Kaboel is gevallen - wat nu?

Nederland in Afghanistan

Nederland staat klaar met troepen voor de strijd tegen het terrorisme. Kaboel is gevallen. Wat nu? De Nederlandse militaire inzet kan een langdurige operatie worden. GroenLinks schort de steun aan de bombardementen voorlopig op.

«We doen mee!» juichte De Telegraaf op de voorpagina nadat bekend werd dat Nederland troepen en materieel ter beschikking stelt van de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme. Het gaat om ongeveer veertienhonderd militairen, vier maritieme patrouillevliegtuigen, drie fregatten, twee mijnenjagers, een onderzeeër, zes F16’s met verkenningsapparatuur, een Hercules-transporttoestel en een KDC-10 tankvliegtuig. Het is de bedoeling dat de eenheden worden ingezet voor ondersteunende taken, niet dat ze deelnemen aan de vijandelijkheden in Afghanistan. De F16’s zouden hun camera’s slechts laten klikken voor humanitaire doeleinden, zoals het registreren van vluchtelingenstromen.

Frankrijk, dat ook troepen heeft aangeboden, heeft te kennen gegeven alleen mee te doen op voorwaarde dat het betrokken wordt bij de verdere militaire planning. Omdat de beschikbaarheid van Nederland niet direct gevechtshandelingen betreft, ligt een dergelijke eis niet op tafel. Premier Koks beoogde opvolger Ad Melkert was helderder. «Hoe Nederland ook geïnformeerd of geconsulteerd wordt, je kunt niet allemaal hoofdrolspeler zijn», zei hij in Buitenhof. Waarmee het kamerlid in bedekte termen al aangaf er niet om te malen dat Nederland aan de leiband van de Verenigde Staten loopt.

Maxime Verhagen, CDA-buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamer, heeft twijfels over de commandostructuur. Hij steunt de Nederlandse bijdrage, maar later deze week, als de ministers Van Aartsen en De Grave terug zijn uit het buitenland, wil hij graag van de regering weten in hoeverre Nederland in strategisch opzicht betrokken wordt bij het verdere verloop van de oorlog. «Een bedelpartij als vorige week zondag bij het diner in Londen zien wij niet graag nog eens gebeuren. Wat daar gebeurde, kon absoluut niet door de beugel: ieder land van de Unie moet evenzeer betrokken zijn bij het overleg. En een en ander wordt nog pijnlijker als in die fase al bekend was dat Nederland deze wezenlijke bijdrage had aangeboden. Nederland moet weten waar het aan meedoet.»

De grens tussen activiteiten die «ondersteunend» zijn en activiteiten die in directere zin met gevechtshandelingen te maken hebben, is flinterdun. Wanneer het door Nederland aangeboden tankvliegtuig een Amerikaanse F16 bijtankt, is duidelijk dat een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan de actieve bombardementen. De Nederlandse taken behelzen dus meer dan de humanitaire taken, waar het kabinet zo de nadruk op legt. Ook een Nederlandse F16 die enerzijds vluchtelingenstromen in kaart brengt, maar anderzijds potentiële militaire doelen lokaliseert is meer betrokken bij de oorlog dan Kok, De Grave en Van Aartsen het deden voorkomen. Kok bleek het zich bewust: «We moeten niet doen alsof we daar een beetje kinderwerk verrichten. We zijn met deze inzet, met deze mogelijke bijdrage, waarvan nog zal moeten blijken wat daarvan kan en zal worden benut, zeer actief in het ondersteuning geven aan de militaire poot van de strijd tegen het terrorisme.»

Verhagen: «Als er F16’s ingezet worden, ga ik ervan uit dat die toestellen tezelfdertijd gebruikt worden voor het lokaliseren van militaire doelen én voor het in kaart brengen van vluchtelingenstromen. Je kunt dan onmogelijk zeggen dat een F16 alleen maar humanitaire taken op zich neemt. Natuurlijk, ze zullen in principe niet aan gevechtsacties deelnemen, maar van sec humanitaire acties is geen sprake als je ook militaire informatie verzamelt.»

Ondertussen verdedigde Kok de bijdrage van Nederland in dezelfde bewoordingen als in de persconferentie daags voor Prinsjesdag. Vrijdagavond zei hij op televisie: «Die aanval op de Amerikanen was een aanval ook op ons, onze waarden, onze vrijheid, onze waarden en normen die wij hier hebben. Op onze democratie. Zoals de Amerikanen in een ver verleden heel veel hebben gedaan om ons in Europa te helpen en te ondersteunen, zo zijn wij nu een keer in vreselijke omstandigheden op een beperkte wijze aan de beurt.» Het woord «oorlog» kwam echter niet over zijn lippen.

Het is de vraag in hoeverre het Nederlandse materieel nog nodig is. De opmars van de Noordelijke Alliantie verloopt soepel sinds de Amerikanen en Britten uit alle macht Taliban-stellingen bombarderen. Zo soepel dat het daarmee zeer binnenkort weleens afgelopen zou kunnen zijn. De Alliantie meldde begin deze week de inname van de steden Mazar-i-Sharif en het strategisch zeer belangrijke Herat. Dinsdagochtend viel de hoofdstad Kaboel. Daarmee ligt de weg open naar het Taliban-bolwerk Kandahar in het zuiden.

Waar het in Koks referentie aan het verleden gaat om gebeurtenissen van meer dan vijftig jaar terug die zich in dezelfde vorm niet zo snel zullen herhalen, spelen met name bij de inwoners van Kaboel prangender herinneringen. Tussen 1992 en 1996 werden zij het slachtoffer van grootschalige mensenrechtenschendingen door troepen van facties die nu tot de Noordelijke Alliantie behoren: strijdmakkers van Bush en nu ook van Kok. Vijftigduizend burgers kwamen in die jaren om bij gevechten tussen de verschillende facties.

De etnische verscheidenheid van Afghanistan en de vele stammentegenstellingen zouden gemakkelijk kunnen leiden tot nieuwe conflicten. Dat is al eeuwenlang het geval. De blijdschap om het vertrek van de fundamentalistische Taliban gaat gepaard met angst voor plunderingen, moord en verkrachting nu grote steden als Mazar-i-Sharif, Herat en Kaboel in handen zijn gevallen van de Noordelijke Alliantie. Op de radiozender van de Alliantie wordt opgeroepen tot verbroedering van alle etnische groepen in het land. Toch vrezen velen dat de Tadzjiekse, Oezbeekse en sji’itische Harara-soldaten van de Alliantie zullen huishouden onder de Pathaanse meerderheid.

Neem Mazar-i-Sharif. In de loop der jaren veranderde de belangrijkste stad in het territorium van de Oezbeekse warlord generaal Rashid Dostum verschillende malen van bezetter. Dat ging steeds gepaard met grootscheepse plunderingen en wreedheden. Ook deze week werd er gemoord en geplunderd, vooral door de Taliban, maar ook door de binnentrekkende troepen van Dostum. Volgens de VN werd een voedselkonvooi door een van de commandanten in beslag genomen en werden meer dan honderd Taliban-strijders standrechtelijk geëxecuteerd.

Rashid Dostum is de beruchtste van alle Alliantieleiders. Tijdens de heerschappij van de communisten leidde hij een beruchte speciale militie van Oezbeken, de Jowzjani (naar de provincie waar ze vandaan kwamen), die overal in Afghanistan werd ingezet tegen de moedjahidien. Oezbeken staan bekend als het ruigste volk van Centraal-Azië. Hun wreedheid en voorliefde voor plunderen zouden verband houden met hun afstamming van de woeste horden van Djengis Chan, een verleden waar Oezbeekse strijders zich trots op laten voorstaan. Hun favoriete sport is buzkushi, een soort polo. Ruiters bewapend met zwepen gaan elkaar te lijf in hun poging het karkas van een onthoofde geit te veroveren.

Generaal Dostum gaat nog veel verder in zijn bruutheid. De Pakistaanse journalist Ahmed Rashid, die vele jaren in Afghanistan werkzaam was, bezocht de Oezbeekse krijgsheer eens in Mazar, waar hij resideerde in een negentiende-eeuws fort. Hij zag bloedvlekken en stukken vlees op de modderige binnenplaats. «In mijn onschuld vroeg ik aan de bewaker of ze een geit hadden geslacht», schrijft hij in zijn boek Taliban. «Ze vertelden me dat Dostum een uur eerder een soldaat had gestraft wegens diefstal. De man was aan de rupsbanden van een in Rusland gebouwde tank gebonden, die vervolgens de binnenplaats werd rondgereden, zodat zijn lichaam tot gehakt was vermalen, terwijl het garnizoen en Dostum hadden toegekeken.»

Al vanaf 1991 werden verscheidene leiders van de Noordelijke Alliantie aangeklaagd in rapporten van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch. Enkele jaren geleden ontdekten VN-functionarissen, nota bene uitgenodigd door Dostum zelf, lijken van Taliban-strijders in waterputten. Ooggetuigen vertelden dat de strijders door Dostums troepen in de putten werden gegooid, waar doorgaans tien tot vijftien meter water in staat. Voordat met een bulldozer zand in de putten werd geschoven, werden er handgranaten in geworpen. Meer dan honderd Taliban-strijders werden zo om het leven gebracht. Op 5 januari 1997 wierpen vliegtuigen van Dostum clustermunitie af boven woonwijken in Kaboel — met vele doden en gewonden onder de burgerbevolking tot gevolg.

In maart 1995 gaven de veelgeprezen Jamiat-i-islami-troepen van wijlen generaal Ahmed Shah Massoed zich over aan misdaden tegen de inwoners van een Hazara-wijk in Kaboel. Twee jaar eerder hielden Massoeds (Tadzjiekse) troepen ook al huis onder deze etnische groep. In 1994 stelden troepen van Dostum, bijgestaan door Gulbuddin Hekmatyars Hezb-i-islami een voedselblokkade in rond Kaboel, die de nekslag betekende voor de reeds volledig uitgerookte en verhongerde bevolking. Onlangs werden massagraven ontdekt in Noord-Afghanistan, het stamgebied van de Alliantie. Daarin zouden meer dan tweeduizend lijken liggen van geëxecuteerde Taliban-strijders en burgers.

Het is maar een kleine greep uit een lange reeks mensenrechtenschendingen onder verantwoordelijkheid van de Noordelijke Alliantie.

De Amerikanen maakten afgelopen week duidelijk niet achter de inname van Kaboel te staan. Er was immers nog geen werkbare overgangsregering gevormd waarin alle strijdende facties, inclusief de Taliban, zitting zouden moeten hebben en die waarschijnlijk zou worden geleid door de aardbeien verbouwende, stokoude ex-koning Mohammad Zahir Shah. Maar intussen bombardeerden Amerikaanse jets de frontposities van de Taliban rond Kaboel, waardoor de opmars van de Noordelijke Alliantie mogelijk werd. De Amerikanen spreken met twee tongen om Pakistan met zijn in meerderheid Pathaanse bevolking te vriend te houden.

Volgens reporters ter plaatse van BBC World heerst er grote bezorgdheid over het machts vacuüm waarin Kaboel is gevangen. Dinsdagochtend, meteen na het innemen van de stad, werd er al geplunderd en gemoord. Politieagenten van de Noordelijke Alliantie zouden daaraan een einde hebben gemaakt. Intussen groeit de kans op een broederstrijd rond Kaboel, de derde in tien jaar. De aanhangers van president Borhanuddin Rabbani, afkomstig uit de Jamiat-i-islami, zijn woedend dat andere Alliantie-facties Kaboel zijn binnengetrokken. Rabbani had en plein public Pakistan en de VS beloofd dat dat niet zou gebeuren. En woordbreuk is een doodzonde in Afghanistan.

Volgens de Russische politiek analist Andrej Kortinov in Moskou is het gevaar groot dat de moedjahidien elkaar weer in de haren vliegen. «Twintig jaar geleden hoorden we dezelfde geluiden. Toen zeiden de communisten ook na een lange campagne dat ze de boel onder controle hadden en dat het normale leven zou terugkeren. Maar zoals we weten, bleek dat voortijdig. Het kan nog tientallen jaren duren voordat het echt rustig is in Afghanistan, ook al stel je een VN-bestuur in.»

Volgens Tom Carew, een ex-Special Air Servi ces-commando die begin jaren tachtig verschillende geheime missies in Afghanistan uitvoerde en hielp bij het trainen van Hezb-i-islami-strijders, is het onvermijdelijk dat er wreedheden zullen plaatsvinden. Hij was onder meer getuige van een verkrachting — en schoot samen met een collega de daders (zeven man) dood. «Het zit in hun bloed», vertelde hij De Groene Amsterdammer. «Ze hakken hun tegenstanders aan stukken. Dat doen ze al eeuwen. Zo vechten die mensen nu eenmaal, dat houd je niet tegen.»

Amnesty International heeft alle strijdende partijen, inclusief de brede coalitie tegen het terrorisme waaraan Nederland nu ook gewapenderhand deelneemt, opgeroepen de mensenrechten uit te roepen tot het enige agendapunt, en de straffeloosheid aan banden te leggen. Mochten de VS en hun bondgenoten die oproep serieus nemen, dan zouden de commandanten van alle Alliantie-facties ogenblikkelijk gearresteerd moeten worden. Pakistan en Iran dringen aan op het vestigen van een VN-bestuur in Kaboel. Als de Verenigde Naties met slechts één maat meten, dan zou secretaris-generaal Kofi Annan alvast moeten lobbyen voor een Afghanistan-tribunaal. De wreedheden die er zijn begaan wegen met gemak op tegen die in Bosnië en Kosovo.

Gezien de «recente stormachtige ontwikkelingen» maakte GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller dinsdagochtend bekend de steun van GroenLinks aan de Amerikaans-Britse bombardementen «op te schorten». Volgens hem krijgt de Noordelijke Alliantie Afghanistan van de Amerikanen «op een presenteerblaadje». De formulering is nauwkeurig gekozen: het opschorten van de steun betekent geenszins het definitief intrekken ervan.

GroenLinks heeft vanaf het begin van de militaire acties «geclausuleerde» steun verleend. Er moest een balans zijn tussen de militaire aspecten en de humanitaire en politiek-diplomatieke kant van de zaak. «De militairen lopen nu harder dan de politici. Dan krijg je een gevaarlijke situatie.» Volgens Rosenmöller wordt een politiek-diplomatiek offensief bemoeilijkt als de bombardementen niet stoppen. «Als je één club, de Noordelijke Alliantie, meer macht geeft, dan zullen de anderen niet meer zo snel meewerken aan een politieke oplossing.»

De terbeschikkingstelling van Nederlandse troepen voor de strijd tegen het terrorisme roept vragen op, ook buiten GroenLinks. De actie heeft verschillende oogmerken: het te pakken krijgen van Osama bin Laden, dood of levend; het uitschakelen van zijn terreurnetwerk al-Qaeda en het bestraffen van een regering die terrorisme ondersteunt. Met het verslaan van de Taliban is de oorlog tegen het terrorisme dus geenszins afgelopen. Amerikaanse regerings leden hebben aangegeven dat de oorlog tegen het terrorisme nog jaren kan duren, aangezien het heel moeilijk wordt al-Qaeda volledig te ontmantelen en Bin Laden te pakken te nemen. Mocht ooit blijken dat Bin Laden toch niet achter de aanslagen zit — het bewijs is niet sluitend, en hij noch al-Qaeda heeft betrokkenheid erkend —, dan valt bovendien de volkenrechtelijke goedkeuring onder het oorlogsgeweld weg.

Volgens de Engelstalige Pakistaanse krant Dawn, die afgelopen week een interview met Bin Laden publiceerde waarin hij zei nucleaire en chemische wapens te bezitten, bevindt Bin Laden zich in de nabijheid van Kaboel. De correspondent werd ’s nachts geblinddoekt in een jeep vanaf Kaboel vervoerd naar een plaats waar het «extreem koud» was en waar men «het geluid kon horen van in het rond schietend luchtafweergeschut». Volgens andere bronnen zou hij zich nu ophouden rond Kandahar, het zuidelijke bolwerk waar Taliban-leider Mohammed Omar resideert.

Wat als de vijandelijkheden worden verlegd naar landen buiten Afghanistan? Worden Nederlandse troepen ook daarvoor ter beschikking gesteld? «De beschikbaarstelling van ons materieel voor het ondersteunen van acties van de Amerikanen is gebaseerd op resolutie 1368, lid 3 van de Verenigde Naties, waarin heel precies is aangegeven dat het om acties gaat die thans op Afghanistan betrekking hebben. Andere regionale verbredingen zijn niet aan de orde», zei Kok.

Maar het betreffende artikel roept alle VN-lidstaten op om «samen te werken bij het spoedig voor het gerecht brengen van de uitvoerders, organisatoren en financiers van deze terroristische aanvallen», en benadrukt «dat degenen die verantwoordelijk zijn voor hulp, ondersteuning of onderdak aan de uitvoerders, organisatoren en financiers van deze acties verantwoordelijk worden gesteld.»

Een wespennestformulering, aangezien er slechts kwalitatieve en geen territoriale grenzen gesteld worden. Irak, Soedan of Somalië, landen waar al-Qaeda zich ook ophoudt, vallen er net zo goed onder.

Zo bezien zou de Nederlandse militaire steun wel eens een langdurige operatie kunnen worden.