Nederland ligt tussen turkije en koerdistan

Meneer E. Ates, voorzitter van de Turks Islamitisch Culturele Federatie, lijkt me geen parel van de Turkse gemeenschap in Nederland. Dat hij het niet eens is met de oprichting van een Koerdisch parlement in ballingschap, vorige week in Den Haag, is natuurlijk zijn goed recht. Maar zijn oproep, na een vergadering in Eindhoven, tot een boycot van Nederlandse produkten door Turken in Turkije en in West-Europa maakt niet alleen een overtrokken, maar ook een potsierlijke indruk. In de eerste plaats lijken de Turken in West-Duitsland me geen enorme consumenten van Nederlandse groente, fruit en kaas. Maar het is ook enigszins raar om vanuit Nederland op te roepen tot een boycot van Nederland. Veel Turkse groepen en organisaties in Nederland hebben zich daar dan ook van gedistantieerd. Ze zijn, schreef de Volkskrant, bang dat dit soort uitlatingen alleen extreem-rechtse Nederlanders in de kaart zullen spelen.

Het zou de Turken werkelijk niet helpen als de adviezen van de heer Ates zouden worden opgevolgd. Volgens het Algemeen Dagblad vindt hij dat de Nederlandse tolerantie terroristische organisaties aanmoedigt, zodat meer terreurdaden te vrezen zijn. Dat is precies het soort redenering dat Turkije nu in de ellende heeft gestort. Juist het gebrek aan tolerantie en het ontbreken van mogelijkheden om vreedzaam voor Koerdische rechten op te komen drijft Koerden in de armen van terroristische organisaties.
Officieel is het enige argument dat de Nederlandse regering opgeeft waarom de oprichting van het Koerdisch parlement in Nederland kon plaatsvinden, dat er geen reden was het te verbieden zolang het niet oproept tot geweld of op een andere manier de Nederlandse wet schendt. Premier Kok zegt ferm dat wij onze Nederlandse grondwet niet onder druk van Turkije buiten werking zullen zetten. Nu zijn er wel vaker argumenten gevonden om vergaderingen te verbieden, zeker als daarbij gevaar bestaat voor verstoring van de openbare orde of de vriendschappelijke betrekkingen met andere landen. Maar minister Van Mierlo had blijkbaar behoefte aan een stevig gebaar aan het adres van de Turkse regering die zich niets aantrekt van buitenlandse protesten wanneer het om onderdrukking van de Koerden gaat. De beloften van premier Ciller lijken geen enkele waarde te hebben omdat het leger in feite toch de dienst uitmaakt.
De Turkse inval in Noord-Irak om de Koerdische rebellen te kunnen uitschakelen, is natuurlijk een flagrante schending van de internationale rechtsorde, die echter gemakkelijk kon plaatsvinden onder stilzwijgende goedkeuring van de Verenigde Staten. De protesten van de Europese Unie en vanuit Duitsland lijken geen enkel gewicht in de schaal te werpen, zelfs niet als het Turkse optreden de ratificatie van de douane-unie met Turkije door het Europees parlement in gevaar brengt. Waarschijnlijk gaat de Turkse regering ervan uit dat tegen de tijd dat het op stemmen aankomt, misschien dit najaar, de Turkse troepen in een breed gebaar kunnen worden teruggeroepen. Er is immers een akkoord met de Iraakse Koerden in de maak om de grenzen beter tegen infiltratie door de PKK te beschermen. Want ook de Koerden in Noord-Irak zijn niet dolgelukkig met de aanwezigheid van de Turks-Koerdische verzetsorganisatie die zich daar als heer en meester schijnt te gedragen, en met het geweld dat die aanwezigheid met zich meebrengt.
Toestaan dat een parlement in ballingschap bijeen kan komen, is een tamelijk sterke vorm van protest. De Nederlandse regering beschouwt het parlement als een willekeurige particuliere organisatie, maar het is te begrijpen dat de Turken het als een gevaarlijke afscheidingsbeweging zien. Toch hoeft het dat niet per se te betekenen. De Koerden orienteren zich tegenwoordig eerder op het Belgische model: twee nationale parlementen en een overkoepelend parlement. Wellicht zouden ze ook te vinden zijn voor het Catalaanse voorbeeld van verregaande autonomie en het recht op eigen taal en cultuur. Nu zou ook dat in het geval van de Koerden nog wel extra complicaties met zich meebrengen. Zij zijn immers over minstens vijf landen (Turkije, Irak, Syrie, Iran en Armenie) verdeeld. Het is ondenkbaar dat die ooit zouden instemmen met een federatie van Koerdische kantons, zoals nu weer van Koerdische kant is voorgesteld.
Jammer genoeg is de Turkse regering tot nu toe voor geen enkele vreedzame oplossing te vinden. Zij kan wel klagen dat het nieuw gevormde Koerdische parlement sterk onder invloed staat van de militante PKK, maar zij laat dan ook geen enkele ruimte voor gematigder krachten, zoals de Democratische Partij, die zitting had in het Turkse parlement, maar vorig jaar werd verboden en vervolgd. Vandaar dat vertegenwoordigers van de DEP nu aan het parlement in ballingschap deelnemen.
Nederland heeft zich nu in het Koerdisch- Turkse wespennest gestoken en zal nog wel een paar steken ontvangen. Het moet maar. Scherpslijpers van beide kanten zoals de heer Ates maken het alleen maar erger. Gelukkig proberen in Nederland Turken en Koerden juist wel een goede verstandhouding te bewaren. Intussen moeten we maar hopen dat de ietwat subtieler werkende Noren ook nu goed werk kunnen doen door in de luwte van het politieke gekrakeel Turken en Koerden bij elkaar te brengen voor een oplossing. Het zal hun waarschijnlijk nog moeilijker vallen dan toen het om de PLO en Israel ging.