Nederland schendt het internationale kinderrecht

Medium commentaar 34 2017 kinderpardon

Howick en Lily zijn respectievelijk twaalf en elf jaar, ze wonen al negen jaar in Nederland. Toch werden ze afgewezen voor de Definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen, oftewel het kinderpardon. Howick en Lily verblijven nu op een geheime locatie in Nederland. Hun moeder is zonder hen op een vliegtuig gezet naar de Armeense hoofdstad Jerevan. Ik moest denken aan Mary, het nu achttienjarige Armeense meisje waar ik eerder over schreef. Zij dook, om uitzetting te voorkomen, onder met haar ouders en twee zusjes. Ze slaagde voor haar havo-examen, hoopt vwo te gaan doen, en woont nu acht jaar in Nederland. Ze nam mij mee in haar wereld van angst, onrecht en uitzichtloosheid.

Het blijft een slepende kwestie. Volgens het kinderpardon hebben kinderen die hier langer dan vijf jaar wonen recht op een verblijfsvergunning, want, zoals deskundigen, kinderrechtenorganisaties, het VN-Kinderrechtenverdrag en de Kinderombudsman benadrukken, na vijf jaar zijn kinderen geworteld. Howick en Lily zijn in juli 2014 onderzocht door orthopedagogen van het Expertisecentrum voor Kinderen en Vreemdelingenrecht van de Rijksuniversiteit Groningen. Die concludeerden dat de ontwikkeling van de twee kinderen, toen negen en acht jaar oud, ernstig zou worden geschaad bij uitzetting. Dat stond ook in hun advies aan de rechter. Toch werden ze afgewezen.

‘Uitzetting is na al die jaren zelden of nooit in het belang van de kinderen’

Het lijkt erop dat dit kabinet steeds meer aanvragen afwijst. Sinds 2013 hebben slechts 29 kinderen een verblijfsvergunning gekregen, terwijl er 1530 een aanvraag deden (waarover gaat het eigenlijk?). In 2016 werd nog maar één aanvraag ingewilligd. Het komt erop neer dat het kinderpardon in de praktijk niet meer wordt uitgevoerd, vooral vanwege het criterium dat gezinnen moeten meewerken aan terugkeer. Ook Howick en Lily werden afgewezen omdat hun moeder niet meewerkte aan vertrek naar Armenië. Het is de Catch-22 van het Nederlands beleid: als de moeder wel zou meewerken, zouden ze immers vertrekken en dan zouden ze dus evenmin een verblijfsvergunning krijgen.

‘Het belang van het kind moet een primaire overweging vormen bij elke beslissing die een kind raakt’, stelt het VN-Kinderrechtenverdrag. ‘Maar in het vreemdelingenrecht is dit basale rechtsbeginsel nog altijd niet de praktijk’, schrijven orthopedagogen en psychologen in een persbericht. ‘We kijken naar wat het beste is voor het kind’, zei orthopedagoge Elske Algra uit Sneek. Zij is onderdeel van een netwerk van zo’n tachtig experts die diagnostisch onderzoek doen bij asielkinderen en de ind en de vreemdelingenrechter adviseren. Hun adviezen worden zelden tot nooit overgenomen. ‘Het gros van de zaken is schrijnend’, zei ze. De kinderen hebben een lange tijd van onzekerheid achter de rug, zijn van azc naar azc verhuisd (bewust beleid van de overheid), leven in onduidelijkheid, met spanningen, verdriet, hebben vaak psychische klachten. ‘Uitzetting is na al die jaren zelden of nooit in hun belang.’

Dat wordt bevestigd door het onderzoek van de Universiteit Groningen en Defence for Children onder twintig kinderen die zijn uitgezet naar Armenië. De levens van deze kinderen zijn gebroken. Ze zijn moe, somber of boos, hebben een enorme schoolachterstand, kampen met trauma’s. Is dat de schuld van de ouders? ‘De moeder heeft er zelf voor gekozen’, zei staatssecretaris Dijkhoff. Ze verloor volgens hem rechtszaak op rechtszaak. Dat kan waar zijn, maar die rechtsmogelijkheid had ze, en de kinderen kunnen hier niets aan doen. Het is de Nederlandse staat die hen uitzet en daarmee het internationale kinderrecht schendt. Ook al sta je in je vreemdelingenrecht, dan heb je nog niet altijd gelijk.

De ChristenUnie en d66 pleitten eerder voor soepeler regels rondom het kinderpardon en voor verruiming van het meewerkcriterium. Ze dienden hierover begin dit jaar nog een motie in, die het kabinet niet uitvoerde. Die motie kan nu in het regeerakkoord worden opgenomen zodat we af zijn van deze loze kinderpardonregeling. En het vreemdelingenrecht niet meer boven het kinderrecht gesteld wordt.