Verkiezingen 2003

Nederland bestaat niet

I

Grote groepen kiezers zwalken heen en weer van links naar rechts en weer terug. De vorig jaar gerezen crisis in de Nederlandse politiek is nog geenszins opgelost. Een groot deel van de bevolking zweeft stuurloos in het rond; men wil wel stemmen maar voelt zich niet gebonden aan een politieke partij.

II

Politici zijn niet leidinggevend op het gebied van de moraal. Wie dan wel?

Onlangs viel op de radio een discussie te beluisteren over de uitspraak van Gretta Duisenberg dat zij zes miljoen handtekeningen tegen Israël wilde verzamelen. Een discussiant zei dat hij het grondig oneens was met die uitspraak, maar dat Gretta Duisenberg er niet om naar de rechtbank moest worden gesleept. Hij vond de rechterlijke macht slechts «een marginale toetsing». Met andere woorden: de rechter voert wetten uit en is geen moreel ijkpunt.

Maar wie zorgt er dan wél voor het morele ijkpunt? Wie spreekt het gezaghebbende oordeel uit over de woorden van Gretta? Wie stelt hardop welke waarden belangrijk zijn en welke niet?

Afgelopen jaar verengde de politiek de discussie over de moraal tot een roep om fatsoen in de tram. Het tussenkabinet en de Tweede Kamer vergaderden een volle dag over de Nederlandse «normen en waarden».

Uitkomst: geen uitkomst.

III

De Nederlandse moraal bestaat niet. Leidinggevend op het gebied van de moraal was vroeger de kerk of een ideologie — ook een soort geloof. In de verzuilde samenleving vonden burgers binnen hun eigen zuil een identiteit. Ging het om belangrijke zaken als moraal, ideologie en waarden in het leven, dan was daar de top van de zuil als zin- en betekenisgever. De paraplu Nederland die zich boven die zuilen uitstrekte, formuleerde geen krachtig idee van wat Nederland was en moest zijn, anders dan een eenheid in verdeeldheid. De paraplu over de zuilen diende vooral om de samenleving zo te reguleren dat elke zuil zoveel mogelijk in zijn eigen waarde werd gelaten.

Toen de zuilen naar het einde van de vorige eeuw toe verkruimelden, verschrompelden ook de zuiltoppen die zorg droegen voor zin en betekenis. De inwoners van Nederland konden hun identiteit niet meer halen uit hun eigen zuil. Dus moesten politiek en koningshuis leidinggevend worden wanneer het ging om de wezenlijke redenen van het bestaan in dit land. Maar de monarchie kreeg de muilkorf van de politiek om en hield het bij wat cryptische termen in de kersttoespraak van de koningin.

In de praktijk bleek dat wat de zuilen bond vooral het non-aanvalsverdrag van de verzuiling was geweest: de tolerantie. Die tolerantie komt niet voort uit een moraal of uit een christelijke of andere levenswaarde. Tolerantie was een pragmatisme. Door een wapenstilstand zonder aanvullende filosofische rechtvaardiging tot doel te verheffen, ontsloeg de overheid zich in de tijden van verzuiling van zin- en betekenisgeving.

In zijn belangrijke boek Republiek der rivaliteiten (2002) constateert hoogleraar Nederlandse geschiedenis Piet de Rooy dat «in de loop der tijden geen werkelijk verband is gelegd tussen de natiestaat en een vaste nationale identiteit». Nederland is geen «politiek idee» geworden. De Rooy verklaart deze stelling uit de verzuilde traditie die het primaat bij de delen legde en niet bij hun eenheid. Nederland was een land van «pragmatische compromissen» tussen «aanhoudende rivaliteiten».

Dat is de geschiedenis. De Rooy besluit zijn boek met de volgende zinnen: «Met de ontzuiling in de jaren zestig kwam veel politieke energie beschikbaar. Even leek het dat deze gebruikt zou worden voor de ontwikkeling van een nieuw idee over ‹Nederland›: de beste verzorgingsstaat in Europa en een lichtend voorbeeld op het terrein van vredes- en veiligheidspolitiek. Maar dit idee liep stuk op de klippen van de weerbarstige werkelijkheid, zowel nationaal als internationaal. De oude rivaliteiten zijn in tal van musea bijgezet, aan de nieuwe wordt gewerkt.»

IV

Pim Fortuyn formuleerde «een politiek idee Nederland». Dat is de kern van zijn succes. De vele analyses van «het fenomeen Fortuyn» hebben de politieke partijen niet weten bij te brengen waar het eigenlijk om ging. Met een verhoogde aandacht voor de profilering, scherpere debatten, populariseren en van oudsher rechtse taal denkt de politiek de lessen van Fortuyn te hebben geleerd en poogt ze die alsnog in praktijk te brengen.

Fortuyn sprak de inwoners van dit land aan als burgers met rechten en plichten en gaf ze in die hoedanigheid weer een identiteit. Deze leider was er niet om binnen een politieke partij nog eens regels te formuleren en in de Hollandse traditie de vrede te bewaren tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Fortuyn deed wat de paraplu boven de zuilen vroeger niet deed maar wat de toppen van de zuilen hebben gedaan: hij gaf zin en betekenis aan het leven van de roerloos geworden delen van de bevolking door een richting aan te geven van het land.

Wanneer het ging om zijn kritiek op asielzoekers en de islam en de daaraan gepaarde aanval op multiculturalisme en cultuurrelativisme trok de «Nederland is vol»-gedachte alle aandacht. Minstens zo belangrijk was het feit dat in zijn strijd tegen het multiculturalisme Fortuyn tegelijk zijn status vestigde als beschermer van de Nederlandse identiteit. Hij was patriot, een man met een visie op Nederland en liet de Nederlanders die zijn visie deelden trots zijn op hun land, en dus op zichzelf. «Professor» Pim Fortuyn gaf een grote groep inwoners van Nederland een identiteit: hij maakte ze burgers van Nederland, een land met een volgens hem «joods-christelijke, humanistische cultuur».

Om het Nederlandse ideaal van Fortuyn te verwezenlijken, moest naar zijn mening een leider met een visie opstaan. Iemand als Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol, de achttiende-eeuwer aan wie hij zijn Aan het volk van Nederland opdroeg. Joan Derk van der Capellen schreef in 1781 een gelijknamig traktaat tegen Oranje en voor de democratie, en daaruit citeerde Fortuyn wellustig onder meer de zin: «Kiest uit uw midden een matig aantal goede, deugdzame, vrome mannen; kiest goede patriotten, waarop gij vertrouwen kunt.»

V

Nederland wordt alleen negatief geformuleerd — zo is Nederland niet-islamitisch. Ook Fortuyn zei zo hard hij kon wat Nederland niet moest zijn.

Begrepen hebben de huidige politici hieruit dat ze met de negatieve formulering de kiezers kunnen bereiken. Men is tegen de wachtlijsten in de zorg, tegen files, tegen boeven, tegen geweld op straat, tegen gedogen en tegen de verloedering in het algemeen. Niet begrepen is dat Fortuyn ook een patriottisch idee had dat hij positief probeerde te formuleren.

Wanneer het in deze campagne over Nederland gaat, is men uiteindelijk niet-patriottisch, niet-nationalistisch en niet-internationalistisch.

De kiezer wordt aangeboden te stemmen op de partij die zijn meeste ergernissen bestrijdt. Een leider die met veel bombarie een visie presenteert op wat Nederland moet zijn — en waar de kiezer het duidelijk mee eens of oneens kan zijn — is er niet. De gedoodverfde leider van de PvdA wil geen landsleider met een visie worden, zelfs niet als zijn partij de grootste wordt.

Ook de demissionaire premier gaat voor zijn visie te rade bij de ergernissen van de burger. Voor het CDA betekent democratie bij deze verkiezingen dat het volk de visie van zijn leider diende samen te stellen.

Boven aan het CDA-verkiezingsprogramma staat:

«Dit program is ook de afsluiting van een uniek proces in de Nederlandse politiek. In december 2000 startte het CDA de Competitie van Ideeën: via onder meer een speciale internetsite kon iedere Nederlander zijn of haar concrete beleidswensen aandragen. Het proces is een succes te noemen, want meer dan 20.000 mensen — CDA’ers en niet-CDA’ers, jong en oud — hebben aan deze competitie meegedaan.»

Aldus is de CDA-visie op de Nederlandse samenleving tot stand gekomen. Het staat zwart op wit: «Ongeveer drie-kwart van de plannen in dit program is afkomstig uit het proces van de Competitie van Ideeën. Deze zijn gemarkeerd met een *.»

VI

Een politiek idee van Nederland is door geen politiek leider geformuleerd.