Commentaar: Afrika

Nederland moet serieus werk maken van Afrika

Sinds hun aantreden maken de ministers De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) werk van een «geïntegreerde aanpak» van het bui tenlandse en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Vorige week bracht dat de bewinds lieden in het Afrikaanse Grote Merengebied. Nederland wil méér met de regio dan alleen hulp geven. «We zijn bereid tot een fors commitment», noemt De Hoop Scheffer dat. Lokale kranten prezen Nederland als donor die «verder gaat dan slechts ontwikkelingssamenwerking en het verstrekken van humanitaire hulp».

Mooi natuurlijk. En volgens De Hoop Scheffer bovendien «een trendbreuk met eerdere kabinetten». Maar waar bestaat dat «commitment» van Nederland precies uit? De regio wordt sinds 1998 gedomineerd door de voortdurende strijd in Congo-Kinshasa, maar Nederland bleek toen het erop aankwam niet bereid een bijdrage te leveren aan VN-vredesmacht MONUC. Irak ging voor. Twee favoriete Nederlandse donors, Rwanda en Oeganda, spelen daarbij tot op de dag van vandaag een hoogst kwalijke rol in deze «eerste Afrikaanse wereldoorlog» met miljoenen doden. Ondanks belofte op belofte om de troepen terug te trekken, bleken de landen telkens weer op grote schaal bij plundering van de Congolese natuurlijke rijkdommen betrokken. De VN-veiligheidsraad verweet de presidenten Kagame en Museveni de oorlog om persoonlijk gewin jarenlang te rekken.

Voor het kamerlid Van Ardenne was dit intertijd reden vraagtekens te plaatsen bij de duurzame bilaterale ontwikkelingsrelatie van Nederland met Oeganda. Van «goed bestuur», een van de criteria van haar voorgangster Herfkens, kon in Oeganda toch nauwelijks sprake zijn, betoogde ze. Maar als minister lijkt Van Ardenne zich hierover minder zorgen te maken. Rwanda kan extra Nederlandse steun voor de presidentsverkiezingen van volgende week weliswaar op de buik schrijven, maar in het evenmin geweldig democratische Oeganda hoeft men vooralsnog niets te vrezen.

Niet besmet door een Afrikaans koloniaal verleden verwacht Nederland in het Grote Merengebied een leidende rol te kunnen spelen. Afgelopen week bleef het echter vooral bij mooie woorden en ontwikkelingssamenwerking zoals we die al jaren kennen. Als het kabinet een wérkelijke trendbreuk beoogt, dan zou het de oorlog in Congo meer serieus moeten nemen en deelname aan de VN-vredesmacht moeten overwegen. Ronduit misdadige regimes als Rwanda en Oeganda zou het bovendien niet langer moeten belonen met vele tientallen miljoenen euro’s per jaar.