Nederland als schilderij

Ogenschijnlijk is Vergezicht over een vlak land van Philips Koninck, dat in Museum Boijmans Van Beuningen hangt, een zeventiende-eeuws genrestuk dat een naturalistisch portret van een typisch Hollands landschap te zien geeft. De bovenste helft van het schilderij bestaat uit een bewogen wolkenlucht, daaronder een geaccidenteerd terrein, boompartijen, groepjes mensen, enkele zandheuvels, en richting horizon een vlakte met rivieren. Daarmee is nog niet veel gezegd, want in de wolkenlucht gebeurt van alles, in het oog springen vooral het witte licht op het water en het geel van de zandhoop, en het schilderij wordt beheerst door een gedempt soort rossig violet.

De lezing die Kees Vollemans in zijn boek van het schilderij geeft, laat iets heel anders zien dan men traditioneel in zo'n schilderij meent te zien of liever erin projecteert. Ofwel vatte men het op als een innerlijk visioen van de schilder of als een portret van een stukje Nederlandse delta, een document. Het schilderij geeft zelf aanleiding tot (kunst)historische invuloefeningen, want het is nagenoeg leeg; er is alleen te zien wat het schilderij te zien geeft, of om met Vollemans te spreken: ‘de natuur op het schilderij is even zichtbaar als denkbeeldig’. Het schilderij van Koninck kun je zien als een geschilderde verhandeling over het Hollandse landschapsschilderij, als een traktaat over de manier waarop men toen de natuur beschouwde, aldus de werkhypothese van Vollemans. Koninck schilderde zijn landschappen in zijn atelier, daar ensceneerde hij als het ware beelden van de natuur en uit de schikking van die 'zetstukken’ - de stukken natuur die hij uit zijn hoofd kende - kan men zijn commentaar opmaken. Ik denk dat er zelden iemand zich zozeer in één schilderij heeft verdiept, zij het dat de bevinding van Vollemans juist is dat de kijker vooral moet zorgen dat hij aan de oppervlakte blijft, want daar gebeurt het allemaal. Met grote vindingrijkheid doet hij verslag van zijn kijkoperaties. Om te beginnen specificeert hij wat er op het schilderij te zien is en vervolgens op welke manier dat gepresenteerd wordt, het verfgebruik, het ritme van de verspringende horizon, het ademend schrift enzovoort. Met elk nieuw perspectief blijkt een andere wijze van schilderen te corresponderen. Die dwarse kijk waartoe het schilderij uitnodigt, vergelijkt Vollemans met een anamorfose: alleen vanuit een bepaald gezichtspunt, van opzij, ziet de kijker wat er vertekend wordt; dat is niet een verborgen waarheid, want de betekenis zit ’m in die vertekening. In Nederland is nergens een plek te vinden die de schilder voor ogen had, dat wordt fraai geformuleerd: 'Het schilderij lijkt niet op Nederland, des te meer lijkt Nederland op het schilderij.’
Het boek van Vollemans volgt zelf de regels van het traktaat: telkens begint hij opnieuw met zijn reis door het schilderij, vertrekkend vanuit een ander gezichtspunt, zijn hypothesen anders formulerend, nu eens van op afstand, dan van dichtbij, maar hij verliest het schilderij nooit uit het oog. En het boek zelf maakt dat aanschouwelijk door de reproductie van diverse uitsnedes. Op het eind staat dan een mooie kleurenreproductie van het hele schilderij, maar het is de vraag of het na dit boek ooit nog hetzelfde zal zijn.