Drugsbeleid op drijfzand

Nederland importland

De Nederlandse hennepteelt moet worden aangepakt, vooral omdat tachtig procent zou worden geëxporteerd, zegt de Taskforce. Ongefundeerde aannames, zeggen anderen. ‘Justitie creëert zijn eigen criminaliteit.’

‘DAT CIJFER van die tachtig procent spookt al een hele tijd rond. Een paar jaar geleden vroegen buitenlandse collega’s me: “Wordt echt tachtig procent van jullie illegale wietproductie geëxporteerd?” Ze waren verbaasd. Zij hadden nergens last van. Ze werden niet overspoeld met nederwiet.’ Volgens Franz Trautmann, hoofd van het programma Internationalisering bij het Trimbos Instituut, is er iets grondig mis. Niet buitenlandse experts beschuldigen Nederland van grootschalige export van drugs, maar de Nederlandse politie zélf - de Taskforce Georganiseerde Hennepteelt, om precies te zijn. 'Maar de politie heeft niet de data om het hard te maken’, zegt hij.
Vier jaar lang was er geen plenair debat in de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het Nederlandse drugsbeleid. Donderdag 1 maart debatteren de volksvertegenwoordigers eindelijk weer over het dossier dat niet alleen diep ingrijpt in de volksgezondheid en de openbare orde, maar ook in het nationale zelfbeeld. Want op het gebied van de cannabis - en daarover zal de discussie vooral gaan - voerde Nederland sinds de jaren zeventig een succesvol pragmatisch beleid dat inmiddels brede navolging heeft gevonden. Niet alleen binnen de Europese Unie, ook ver daarbuiten.
Maar onder aanvoering van de landelijke Taskforce Georganiseerde Hennepteelt veranderde het imago. De ontspannende joint waaraan niemand dure politiecapaciteit wilde verspillen, is inmiddels symbool van criminaliteit en gewelddadigheid. Het is in deze sfeer dat het onderscheid tussen soft- en harddrugs vervaagt, de wietpas voor coffeeshopbezoekers wordt ingevoerd, met het gevaar dat oncontroleerbare, illegale straathandel opleeft. Tijdens een debatavond in Amsterdam liet minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) zich onlangs ontvallen dat hij softdrugs het liefst zou laten verbieden. In de afgelopen vier jaar was het vooral de strafrechtelijke keten die de toon zette - en niet, zoals daarvoor, de volksgezondheidssector.
Het zijn de Taskforce-cijfers over de export van Nederlandse cannabis (in de vorm van wiet) die de discussie domineren. De Taskforce wordt geleid vanuit de strafrechtelijke keten, door politie en Openbaar Ministerie. Geregeld doet de Taskforce invallen in loodsen en stadspanden, op zoek naar hennepplantages. Met een speciale drone wordt vanuit de lucht naar wiet gespeurd. De afbeelding die de Taskforce veel gebruikt moet elke gedachte aan een gedoogbeleid vakkundig de nek omdraaien: een met bloed besmeurd wietblad.
Het Trimbos Instituut kan zich niet vinden in de cijfers van de Taskforce. Een van de belangrijkste financiers van het instituut is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat in Nederland nog altijd het primaat heeft over het drugsbeleid. Maar ook al menen wetenschappers dat de cijfers op drijfzand zijn gebaseerd, ze hebben zich als een hardnekkig virus genesteld in het maatschappelijke debat.

TWEE OVERHEIDSINSTITUTEN die zich vanuit een volstrekt tegengestelde visie bezighouden met het Nederlandse drugsbeleid - repressie versus harm reduction. En die laatste begint het pleit te verliezen. Het Trimbos Instituut kreeg geen toegang tot de achtergrond van de claim van de Taskforce over het enorme exportpercentage, dat omgerekend tussen de 258.000 en 613.000 kilo cannabis zou bedragen (volgens cijfers van de Taskforce). Ook al probeerde Margriet van Laar, hoofd van het programma Drug Monitoring, dat meermaals. Ze kende een schatting van tussen de twintig en de tachtig procent van het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten). 'Dat is een enorme range. Binnen de Taskforce werd gezegd dat het eerder tachtig dan twintig was. Op basis van gegevens die niet openbaar zijn, ook niet voor mij.’ Dit is zeer relevant voor het beleid, benadrukt Van Laar: 'Een argument om de achterdeur van de coffeeshop te reguleren is dat je de wind uit de zeilen neemt van de georganiseerde criminaliteit. Maar als tachtig procent naar het buitenland gaat wordt dat lastig. Dan kan het reguleren nog steeds voordelen hebben, maar dan moet je niet de pretentie hebben de georganiseerde criminaliteit een slag toe te brengen. Als het die twintig procent zou zijn, dan lukt dat wel. Maar wij krijgen absoluut niet de gelegenheid de cijfers te verifiëren.’
Jarenlang was onduidelijk hoe groot het exportdeel was. Rapporten spraken van 'grote hoeveelheden’, maar aan een eenduidig percentage waagden onderzoekers zich niet. Kenmerkend is het Nationale Dreigingsbeeld 2008. In dit politierapport werd een range van 15 tot 74 procent genoemd. De schrijvers concluderen keurig dat dit 'in feite betekent dat er geen duidelijk beeld bestaat van de omvang van de export’. Volgens het Trimbos Instituut kan op grond van zulke uiteenlopende cijfers zelfs niets gezegd worden over export.
Maar in de herfst van 2008 is daar opeens een eenduidig doch onrustbarend hoog cijfer van tachtig procent, met kracht geponeerd door de welbespraakte politiecommissaris Max Daniel, de toenmalige leider van de landelijke Taskforce Georganiseerde Hennepteelt. In een interview met NRC Handelsblad in oktober 2008 zegt hij dat de Nederlandse hennepwereld er een zeer lucratieve export op nahoudt van een slordige twee miljard euro per jaar. In de jaren daarna heeft Daniel het over 'tachtig tot negentig procent’. Daniel, inmiddels plaatsvervangend korpschef van de politie Friesland, komt met meer indrukwekkende cijfers: de hennepteelt zou in omvang de oppervlakte van de provincie Utrecht beslaan, Nederland is 'zo'n beetje het grootste exportland van hennep’, en hennep is na de bloemen ons belangrijkste agrarische exportproduct. Dergelijke claims worden door de Taskforce verspreid via eigen websites, folders en onderzoeksrapporten, en in kritiekloos afgenomen interviews in de media. Niet één keer worden Daniels claims door interviewers in twijfel getrokken op basis van de openbare gegevens uit rapporten van Trimbos en het KLPD. Daniel heeft dan ook een smeuïg verhaal vol soundbites en tranentrekkende voorbeelden van bijbeunende burgers die via de hennepteelt door de zware misdaad werden verzwolgen. Het NRC-artikel maakt Daniels oncontroleerbare boodschap salonfähig. De weg is gebaand naar invloedrijke tv-programma’s als Nova en Pauw & Witteman.
En dat is precies de bedoeling. Beeldvorming is een van de pijlers van de Taskforce. In het jaarbericht 2008 van het OM Arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch, waaronder de Taskforce Georganiseerde Hennepteelt ressorteert, wordt gewag gemaakt van het 'uitstippelen’ van 'een zorgvuldige communicatiestrategie’. Daniels optredens in NRC Handelsblad en Nova worden gepresenteerd als een groot succes. 'Het onveiligheidsgevoel van hennepcriminelen was geboren.’
Nicole Maalsté, criminoloog aan de Universiteit van Tilburg, is een van de weinigen die zich vanaf het begin teweerstelde tegen het ongefundeerde exportcijfer van Daniel. Het beïnvloeden van de beeldvorming is een van de strategieën van de Taskforce, vertelt ze. 'Ze bouwen zorgvuldig het beeld op van de criminele kweker. Ze stellen telers voor als mensen die een gevaar vormen voor de samenleving, brand veroorzaken, ripdeals aantrekken en deel uitmaken van grote georganiseerde criminele verbanden.’ In de ogen van de Taskforce is de teler met een paar plantjes op zolder even crimineel als de kweker met een loods vol cannabis. Maalsté: 'Om hun eigen acties te legitimeren moeten ze een crimineel beeld voeden. Anders denken de mensen: waar zijn jullie in godsnaam mee bezig? Wat je nu ziet is dat justitie zijn eigen criminaliteit aan het creëren is. Criminele organisaties die er altijd al waren, die ook in harddrugs doen en in wapenhandel, vullen nu het gat van de opgepakte kleine wiettelers. Zo meteen hebben we dus inderdaad grote criminele organisaties die de coffeeshops in handen hebben en die de teelt daarachter bepalen. Want de kleintjes durven niet meer. Je kunt je huis kwijtraken en hoge navorderingen krijgen.’

MET HULP van de media dringt de beeldvorming van de Taskforce door tot in de hoogste regionen van de politiek. Dat blijkt onder meer in 2008. In de Kamer wordt dan niet gediscussieerd op basis van de genuanceerde bevindingen van het KLPD en het Trimbos Instituut, maar op basis van Daniels uit dik hout gezaagde exportpercentages. Naar aanleiding van het NRC-interview met de Taskforce-leider stelt CDA-Kamerlid Cisca Joldersma vragen aan staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak (PVDA). Zij krijgt bijval van de ChristenUnie en de SGP. Toenmalig CU-parlementariër Ed Anker vraagt wat zij gaat doen aan Nederland als exportland. Dat Nederland een exportland is 'wisten wij al wel een beetje’, zegt Anker, 'maar Max Daniel heeft dit nu ook gekwantificeerd’. Geen parlementariër die wappert met de bevindingen van het Trimbos Instituut dat 170 tot 180 landen hun eigen cannabis telen, wat betekent dat er vrijwel geen exportmarkt ís. Opvallend is wel dat de staatssecretaris van Justitie weigert verantwoordelijkheid te nemen voor de uitspraken van politiecommissaris Daniel. Zij noemt zijn cijfers ongefundeerde 'aannames’. Desondanks wordt het exportcijfer van tachtig procent in 2011 nog steeds gebruikt in het parlement. Nu ook door PVDA en D66.
Uit een recent rapport van het Tilburgse onderzoeksinstituut IVA blijkt hoezeer de beeldvorming door de Taskforce is gestoeld op onwaarheden. Criminele thuistelers, of telers die gedwongen werden door de georganiseerde misdaad - het uitgangspunt van Max Daniel - werden niet aangetroffen. Volgens de onderzoekers is de teelt een betrekkelijk risicoloze manier om het lage inkomen aan te vullen. Saillant detail: het rapport werd gemaakt in opdracht van de Taskforce. Het bleef vijf maanden op de plank liggen, volgens een ingewijde omdat het 'nogal lang duurde voordat de beleidsreactie af was’. Het werd afgelopen maand openbaar gemaakt.

INTUSSEN is er een beweging aan de gang die andermaal toont hoe onwaarschijnlijk de exportcijfers van de Taskforce zijn. Nederlandse coffeeshophouders zitten met de handen in het haar wegens de snel afnemende kwaliteit van de hun aangeboden cannabis. 'Het gaat nu juist om import’, zegt Mario Lap, directeur van de stichting Drugtext en uitstekend ingevoerd in het milieu van coffeeshophouders en cannabisgebruikers. 'Wat vanuit Nederland de shops in komt is werkelijk te treurig voor woorden.’ Door de jacht van de Taskforce zijn de beste telers verdwenen, zegt hij. Lap sprak coffeeshophouders in Haarlem, Amsterdam en Arnhem, en allemaal hadden ze hetzelfde verhaal. Zij betrekken nu hun wiet uit het buitenland. Er wordt inmiddels voor de Nederlandse markt geteeld in Duitsland, Frankrijk, Polen en Spanje. 'Vaak door Nederlanders, want die bezitten de beste zaden.’
De nieuwe importtrend deert de Taskforce niet. Die hanteert tegenwoordig, volgens een zegsman bij het OM, nog altijd een exportpercentage van zeventig tot tachtig. De politie komt tot die 'nauwkeurige’ schatting op basis van 'bronnen die niet altijd even hard zijn’. De woordvoerder beseft dat het getal uitnodigt tot politiek gebruik: 'Als het je niet uitkomt, dan zeg je dat je het wat te zwak onderbouwd vindt. En als je het kunt gebruiken, dan gebruik je het. Zo werkt het nu eenmaal.’