Opheffer

Nederland staat stil

Ik zat te kijken naar Deadline (Vara) en herkende opeens het verhaal. Praktisch alles was gejat van de Engelse serie Spooks. Het was schandelijk plagiaat – in Nederland op het ogenblik een veel voorkomend verschijnsel. Het vreemde is dat ik ervan overtuigd ben dat niet alleen de auteurs van deze serie dit wisten, maar ook de omroep. Iedereen die enigszins in ‘het vak’ zit, kent de serie Spooks. Ze is ook uitgezonden op de Nederlandse televisie, dus het moet meer kijkers zijn opgevallen.

Dat er in de omroepwereld gejat en geklauwd wordt is bekend. In Nederland zegt men: beter goed gejat dan slecht bedacht. Maar dit credo wordt zo uitgebreid toegepast dat niemand meer iets zelf bedenkt. Onlangs voerde ik met een cameraman deze dialoog:

‘Waar ben je nu mee bezig?’

‘Met een serie voor XXX.’

‘Mooi. Wat wordt dat voor iets?’

‘Een soort 24.’

‘Hoezo?’

‘Deze serie speelt zich af op één dag, en ze willen dan ook met splitscreen werken, ook vier.’

Ik was stomverbaasd. Die Nederlandse serie die ze wilden maken kostte zo’n twee ton per aflevering. Dat is niet veel. In ieder geval weet je van tevoren dat het uitgesloten is dat je dezelfde kwaliteit kunt bieden als de Amerikaanse 24. Alleen al de special effects zijn duurder. Waarom dan ‘net zoiets’ gemaakt? Het is slecht gejat – dat durf ik nu al te zeggen, terwijl ik nog niets heb gezien.

Een van mijn favoriete Nederlandse regisseurs is Pieter Kuijpers. Ik heb hem één keer geïnterviewd, in 2003, naar aanleiding van zijn film Van God los. Daarna heb ik hem nooit meer gesproken. Pieter Kuijpers maakt elk jaar een film, soms twee. Zo maakte hij na Van God los: De ordening, Off Screen, De griezelbus, Dennis P. en TBS. Ik heb ze, op De griezelbus na, allemaal gezien. Die films zijn onderhoudend, spannend, helder en origineel. Pieter is iemand die de krant leest en als een bericht hem inspireert, dan maakt hij daar een film van. Er valt veel meer over zijn films te zeggen: je ziet bij hem steeds de strijd van de eenling, van de schlemiel die denkt dat hij slimmer is dan de rest maar daar op de een of andere manier geen erkenning voor krijgt. Soms doet Kuijpers me denken aan Billy Wilder. Maar die Kuijpers, die krijgt nooit eens een vijfsterrenrecensie (behalve dan voor Van God los). TBS, met Theo Maassen, zou die wel verdienen.

Kuijpers steelt niets, behalve misschien het leven zelf. Hij zou ruim baan moeten krijgen van een omroep. Maar niemand durft eens tegen hem te zeggen: Pieter, we nemen je voor een paar jaar in dienst, je maakt voor ons elk jaar drie films, voor een budget van zes miljoen per jaar, dat is twee miljoen per film. De reden dat geen omroep dit zelfs maar zou overwegen is dat Boer zoekt vrouw, of Idols, of Deadline, lang geen twee miljoen kost, meer kijkcijfers oplevert en meer aandacht vestigt op de omroep. Film is derhalve – ook al maak je Alles is liefde – in feite een ondergeschoven kindje geworden. Een aardigheidje van de omroep.

Wat dichtbundels zijn voor een uitgeverij, zijn films voor een omroep. Series scoren niet echt, films ook niet – al kijken meer mensen film op televisie, zelfs een slechte, dan er ooit naar een bioscoop zullen gaan. Naar een film van mij – zeer slecht gerecenseerd – hebben in totaal meer dan een half miljoen mensen gekeken. In de bioscoop bereikten we, mede door de slechte recensies, nog geen drieduizend mensen.

In plaats van dat iedereen denkt: ach wat, wij zijn kunstenaars, net als schrijvers en regisseurs, en we hebben iets te vertellen, wil men juist doen wat anderen al hebben gedaan. En gek genoeg, in Nederland, met niet zo veel succes. West Wing, The Sopranos, Six Feet Under – allemaal geweldige series – haalden hier lage kijkcijfers.

Nederland staat, cultureel gezien, stil.