Hoofdcommentaar

Nederland spreekt geen woordje mee

Nederlandse militairen zitten inmiddels met manschappen en materieel in Afghanistan, dus president George W. Bush van de Verenigde Staten weet dat hij nu wel kan toegeven dat zijn land geheime cia-gevangenissen heeft voor terreurverdachten. De Navo heeft sinds enkele weken in het zuiden van Afghanistan het werk van de Amerikanen overgenomen, dus Bush hoeft niet meer bang te zijn dat het schenden van internationale humanitaire rechtsregels door mensen van zijn geheime dienst de bondgenoten ervan weerhoudt politiek in te stemmen met een gevaarlijke militaire missie in Afghanistan.

Vorig najaar begonnen de berichten over geheime cia-gevangenissen en geheime vluchten om de gevangenen naar die geheime locaties te transporteren. Nederland was toen net verwikkeld in de politieke discussie over het zenden van Nederlandse militairen naar de provincie Uruzgan in het zuiden van Afghanistan. Het zag er op dat moment allerminst naar uit dat voor zo’n missie een kamermeerderheid te vinden was. Wat zou er zijn gebeurd als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice toen volmondig ja had gezegd op de vraag van haar Nederlandse collega Ben Bot of er sprake was van geheime gevangenissen en transporten?

Om een meerderheid voor uitzending naar Uruzgan te verkrijgen heeft Bot onder druk van de Tweede Kamer moeten beloven dat samenwerking in de strijd tegen het terrorisme alleen mogelijk is als de VS opheldering zouden geven over de gevangenissen en vluchten. De minister heeft, ook onder druk van de Kamer, zelf gezegd dat die strijd alleen moreel aanvaardbaar en effectief kan zijn als binnen het internationale recht wordt geopereerd.

Maar wat was, tot vorige week, het Amerikaanse antwoord op de vragen die zo belangrijk waren voor een ja tegen de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen de terreur? Volgens Bot zeiden de Amerikanen dat ‘zij in het kader van de geheimhouding op deze vragen geen antwoord geven’. Minister Rice antwoordde dat de VS geen gevangenen transporteren ‘for the purpose of using torture’. Maar Bot had toen al aangegeven dat over de waarden en normen in de strijd tegen de terreur een discussie gaande was met de Amerikanen, oftewel: ze waren het er niet over eens wat wél en wat niet onder martelen kan worden verstaan. Toch zag Bot ‘geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen door de Amerikanen is gezegd’. De meerderheid in de Tweede Kamer nam daar genoegen mee.

Nu de aap uit de mouw komt, voelt de Tweede Kamer zich bedrogen. Minister Bot wil alsnog opheldering van collega Rice. Daar voegde hij vorige week overigens direct aan toe dat Rice hem ‘bepaalde informaties en toezeggingen had gedaan. Ik ga er vanuit dat dit nog steeds zo is wat Nederland betreft.’ Daarmee suggereerde hij dat hij geheime cia-praktijken elders in de wereld niet belangrijk vindt. Of, politiek nog interessanter, dat hij destijds te horen heeft gekregen dat de geruchten klopten maar de toezegging kreeg dat Nederland niet wordt gebruikt voor de illegale praktijken. Minister-president Balkenende dreigde Bush afgelopen vrijdag met de woorden dat dit soort zaken niet te vaak voor moet komen.

Maar inmiddels zitten de Nederlandse militairen in Afghanistan, en als de politiek ergens voor beducht is, dan is het voor discussiëren over een gevaarlijke missie terwijl deze gaande is. Dat is niet goed voor het moreel van de mannen en vrouwen die het echte werk moeten doen, heet het dan. Zeker niet nu de missie niet de wederopbouwoperatie is zoals de Kamer en de rest van Nederland was voorgespiegeld, maar het meer en meer op echt vechten aankomt. Dat weten de adviseurs van Bush ook. Zo heeft Nederland zich weer verder laten meetrekken in de oorlog tegen het terrorisme en wederom blijken de Amerikanen het met de waarheid niet zou nauw te hebben genomen om hun bondgenoten zo ver te krijgen.

Ondertussen maakt Nederland zich op voor de verkiezingen van 22 november. In de verkiezingsprogramma’s van de grote drie partijen, cda, vvd en pvda, staan geduldige zinnen over internationale veiligheid. Het cda schrijft dat landen die mensenrechten schenden, vragen om een overtuigend weerwoord. De vvd ziet Nederland graag als een betrouwbare bondgenoot en partner binnen de Verenigde Naties, de Navo en de Europese Unie. De pvda is voor internationaal ingrijpen in crisissituaties met als voorwaarde (onder meer): de naleving van het internationaal humanitair oorlogsrecht.

Maar in de verkiezingsstrijd gaat het niet over de werkelijkheid achter die zinnen. Daar zal de erkenning van Bush dat er wel degelijk geheime gevangenissen bestaan geen verandering in brengen. Het gaat over gratis kinderopvang, over de leeftijd waarop we met pensioen kunnen, over de fiscalisering van de aow, over ingrepen in het middenbestuur, het bezuinigen op ambtenaren en over de vraag of het Centraal Plan Bureau (cpb) de financiële onderbouwing van al die plannen wel van een goedkeurend stempel voorziet. Nergens vindt het debat plaats over de vraag of de strijd tegen de terreur wel goed wordt gevoerd of mogelijk juist fungeert als voedingsbodem.

Iedereen in politiek Den Haag weet dat alle mooie beloftes, plannen en cpb-stempels naar de prullenbak kunnen als een terreuraanslag dichtbij veel slachtoffers maakt. Off the record, zoals dat zo mooi heet, geven politici ook toe dat ze daar doodsbenauwd voor zijn. Al is dat dan vooral angst voor wat zo’n terreurdaad met de positie van de eigen partij zal doen. Maar met de kiezer wordt daar niet over gesproken.

Nederlandse politici benadrukken graag dat ons land internationaal een belangrijke rol speelt, maar ze gebruiken die rol niet om op het wereldtoneel méér te zijn dan een speelbal van president Bush. De verkiezingsstrijd wordt zo de spiegel van de echte Nederlandse positie in de wereld: wij gaan alleen nog maar over de aow-leeftijd, de kinderopvang en de binnenlandse belastingtarieven.