‘Nederland handelt niet in het belang van de minderjarige vluchtelingen, maar uit eigen belang’

© Tessa Kraan

Het plan van Broekers-Knol om alleenstaande minderjarige vluchtelingen in Griekenland zelf op te vangen heeft de chaos daar vergroot. Dat blijkt uit gesprekken met de oud-directeur van de Griekse overheidsinstelling die over de voogdij van hen gaat, en met de voorzitter van de Griekse ngo die zich over de vluchtelingenkinderen ontfermt. ‘Alsof Nederland in een parallel universum handelt, niet voor de minderjarige vluchtelingen, niet voor voogden, alleen voor zijn eigen belang.’

Als de dag van gisteren herinnert hij zich het, het moment dat staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Ankie Broekers-Knol, midden juni via een videoverbinding het Memorandum of Understanding (MoU) ondertekende met haar Griekse ambtgenoot viceminister Koumoutsakos. ‘Het was een onwerkelijke vertoning hier in Griekenland. De Nederlandse staatsssecretaris met haar feestelijk gestreepte colbert in de kleuren van de Nederlandse vlag omringd door Griekse, Europese en Nederlandse vlaggen tegenover onze onderminister die alles jubelend als een bilaterale triomf, als een soort Griekse overwinning aan het volk presenteerde. Terwijl de achterliggende waarheid een tragedie was, en nog steeds is.’ Aan de telefoon spreekt Chrisovalantis Papathanassiou, de oud-directeur van EKKA (Nationaal Centrum Sociale Solidariteit, de Griekse semi-overheidsinstelling die over de voogdij van alleenstaande vluchtelingenkinderen gaat). Hij weigerde pertinent het MoU te ondertekenen, stapte om die reden op, en dook daarna wegens te veel stress onder bij familie. Sindsdien volgt hij in verbijstering alles op afstand.

Het MoU gaat over tweeledige hulp van Broekers-Knol aan Griekenland wat betreft alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). In de eerste plaats is 3,5 miljoen euro uitgetrokken voor drie shelters in Athene, zestien amv’s per opvangtehuis, bij elkaar 48 amv’s die drie maanden per amv in die shelters zullen toeven; die steun is voor drie jaar, zodat er in totaal vijfhonderd amv’s geholpen zullen worden. Het geld voor en het management van die opvanghuizen is toegewezen aan de Nederlandse ngo Movement On The Ground (MOTG) van Johnny de Mol, die niet gespecialiseerd is in de delicate amv-problematiek. Die opvang moet MOTG dan ook doen in samenwerking met de Griekse ngo Homeproject.org, die al sinds 2016 amv-shelters runt. Noch MOTG noch Homeproject.org staan in de MoU van 18 juni vermeld, maar iedereen wist dat het om hen ging. Zowel Broekers-Knol als MOTG stellen tot op de dag van vandaag dat op dat moment ‘nog niets vast lag, nog niets in die zin was besloten’.

In de tweede plaats gaat de MoU over training en opleidingen van Griekse voogden door de Nederlandse voogdij-instelling NIDOS, die daar ook geld voor krijgt. NIDOS heeft echter al sinds 2014 voogden in Griekenland opgeleid, maar daarover later meer.

Ik had Papathanassiou in juni voor het eerst en het laatst gesproken. Hij wilde toen niet veel zeggen, want hij zou op 1 juli met een persverklaring komen. Bovendien had hij beloofd eerst een interview aan een landgenoot te zullen geven, daarna was De Groene pas aan de buurt. Maar vanaf juli was hij spoorloos, tot hij eind vorige week via messenger zelf contact zocht.
‘Waarom?’ vraag ik.

‘Ik had in juli een neutraal, niet politiek jongerenblad over life style uitgekozen om m’n verhaal te doen. Ik kreeg schriftelijke vragen, die heb ik uitgebreid beantwoord. Augustus en september gingen voorbij, ik hoorde niets. Het werd november. Nog steeds niets. Onlangs heb ik gebeld om te waarschuwen dat er inmiddels zoveel is gebeurd, dat ik het moest updaten. Toen is me verteld dat het niet gepubliceerd zou worden.’ Via via begreep hij dat het department van de Speciale Secretaris voor amv’s, Eirini Agapidaki, er een stokje voor had gestoken. Zo gaan die dingen in Griekenland.

Chrisovalantis Papathanassiou (46) is kalm, aimabel, opmerkelijk beleefd, als een gentleman uit de vorige eeuw. We praten een paar uur, want aan Papathanassiou de taak om het labyrintische verhaal over een gemankeerde Griekse voogdijwetgeving, en een bestuurlijke oorlog tussen twee Griekse dames op hoog niveau uit te leggen. En over hoe de Nederlandse ambassade en Broekers-Knol door dat alles als olifanten door een porceleinkast banjerden, waardoor nog meer is ontploft en alles nog ingewikkelder werd. Kind van de rekening zijn de meest kwetsbare van alle vluchtelingen in Griekenland: amv’s.

Er zijn momenteel nog steeds 4160 alleenstaande kinderen - 93 procent jongens, van wie 92 procent ouder dan veertien - in Griekenland geregistreerd. In werkelijkheid zijn het er meer dan zesduizend, want veel worden door de Griekse autoriteiten expres als achttienjarig ingeschreven terwijl ze jonger zijn. Daarnaast blijven steeds meer slimme tieners nadat ze de Evros rivier zijn overgezwommen of met gammele bootjes op eilanden zijn aangespoeld, bewust ongeregistreerd. Omdat ze inmiddels via de vluchtelingen-tamtam hebben vernomen dat de asielprocedures in Griekenland een uitzichtloze martelgang zijn. Steeds meer jongeren besluiten daarom te voet de grimmige en soms dodelijke tocht door de Balkan naar Noord-Europa te wagen. Door Kroatische, Bosnische en Servische politie en leger worden ze bestolen, gemarteld, soms verkracht en vermoord. Iedereen weet dit, nemand doet iets.

Toen Chrisovalentis Papathanassiou gevraagd werd door de onderminister van Arbeid en Sociale zaken, Domna Michaelidou, zijn prima baan als ziekenhuisdirecteur in Patras op te geven om directeur van EKKA te worden, had Griekenland al een turbulente periode op het gebied van amv’s en de voogdij over hen achter de rug. Toen hij aantrad in 2020 had hij geen idée in welk slangenkuil hij was beland.

Het duurde dan ook even voor hij begreep hoe het allemaal zat. Al in 2014, lang voor de huidige rechtse regering van premier Mitsotakis, begon Griekenland met het trainen en opleiden van voogden. Van een Grieks voogdijsyteem was toen nog geen sprake. Een Griekse ngo -Metadrasi, opgericht in 2010 door Lora Pappa- besloot zelf in het Griekse voogdijgat te stappen, en bood bescherming aan honderden amv’s in het kader van een piepklein pilotproject. Zonder enige staatssteun of EU-subsidies.

In 2015, toen de vluchelingenstroom de piek bereikte, nam het aantal amv’s in Griekenland dramatsich toe. Metadrasi ging als een bezetene op zoek naar meer geld, om het nijpend tekort aan voogden te kunnen aanvullen. Nota bene Zwitserland, geen EU-land, UNHCR en particuliere donaties stelden de ngo in staat het aantal Griekse voogden van twaalf naar dertig te brengen. Dat was nóg een lachertje bij de ramp die zich voltrok. Eind 2016 zagen de Europese Comissie en UNHCR in dat Metadrasi titanenwerk verzette. Ze kwamen met meer structurele steun over de brug. Eind 2017 had Metadrasi zeventig voogden. Nog altijd niet voldoende.

In 2018 werd eindelijk voor het eerst in de Griekse geschiedenis een voogdijsystem in het leven geroepen, met de - inmiddels beruchte - Wet-‘4554’. Het was de bedoeling dat EKKA de Griekse voogdij in handen zou krijgen. Maar in de eerste plaats was Wet-‘4554’ verkeerd - volgens Papathanassiou ‘knullig’ - geformuleerd: er was geen een artikel te vinden waardoor EKKA wettelijke bevoegdheid kreeg voogdij te voeren en voogden als ambtenaren in dienst te nemen. Bovendien had EKKA daar op dat moment, begin 2019, niet genoeg ervaring voor. Metadrasi en het Griekse Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken sloten een uniek akkoord om er gedurende een transitieperiode van acht maanden voor te zorgen dat Metadrasi haar expertise, opleidings- en trainingspakketten en jarenlange opgedane ervaring aan EKKA kon overgeven.

Er werd hard gewerkt, maar het doel werd niet gehaald. Op 1 september 2019 liep het akkoord formeel af. Te vroeg. Daarna werd het met gebruikelijk Grieks kunst- en vliegwerk, dankzij verschillende verlengingen in stand gehouden. Tot alles instortte: in januari 2020 trok de UNHCR zich definitief terug. De EU weigerde Metadrasi rechtstreeks te financieren. Vanaf begin dit jaar, precies toen Papathanassiou gevraagd als directeur van EKKA aan te treden, werden daardoor de Griekse Metadrasi-transitievoogden niet meer betaald. Papathanassiou wist daar op dat moment nog niets van.

Metadrasi zag zich gedwongen het nog steeds te geringe aantal voogden drastisch te verminderen. Het resultaat was overbelasting, ziekteverzuim, onzekerheid en razernij. Veel voogden stapten op. De kersverse directeur had toen nog geen flauw benul van wat dat allemaal voor ‘zijn’ EKKA zou betekenen.

In de maanden daarna vonden meerdere drama’s tegelijkertijd plaats. In de eerste plaats waren de mankementen in de ‘4554’-Wet van 2018 - opgesteld onder oud-premier Tsipras van de linkse partij Syriza - nog steeds niet verholpen. Er was niets op dat vlak gebeurd. Daardoor groeiden de paniek en verwarring onder de Griekse voogden van Metadrasi. De voogden kregen immers geen salaris meer; tot dan zorgde UNHCR daarvoor. Uit loyaliteit voor de amv’s - ernstig getraumariseerde, kwetsbare vluchtelingenkinderen zonder familie of begeleiding in onveilige kampen verspreid over heel Griekenland - werkten ze wel door. Het klemgezette Metadrasi-bestuur probeerde de voogden wanhopig uit eigen zak te betalen, maar dat lukte pas na vijf maanden, zonder terugwerkende kracht, bovendien onregelmatig en te weinig. De Griekse ngo had hier immers geen budget meer voor.

EKKA, eenmaal wettelijk daartoe bevoegd, had de opdracht veel meer voogden aan te stellen, maar was daar niet toe in staat. De voogden raakten overwerkt, liepen vast, vielen uit. Daardoor werd de werkdruk voor de overgebleven voogden nog ondraaglijker. Frustratie, woede en onbegrip namen toe en explodeerden. Papathanassiou zag het gebeuren en werkte zich een slag in de rondte om de oorzaak, die manke wet, te verhelpen. ‘Ik wist niet wat ik meemaakte’, vertelt hij. ‘Ik weet niets van wetten opstellen. Dat is mijn werk niet. Mij werd keer op keer gewoon gevraagd iets op papier te zetten en aan te leveren.

Ik wist niet dat de wetten hier op zo’n amateuristische manier gemaakt werden. Kennelijk heeft deze regering geen competente legislators, misschien is dat bij elke regering het geval, geen idée. Ik ben nog steeds in shock.’

In de tweede plaats kwam corona, en volgde de strenge Griekse lockdown meteen al in maart. Papathanassiou was nog geen anderhalve maand EKKA-directeur. Al in oktober 2019 had de toenmalige Griekse minister voor Bescherming van de Burgers, Chrisochoidis, die indertijd ging over de vluchtelingen in Griekenland, een noodoproep gedaan aan Brussel: of andere EU-landen in godsnaam de 2500 meest kwetsbare van de toen nog 5400 amv’s wilden opnemen. Dan zou het uitgeputte Griekenland zelf voor de overige 2900 amv’s blijven zorgen. Want Athene kon het gewoon niet meer aan. Geen enkele EU-lidstaat reageerde.

Pas in maart, onder druk van Covid-19 waardoor de situatie van de amv’s nog meer verslechterde - alle kampen en shelters gingen in strenge lockdown, psychosociale hulp mocht niet meer gegeven worden, medische hulp ook niet, geen onderwijs, tekenen, zingen of dansen en yoga meer, eten werd over kamphekken gegooid, het aantal automutileringen en zelfmoordpogingen van amv’s nam schrikbarend toe, heel veel kinderen, ook met familie of begeleiding, hielden op met praten - pas in maart dienden sommige EU-landen zich druppelsgewijs aan om minderjarige vluchtelingen onder de achttien uit Griekenland op te vangen. Nederland was daar niet bij.

In de derde plaats werd tot Papathanassiou’s ontzetting ene mevrouw Eirini Agapidaki die ooit, in november 2019, decoratief door premier Mitsotakis persoonlijk was benoemd tot Special Secretary for UAM’s, maar nooit een in Griekse wetgeving verankerde postie, laat staan een department had, opeens wettelijk geinstalleerd. Ondertussen had de Griekse premier sinds januari toch ook maar een ministerie voor Asiel en Migratie in het leven geroepen - bij zijn aantreden in juli 2019 had hij die afgeschaft. Geen onverstandige beslissing, gezien het vluchtelingendrama waar Griekenland als ‘eerste aankomst’-land’ voor vluchtelingen in de EU mee te kampen heeft. Mitarakis werd Asiel en Migratie-minister, een harteloze hardliner die niets van vluchtelingen moet hebben; diens onderminister en daardoor directe collega van Broekers-Knol werd Koumoutsakos.

Terwijl wet-‘4554’ nog niet was verbeterd en de puinhopen voor EKKA en zijn overweldigde nieuwe directeur zich daardoor bleven opstapelen, kreeg Agapidaki (Grieks voor ‘kleine schat’ of ‘schatje’) bestuurlijke bevoegdheid, personeel en een kantoor. In mei. Vlak na de doorvoering van een nieuwe migratiewet. In de periode dat wegens corona het Griekse parlement maar voor tien procent functioneerde werd die inhumane wet door de Griekse Kamer gejaagd. Daardoor zijn Griekse asielprocedures nu gericht op afwijzing en deportatie, en niet op asielrecht en bescherming. Bovendien is het sindsdien wettelijk geoorloofd in Griekenland asielaanvragers met kinderen te detineren, hetgeen tegen alle internationale verdragen indruist. Alle mogelijke internationale organisaties - UNHCR, Amnesty, Human Rights Watch, name them - schreeuwden moord en brand. In Brussel kraaide er geen haan naar. In die tijd werd ook bewezen dat de Griekse kustwacht en politie zich op grote schaal schuldig maakten aan illegale push backs, op zee en land. Premier Mitsotakis - van de aartsconservatieve partij Nea Demokratia (ND) - deed het af als ‘Turkse porpaganda’: fake news. Brussel bleef oorverdovend stil.

Papathanassiou werd daarbovenop geconfronteerd met het fait accompli dat registratie, inventarisatie, selectie en toewijzing van locatie voor onderdak aangaande amv’s zomaar van EKKA naar de speciale secretaris Agapidaki werden overgeheveld. Papathanassiou bleef sprakeloos achter met de nog steeds gemankeerde wet-‘4554’, en met voogden die Metadrasi uit eigen zak betaalde. Allemaal vanwege dat nog steeds wettelijk niet goed geregelde Griekse voogdijsysteem. De chaos was groter dan ooit tevoren.

Hier doemt de vraag op in hoeverre de Nederlandse ambassade in Athene, waar in de zomer van 2019 een nieuwe ambassadrice was aangetreden, Stella Ronner, van dit alles op de hoogte was. In dit geval is die vraag extra pijnlijk, omdat Metadrasi samen met UNHCR in oktober 2019 bij de ambassadrice op bezoek zijn geweest. In theorie was zij dus goed geinformeerd. Hoe kan het dan dat de staatssecretaris hier kennelijk niets van wist? De ambassade antwoordt nooit op vragen. Broekers-Knol antwoordt of ontwijkend of steevast met ‘wij herkennen ons niet in deze weergave’. Ook tijdens debatten en in brieven aan de Kamer heeft de staatssecretaris nooit met een woord gerept over dit alles: over de verkeerde wetgeving, de bestuurlijke chaos en over dat er gelemaal geen gebrek is aan opgeleide Griekse voogden zoals ze voortdurend zegt, maar dat het problem is dat ze niet aangesteld, niet aangevuld en niet betaald kunnen worden.

Voor de kersverse EKKA-directeur waren de drie rampen - nog steeds geen goede wet-‘4554’; ziekte en razernij onder de overwerkte, niet betaalde Metadrasi-voogden, waardoor amv’s op grote schaal noodzakelijke begeleiding en steun ontbeerden; plus corona en de aanstelling van Agapidaki - meer dan genoeg. Directeur Papathanassiou bezweek bijna, toen al.
Op dat moment was de vierde catastrofe echter al in aantocht, een hopeloos Nederlands project dat op EKKA, diens directeur, Metadrasi, de voogden en de amv’s afstormde: het Nederlands-Griekse samenwerkings- en hulpplan van Ankie Broekers-Knol en de Nederlandse ngo van Johnny de Mol Movement On The Ground (MOTG), gecoördineerd door de Nederlandse ambassade die van toeten noch blazen leek te weten.

Door zijn betrokken maar beheerste stem, zonder enige verheffing op welk moment ook, is het moeilijk voor te stellen hoe apocalyptisch het allemaal geweest moet zijn voor oud-EKKA-directeur Papathanassiou. Het enige wat zijn emoties verraadt is dat hij aangekomen bij dit deel van zijn verhaal af en toe in tijd verspringt. Het kost moeite de chronologie te volgen. Hoe kan het anders op het hoogtepunt van wat ronduit op een perfect storm was uitgelopen.

Er was ook nog wet-‘4648’, de wet die Agapidaki haar ruime bevoegdheden gaf. Maar ook daar zaten, net als in de voorgaande wet-‘4554’, fouten in. Lacunes en omissies die Papathanasiou zelf met de grootste moeite terug had weten te brengen tot ‘artikel 1 en artikel 4’. Waarom en wat precies weet hij niet meer. Hij herinnert zich dat hij op een warme lentedag in een taxi zat naar het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken, opgeroepen door zijn bazin, onderminister Domna Michaelidou. Op de achterbank krabbelde hij iets op een kladblok. Eenmaal binnen kwam hij aan een imposante tafel te zitten samen met ambtenaren, juristen en enkele advocaten, waaronder die van EKKA, die allemaal van hem wilden horen en lezen, hoe de wetten veranderd dienden te worden. Michaelidou en Agapidaki schitterden door afwezigheid. Met de moed der wanhoop leverde Papathanssiou zijn kladvoorstellen in.

‘Dat was meteen de allereerste en allerlaatste keer dat we ooit bij elkaar waren’, zegt hij. ‘Want voor overleg of vergaderen, met elkaar van gedachten wisselen, samen naar oplossingen zoeken, werd nooit tijd gemaakt, hoe vaak we daar ook om vroegen.’ In die tijd werd ook nog eens de al drie jaar operationele voogdij-afdeling van EKKA op non-actief gesteld, want er moest een evaluatie komen, zo verordonneerde het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken op last van de premier. Dat veroorzaakte een extra probleem wat betreft de samenwerking met Agapidaki, want die moest amv’s voor opname in diverse EU-landen selecteren, klaar maken voor transport, eerst naar verschillende ambssades, daarna naar de diverse landen, na coronatestprotocollen. En daar waren de expertise en ook de fysieke aanwezigheid van de voogden van Metadrasi voor nodig. Het EKKA-personeel was in alle staten, vreesde voor opheffing van hun afdeling, verlies van hun banen, en stuurde op 28 mei een brandbrief aan de Griekse premier.

Tussen al deze surrealistische bedrijven door was Papathanassiou geïnformeerd dat Nederland, in tegenstelling tot andere landen, geen amv’s wilde opnemen uit Griekenland, maar wel bereid was te helpen met opvang van alleenstaande kinderen in shelters in Athene, via de Nederlandse ngo MOTG. En ook dat het praktische assistentie wilde verlenen bij expertise building en opleiding van voogden door inzet van de Nederlandse voogdijorganisatie NIDOS - voor de tweede keer.

Dat schoot de oud-directeur na alles wat hij had moeten meemaken geheel in het verkeerde keelgat. Toen hij de vage, volgens hem nietszeggende, en ronduit beledigende concepttekst van Broekers-Knols MoU onder ogen kreeg, deed dat de deur voor hem dicht. Hij wilde er niets mee te maken hebben, en diende nog voor ondertekening van het MoU op 18 juni zijn ontslag in. Vanaf 1 juli zou hij EKKA-directeur af zijn.

‘Waarom?’vraag ik.

‘Moet ik dat nu nog uitleggen? For obvious reasons natuurlijk. Er waren toen en er zijn nog steeds hier helemaal geen opleidingen voor voogden meer nodig, er zijn allang voogden genoeg. Dankzij Metadrasi, en zelfs NIDOS. Het enige wat moet gebeuren is dat die wetten verbeterd worden, zodat de overheid, dat wil zeggen EKKA, de expertise en de voogden van Metadrasi naar behoren kan overnemen en betalen voor hun harde werken. En er nog meer kan aanstellen. Want dat is nodig, niets anders. Als Nederland echt had willen helpen, had het beter bekwame juristen kunnen sturen om de ministeries Arbeid en Sociale Zaken en Migratie en Asiel te assisteren correcte formuleringen voor werkbare wetten op te stellen.’
En natuurlijk is hij het niet eens met de zogenaamde structurele oplossing van Broekers-Knol om niet éën amv naar Nederland te halen, maar om ervoor te kiezen hen in Atheense shelters op te vangen. En nee, natuurlijk begrijpt hij niet dat de Griekse betrokken ministers dat niet duidelijk aan Broekers-Knol hebben overgebracht. En ook kennelijk de Nederlandse ambassade niet. De wanhopige oproep van Chrisochoidis in oktober 2019 was toch duidelijk genoeg? Hij was niet voor niets zo geschokt toen hij die videovertoning van het MoU in juni zag. Maar het was op dat moment wat hem betreft al te laat, water under the bridge, niet meer zijn plaats daar nog iets aan zijn superieuren over te zeggen.

Wie dat wel deed was Lora Pappa, de oprichtster en voorzitter van de raad van bestuur van Metadrasi, de moeder van duizenden Griekse amv’s, en van de overbelaste Griekse voogden, medeopgeleid door NIDOS vanaf 2014. Al sinds 2015 struint ze als een soldaat door de amv-modder, altijd op zoek naar fondsen.

Ik sprak Lora Pappa eerder in juni. Direct na het lange gesprek met Papathanassiou krijg ik ook haar eindelijk weer te pakken. Ze heeft een zomer en heftige herfst acher de rug: de septemberbranden waardoor kamp Moria op Lesbos in vlammen op ging, vanwaar alle amv’s onder begeleiding van Metadrasi-voogden geëvacueerd moesten worden, naar ambassades geleid moesten worden voor screening en papierwerk van landen die na de Moria-ramp meteen amv’s opnamen, in tegenstelling tot Nederland.

Ja, ze is nog steeds diep teleurgesteld. Nee, dat heeft ze indertijd niet onder stoelen of banken gestoken. ‘Ik heb toen ik hoorde van de Nederlandse weigering vijfhonderd amv’s op te nemen, en over het aanbod van Broekers-Knol in ruil daarvoor te helpen met opvang van 48 ava’s in Atheense shelters, meteen gezegd wat ik daarvan dacht. Europese solidariteit is niet alleen maar geld sturen. Chrisochoidis heeft niet voor niets een noodoproep voor opname van 2500 amv’s gedaan. De Europese Commissie heeft helaas besloten slechts 1600 alleenstaande kinderen uit Griekenland te halen, en de lidstaten opgeroepen die op te nemen. Waarom geven Nederland en ook andere landen daar geen gehoor aan?’ zegt ze schor.

Ze vertelt hoe ontroerd ze was door Portugal, een klein landje met grote economische problemen, dat een van de eerste lidstaten was dat onmiddellijk aanbood vijfhonderd amv’s uit Griekse kampen op te nemen. Het was een van de zeldzame momenten dat ze trots was een Europees burger te zijn.

Dan zegt ze, aangedaan: ‘En alleen maar geld geven aan een Nederlandse ngo? Waarom niet aan Griekse ngo’s die hier al jaren tegen de klippen op keihard werken met en voor amv’s? Hoe moeten die zich voelen? Dat hun werk niet wordt erkend? Bitterheid misschien? Onbegrip? Het ergste is dat Nederland de deur open heeft gezet voor andere landen om ook opeens projecten in Griekenland te financieren, in plaats van wat echt nodig is, namelijk naar relocatie, verdeling over en opname in de rest van de EU te streven. Het is te triest voor woorden, en het gaat ten koste van al die kinderen.’

Lora Pappa is moe, en verdrietig. Van andere bronnen weet ik dat Pappa diverse mails heeft geschreven, aan de Griekse maar ook Nederlandse betrokken ministeries en departementen. Altijd vriendelijk en beleefd. Maar volgens getuigen waren wanhoop en onbegrip duidelijk tussen de regels door te lezen. Nee, daar wil ze het niet over hebben, dat is haar plaats niet, meent ze.

Pappa is een razendsnel pratende, bevlogen vrouw die al decennia geleden is begonnen met zorg voor Griekse alleenstaande kinderen. In die zin is ze bijna de grondlegger van ‘voogdij in Griekenland’. Uitbreiding naar vluchtelingenkinderen lag voor haar voor de hand. Want kinderen zijn kinderen. Punt.

Eer wie eer toekomt: de invloed van Metadrasi bij de aankomst van van amv’s op de Griekse eilanden en ook aan de Evros-grens met Turkije is prijzenswaardig. Voor de aanstelling van Metadrasi-voogden waren onderkoelde, uitgehongerde, doodsbange en soms psychotische tienervluchtelingen aan de heidenen overgeleverd. Aan brute politiemannen, en autoritair Frontex-personeel. Dankzij Metadrasi is de regsitratie en opvang voor veel amv’s een stuk humaner geworden.

‘Maar door gebrek aan geld en bestuurlijke onduidelijkheid in 2019 en 2020 zijn veel van de nog overgebleven voogden uitgevallen of opgestapt’, vertelt Pappa. ‘In augustus 2019 hadden voogden op de eilanden de zorg voor meer dan honderd kinderen. We moesten keiharde keuzes maken. We kozen voor de punten van aankomst, dus vooral op de eilanden. En voor de dakloze amv’s op het vaste land. Daardoor zijn nu ontzettend veel amv’s verspreid over heel Griekenland in zogenaamde safe zones in kampen volkomen aan hun lot overgelaten.’

Met compassie benadrukt ze het immense leed van zoveel amv’s die zo snel mogelijk met hun tijdens de vluchtroute of door onrechtvaardige bureaucratie verloren familieleden in Noord-Europese landen herenigd zouden moeten worden. Ooit had de Europese Commissie beloofd daar voorrrang aan te geven. Er kwam niets van terecht.

Pappa oreert bijna compulsief, machteloos: ‘Wel vijftig procent van de kinderen in onze schaarse Griekse opvanghuizen zijn amv’s die wachten op familiehereniging. Hun familie smacht naar hen ergens in Noord-Europa, kan niet wachten hen in de armen te sluiten. Als dat gebeurt komen er plekken vrij voor amv’s zonder familie elders, voor kinderen die die plekken echt nodig hebben. Waarom moet het straatarme Griekenland de lasten dragen voor amv’s die elders welkom zijn bij familie, maar die jarenlang die schaarse opvangplekken bezetten, om zodra ze achttien zijn en een status hebben alsnog meteen af te reizen? Dat is toch een bizarre manier van geld- en energieverspilling?’

Ze moet door, weer aan het werk. Zo laat nog? Ja, ze slaapt nooit voor twee uur ‘s nachts. Tot slot zegt ze nog snel: ‘Zodra ik hoor dat een land alleen maar alleenstaande kinderen onder de veertien op wil nemen, weet ik inmiddels dat het er de facto nul zijn, dat het alleen maar een politiek spelletje is, een spelletje waar kinderen niets aan hebben.’

In ambassadekringen is het een publiek geheim dat veel landen in eerste instantie discriminerende eisen stelden aan de opname van amv’s: alleen meisjes, kinderen jonger dan zoveel jaar, jongens niet ouder dan zoveel jaar. Zelfs Duitsland deed dat. Maar alle landen hebben die eisen laten vallen. Behalve Nederland. Broekers-Knol blijft als enige vasthouden aan ‘jongeren onder de veertien’ in haar Moria-deal (de belofte half september, vlak na de branden in Moria, om honderd vluchtelingen uit Lesbos op te nemen, die moeten worden afgetrokken van vijfhonderd vluchtelingen die Nederland volgens een VN-afspraak volgend jaar uit de regio, zoals Soedan, Syrië, Somalië en Libië moet opnemen; vijftig van die vluchtelingen uit Lesbos moeten amv’s zijn, die jonger dan veertien moeten zijn en daardoor niet te vinden).

Het doet het imago van Nederland geen goed, en slaat een akelige deuk in de goodwill van de Griekse overbelaste voogden jegens de Nederlandse ambassade. Alle vluchtelingen en amv’s die in het kader van de Moria-deal in Nederland worden opgenomen moeten via de ambassade door een papiermolen voor ze het vliegtuig in mogen. Maar aan de behoeften van de Nederlandse ambassade voldoen, dat staat onderaan het to do-lijstje van de overwerkte voogden. Niet bewust, niet uit wraak, maar omdat die dingen in Griekenland nu eenmaal zo gaan.

Broekers-Knol houdt vol dat de vertraging, waarover de Kamer haar onlangs van langs gaf - sinds de Moria-branden is nog steeds geen enkele amv in Nederland aangekomen - komt door ‘Griekse coronaprotocollen en gebrek aan informatie’. Grieken in het veld zeggen daarentegen dat Covid-19-testen super snel gaan, helemaal aan het einde van dat traject met voogden en ambassades. De vertraging komt volgens hen enkel en alleen door de specifieke eis van Nederland van ‘jongeren onder de veertien’. De Groene heeft het nog een keer aan de staatssecretaris gevraagd. Ze houdt voet bij stuk.
Andere landen hebben al veel eerder extra mensen naar Athene gestuurd om hun ambassades bij te staan, omdat Griekse voogden overbelast zijn. Broekers-Knol deed dat pas na reprimandes van de Kamer, waar ze werd beschuldigd van gebrek aan daadkracht, van apathie zelfs.

De bestuurlijke impasse is voorlopig nog niet ten einde. De oorlog tussen de twee ministeries die gaan over EKKA en het department van Agapidaki, wie wat op het gebied van amv’s krijgt, woedt rustig door. Dat EKKA vooralsnog de voogdij behoudt, ook al moet daarvoor nog immer die wet-‘4554’ aangepast worden, en Agapidaki met wet-‘4684’ al het andere wat betreft amv’s in handen heeft, blijft een onwerkbare situatie.

Het werd er onlangs niet beter op. Agapidaki ‘stal’ de afgelopen maanden ervaren en gespecialiseerde werknemers van EKKA, door hen een hogere en betere positie aan te bieden, mogelijk gemaakt door steun van haar opperste baas minister Mitarakis. Zijn ministerie van Asiel en Migratie is al sinds begin dit jaar verwikkeld in ernstige corruptieschandalen. Onder andere door corona als excuus te gebruiken voor het doen van grote uitgaven zonder de verplichte publieke aanbestedingen. Sinds het leegroven door Agapidaki van EKKA heet het ministerie nu steevast in de volksmond: Ypourgiou Apefthias Anatheseon & Metaklyton (Ministry of Immediate Rewards & Convertion).

Verhuizen als Griekse ambtenaar van het ene ministerie naar het andere was juridisch nooit mogelijk. Maar door wet-‘4648’ is dat nu, sinds mei, legaal. Het EKKA-personeel is ziedend, ziet in die wet ‘voorbedachte rade’, beschuldigt Agapidaki van ‘werknemersroverij’ en ‘expertisediestal’, en stuurde in oktober daarover weer een brandbrief naar de premier. Michaelidou en Agapidaki kunnen niet door een deur, praten niet met elkaar, maken elkaar zwart. Agapidaki wordt gezien als de protégé van Mitsotakis, haar department als de oogappel van Broekers-Knol, EKKA is het slachtoffer.

Wat als Agapidaki wint, en straks alles krijgt? Ook de voogdij, wat exit EKKA zal betekenen, terwijl het zich jaren met veel geld op de hulp aan amv’s gefocust heeft? Anonieme bronnen onder werknemers van EKKA, die tot voor kort overlopers naar Agapidaki nog ‘verraders’ noemden, zijn inmiddels zo murw, dat ze zeggen dat het hen niet meer kan schelen: ‘Whatever, als dit maar ophoudt, want dit kan niet langer zo.’

Met dat laaste is Papathanassiou het grondig eens. Hij was geen fan van Agapidaki, die geen amv-ervaring heeft en uit de hemel leek te zijn gevallen - ze was een social media star die tijdens de verkiezingscampagne van Mitsotakis populair was vanwege haar hatelijke posts tegen zijn toenmalige tegenstander, oud-premier Tsipras, en verdiende daarom naar goed Grieks gebruik een beloning. Maar nu zegt hij: ‘Eirini Agapidaki werkt wel hard. Dat kan je van mijn ex-baas Domna Michaelidou niet zeggen. Weet je trouwens dat Agapidaki in het begin niets van MOTG wilde weten? Dat vond ze een “vreemde en verdachte ngo”. Maar die is haar toch opgelegd. Ook niet bevorderlijk voor van alles en nog wat.’ Hij valt een tijdje stil, alsof hij zijn gedachten moet ordenen.

De oud-directeur vervolgt: ‘Indertijd werd ik vanwege Broekers-Knol enorm onder druk gezet. Alles voor dat MoU moest snel, onmiddellijk, liefst dezelfde dag nog. Omdat jullie staatssecretaris iedere keer weer een deadline voor het Nederlandse parlement had.’ Ze moest in die tijd aan de Kamer zien te verkopen dat amv-opvang in Griekenland en voogden trainen een mooi en waardig alternatief was voor het opnemen van vijfhonderd amv’s, waar een meerderheid van Nederlandse gemeenten en een groot deel van de samenleving toe opriep. ‘Maar wat hadden Griekenland en EKKA daar mee te maken?’ zegt Papathanassiou. ‘Ondertussen zijn de beruchte wetten ‘4554’ en ‘4648’ nog steeds niet aangepast. Het is echt niet te geloven.’

Papathanassiou valt weer stil. Langer dit keer. Zijn adem is zwaar. Dan zegt hij, zachtjes: ‘Toen ik die videotoestand zag, de ondertekening van dat MoU, begreep ik niet wat die mensen daar aan het doen waren. Alsof ze in een parallel universum handelden, niet in het belang van amv’s, niet in dat van voogden, alleen maar voor hun eigen show, voor hun eigen belang.’