Menno Hurenkamp

Nederlanders willen alles een beetje

Wie weet wat de gewone man wil? Je zou zeggen dat iedere politicus daar de hele dag mee bezig is. En dat is vermoedelijk ook zo. Toch is tout Den Haag telkens energiek in de weer met plannetjes waarvan de burger zegt: daar heb ik geen zin an. Wil de regering ons laten kiezen wat voor energieleverancier we hebben, zegt iedereen: laat maar, ik blijf zitten waar ik zit. Krijgen we de vrijheid om helemaal zelf onze ziektekostenverzekering te gaan regelen, raken we in paniek. Allerlei in theorie positieve gevolgen van marktwerking vallen tegen omdat «de mensen» geen zin hebben stapels folders en prijzen te vergelijken. Want als de consument zich stilhoudt, dan verlaagt de leverancier zijn prijzen niet. Hadden de burgers twee keuzes gekregen in de energie of de gezondheidszorg – een dure en luxe optie versus een goedkope maar degelijke optie –, dan had vermoedelijk iedereen er gebruik van gemaakt. Een beetje kiezen, dat wil iedereen wel. Maar ploeteren op consumentensites om vijftig euro per jaar te verdienen, nou nee.

Die afstand tussen politieke en menselijke behoeften zie je ook wanneer het gaat over economische groei. Groei is in de politiek net melk. Groei moet, volgens regering én oppositie. Gerrit Zalm kan niet vaak genoeg zeggen dat we nog even onze adem moeten inhouden. Straks, als de economie aantrekt, zal het ons beter gaan en zijn er weer meer banen. En de oppositie wil dat ook, alleen op een andere manier. Maar in een lange lijst van sociale kwesties die de Volkskrant zijn lezers liet opstellen prijkt de notie dat de groeiende welvaart ons ziek maakt met stip bovenaan. Nog voor de slechte staat van het onderwijs of voor de toenemende kloof tussen arm en rijk komt het onbehagen over de overvloed. Stress, burn-out, overgewicht: we zijn zo rijk geworden dat we van meer vooral minder worden (zie www.socialeagenda.nl). Nou zijn Volkskrant-lezers niet representatief voor de bevolking, maar het signaal van de ziekmakende welvaart is opvallend, na maar liefst vijf opeenvolgende «crisis»jaren van oplopende werkloosheid en inflatie. Hier probeert dus niet een tree huggende grachtengordelelite via postmo derne prietpraat over onthaasten Jan met de pet het recht te ontzeggen om rijk te worden.

In een mooi opstel gaf de econoom Paul de Beer onlangs de verklaring voor dit verschijnsel. Meer welvaart in Nederland betekent voor veel mensen: minder tijd om van de welvaart te genieten, meer strijd om status te verwerven, meer keuzemogelijkheden die allerlei stress opleveren (zie www.waterlandstichting.nl). Het zou voor ons collectieve geluk beter zijn om eens een tijdje niet naar groei te streven, maar naar behoud van wat we hebben. Dat klopt wel, reageerde een aantal gezaghebbende economen op De Beers stelling, maar je kunt dat de economie niet opleggen. Die doet wat hij wil, groeien of krimpen. En stiekem vinden burgers groeien ook fijn, want al willen ze niet meedoen aan de rat race en wel aandacht voor het milieu hebben, ze willen toch ook allemaal wat rijker worden. Burgers willen kortom een beetje economische groei, zoals ze ook een beetje willen kiezen. Een beetje, een beetje. Het is niet gek dat politici makkelijk out of touch raken. Eenmaal door verhalen over leiderschap volkomen opgezweept, is een beetje al snel verrekte saai.