De coronacrisis kent veel beste stuurlui aan wal die vanaf de eerste dag gretig schoten op degenen die aan het roer stonden. Ondertussen werden beleidsmakers volstrekt onvoorbereid geconfronteerd met een steile exponentiële besmettingscurve waarvan iedereen de gevolgen kon zien door beelden uit China en Noord-Italië: daar werden ziekenhuizen overspoeld met doodzieke mensen. Ga er maar aan staan, om dan beslissingen te moeten nemen op basis van grote onzekerheden.

Nu door de hoge vaccinatiegraad de maatregelen teruggedraaid zijn en de samenleving zich herpakt, is het tijd om het gevoerde beleid te evalueren. In verschillende Europese landen gebeurt dat volop. De parlementaire enquête in Groot-Brittannië oordeelde vorige maand vernietigend over de aanvankelijke ‘fatalistische’ keuze om het virus niet te bestrijden maar alleen af te remmen en voor groepsimmuniteit te kiezen. Boris Johnson heeft gefaald, er zijn onnodige doden te betreuren.

En Nederland? De demissionaire regering is duidelijk nog niet klaar voor een terugblik, heeft wat anders aan haar hoofd en wacht rustig op het verslag van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, gepland begin volgend jaar, waarna de parlementaire enquête zal starten. Consultancybureau kpmg heeft vorige maand op eigen houtje alvast een harde slag uitgedeeld.

Strookte het Nederlandse coronabeleid met de internationale adviezen?

Een veel vollediger, diepgravend onderzoek presenteert Jop de Vrieze in samenwerking met Nieuwsuur deze week. Was het Nederlandse coronabeleid nu wél of niet vergelijkbaar met dat van landen om ons heen, en strookte het met de internationale adviezen?

Dit onderzoek levert een beeld op dat net zo diffuus is als het Nederlandse coronabeleid van polderen en woordspelletjes over het doel en wat daarover precies is gecommuniceerd tijdens de persconferenties. Nederland aarzelt in het begin met het nemen van stevige maatregelen en kiest voor een ‘gefaseerde aanpak’ om te voorkomen dat de zorg overbelast raakt. De strategie is, net als in Engeland: zo snel mogelijk groepsimmuniteit opbouwen door het virus als het ware onder het gezonde gedeelte van de bevolking zo veel als mogelijk is de vrije loop te geven en uit te smeren.

Dat de Wereldgezondheidsorganisatie (who) en de Europese Commissie daar grote vraagtekens bij zetten, mondt in de Haagse arena uit in politiek gedraai. Nee, het is een misverstand, het doel is nooit groepsimmuniteit geweest, maar het beschermen van kwetsbare groepen en de zorgcapaciteit behouden. Formeel koos Nederland al schipperend voor ‘de redelijke middenweg van maximale controle’. Jop de Vrieze zet hier op zijn beurt vraagtekens bij – het hangt er maar van af aan wie je dat vraagt – en hij constateert voorzichtig: die redelijke middenweg was omstreden en strookte niet altijd met internationale adviezen.

Kijken in de achteruitkijkspiegel is niet bedoeld om schuldigen aan te wijzen, maar vooral om ervan te leren. Het is naïef om te denken dat het coronavirus is uitgeblust of dat er geen nieuwe virulente virussen zullen opkomen. De coronacrisis was een realiteitscheck: hoe de politiek de volksgezondheid en de economie zo veel mogelijk schadevrij door een ramp heeft geloodst en hoe weerbaar een systeem is om een calamiteit op te vangen. Het ene land deed dat beter dan het andere. Maar nergens is het vlekkeloos gegaan, overal is gezocht naar de juiste route naar de uitgang. Iedereen moest in het ongewisse en met voortschrijdend inzicht handelen – ook internationale organisaties.

Onvermijdelijk leidt het tot een pijnlijke vraag: had Nederland minder zieken en doden gehad als het wél vol was gegaan voor een niet zozeer strengere als wel pro-actievere aanpak om het aantal virusbesmettingen zo laag mogelijk te houden? Hét antwoord daarop is er nog niet. Wel is duidelijk dat het beleid op alle vlakken – het beschermen van de kwetsbaren, het overeind houden van de zorg en zicht houden op het virus – onder het gepolder al die tijd piepte en kraakte.