Nederland is af

En opeens komt het besef, de deprimerende gedachte, dat Nederland werkelijk af is. Zoals een huis af kan zijn. Een huis dat tot de laatste druppel verf, de laatste deurknop, de ultieme plant op de vensterbank af is. En als je in het huis gaat zitten valt op hoe stil het is daarbinnen. Je hoort geen straatrumoer meer en door de goed geãsoleerde muren geen hinderlijk gebonk. Er komt geen geur en geen stank door de luchtroosters. Geen tocht door de dubbele beglazing. Het licht wordt door de vitrages zachtjes gefilterd. Je gaat in het huis zitten en haalt herinneringen op uit de tijd dat je nog liep en rende.

Nederland is af en uit. Nederland is op.
Vanochtend ben ik naar buiten gestormd en heb ik mijn oor tegen een willekeurige straattegel gelegd. Maar er klopte niets onder de grijze tegel. Toen ben ik als een bezetene door de straten gaan rennen om mijn depressie van mij af te schudden. Ik schreeuwde om emoties en hartstocht, ik hoopte stiekem op woede en zelfs op razernij, ik smeekte om verrassingen en onverwachte wendingen.
Ik vroeg een voorbijganger wanneer het ook weer was dat voor het laatst een demonstratie in die straten was gesignaleerd. De man dacht lang na, glimlachte en zei vrolijk dat hij het zich niet meer kon herinneren. Toen piepte zijn mobiele telefoon: zijn vrouw vroeg of hij vanavond bloemkool of bloemkool wou eten.
Op dat moment viel het me op dat de eerste oranje balletjes en lintjes de antennes van geparkeerde auto’s versierden. Ik zag dat mensen in verschillende kranten hetzelfde soort artikelen aan het lezen waren. Ze leken tevreden en congratuleerden elkaar met het feit dat Edgar Davids in het nationale elftal terug was. ‘Geen ruzie meer, het is weer pais en vree!’ Uit vreugde riepen de lezers: 'Hup, hup’, hun hoofd in elkaars achterwerk stekend.
Om de stad lag een file van driehonderd kilometer, maar gek genoeg hoorde je geen getoeter en geen gevloek. Iedereen was tevreden met die file, want volgens Veilig Verkeer Nederland is filerijden de beste manier om levens te sparen. En als er ergens op een weg een konijn of een huisvrouw wordt doodgereden zal de maximumsnelheid in het hele land met onmiddellijke ingang tot 22 kilometer per uur worden verlaagd.
Ik liep door en zag een immens lange rij voor de boekhandel.
Emoties, dacht ik en mijn hart bonkte. Maar de mensen in de rij stonden stijf en stil als plankton voor de deur van de winkel te vegeteren. Ze wilden allemaal de laatste literaire sensatie, Slaap kindje, slaap, bemachtigen, die de vorige avond met de befaamde Libresse Anti-Lekrandenprijs was bekroond. Ze waren er vroeg bij omdat ze het boek voor zaterdag gelezen wilden hebben. Op die dag namelijk zou de volgende sensatie zich voltrekken. Een trouwerij! Die van de vijfde wachtende voor de troon. Voor deze ongelooflijke gebeurtenis vol spanning zou de NOS met een ploeg lakeien een rechtstreekse uitzending verzorgen, evenals een uitzending in slowmotion op Internet. Om zich ervan te verzekeren dat geen enkel risico gelopen kon worden had de RVD het huwelijk in Apeldoorn gepland. Mogelijke tegenstanders van de koninklijke ceremonie waren toch niet meer te vinden sinds alle Nederlandse krakers een lintje en een premie-A-woning hadden gekregen en het Republikeins Genootschap een gratis lunch door de RVD werd aangeboden in het Groningse DinercafÇ Soestdijk.
Aan alles voelde ik vanochtend dat Nederland af is. Op misschien nog een oversteektunnel na voor dassen en rupsen onder de A15. Het werd paars voor mijn ogen, ik viel op mijn knie‰n en smeekte om een rebel, om een goeroe die mij naar een nieuw licht zou kunnen leiden alvorens ik op mijn negenentachtigste door acute verwardheid zou worden getroffen. Op de grond lag een zaterdags exemplaar van het Rotterdams Dagblad, en ik las de koeieletters: 'Ik ben een van de laatsten die zich verzet!’ Extatisch greep ik de krant. De man die dat riep was in het paginagrote interview nog explicieter.
Hij had het over zijn vrouw, zijn dochter en het handje van zijn zoon, dat hij uren kon vasthouden als daad van verzet. Hij roemde het universum van de vakantiehuisjes en kapittelde de ouders die te snel scheiden. Ik keek naar de foto van de laatste man in Nederland die zich verzet, en herkende Youp van ’t Hek. Op dat moment viel de depressie als een deksel op mijn hoofd neer, en ik kan me daarna niets meer herinneren.