Menno Hurenkamp

Nederland heeft nooit bestaan

We beginnen deze mooie dag met een korte voordracht uit de bundel Open deuren. Deze keer voorgedragen door Marco Pastors, voorheen moslim-basher en tegenwoordig wegkwijnend politicus te Den Haag. ‘Het is een schande dat Pim Fortuyn niet in de canon staat.’ Vriendelijk dank voor dit pareltje van een open deur. Het aardige van zo’n lijstje is nu juist dat het dingen bevat die blijvende indruk maken. Dankzij het amateuristische politieke optreden van nieuw ‘klein’ rechts wordt die kans voor Fortuyn steeds kleiner. Pastors is een van de mannen die ‘de erfenis van Fortuyn’ verprutst hebben tot een luizige twee zeteltjes. Dat hij jammert dat Fortuyn eigenlijk de plek van, zeg, Willem Drees moet hebben is, zeg, opmerkelijk.

De canon bestaat uit vijftig kort omschreven hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis. Eerst twee manco’s, dan een cijfermatige analyse. Er zit geen muziek in, zoals al opgemerkt op het levendige canon-internet-discussieforum. Geen Sweelinck, geen Concertgebouworkest. En, ongetwijfeld mede namens Marco Pastors, geen André Hazes! Frisia non cantat, de Fries zingt niet, noteerde de Romein Tacitus en deze canon bevestigt dat. Tweede manco: met deze hoogtepunten op schoot zul je nooit begrijpen waarom Nederland in de twintigste eeuw zo verslingerd is geraakt aan Amerika. Dat moet rechtgezet.

Dan de analyse. Van de achttien mensen die in de lijst voorkomen, zijn er zes niet in Nederland geboren, maar wel in bijvoorbeeld Duitsland (zoals Willem van Oranje en Anne Frank). Enkele andere van die zes hadden zelf nooit veel met Nederland van doen (zoals Napoleon of Karel de Grote). Van de twaalf die wel van Hollandse bodem stammen, waren er vijf om allerlei redenen zo reislustig of kosmopolitisch dat je ze ook aan een ander land of aan de zee kunt toeschrijven. Het zijn Erasmus, Hugo de Groot, Michiel de Ruyter, Spinoza, Vincent van Gogh. De paar echte Nederlanders in de canon zijn: Annie M.G. Schmidt, Willem Drees, Aletta Jacobs, Willem I, Rembrandt, Eise Eisenga en Floris V.

Als je de overige 32 hoogtepunten naloopt zie je dat precies de helft niet tot Nederland beperkt bleef, maar ‘gebeurde’ in Europa of elders. Hunebedden, de Romeinse grens, Hanzesteden, slavernij, spoorlijnen, dekolonisatieprocessen of Tweede Wereldoorlog vind je overal om ons heen. De Duitsers, de Belgen, de Engelsen en de Fransen zouden zich er moeiteloos in herkennen – als ze zich niet zelfs eigenaar van een gebeurtenis achten, zoals de Duitsers de boekdrukkunst claimen en de Belgen zich afvragen wat wij zeuren over de Eerste Wereldoorlog. Van ‘hebban olla vogala’, de Beemsterpolder, de Republiek, kunstenaarsgroep de Stijl of Srebrenica kun je met enige reden zeggen dat het echt Nederlandse voorvallen zijn.

Samen met die zeven echte Nederlanders maken die zestien echt Nederlandse gebeurtenissen nog niet de helft van onze canon uit. Meer dan de helft van onze geschiedenis delen we dus met de rest van de wereld. Nederland als een afgebakende eenheid, een land met een eigen en herkenbare identiteit, heeft een volkomen ondergeschikte rol gekregen van de canoncommissie. Voorzitter Frits van Oostrom steekt een grote intellectuele middelvinger op naar iedereen die met Rita Verdonk en een bord stamppot op schoot herinneringen wil ophalen aan een goede oude tijd, toen we gezellig onder elkaar waren. Sorry mensen, die tijd was er nooit. Het is oud nieuws, maar dat mag je historici zeker niet verwijten.