Alain de Botton over ideale huizen en geluk

Nederlands design is wild

Alain de Botton, een van de voornaamste pleitbezorgers van moderne architectuur, gaf ons land een glansrol in zijn tv-serie. ‘Jullie realiseren je het niet, maar jullie hebben de beste sociale woningen ter wereld.’

HOEWEL ARCHITECTUUR overal ter wereld in aanzien staat, blijkt het een enorme opgave om uit te leggen wat de waarde ervan eigenlijk is. Dat suggereert het nalezen van The Architecture of Happiness, het boek waarin de Brits-Zwitserse schrijver Alain de Botton meer aandacht en waardering voor architectuur bepleit. Het werd een wereldwijde bestseller, werd vertaald in een serie voor de Britse en Amerikaanse televisie, en leverde De Botton dankbetuigingen op van een reeks architecten plus een erelidmaatschap van het Britse Instituut voor Architectuur, wegens zijn ‘bijdrage aan de architectuur in de breedste zin’.
Nu is dit voor De Botton niet uitzonderlijk. Sinds hij zijn promotie aan de universiteit van Cambridge liet versloffen om zich op zijn schrijverschap te richten, reeg de nazaat uit een steenrijke sefardisch-joodse bankiersfamilie de bestsellers aan elkaar. Het zijn allemaal boeken die maatschappelijke of culturele onderwerpen op een filosofische manier uiteenzetten voor een breed publiek, zoals The Pleasures and Sorrows of Work, Status Anxiety en The Consolations of Philosophy - altijd in dezelfde bloemrijke taal en superstrakke vormgeving. Het leverde De Botton een grote, vaak jonge en hippe aanhang op, plus een gestage inkomensstroom die zorgt dat hij het aandelenfonds niet hoeft te beroeren dat zijn vader hem voor magere tijden achtergelaten heeft - naar verluidt een potje van zo'n 250 miljoen euro.
De Botton heeft ook een kleine kring devote haters opgebouwd, die graag zijn gezwollen taal, zijn opgeschreven mijmeringen, zijn gezicht en de inzichten die hij bereikt op de korrel nemen. 'Hij is een pijnlijk ballenachtige man, een glanzend kale, zachtlippige popfilosoof die een lucratieve carrière heeft opgebouwd rond het intrappen van open deuren in pretentieuze, vederlichte boeken’, barstte een columnist van The Guardian eens uit. Maar daartegenover staat de bewondering van grootheden als Roger Scruton, John Banville en John Updike - de laatste katapulteerde de jonge schrijver in 1997 omhoog met een juichende recensie van How Proust Can Change Your Life in The New Yorker.
In het geval van architectuur is De Botton werkelijk op een missie. Na zijn boek en de televisieserie richtte hij met een groep architecten en andere geestverwanten de stichting Living Architecture op, gewijd aan 'het vergroten van de waardering van architectuur’. De stichting legt zich toe op het bouwen van ideale huizen om mensen in staat te stellen om 'te ervaren hoe het is om te wonen, eten en slapen in een ruimte ontworpen door een architecturale topinstelling’. (Vanaf 750 euro voor een midweekje.) Het uiteindelijke doel is een bijdrage aan het menselijk geluk. Want dat is wat architectuur volgens De Botton in zijn beste vorm kan doen.
'Goede architectuur is geen wondermiddel voor geluk, maar wel een subtiele aanmoediging’, zegt hij. 'Je kunt het vergelijken met het weer. Een mooie, zonnige dag maakt je niet automatisch gelukkig, maar moedigt je wel aan om die kanten van je karakter naar buiten te laten komen die overeenstemmen met je omgeving. Een sombere dag versterkt een slecht humeur. Zo heb je ook gebouwen die je in een positieve richting proberen te trekken, andere in een negatieve.’
Mensen voelen dit volgens De Botton feilloos aan. 'De meesten beheersen het idioom van de architectuur niet en houden zich ook niet bewust bezig met de kwaliteit van het ontwerp van een gebouw. Maar als mensen zeggen: “Wat een cool huis”, of “wat een sombere sfeer hier”, dan spreken ze over de kwaliteit van het ontwerp. Dat is uiteindelijk het mooiste eerbetoon aan de architectuur: dat mensen vergeten dat een ruimte bewust ontworpen is, maar dat ze er graag willen zijn en de ruimte zo deel laten worden van hun weefsel.’

ALAIN DE BOTTON ontvangt in zijn kantoor in Noordwest-Londen, een strak en spaarzaam ingerichte kamer in een dito gebouw, een gerenoveerd industrieel pand, zo op het oog. In de kamer veel strakke lijnen, ruimte, licht en openheid - iets wat volgens De Bottons eigen stellingen de kwaliteiten en waarden blootlegt die hij graag zelf zou willen bezitten. Het is een centraal thema in The Architecture of Happiness: dat mensen in hun keuze van kunst en huis niet blootleggen wie ze zijn, maar wie ze wíllen zijn. 'Als iemand zijn huis kalm en minimaal inricht, is dat een aanwijzing dat iemand kalm wil zijn, een aspiratie’, zegt De Botton. Zoals bij hemzelf? 'Ja’, geeft hij toe, 'in mijn hoofd is heel veel aan de gang. Voor mijn kantoor hanteer ik een klooster als model. Ik creëer leegte om me heen om de volheid in mijn hoofd te compenseren.’
Mensen streven verschillende dingen na, en hebben dan ook behoefte aan verschillende soorten huizen met een verschillend soort inrichting. De Botton beweert dan ook niet dat er een stijl is die iedereen ten goede komt, wel dat goede architectuur altijd te onderscheiden is van slechte. En dat mensen niet vrij kunnen kiezen voor het eerste, omdat er maar zo weinig van voorhanden is. 'Bijna overal is huizenbouw in handen van ontwikkelaars, er is vaak niet eens een architect bij het ontwerp betrokken’, zegt hij. 'Ontwikkelaars laten zich puur leiden door bouwefficiëntie, verkoopbaarheid en kostenoverwegingen en de opdracht gaat ook vaak naar degene die het het goedkoopst wil doen. Dat leidt tot een enorme uniformiteit en tot huizen die een soort pastiche zijn van oude stijlen.’
Groot-Brittannië, waar De Botton al sinds zijn achtste woont, is volgens hem uitzonderlijk hard getroffen. 'Huizen zijn hier vaak van erg lage kwaliteit, maar “oud” en “traditioneel” blijft het beste verkoopthema. Ik ben altijd verbaasd geweest over de mate van Brits verzet tegen moderne architectuur. Het is een soort religieuze scheiding: je bent ervoor of ertegen. De tegenstanders spannen zich erg in om aan oude bouwstijlen vast te houden en ze hebben machtige leiders, zoals prins Charles - eigenlijk belachelijk, maar het is echt waar. Mensen associëren moderne architectuur vaak met “lelijke, naoorlogse flats” en zijn niet echt geïnteresseerd in wat het nog meer zou kunnen zijn. Daarom wil ik niet alleen met boeken, maar ook met echte gebouwen laten zien wat moderne architectuur kan zijn.’
De populariteit van 'oud’ ligt niet alleen aan conservatisme en weerzin tegen het nieuwe, maar ook aan goed design: 'In Amsterdam betaal je het meest voor een huis aan de Herengracht. Dat reflecteert in de eerste plaats dat daar de meeste schoonheid zit in de huizen en de locatie. De locatie is niet alleen een plek, het is daar zo mooi als gevolg van mooi design. Ook het Java-eiland is duurder vanwege goed design. Er is dus in de Amsterdamse huizenmarkt een plek ingeruimd voor schoonheid en kwaliteit, maar daarbij kan een klant ook kiezen welk design het meest bij hem past. In de meeste steden is die keuze er niet: als je dicht bij je werk en de diensten van het stadscentrum wil wonen, is er vaak maar één type huis om uit te kiezen; als je de ruimte van de buitenwijk wil net zo.’

DE LOVENDE woorden voor Nederland zijn geen toeval: ons land komt er bij De Botton uitermate goed vanaf. Met name in de televisieserie The Perfect Home, die op The Architecture of Happiness is gebaseerd, kreeg Nederland een glansrol. De Botton troonde zijn kijkers mee naar Eyebug (IJburg) en Zevenhuizen om zich te vergapen aan de verscheidenheid in de moderne Nederlandse wijken en vooral aan 'de Nederlandse liefdesaffaire met moderne architectuur en design’. Daar zit een dosis wensdenken bij (IJburg en andere nieuwbouwwijken zijn een stuk minder hot dan De Bottons serie voorstelt) maar vergeleken met onze continentgenoten ligt de animo in Nederland hoger om een vooruitstrevend huis te betrekken.
'Toen we met Living Architecture plannen opstelden, waren we het er allemaal over eens dat het eerste huis gebouwd moest worden door een Nederlands architectuurbureau’, zegt De Botton. 'Nederland heeft een heel sterke traditie van goed modern design, waar Groot-Brittannië veel van kan leren. Nederlanders realiseren het zich doorgaans niet, maar Nederland heeft de beste sociale woningen ter wereld - hoge kwaliteit, goed ontwerp. Nederlandse toparchitecten zijn meestal in de sociale woningbouw begonnen. In Groot-Brittannië is het wonen in een huis dat je gemoed verbetert een voorrecht voor de hogere klassen. We vonden daarom dat het huis echt Nederlands moest zijn - niet alleen de ontwerpers, maar ook de lichtschakelaars, de deurknoppen, enzovoort. We wilden een klein altaar maken voor Nederland.’
De opdracht ging uiteindelijk naar MVRDV, met hun Balancing Barn, een woonhuis in de vorm van een lange schuur, die voor het grootste deel in het luchtledige hangt (waarvoor, het moet gezegd, een on-Nederlandse heuvel nodig is). Het is een ontwerp dat voor De Botton waarden als 'moed’, 'kracht’ en 'zelfvertrouwen’ uitstraalt. 'En zoals veel Nederlands design is het nogal wild. Nederlandse ontwerpers hebben het vaak over iets “geks” dat ze in hun ontwerp willen stoppen, als tegenwicht voor de gestructureerdheid die ze in Nederland zien, de gewoonheid, de ordening, steriliteit. Veel designers willen graag losgaan. Dat is iets wat ons trouwens minder interesseert: in Groot-Brittannië hebben we absurditeit en gekte genoeg. Maar de persoonlijkheid die in Nederland regelmatig in gebouwen wordt gelegd, dat is iets wat we hier enorm missen.’
Ook moderne gebouwen missen in De Bottons ogen vaak persoonlijkheid. 'Binnen het modernisme had je lange tijd de Internationale Stijl, die voorschreef dat gebouwen geen enkele referentie moesten hebben aan de plek waar ze stonden. Het idee schreef voor dat een gebouw een soort machine was en een machine veranderde je ook niet van vorm als je hem in een ander land zou neerzetten. Pas heel recent hebben architecten het idee van “plaats” opnieuw ontdekt: het idee dat een gebouw echo’s heeft van de plek waarop het staat, zoals stenen in de kleur van de aarde. De meest succesvolle moderne gebouwen hebben dat wel.’

DE BOTTON heeft vooral een grote bewondering voor architecten met visie - ook als die visie na verloop van tijd totaal verkeerd blijkt te zijn. Dat de stad Brasilia niet de Brazilianen en hun land een nieuwe tijd en een nieuwe manier van leven binnen heeft gevoerd, is voor hem geen doorslaggevend argument tegen de visie die ten grondslag lag aan de bouw van de stad. 'Het pakte anders uit, maar dat maakt de visie niet verkeerd’, zegt hij.
Als de visie van architecten niet strookt met die van de mensen die een gebouw gaan gebruiken, is De Botton geneigd om voor de eerste te kiezen. 'Een gebouw heeft zowel iets van een kunstobject als een gebruiksvoorwerp. Goede architectuur neigt meer naar het eerste en mensen moeten architectuur ook zo zien. Iedereen begrijpt dat je niet een schilderij kunt kopen en er dan dingen bij schilderen of afknippen omdat je vindt dat de schilder het verkeerd heeft gezien. We vinden striktheid in veel beroepen bewonderenswaardig, zoals een arts of piloot die zich exact houdt aan zijn visie van wat hij moet doen. Ik bewonder hetzelfde in architecten. Als het een goede architect is, is het idee achter zijn ontwerp interessant en moeten mensen dat respecteren.’
Architecten hebben wel vaak de neiging hun fantasie met ze op de loop te laten gaan als het gaat om toekomstvisies. Alle prachtige maquettes en computersimulaties van de steden van de toekomst ten spijt lijken de steden van nu nog heel erg op die van dertig jaar geleden.
'We hebben constant het idee dat we op een compleet andere manier leven dan onze grootouders. We hebben iPhones en nemen vliegtuigen en we worden vaak gedreven door ideeën over verandering. Media hebben dat ook heel sterk. Maar we wonen nog wel in dezelfde huizen als mensen toen, en het grootste deel van ons leven zijn we in omgevingen die heel erg lijken op die van onze grootouders. De toekomst zal eens komen, maar het zal veel langer duren dan veel van ons verwachten.’
En als het komt, mag het van De Botton van hogerhand komen: overheden die afdwingen dat nieuwbouwwijken onder moderne architectuur worden gebouwd of regels stellen over hoe een huis eruit moet zien. 'In Groot-Brittannië heeft Margaret Thatcher vrijwel alle regels voor de huizenmarkt afgeschaft, met als gevolg dat nieuwe huizen vaak van zeer lage kwaliteit zijn, met een heel onaantrekkelijk ontwerp, en dat verkopers je bedriegen waar je bij staat. Ik hoorde eens van een huis met “vier slaapkamers” - drie ervan bleken inloopkasten te zijn, maar niemand verbiedt een makelaar om zijn huis zo aan te smeren. Het effect op het gemoed van de bewoners van zulke slechte huizen is voorspelbaar. Ik ben economisch gezien geen socialist, maar ik geloof dat de overheid sterk moet ingrijpen in de markt. Er moet een verplichting komen om een architect te betrekken bij elk bouwproject, plus voor ruimte, licht en schoonheid.’
De Botton wil niets weten van esthetisch relativisme: 'Het idee dat je niets objectiefs kunt zeggen over schoonheid is fantastisch voor vastgoedontwikkelaars, maar het is complete onzin. Schoonheid ligt in een goed, doordacht ontwerp en de hoogwaardige uitvoering daarvan. Natuurlijk kunnen architecten miskleunen in hun ontwerp, maar als alle huizen en andere gebouwen voortaan zo tot stand zouden komen, zouden wonen en werken mooier worden voor iedereen - een leven met meer geluk.’