Nederland heeft een geïnternaliseerde liberale inborst

Nederland blijkt een liberaal land, een land dat het conservatief liberale van de VVD combineert met het sociaal liberale van D66. Een land waarin de drie linkse partijen, PvdA, SP en GroenLinks, geslonken zijn tot samen een groep die ongeveer even groot is als D66 in haar eentje.

Als ik ergens midden in de verkiezingsnacht op mijn telefoon wil kijken hoe er in de verschillende gemeenten is gestemd, open ik met de NOS-app de uitslagenkaart van Nederland. Die kleurt blauw, blauw en nog eens blauw. In bijna elke gemeente is de VVD de grootste geworden. Geen stipje rood te bekennen. Wel hier en daar een oranje enclave, de kleur van de SGP. Alsof zoals in de strip van Asterix en Obelix er nog slechts een paar plekken in het land zijn die moedig standhouden tegen de blauwe vloedgolf. Ik kan me niet heugen ooit een dergelijke eenkleurige uitslagenkaart te hebben gezien.

Een paar uur later bekijk ik de kaart opnieuw. Blauw is nog steeds de alles overheersende kleur. Met nu wel duidelijker zichtbaar een aantal lichtgroene enclaves waar D66 de meeste stemmen heeft behaald. En als ik goed kijk, blijken er zelfs nog een paar donkergroene gemeenten te zijn, in het Oosten en Noorden van het land. Het CDA mag zich daar in een paar plaatsen nog de winnaar noemen. En ook is nu te zien dat tussen het allesoverheersende donkerblauw een paar lichtblauwe vlakken blijken te zitten; vooral in Limburg en de grensregio in het Noord-Oosten heeft de PVV het goed gedaan.

Wat is er aan de hand in Nederland? Het is weliswaar de vierde keer op rij dat de VVD bij parlementsverkiezingen de grootste partij is geworden, maar dat de PvdA nergens meer een gemeente rood kleurt, typeert de uitslag. Nederland blijkt een liberaal land, een land dat het conservatief liberale van de VVD combineert met het sociaal liberale van D66. Een land waarin de drie linkse partijen, PvdA, SP en GroenLinks, geslonken zijn tot samen een groep die ongeveer even groot is als D66 in haar eentje.

De winst van de VVD werd al lang voorspeld. Toch is die voorkeur van de kiezer voor liberaal en sociaal-liberaal opmerkelijk als je het afzet tegen de steeds luider geworden roep om een overheid die de regie neemt in de zorg, paal en perk stelt aan de flexibiliteit van veel banen, grote multinationals eerlijker belasting gaat laten betalen, zorgt dat er meer woningen komen en de burger aan de hand neemt bij de energietransitie. Kortom, de roep om meer regie vanuit de overheid.

Het kan zijn dat de VVD en D66 zo goed hebben gescoord bij deze verkiezingen, omdat ze beide leiders hebben die goed vallen bij menig kiezer. VVD-lijsttrekker Mark Rutte dan als de man die al tien jaar zijn type pragmatisch en wendbaar leiderschap heeft laten zien en nu profiteert van de coronabonus, omdat een deel van de kiezers in deze crisistijd graag behoudt wat hij kent. En zijn D66-collega Sigrid Kaag belichaamt dan de behoefte bij een ander deel van de kiezers aan een nieuw gezicht dat gezag uitstraalt.

Maar ik denk dat de Nederlander ook een burger is die eigen verantwoordelijkheid, eigen bezit en eigen keuzes kunnen maken belangrijk vindt. En dit mogelijk dermate geïnternaliseerd heeft, dat hij of zij zich dat niet eens zo bewust is. Wat kan verklaren waarom een deel van die liberale burgers net als de VVD makkelijk mee beweegt als blijkt dat het liberalisme iets te weinig oog heeft voor burgers die het minder goed hebben dan anderen, te veel belastingontduiking heeft toegestaan aan bedrijven en te weinig oog heeft gehad voor het klimaat. En waarom een ander deel dan juist kiest voor D66, omdat ook deze burger graag vrij wil zijn in doen en laten, maar wel progressiever is, en een forsere aanpak wil van het klimaatprobleem.

Die geïnternaliseerde liberale inborst verklaart dan omgekeerd waarom SP en PvdA een teleurstellende uitslag hebben behaald en de uitslagenkaart geen rode enclaves kent. De Nederlander wil wel een overheid met meer regie, maar niet een overheid die te veel gaat regelen en bedisselen voor de burger. En waar VVD en D66 profiteren van de persoon van hun lijsttrekker, hebben deze twee partijen én GroenLinks dat niet gedaan. Vooral Lilianne Ploumen van de PvdA moest concurrent Kaag voor laten gaan. En Jesse Klaver van GroenLinks blijkt niet de leidsman die links samensmeden kan. Waarbij Klaver ook nog eens heeft moeten opboksen tegen de groene agenda van Kaag.

En het CDA, tot woensdag toch groter dan D66 en in het verleden veelvuldig zelfs de grootste en daarmee de minister-president leverend? Die partij heeft verloren, omdat zij én geen duidelijke koers heeft, een leider die niet goed uit de verf kwam én omdat binnen de partij flink wordt gestookt en gekonkeld. Dat lijkt me een waarschuwing voor de coalitiebesprekingen: hoe stabiel is dit CDA?