs vermoord. Meestal volgt de Franse justitie de wensen van de Franse regering, en trekken ze hardop geen conclusies over wie de opdrachtgevers van politieke moorden zijn. Maar in deze zaak wordt de mit duidelijk aangewezen, en dat is nieuw en belangrijk. Het is me nogal wat natuurlijk, dat de geheime dienst van een bevriende staat naar Parijs komt om een driedubbele moord te plegen.’

De opstelling van de Franse regering is volgens hem het echte schandaal: ‘De families van de drie vrouwen zijn niet uitgenodigd voor een condoleancegesprek, hun pijn is niet erkend, de Franse regering heeft geen enkele druk uitgeoefend op Turkije om met bewijsmateriaal over de brug te komen. Zij hebben banden met de Turkse geheime dienst en daarom wilden ze zich niet in de zaak mengen. Realpolitik in de slechtste zin van het woord.’

De mit is zeer onvoorzichtig te werk gegaan en het bewijsmateriaal is daardoor overstelpend, weet Comte. ‘Zij wísten natuurlijk dat ze ermee weg zouden komen’, concludeert hij. Zou Ömer Güney gedacht hebben dat hij de rest van zijn leven als vrij man in Turkije zou kunnen wonen? Voor het karretje van de mit gespannen en nu allicht langdurig in een Franse cel. Antoine Comte denkt even en zegt: ‘Misschien. I don’t give a damn.’

Tijdens de demonstratie gaat het gerucht dat het proces tegen Ömer Güney in mei begint, maar Comte ontkent dat. ‘Waarschijnlijk dit najaar. Hem wordt drie moorden in een terroristisch complot ten laste gelegd. Daar staat levenslang voor.’ Tijda Cansiz zal bij het proces zijn, vertelt ze. Niet dat haar Frans in orde is, maar gewoon, om daar te zijn waar de moordenaar van haar tante wordt berecht. Dan twijfelt ze: ‘Die rechtszaak is natuurlijk belangrijk, maar ik wil denk ik niet in de zaal zijn als hij daar ook is.’ Ze loopt er geëmotioneerd en wat verloren bij tijdens de herdenkingsmars. Ze zoekt steun bij haar moeder, een jongere zus van Sakine met hetzelfde stevige, bijna kroeskrullende haar.

De volgende dag liggen er nog bloemen op de stoep voor Rue La Fayette 147. Paarse vlaggen met de portretten van de vrouwen wapperen in de wind. Hun voornamen staan ook gekrast in de zware houten deur die toegang geeft tot het pand. Het lukt om naar binnen te glippen als een bewoner net thuiskomt. Het Informatiecentrum Koerdistan was op de eerste verdieping, te bereiken via een piepkleine lift of met de smalle houten trap. Een mini-halletje met krakende houten vloer, vier voordeuren. De derde deur is het. Rood politieplakband, een verzegeling, een geel briefje met de verordening dat het appartement niet toegankelijk is. Ne pas ouvrir.

De moordenaar van Sakine Cansiz, Fidan Dogan en Leyla Saylemez zal dit jaar waarschijnlijk veroordeeld worden. De identiteit van zijn opdrachtgevers blijft echter in nevelen gehuld. En dat zal ook nog wel even zo blijven, want het vredesproces in Turkije heeft het uiteindelijk niet overleefd. Sinds afgelopen zomer laait het geweld weer op, de lijst met politieke moorden groeit.

Toch zal het Erdogan niet lukken de Koerdische strijd te stoppen, stellen de demonstranten in de straten van Parijs. Zij schreeuwen: ‘Koerdistan wordt het graf van het Turkse fascisme.’


Beeld: Parijs, 9 januari. Herdenking van de moorden op Sakine Cansiz, Fidan Dogan and Leyla Saylemez (THOMAS SAMSON / AFP / ANP)