Nederland loopt in de armoedeval

Hoe goed gaat het met Nederland? Zelfs uit Canada komen cameraploegen over om zich rond te laten leiden langs de zegeningen van het poldermodel. Premier Kok legt in het Duitse weekblad Die Zeit nog maar weer eens uit dat hij als vakbondsleider al oog had voor de kostenontwikkeling, en dat dat oog sindsdien alleen maar scherper is geworden. Als het Duitse weekblad hem voor de voeten werpt dat het inkomen van de Nederlanders als gevolg van de voortdurende loonmatiging wel is achtergebleven, legt Kok de formule van loonmatiging in ruil voor lastenverlichting en flexibiliteit nog eens uit: ‘Inderdaad is het doorsnee inkomen van de Duitsers die nog een job hebben de afgelopen vijftien jaar duidelijk sneller gegroeid dan dat van de Nederlanders. Maar de prijs daarvan is mogelijk een hogere werkloosheid. Kern van onze politiek was daarentegen: werk, werk en nog eens werk.’

Het resultaat? Een werkloosheid die een paar procent lager ligt dan het gemiddelde in de landen van de Europese Unie, en een economische groei die enkele tienden tot ruim een half procent hoger uitkomt. Voorwaar, geen geringe prestatie.
Nu zitten er natuurlijk wel enige addertjes onder het gras. Dat bleek toen een maand geleden ineens paniek uitbrak over de tekorten bij de sociale fondsen, vooral als gevolg van een sterke stijging van het aantal WW-uitkeringen. Hoe kon dat nou, terwijl het allemaal net zo goed ging met de werkgelegenheid? Zelfs de langdurige werkloosheid liep toch voor het eerst sinds jaren terug? Hoewel het officiële werkloosheidscijfer van het CBS dit jaar daalt naar 420.000, stijgt in dezelfde periode het aantal WW-uitkeringen met 65.000 naar 735.000. De verklaring kwam de afgelopen week, samen met het nieuws dat het heel goed gaat met het land, van directeur Don van het CPB. ‘Het ligt waarschijnlijk aan het feit dat de WW de WAO dreigt te vervangen als uittreedroute voor vooral oudere werknemers’, liet hij weten. En omdat mensen die ouder zijn dan 57,5 jaar niet hoeven te solliciteren, tellen die bij de uitkeringen wèl maar in het werkloosheidscijfer níet mee. Zo zijn de aloude massagetechnieken die het werkloosheidscijfer een fraaier aanzien geven, nog altijd in zwang in het Haagse circuit. Ter meerdere eer en glorie van het poldermodel, al heeft het niets uitstaande met werk, werk en nog eens werk.
Maar er is meer aan de hand. Het aantal langdurig werklozen neemt inderdaad af. Het ministerie van Sociale Zaken verwacht het komend jaar een forse daling van het aantal bijstandsuitkeringen. Een flink deel van die mensen heeft dan een zogeheten additionele baan in de banenpool of een van de Melkertregelingen. Maar de ernstige bijverschijnselen van dit medicijn beginnen zo langzamerhand aan het daglicht te komen.
De banenpool, de oudste loot aan deze stam, is inmiddels een dikke vijf jaar oud, en steeds duidelijker wordt hoe problematisch de 'status aparte’ van dit type banen is. De deelnemers klagen over gebrek aan perspectief, zowel in werk als in salaris. Het lijkt erop dat dit soort experimenten een beperkte levensduur heeft. Na een paar jaar moet blijken of het gaat om kunstbanen, die niets voorstellen en daarom niet duurzaam kunnen zijn, of dat het gaat om zinnig werk, en dan behoren het na verloop van tijd normale banen te worden. Een permanent onderscheid zal uiteindelijk geen stand houden en is bovendien discriminerend.
Een voorbeeld. Een banenpooler die zich actief opstelde, kreeg van haar werkgever te horen dat zij 'meer zelfstandigheid toonde dan past bij een banenpoolplaats’. Deze mevrouw heeft in haar periode als bijstandsmoeder zeer veel dingen zelfstandig moeten aanpakken en is blij dat ze in het banencircuit is opgenomen. Ze beschouwt dat als een stap vooruit - eindelijk weer meedoen met de samenleving, waar betaald werk zo'n enorme status geniet. Maar op het moment dat zij er met haar verworven zelfstandigheid in stapt, blijkt de baan een stap voorwaarts te zijn, maar ook een stap achterwaarts. Haar zelfstandigheid wordt niet alleen niet benut, maar juist als hinderlijk ervaren. In haar eigen woorden: 'Er wordt eigenlijk een soort permanente dankbaarheid verwacht. Zo'n baan is toch een cadeautje.’
Minister Melkert heeft dat kennelijk ook een beetje door. Hij stelde de afgelopen week een salarisverhoging voor 'zijn’ Melkertiers voor. Beter zou echter zijn het voorvoegsel 'Melkert’ te schrappen. Dan regelen werkgevers en bonden die salarissen verder wel op een normale manier.
Het derde probleem van het Hollands model is dat een aantal zaken permanent buiten de discussie moet worden gehouden. Loonmatiging is de basis van het model. De morele kracht daarvan staat of valt met het draagvlak ervoor in de samenleving. Dat draagvlak staat onder voortdurende druk. Waar werknemers jaar in jaar uit wordt voorgehouden dat zij in het belang van de werkgelegenheid inkomensmatiging dienen te betrachten, zien zij dat directies en Raden van Bestuur van grote ondernemingen zichzelf jaarlijks loonsverhogingen van 25 tot 40 procent uitdelen. Elk voorjaar zien ze ook hoe concerns er geen been in zien in een en hetzelfde jaarverslag recordwinsten te melden en personeelsreducties aan te kondigen. Hoezo werk, werk en nog eens werk?
Het publieke dabat over deze zaken is echter volkomen verstomd. Geen politicus die zich er nog aan waagt vraagtekens bij deze ontwikkelingen te plaatsen. Dat doet alleen een eenzame bisschop uit Breda. En die krijgt onmiddellijk de wind van voren.
En daarmee zijn we bij de bottom line van het model aangeland: de veronderstelling dat als er nou maar genoeg gematigd wordt, daarmee uiteindelijk ook het werkloosheidsprobleem en, in het verlengde daarvan, het armoedeprobleem kan worden opgelost. Omdat het eerste niet zal lukken - ook de komende tien tot twintig jaar zal er een groot tekort aan banen blijven - zal ook het tweede buiten bereik blijven. Precies de filosofie van de loonmatiging verhindert dat de uitkeringen omhoog kunnen. Het zou de uitkeringstrekkers immers helemaal kansloos maken op de arbeidsmarkt. En zo verschijnt aan het eind van de rit het Hollands model als een vermomde armoedeval.
Hoe goed gaat het werkelijk met Nederland? Het hangt ervan af aan wie je het vraagt.