Nederland dramaland

Even prees ik me gelukkig dat ik zelden voorbeschouwingen lees: op het moment namelijk dat twaalf gerenommeerde kunstenaars en kunstkenners die tot dan gefilmd waren, rondkijkend in en pratend over de dans- en filmzaal Aubette van Theo van Doesburg, onverhoeds in gestileerde bewegingen overgingen - daarmee van zwaargewicht-talking heads veranderend in amateur-mimespelers; later zelfs in dito dansers.

Vast ook enig om te zien wanneer je weet wat er komt. Maar nu, door de verrassing, sprong het gemoed op en werd wat tot dan toch al verrassend, origineel, geestig, mooi en informatief was ook nog aandoenlijk. Geen van hen ken ik persoonlijk. Maar in tijden van massamedia lijkt die afstand door hun werken, publieke optredens en interviews niet te bestaan. Daardoor is er even het gevoel getuige te zijn van een personeelsfeestje waar men zelf zijdelings bij hoort: Dat van het scheppend en denkend deel der natie. Wat zij kunnen, kunnen wij niet, maar wij voelen ons verwant doordat we hun werken en opvattingen consumeren. En in wat zij niet kunnen (mime, dansen) zijn we zowaar gelijk.
Natuurlijk is dat alleen maar echt leuk doordat hun betrekkelijk onvermogen, letterlijk gezet tegenover het vermogen van twaalf jonge danseressen, gebed was in een ijzersterke vorm, het personeelsfeestje ver overstijgend. En doordat hun verrassende optreden naar de inhoud zeer passend was: hier danste de Straatsburger burgerij die ook uit amateurs bestond.
Aubette is een programma zoals alleen de televisie dat kan maken. En zelden maakt. Mengsel van de technieken waarover het medium kan beschikken; mengsel van programmavormen; mengsel van kunstvormen; mengsel van inhouden. Bovenal, door thematiek en vormgeving, een feestelijk programma. Een van de weinige die je opneemt en besluit niet te wissen. Die kijkvreugde noopte tot dit impressionistisch mosterd-na-de-maaltijdstukje, want Marijn van der Jagt schreef vorige week een deskundige recensie.
Ook Zwarte sneeuw, twaalfdelige serie van de NCRV, is bij uitstek des televisies. Als ik zeg verbaasd te zijn over het schrijversvakmanschap waarmee de serie is gemaakt, klinkt dat onvriendelijk: Willem Capteyn en Carel Donck zijn pilaren van de drama-stiel. Maar de thematiek is zo tricky en vol valkuilen en de schaal is zo groot dat ik respectvol vaststel na vier afleveringen uit te zien naar de vijfde. Ik las dat Tamar van den Dop bedenktijd had gevraagd voor ze een rol accepteerde waarin ze, opgeteld, een half etmaal in beeld zou zijn. Kon ze de serie wel dragen? Een houding die siert en die wellicht mede verklaart waarom ze dat verbluffend goed blijkt te kunnen. De regie van Maarten Treurniet laat Van den Dop, paradoxaal, schitteren in bescheidenheid.
Zwarte sneeuw is moeilijk in een categorie onder te brengen, al bevat het elementen van suspense en thriller. Het maakt (met onder meer Pleidooi en Bentinck) Nederland tot volwassen dramaland. Wie het miste, raad ik aan alsnog aan te haken.