Waxinelichtjes en wij-gevoel

Nederland rouwt niet gemakkelijk

In Nederland wordt, anders dan in andere landen, geen periode van nationale rouw afgekondigd als een lid van het koningshuis overlijdt. Maar de afgelopen jaren heeft men geleerd collectief te treuren en het «wij-gevoel» toe te laten.

«Wat hebben jullie met onze prins gedaan?» De dame lacht besmuikt om haar eigen opmerking. Ze spreekt met een Duits accent. Haar Nederlands leerde ze van een Texelse liefde. Werkelijk waar, ze heeft het zich weleens afgevraagd: wat is er toch gebeurd met die stoere Duitse edelman? «Hij kwam naar Nederland als een mooie, sterke kerel. Daar is niet veel van overgebleven.» Een jongen begint in krakkemikkig Duits tegen haar te spreken. Dat ze wel moet weten dat «wij» niet schuldig zijn, en dat Claus «een superprins» was. Om daar in het Nederlands aan toe te voegen dat het hem eigenlijk weinig kan schelen, het hele herinneringsgebeuren.

Naast de Duitse dame en de Nederlandse jongen staan welgeteld vijf mensen even stil bij de spontaan ingerichte gedenkplek voor de zondagavond overleden Claus van Amsberg, prins der Nederlanden. Bij het Amsterdamse Koninklijk Paleis op de Dam liggen enkele tientallen bosjes bloemen, en er hangen wat stropdassen aan het hoge hek. Een verwijzing naar de haast clowneske wijze waarop Claus vanachter een spreekgestoelte zich van het knellende kledingstuk ontdeed. Zijn smalende woorden over de stropdas werden door velen gezien als een verwijzing naar zijn gevoel in een keurslijf te zijn gedrongen als echtgenoot van de vorstin.

Het is een internationale bedoening bij de bloemenplaats op de Dam. Tussen de bloemen heeft iemand een handgeschreven boodschap geplaatst. Op een groot stuk papier, beschreven met verschillende gekleurde stiften. In het Frans. Het is een heel verhaal, en tamelijk onleesbaar en verward. Maar de eerste zinnen spreken boekdelen. «Voor jou, buitenlandse man, die al zijn tijd gewijd heeft aan de democratie.» Er ligt ook een in het Engels gestelde brief, naast een heel klein, eenzaam teddybeertje. Een man en een vrouw steken een waxinelichtje aan en leggen wat bloemen neer. Ze spreken Roemeens. Een zwarte jongen komt in grote haast aanlopen. Hij stopt om het tafereel gade te slaan. Hij huivert. Het is koud vanavond. Vluchtig slaat hij een kruis en loopt dan verder.

Claus’ Duits-zijn werd steeds aangehaald naar aanleiding van zijn overlijden. «Hij is een echte Nederlander geworden», lijkt wel het grootste compliment dat autochtone Nederlanders Claus kunnen maken. Maar in Amsterdam zijn het maandagavond vooral mensen van buitenlandse afkomst die de moeite nemen naar het paleis te komen.

De eerste dagen na het overlijden van prins Claus was er van collectieve, nationale rouw geen sprake. Natuurlijk, in mooie, nette bewoordingen werd hij herdacht. Door premier Balkenende, door de rest van de politiek, door buitenlandse bewindslieden en met name door de media. LPF-fractieleider Wijnschenk noemde Claus zelfs «de prins van alle mensen», in navolging van het predikaat dat Diana na haar dood kreeg opgeplakt. Maar de kaarsenbranders bleven eenzaam. De vraag is wat deze donderdag de openbare gelegenheid tot afscheid nemen zal brengen. Langs het opgebaarde lichaam van Pim Fortuyn trokken tienduizenden mensen die hem een laatste groet wilden brengen. En de dood van prinses Diana bracht enorme menigtes op de been. Mocht het donderdag rustig blijven bij de baar van Claus, dan is er een herkansing volgende week dinsdag. Dan wordt zijn lichaam bijgezet in het familiegraf van de Oranjes in Delft. Er mogen maximaal veertigduizend mensen langs de route van de rouwstoet postvatten. Er komt geen extra openbaar vervoer.

Er is geen periode van nationale rouw afgekondigd. Simpelweg omdat Nederland officieel geen periode van nationale rouw kent. Dat in flagrante tegenstelling tot veel andere landen. Zo werden in Suriname drie dagen van nationale rouw afgekondigd na het overlijden, in december 2000, van oud-president Henck Arron, twee dagen na de dood van oud-vakbondsman Fred Derby een half jaar later, en vijf maanden daarna wederom drie dagen om de overleden parlementsvoorzitter Jagernath Lachmon te eren. Argentinië achtte het overlijden van René Favloro, de eerste chirurg die ooit een bypassoperatie uitvoerde, één dag van nationale rouw waardig.

Wat heeft de «vader van de bypass» wat de prins der Nederlanden niet heeft? Is Nederland wel in staat collectief te rouwen?

«In de media was wel degelijk sprake van grootschalige collectieve rouw», meent de Utrechtse socioloog Cas Wouters. «Het koningshuis is nu eenmaal een symbool van de natie. En niet alleen voor autochtone Nederlanders. Mijn werkster uit Burkina-Fasso was erg onder de indruk van het overlijden van Claus, met name vanwege alles wat hij voor Afrika had gedaan. Ze had van mij verwacht dat ik wel wat meer begaan zou zijn, geloof ik.»

Toch denkt Wouters dat het volgende week dinsdag tijdens de bijzetting in Delft niet tot massale uitingen van collectieve rouw zal komen. «Vergelijkingen met de dood van Pim Fortuyn en prinses Diana gaan niet op. Zij waren relatief jong en kwamen op een gewelddadige wijze om het leven. Dat had een schokeffect, dat bij de dood van Claus uitbleef. Hij was ziek, je zag het aankomen.»

De kritiek op de media groeit. Onmiddellijk na de dood van Claus zetten zij grootschalig in op massale rouw. De drie publieke televisiezenders verzorgden een nationale uitzending, en ook de commerciëlen stelden hun programmering volledig in het teken van de prins. Nu vraagt Hilversum zich vertwijfeld af waarom de collectieve rouw vooralsnog uitbleef. «Nederland gaat te snel over tot de orde van de dag», luidde de stelling van een inbelprogramma op Radio 1. Het leverde vooral boze reacties op van mensen die de media ervan beschuldigden een hype te willen creëren. Men eiste het recht om de overledenen op individuele wijze, binnenshuis, te gedenken. «Wij rouwen zoals prins Claus dat gewild zou hebben. Ingetogen en onopvallend», luidde het commentaar van een der bellers. Henri Beunders, mediaprofessor te Rotterdam en aanwezig in de radiostudio, meende dat de media heden ten dage te veel zijn ingesteld op haast en effectbejag: «Als ik een halve minuut stil ben omdat ik nadenk over het antwoord op een vraag wordt de gemiddelde presentator uiterst nerveus». Volgens Beunders was het juist stilte waarmee men een geliefd persoon bij uitstek kon gedenken.

Tot op heden rouwt Nederland anders om prins Claus dan de tijdgeest lijkt in te geven. Het was Beunders zelf die in zijn studie Publieke tranen: De drijfveren van de emotiecultuur wees op het onstuitbaar en luidruchtig opdringen van publieke emoties. Stille tochten, lief-en-leed-televisie, het sentiment der slachtoffers. «De zichtbare veranderingen zijn zo groot dat we kunnen zeggen dat er een emotionele, zelfs zenuwachtige maar ook nostalgische samenleving is ontstaan», schreef hij.

Het waren met name de stille tochten tegen zinloos geweld die de collectieve rouw op straat brachten. Er werden slachtoffers herdacht, kaarsen en bloemen meegedragen en speciale comités opgericht. Regelmatig liepen hoogwaardigheidsbekleders in de stille tochten mee. Wouters: «Door hun medeleven te tonen, gaven mensen een boodschap: ‹wij moreel superieuren laten jullie — geweld dadige, mishandelende inferieuren — zien dat wij dit niet pikken›. Je zag dat die tochten alleen aansloegen als ze voortkwamen uit gewelddadige en schokkende gebeurtenissen.»

Het hoogtepunt van de stille tochten, eind jaren negentig, ten tijde van de gewelddadige dood van Meindert Tjoelker, Joes Kloppenburg en Froukje Schuitmaker, lijkt nu voorbij. Massaal rouwen leek in de mode, en is dat wellicht nog. Maar vorig jaar kwam er bijna niemand opdraven bij een stille tocht tegen zinloos geweld in Breda. En eerder al leek de rek uit het fenomeen toen ook hond Boris te Drachten (doodgeschoten door een agent) en hond Max te Gouda (gestorven na verwaarlozing door zijn baasje) stille tochten ten beurt vielen.

Niet alleen de stille tocht verloor aan betekenis, ook de herdenking van prinses Diana, een jaar na haar fatale auto-ongeluk, bracht nog geen fractie op de been van de mensen die uitliepen voor haar begrafenis. En bij de herbegrafenis van Pim Fortuyn, tweeënhalve maand na de moord, was het ook al onverwacht rustig. Het is opvallend dat de collectieve uitingen van rouw doorgaans kortstondig zijn.

Wouters: «Het is een teken des tijds. ‹Trendyisme›, zapgedrag. We leven van piekervaringen. Het gaat steeds om één uitbarsting. Het is uiterst zeldzaam dat de intensiteit daarvan herhaald wordt. Mensen rukken aan hun emotionele ketenen om weer een authentiek gevoel te krijgen. We hebben schokkende gebeurtenissen nodig. Daarbij komt, we zijn ingesnoerd in de huidige samenleving en kunnen simpelweg niet tot in den treure collectief blijven rouwen. Maandags moet er weer gewerkt worden.»

Maar hoe kortstondig en stuntelig ook, het belang van piekervaring en stille tocht moet niet worden onderschat, meent Wouters. «Door het afnemen van de sociale cohesie hebben mensen weer behoefte aan nieuwe vormen van collectiviteit, al is het slechts eenmalig en heftig. De stille tocht kun je best beschouwen als een nieuw ritueel.» Nieuwe rituelen van collectieve rouw voldoen volgens de socioloog aan een fundamentele behoefte van de mens: «Ieder mens heeft verbondenheid nodig met een gemeenschap die groter is dan de eigen kleine kring. Dat is nu eenmaal onderdeel van de humane conditie. Tussen het ik- en het wij-gevoel bestaat een delicate balans. Je ziet het wij-gevoel zo nu en dan heel stevig terugkomen. Dat was het geval na de moord op Fortuyn. En dat was het geval bij de stille tochten. Het is de terugkeer van het nationale gevoel. Nederlanders zeiden lange tijd dat het enige nationalistische aan hen was dat ze niet nationalistisch waren, maar dat lijkt te veranderen. Sommigen zijn huiverig voor dergelijke massale uitingen. Er zit iets engs aan, iets dat met nationalisme, discriminatie, racisme te maken heeft: het wij-gevoel dat anderen uitsluit, als je het te ver zou doorvoeren. Het lijkt erop dat Nederlanders zich emotioneel aan het emanciperen zijn. Het wij-gevoelen wordt steeds meer toegelaten. Misschien nog niet tot het centrum van de macht; wel tot het individuele bewustzijn.»

Tussen de bloemen, waxinelichtjes en brieven bij het Koninklijk Paleis op de Dam ligt één Oranje-attribuut. Het is een leren voetbal, in de kleur van het huis van Nassau. «Nederland, WK 2000» luidt de opdruk. Tijdens het Wereldkampioenschap Voetbal sneuvelde het Nederlands elftal door een bedroevende serie strafschoppen. Dát leidde pas tot nationale rouw. Zou daarom iemand die oranje voetbal tussen Claus’ bloemenhulde hebben gelegd?