Nederland moet besluit nemen over bouterse

Toen oud-president Waldheim van Oostenrijk als ‘oorlogsmisdadiger’ internationaal onacceptabel gemaakt was, reageerde het soevereine Oostenrijkse volk weliswaar woedend en verontwaardigd, maar koos het daarna toch een ander als president. Iemand die wél overal welkom was.

Met het arrestatiebevel tegen de Surinaamse adviseur van staat D. Bouterse wil Nederland hem als het ware verwaldheimiseren. Een begrijpelijk streven. Maar in de Surinaamse setting mogelijk een tactische misvatting. Nederland is, op grond van eigen justitieel onderzoek, overtuigd van Bouterses hoofdrol in het Surinaamse drugskartel. Voor Den Haag is hij niets meer of minder dan een gewetenloze ‘drugsbaron’.
Maar als dat inderdaad aantoonbaar het geval is, juist dan valt aan te nemen dat baron Bouterse tegen elke prijs aan de officiële of niet-officiële macht wil blijven. Alleen die positie geeft hem kans het vege lijf te redden. Bovendien heeft hij nog altijd de gewapende macht achter zich. Nog meer bovendien is hij als geen ander in staat om het Surinaamse volk met anti-Nederlandse propaganda psychologisch in de greep te houden.
Als Nederland erop gokt dat Bouterse ooit via vrije verkiezingen zijn positie zal kwijtraken: in Paramaribo wordt de vraag steeds openlijker gesteld of het Surinaamse volk ooit de kans nog krijgt om de benarde ex-sportinstructeur weg te stemmen.
Helaas: veel andere keuzes heeft Nederland niet. Het jongste en iets oudere verleden is rijk aan pogingen om van Bouterse af te komen. Die zijn allemaal mislukt. De meeste door een gebrek aan doortastendheid. Door een te grote angst om voor neopostkoloniaal aangezien te worden. Door een te voorzichtig opereren binnen de marges van democratische vriendenstaten.
Natuurlijk heeft een politiek van doortastendheid grote risico’s. Komt het wel tot vrije verkiezingen, en is Nederland er dan niet in geslaagd om het imago van 'splijtzwam’ te vermijden, dan zal Bouterses NDP-aanhang geloof blijven hechten aan het mottto van haar Leider: 'Samen blijven, samen kijven.’ Dan zullen de NDP-Surinamers liever een zelfgekozen weg inslaan en die desnoods kwijtraken dan het 'platgetreden’ pad van de hulprelatie blijven bewandelen.
Zoals bekend is de Nederlandse minister van Ontwikkelingshulp Jan Pronk niet welkom in Suriname zolang er geen politiek overleg heeft plaatsgevonden. President Wijdenbosch heeft al zijn ministers het verbod opgelegd om nog contact met Nederland te onderhouden.
Het is waar. De opvatting van politiek Den Haag dat het arrestatiebevel tegen Bouterse een zaak is tussen Justitie en een 'Surinaamse burger’ ademt een zekere arrogantie. In Suriname werkt dat averechts. Nederland komt aan Onze Man: de benoeming van Bouterse tot adviseur van staat is niet alleen ingegeven door het streven hem uit handen van de Nederlandse justitie te houden. Ook komt het in Paramaribo zeer arrogant over als premier Kok langs zijn neus weg zegt 'niet te begrijpen’ dat de Surinaamse president ten aanzien van de 'vertroebelde’ relatie overleg wil op hoog niveau. Met deze houding, aldus een tamelijk algemeen gedeelde mening in Suriname, wil Den Haag nog steeds bepalen wat goed is voor Suriname en wat niet. Dit irriteert ook de niet-NDP'er. Laat staan Bouterses volgelingen. Voor hen is hij de belichaming van het verzet tegen de paternalistische ex-kolonisator. Om uit de impasse te komen zou Nederland dus wel degelijk iets meer respect kunnen opbrengen voor Suriname als onafhankelijke staat.
'Grijsvlakken in de relatie’ noemt de Surinaamse president Jules Wijdenbosch de impasse tussen de twee landen. Treffender kon hij de situatie niet typeren. Nederland ziet zich geconfronteerd met een democratisch gekozen regering. En met een ordinair cocaïnekartel. Belastende getuigenverklaringen, de afgelopen week door NRC Handelsblad gepubliceerd, maken door de oude rookwolken heen de eerste uitslaande vlammen zichtbaar rond de persoon van Bouterse. Zelfs Wijdenbosch wordt genoemd als medeplichtige. Saillante dubbelheid: als de beschuldigingen kloppen, moet de bestrijding van het drugsgeweld plaatsvinden met de hulp van de democratisch gekozen vertegenwoordigers ervan.
Geen wonder dus dat van Surinaamse zijde en bij monde van de adviseur van staat Nederland er zonder ophouden van wordt beschuldigd dat het de 'grootste destabilisator’ van het land is. Ja zelfs het 'intellectuele brein’ achter de couppoging.
Toch durft tot vandaag niemand de politeke banden te verbreken. Bouterse niet, omdat er 'geen breed draagvlak’ voor is. En Nederland laat zich niet in de verleiding brengen datgene te doen wat Bouterse graag zou willen.
Een groot vraagteken daarbij is of en zo ja welke Nederlandse belangen een rol spelen. Bouterse weet zeker van wel. 'Nederland gooi je belangen op tafel, en dan zullen we verder praten’, heeft hij herhaaldelijk geroepen. De Nederlandse belangen zijn niet zo omvangrijk als Bouterse zijn aanhang wil laten geloven. Maar louter uit barmhartige naastenliefde opereert Nederland nu ook weer niet. Daarvoor heeft het iets te vaak en ongestraft een vuilnisvat aan beschuldingen over zich uit laten kieperen.
Nederland doet er verstandig aan de status van Bouterse in het Surinaamse krachtenspel te erkennen en Suriname als soevereine staat te beoordelen op de uitspraken die hij als leider 'de facto’ in het openbaar doet. Zelfs al zou dat leiden tot het verbreken van de politieke banden. Als het ruziën nog wat langer aanhoudt, dreigt een verwijdering tussen beide landen, die groter kan worden dan waarvan de meest radicale Surinaamse extreem-nationalist zal durven dromen. Niet gebaseerd op de fierheid van het zelfstandig ingeslagen pad, maar wel op het verdriet van vijandschap en wantrouwen. Het is naïef om te veronderstellen dat de gevolgen zich zullen beperken tot het politieke niveau.
Om kort te gaan: er dient snel een besluit te worden genomen om al dan niet tot vervolging van Bouterse over te gaan. Nederland moet zich niet laten leiden door de vrees dat er onvoldoende bewijs tegen Bouterse ter tafel komt. Een overwinning van Bouterse wordt sowieso een Pyrrusoverwinning. Als het allemaal achter de rug is, dan is het aan het Surinaamse volk zelf om duidelijk te maken in hoeverre het zich respecteert.