19 oktober 1926 - 27 februari 2011

Necmettin Erbakan

Necmettin Erbakan wilde de Turken redden. Eigenlijk wilde hij alle moslims van de wereld redden. Hij droeg wel altijd een westerse stropdas.

Medium erbakan

DE VADER VAN de islamistische beweging Milli Görüs had alles te danken aan zijn grenzeloze fantasie. Het was diezelfde fantasie die hem ook als tachtiger niet losliet en hem zelfs op zijn sterfbed nog onmogelijke plannen liet maken. Dat hij al eens had geschitterd door het als het buitenbeentje van de Turkse politiek tot premier te schoppen was niet genoeg voor Necmettin Erbakan. De eerste islamistische premier van Turkije werkte op 84-jarige leeftijd, op zijn sterfbed, aan een comeback: hij wilde zijn marginale Saadet-partij weer de grootste van het land maken. Hij wilde de Turken redden, eigenlijk wilde hij alle moslims van de wereld redden.

Na zijn studie aan de technische universiteit in Turkije behaalde Erbakan zijn doctoraal als ingenieur in het Duitse Aken. De vrome Erbakan, een jongeman die weigerde toe te geven aan de realiteit dat Turkije al lang geen grootmacht meer was en gevoed werd door strijdbaarheid jegens het Westen, was aanvankelijk tevreden met een bescheiden rol in de schaduw van zijn oude klasgenoot Süleyman Demirel. Maar hem werd noch door premier Demirel noch door andere machthebbers welke rol dan ook gegund. Necmettin Erbakan was in de ogen van de leiders van de seculiere republiek te religieus. En door zijn religieuze opvattingen zelfs een bedreiging voor de staat.

Erbakan, die geen parlementariër mocht worden voor de conservatieve partij van Demirel, werd door het bestuur van de Kamer van Koophandel wel tot directeur benoemd. Ook hier stak Demirel een stokje voor. Na drie maanden moest hij op last van de rechter weg bij de Kamer. De maat was vol voor de keurig vijf keer per dag biddende man. Hij sloot zichzelf op in zijn kamer, wachtte op de komst van de politie, hoorde kalm aan dat de agenten de deur van zijn kamer met bijlen kapotsloegen en liet zich door de agenten het gebouw uit dragen.

Er zat dus niets anders op dan een eigen partij op te richten. Als onafhankelijke kandidaat in de religieuze stad Konya bemachtigde hij een zetel in het Turkse parlement, in 1970 richtte hij zijn allereerste partij op en kondigde vrij snel de redding van het Turkse volk aan. Onder zijn leiding zou Turkije een sprong maken naar de oude glorietijd. Turken zouden weer net als hun Ottomaanse voorouders over de wereld regeren.

Terwijl Erbakan over zijn dromen verhaalde, lachte het grootste deel van de Turken deze ‘hodja’ uit. De man werd door de machthebbers wel als gevaarlijk bestempeld, maar in de ogen van de mensen was hij een excentriekeling die met een sympathiek gezicht, een nasale stem, te rode wangen en een grappig taalgebruik sprookjes vertelde. In de jaren dat er geen boter, suiker, gas en olie meer te verkrijgen waren in het land vertelde Erbakan over zijn plannen om spoedig aan de bouw van honderdduizend tanks en honderdduizend gevechtsvliegtuigen te beginnen. Hij verscheen een keer zelfs met een blad baklava op een persconferentie om de aanwezige pers te laten weten dat de regering op die baklava leek en dat Erbakan die regering ten val zou brengen als de bodem van de zoetigheid was aangebrand.

Al lachend hebben de Turken bij elke nieuwe verkiezing iets meer op hem gestemd. Totdat zijn derde partij - twee andere partijen waren door de rechters en de militairen verboden - in 1995 als grootste uit de stembus kwam. Mede door het succes van partijgenoot en burgemeester Tayyip Erdogan in Istanbul was dus het onmogelijke gebeurd. De islamistische hodja mocht in het seculiere land van Atatürk een coalitie vormen met een andere partij en was dus premier geworden.

De hel brak los in Turkije. Terwijl Erbakan in al zijn enthousiasme snel een reis ondernam naar de grootste moslimlanden om te vertellen over de beginselen van Milli Görüs en die landen trachtte te overtuigen van de noodzaak van een islam-unie en een munteenheid voor de islamitische staten, werden thuis plannen gesmeed voor het afzetten van de 'rare vogel’.

Erbakan mocht niet eens een jaar de coalitie leiden. Het was weer Demirel, toen president, die samenspande met het leger en een streep trok door de coalitie. Veertien jaar geleden, op 28 februari, vond de 'post-moderne’ coup plaats. Erbakan werd weggestuurd en in zijn plaats kwam een minderheidsregering.

De hodja kon blijkbaar veertien jaar na die val nog een 28 februari niet aan. Op 27 februari stierf hij in een ziekenhuis in Ankara. Als een man die niet kon accepteren dat anderen er met zijn dromen vandoor waren gegaan. Het had zelfs hem verbaasd dat de partij die zijn beste leerlingen Tayyip Erdogan en Abdullah Gül hadden opgericht een paar maanden later de meerderheid in het Turkse parlement kreeg en dat Erdogan premier werd, en Gül president. En dat terwijl Erbakan met zijn nieuwste partij maar twee procent kreeg.

De laatste jaren kon Erbakan niet meer lopen en lukte het hem ook niet om zijn lijf recht te houden. Maar niets kon hem ervan weerhouden om die oude leerlingen te hekelen. Over Erdogan, die in zijn jeugd heeft gevoetbald, zei hij een keer: 'De mensen stemmen op hem omdat ze weten dat hij bij mij in de leer is geweest. Maar dat hij niet goed naar me heeft geluisterd, daar bestaat geen twijfel over. Bij de lessen moet hij stiekem via de achterdeur weggeslipt zijn om te voetballen.’

Een dag voor de voor hem zo traumatische 28 februari gaf hij de geest. En nu hij dood is, verkondigt iedereen (ook de generaals en Demirel) dat Erbakan een geweldige persoonlijkheid was. De vader van Milli Görüs, de stichter van de politieke islam in Turkije, was inderdaad geen gevaarlijk mens. Hij was tegen het Westen, maar droeg wel altijd een westerse stropdas. In de tijd dat de islamisten in andere landen verwerden tot terroristen, wist de Turkse hodja zijn gevolg immer in het parlementaire systeem te houden. Een man met wie je kon lachen, zolang je niet over zijn oude leerlingen begon.

Beeld Ana Sayfa