Heeft het land een zakenkabinet nodig?

Nederland is geen platenmaatschappij

De elite aan de macht? Dat betekent eindelijk een zakenkabinet aan het roer. Maar de geschiedenis leert dat de daadkrachtigste managers nog niet de beste democraten zijn.

ALS NEDERLAND zich begin 2009 had laten redden door de elite zou het nu failliet, berooid en boos kunnen zijn. ‘Ik ben beschikbaar als gevolmachtigd crisisminister op financieel gebied’, gaf een van zelfvertrouwen blakende Dirk Scheringa twee jaar geleden te kennen. Een zakenkabinet en twaalf maanden, dat was alles wat hij nodig had om het crisisvarkentje te wassen. De gevestigde politiek leek de bankier niet eens onserieus te nemen. In mei van datzelfde jaar noemde premier Balkenende hem 'een voorbeeld voor ons allemaal’. Eerder hadden prominente VVD'ers als Gerrit Zalm, Robin Linschoten en Ed Nijpels hun naam al aan de DSB-bank verbonden.
Uiteindelijk had Scheringa minder dan twaalf maanden nodig. Niet om het land te redden, maar om zijn eigen imperium in de afgrond te storten. Een geluk dat de bankier geen groter speelgoed tot zijn beschikking had.
Een flauwe vergelijking? Inderdaad is een land geen bedrijf. Maar juist binnen de financieel-economische elite, waar Scheringa zich even toe mocht rekenen, wordt dat verschil vaak verwaarloosd. Groot is de ergernis over de trage, besluiteloze Haagse democratie. Het voedt het verlangen eindelijk spijkers met koppen te slaan. De traditionele partijpolitiek zou daar niet toe in staat zijn, een zakenkabinet wel.
Dus gaan in verkiezingstijd steevast stemmen op voor zo'n niet partijgebonden regering. Onlangs was het nog oud-minister Ernst Hirsch Ballin (CDA) die betoogde dat een zakenkabinet een betere oplossing was geweest dan de huidige minderheidsregering met PVV-steun. Zijn partijgenoot en bouwlobbyist Elco Brinkman pleit daar al jaren voor. De voordelen zouden legio zijn. Een zakenkabinet hoeft geen compromissen te sluiten, maar kan echte hervormingen doorvoeren. Heilige huisjes, van het ontslagrecht tot de woningmarkt, gaan tegen de vlakte. Regels worden afgeschaft, en het mes kan in de bureaucratie. Hup, tienduizend ambtenaren eruit. In het bedrijfsleven gaat dat toch ook?

WEET DE ELITE het inderdaad beter? Een zakenkabinet is de lakmoesproef. Zo'n constructie geeft de knapste koppen, daadkrachtigste managers en grootste geldverdieners de kans te laten zien wat zij werkelijk waard zijn. Alleen: Nederland heeft geen enkele recente ervaring met zakenkabinetten. De laatste poging om er een te vormen, stamt al weer uit 1939. Zij was van uiterst korte duur. 'Colijn V’ werd direct na de regeringsverklaring door het parlement naar huis gestuurd. Het zakenkabinet als elitetoets is daarmee vooral een vorm van what if history. Wat als Dirk Scheringa werkelijk zijn zin had gekregen en minister was geworden? Zijn trieste lot staat niet op zich. Juist de mannen - het zijn zelden vrouwen - in wie de grootste hoop wordt gesteld om het land te redden, blijken enkele jaren later op z'n best weinig succesvol te zijn geweest, op z'n slechtst ordinaire boeven.
Neem IT-investeerder Roel Pieper. Jarenlang werd hij getipt als expert-minister. Ook zelf overwoog hij een overstap naar de politiek. Inmiddels zit deze beoogd redder van het vaderland in Monaco. Verscheidene van zijn bedrijven zijn failliet en Pieper is verwikkeld in een reeks rechtszaken. Nog veel erger is het met zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen gesteld. Hij wordt beschuldigd van fraude en omkoping. Maar wie kan zich herinneren dat deze 'bedrijvendokter’ ooit genoemd werd als ideale kandidaat voor een zakenkabinet?
Blijkbaar heeft een belangrijk deel van de Nederlandse elite een beperkte houdbaarheid. Mensen die het ene moment als voorbeeld gelden, staan korte tijd later op een zijspoor. VVD-leider Frits Bolkestein legde al in 1993 de vinger op de zere plek. Aanleiding was het pleidooi voor een zakenkabinet van een toenmalige topman van Philips. Bolkestein reageerde retorisch: 'Doelt hij daarmee op een kabinet van zakenlieden die hebben gepresideerd over miljardenverliezen, zonder dat ze er persoonlijke consequenties aan hebben verbonden?’
Maar zelfs mensen uit het bedrijfsleven die wél succesvol zijn en blijven, kunnen politieke spookrijders blijken. Was Pim Fortuyn in 2002 niet vermoord, dan had hij dat als overtuigd voorstander van een zakenkabinet aan den lijve ondervonden. Zelden heeft de Haagse politiek zo'n brokkenpiloot meegemaakt als miljonair Herman Heinsbroek. De nonchalante ondernemer was als LPF-minister van Economische Zaken vooral bezig ruzie te maken met zijn partijgenoot en kabinetscollega Eduard Bomhoff.
De handigste zakenmannen blijken nog niet de beste politici. Een land is nu eenmaal geen platenmaatschappij. Daar komt ten slotte nog een derde probleem bij. Het idee van 'knopen doorhakken’, 'de impasse doorbreken’ en 'afrekenen met Haagse heilige huisjes’ klinkt voor veel kiezers aantrekkelijk. Totdat beslist moet worden welke mensen dat precies gaan doen. Zo toonde Rita Verdonk zich in 2010 in haar verkiezingsprogramma voorstander van een zakenkabinet - uiteraard onder de visionaire leiding van haar partij Trots op Nederland. Ook de Partij voor de Dieren wilde een 'duurzaam’ zakenkabinet. En zelfs socialist Jan Marijnissen bepleitte twee jaar geleden 'een partijoverschrijdend kabinet dat uit vooral wijze mensen bestaat’. Vooruit, de elite aan de macht. Maar wie bepaalt de samenstelling van dat illustere gezelschap? Zodra er concrete poppetjes genoemd moeten worden, blijkt het lastig overeenstemming te bereiken over welke Nederlanders nu werkelijk én uitmuntend én politiek neutraal zijn.

DE TEGENWERPINGEN liggen voor de hand. Natuurlijk zou een zakenkabinet-Scheringa-Heinsbroek geen succes worden. Maar de elite bestaat toch niet alleen uit snelle zakenjongens? Naast een financieel-economische elite is er immers ook nog het bestuurlijke en intellectuele neusje van de zalm. Juist zo'n zakenkabinet bestaande uit het nette, weldenkende deel van de Nederlandse elite was bij de afgelopen kabinetsformatie dichterbij dan ooit. Met zijn advies aan de koningin had informateur Herman Tjeenk Willink de voorzet gegeven. Hij bepleitte een kernkabinet, op afstand van de Tweede Kamer. Dat zou weliswaar gesteund worden door 'Paars plus’ (VVD, PVDA, D66 en GroenLinks), maar de ministers moesten zo veel mogelijk mensen van kaliber zijn die boven de directe partijpolitiek stonden.
Uit een reconstructie van de Volkskrant blijkt dat dit scenario bijna werkelijkheid was geworden. Koningin Beatrix herself zou er een warm voorstander van zijn geweest. Namen die rondzongen waren ervaren bestuurders als Herman Wijffels (CDA, oud-voorzitter van de SER) en Alexander Rinnooy Kan (D66, voormalig werkgeversbaas en de huidige SER-voorzitter). Maar ook prominenten van buiten de Haagse politiek werden genoemd: van de Amsterdamse hoofdcommissaris Bernard Welten tot wetenschapster Louise Fresco. En natuurlijk waren er kandidaten uit het bedrijfsleven, zoals Alcatel-Lucent-chef Ben Verwaayen. Diens partij, de VVD, had ook al een headhunter ingeschakeld. D66-leider Pechtold zou zelfs langs zijn gegaan bij vertrekkend KPN-topman Ad Scheepbouwer.
Het feest ging niet door. In plaats van een zakenkabinet kwam er een rechtse minderheidsregering van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV. Jammer? Ongetwijfeld in zijn ijver het werkgeversvriendelijke kabinet te steunen, maakte VNO-NCW-directeur Niek Jan van Kesteren in hetzelfde Volkskrant-artikel een scherpe analyse. 'De elite vond het abject om met Wilders te regeren en dus moesten de notabelen het dorp redden. Maar die mensen hebben over het algemeen het contact met de werkelijkheid verloren. Men praat elkaar na. Er is een diepe drang om orde op zaken te stellen, een minachting voor politici. Die zijn kortzichtig, en zij weten het allemaal beter. Dat is pas echt elitair.’
Elders werd zelfs gesproken over een zakenkabinet als beschaafde staatsgreep. Inderdaad kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij het democratische gehalte hiervan. Politieke partijen laten hun plannen en ideeën door de kiezer toetsen voordat ze een regering proberen te vormen. Dat heet verkiezingen. Maar de deelnemers aan een zakenkabinet leggen de burger vooraf geen programma voor. Het is juist de bedoeling dat zij naar eigen inzicht regeren.
Minstens zo'n belangrijk bezwaar betreft de achterliggende opvatting van politiek. Voorstanders van een zakenkabinet zien het landsbestuur, impliciet of expliciet, als een kwestie van verstandige besluiten nemen. 'Deskundige ministers ontmaskeren de valse tegenstelling tussen “links” en “rechts” en zullen aantonen dat er maar twee soorten bestuur zijn. Goed en slecht, behoudend en vernieuwend’, schreef publicist Jort Kelder vorig jaar nog in een opiniestuk in NRC Handelsblad. Maar het idee dat er slechts één waarheid bestaat in de politiek is totalitair. Het laat geen ruimte voor oprechte meningsverschillen. Vanuit dat perspectief snappen tegenstanders van een hervorming het gewoon niet. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het de laatste jaren vooral liberalen zijn die deze trom roeren. Politiek wordt door hen teruggevoerd tot een rationele afweging, waar uiteindelijk het beste besluit uit moet komen rollen. Waren alle mensen maar net zo slim als wij, dan zouden al die vermoeiende debatten over pensioenleeftijd, hypotheekrenteaftrek en ontslagrecht niet nodig zijn - dat idee. Daarmee wordt ontkend dat aan zulke debatten ook echte belangentegenstellingen ten grondslag liggen.
Vanuit zo'n rationele opvatting van politiek is het logisch dat kandidaten voor een zakenkabinet opvallend vaak harde saneerders worden genoemd. Neem scheidend TNT-baas Peter Bakker, wiens naam tijdens de kabinetsformatie ook circuleerde. Onder Bakkers leiding schrapte het concern elfduizend arbeidsplaatsen. Alle fulltime postbodes werden vervangen door parttimers. Tot woede van zijn werknemers streek Bakker zelf al die jaren miljoenen aan salaris en bonussen op. Is dat het 'goede bestuur’ waar Kelder op doelt, de can do-mentaliteit die Nederland nodig heeft? In de bestuurskamers krijgt Bakker er ongetwijfeld de handen voor op elkaar. Maar in grote delen van de maatschappij zal niet begrepen worden wat hier de ratio van is. De volgende stap is dat er gewoon niet naar dat domme, altijd maar morrende volk geluisterd moet worden. Alle goede bedoelingen ten spijt zal een zakenkabinet op die manier snel de grenzen van de democratie naderen. Niet voor niets kwamen zakenkabinetten in Nederland vooral voor tot 1888, toen er nog geen politieke partijen waren en alleen een select gezelschap rijke mannen mocht stemmen.
Voor de meest fanatieke aanhangers van een regering van de elite is dat overigens geen probleem. Niet voor niets pleitte Kelder in hetzelfde NRC Handelsblad-artikel, een 'vitale meritocratie’ aanprijzend boven 'onze vermoeide pseudo-democratie’, in één adem voor herinvoering van het censuskiesrecht.