Essay: Ode aan een taal in de verdrukking

Nederlands: een wereldtaal

Steeds vaker wordt geroepen dat de Nederlandse taal verloedert. Niemand spreekt meer ABN, de jeugd kan niet meer spellen, en het Engels verdringt het Nederlands. Maar er is hoop. Dat zie je alleen al aan de «konticons».

De Nederlandse taal verloedert in snel tempo. Slordigheid, luiheid en onwetendheid vieren hoogtij. Op scholen wordt allerbelabberdst les gegeven in het Nederlands. Een goede Nederlandse zin bestaat tegenwoordig voor de helft uit buitenlandse woorden. En de jeugd van tegenwoordig spant de kroon: nooit eerder in de geschiedenis is een generatie jongeren zo aan het analfabetiseren geslagen als de huidige.

Dat zegt men. Roept men. Bromt en gromt men. Waarschuwt men. De vorm en de toon verschillen van keer tot keer, van bezorgdheid tot klacht, de boodschap is telkens dezelfde: de verloedering van het Nederlands heeft een hoge vlucht genomen en gaat onstuitbaar voort.

De Nederlandse taal verloedert. De grote boosdoeners zijn internet, slechter wordend onderwijs, moeilijk hanteerbare spellingswijzigingen en -voorschriften, media, de algehele egalisering in de maatschappij, provincialisme, globalisering, de multiculturele samenleving, de reclame, de literatuur, nederpop, rap en zo voort en zo verder.

Het zijn niet alleen taalkundigen of andere direct betrokkenen die hun chagrin verwoorden, hetzij beroepsmatig, hetzij persoonlijk geïnteresseerd. Ook gewone mensen maken zich druk over hun dierbare Nederlands, dat zij in een verbijsterend tempo down the drain zien gaan.

Het aantal klachten is enorm. En de redenen daartoe zijn, eerlijk gezegd, al even talrijk. Als je niet beter wist, zou je denken dat het Nederlands teloorgaat.

Dat wordt overigens oprecht gedacht. Met de eenwording en uitbreiding van Europa, de monetaire eenheid, het kleiner worden van de wereld, de globalisering en andere contra-nationalistische ontwikkelingen kunnen «kleine» talen als het Nederlands in de verdrukking komen. Net zoals in de jaren tachtig, toen de thuiscomputer de wereld, en ook Nederland, veroverde, is nu opnieuw de taal van dit land blootgesteld aan sterke invloeden van buitenaf, voornamelijk Engeland en Amerika. De Angelsaksische cultuur is op dit moment de dominante cultuur in de wereld, en oefent de krachtigste invloed uit op andere landen. De Engelse taal is dus onhoudbaar bezig aan een zegetocht over de wereld.

Dat is niet nieuw. Dat is niet onverwacht. Dat kennen we al.

De computer bracht nieuwe ideeën en nieuwe begrippen mee. Bij nieuwe begrippen horen nieuwe woorden. Zo gaat dat nu eenmaal. In 1600 was er ook geen woord voor trein of computer, en men probeerde zulke woorden ook niet te maken. Want men was nog niet zo ver.

Bij de computer, en het leven rond de computer, hoorden dingen als printers, schijven, joysticks, beeldschermen en interfaces. Voor het ene ding werd tevergeefs geprobeerd een Nederlands equivalent te bedenken (afdrukker, vreugdestokje), zodat het Engelse woord hier inburgerde en geleidelijk een Nederlandse behandeling kreeg — werkwoorden werden vervoegd alsof ze van Nederlandse origine waren. Sommige dingen kregen wel een volwaardig Nederlands woord dat het afdoende omschreef: harde schijf, beeldscherm (want dat was er al) en diskettestation.

Schrijver Jan Mulder: «Ik kan me vreselijk ergeren aan taalverloedering. De grootste misdadigers zijn de mensen van de radio en de televisie. Nieuwslezers en presentatoren van Studio Sport. Sommigen hebben een afschuwelijke manier van spreken. Die leggen bovendien de nadruk op de woorden soms verkeerd. Om zich van de rest te onderscheiden gaan ze heel vreemd praten.»

(Op het commerciële nieuws zegt de presentatrice: «Er zijn zes gewonden gevallen», met de nadruk op «gevallen».)

Wat wel «de Engelse ziekte» wordt genoemd, heeft zich ook snel verspreid. Het overmatige gebruik van Engelse woorden in Nederlandse publicaties is een steen des aanstoots voor de hoeders van het Nederlands.

Dan is er de jeugd van tegenwoordig. Die heeft het ook weer gedaan. Want de jeugd, die sms’t. En die chat. En die schrijft forums vol. Dat doen ze het liefst in BreeZaH-taal (Breezer-taal, omdat ze van de Breezer-generatie zijn, zegt men). Maar om te laten zien hoe subtiel dat in feite ligt, en om te illustreren dat bekende doornen in ogen als idd (inderdaad), ff (even), w88 (wachten) en t zz (thee zetten) niet direct weggezet moeten worden als lelijke onzin, moeten we hier even een willekeurig gekozen (ja ja) gedeelte uit een forumdiscussie (topic: taalverloedering) op Partyflock citeren.

MoerSauzeR AKA MisteR SasH: Ik gebruik niet zoveel van dat soort afkortingen alleen: idd w8 iig en voor de rest nix :-)

Tis gewoon best wel handig om een lang woord af te korten naar een paar letters.

Annepanne: 2 Cotin en andere medestanders: jullie slaan de spijker op zijn kop. Ik vind de «taalverloedering» ook een beetje irritant. Maar sommige afkortingen zijn nou eenmaal wel handig zoals idd of ff.

Goochem (citeert): topiCs is het goochem..!!!

Ik geef toe dat ik het ook wel eens doen.. miskien zet ik neer ipv misschien.. maar dat komt omdat bij ons in het dialect je het zo zegt..

ik gebruik ook idd, ff, w8 of w88 en dergelijk afkortingen maar probeer me verre te houden van de BreEzaH taal of hoe schrijf je dat…. Op mijn werk merk in t trouwens ook.. Net zoals hier zet ik dan alleen een t neer ipv het.. Dat wekt wel eens verwarring maar meestal gaat het wel goed…..

Voordat jij mij van je intelligentie wilt overtuigen, zal je zelf toch eerst geen woorden als «miskien», «ff w88» en «t» moeten gebruiken in dezelfde post waarin jij mij denkt te beschuldigen van een spelfout.

Whoehahahaha…. Natuurlijk is het topic, dat weet m’n grote teen zelfs, knap he?

*96 uur WAKKER*: ik kom uit amsterdam, waar regelmatig teksten om mijn oren vliegen als «saaang die tori was dik faja, hoe je die sma had geskot, beter dat je haar liet timeren toen je bredde ging njangen je weet toch»….en dan uit de mond van iemand met rood haar en sproeten….faya! (whoehahaha)

Cotin: Ik weet een goejuh,

dat weet mun grotuh t1 :-) :-)

(dat weet mijn grote teen hahaha)

Ik vind inderdaad het afkorten minder erg als de BreEzaH taal, maar waar ligt de grens dan weer hé (gadver wat klinkt dat belerend :-)) ik vind bv. w88 al wel weer BreEzaH bijvoorbeeld, maar idd weer niet. Gek eigenlijk. Zo zal ook daar iedereen wel weer zijn/haar eigen idee bij hebben. Gewoon besluiten er maar helemaal mee op te houden dan?

Cotin: Woehaaaaaaahaha 96uWAKKER W A TZEGJE ? ? ? ? Dat meen je niet joh? En dat kun je ook nog volgen? Dat is nog gewoon Nederlands? Kun je dat voor me vertalen (en ik denk voor vele anderen ook) dan? Geweldig man, dit is de beste die ik tot nu toe gezien heb. Ongewoon!

*96 uur WAKKER*: wheheh ja man ik ben bloedserieus.. kijk als een surinamer zo praat geen probleem maar soms is het echt de ultieme kaaskop en dat kan echt niet vind ik..

translation: «O jaa, dat verhaal was echt erg, over hoe je dat meisje had gedumpt, slim van je dat je haar liet wachten toen je je broodje aan het eten was snap je…»

Zo kunnen we nog uren doorgaan. Dat doen de deelnemers aan het forum dan ook.

Dat die jonge mensen zich zo bewust zijn van hun taalgebruik lijkt in tegenspraak met de waargenomen onwetendheid, luiheid, slordigheid en respectloosheid waarmee de jeugd de Nederlandse taal tegemoet zou treden. Natuurlijk zijn ze slordig, soms. Natuurlijk representeert hun taalgebruik desinteresse en luiheid. Maar voor een ander deel is hun idiosyncratische gebruik van het Nederlands inventief en creatief. Als we iets beter kijken naar de manier waarop men afwijkt, opzettelijk, van de standaard en van de regels voor spelling en grammatica, kunnen we enkele hoopgevende dingen ontwaren.

Onder de noemer «internet-taal» worden verschillende varianten van digitale communicatie geschaard. Er worden websites gemaakt, er zijn chatrooms, er wordt ge-e-maild, en men sms’t. Dat zijn verschillende dingen, die elk hun eigen regels en voorschriften, kenmerken en procédés hebben.

Dat in 1996 het prachtblad Onze taal zich serieus, en enigszins geschrokken, wijdde aan de «internet-taal» is begrijpelijk. Dat er in 2003 nog steeds wordt gedaan alsof het één pot nat is, getuigt van kortzichtigheid. Die verbeten drang om «verloederd Nederlands» te identificeren, definiëren en bekritiseren hoort bij een taalpurist als een « bij een ».

De taalpurist wil het Nederlands van smetten vrijwaren, het behoeden voor slechte invloeden van buitenaf, het in zo goed mogelijke staat behouden voor de toekomst. Want het moet nog langer mee. (Soms wordt de vrees expliciet gemaakt dat de Nederlandse taal op de lange duur verdwijnt. Dat is nauwelijks serieus te nemen.)

De purist, of «taalzuiveraar» — de metaforen in dit discours hebben vaak onaangename associaties — probeert de taal te «zuiveren» van alle woorden die oorspronkelijk niet tot het Nederlands behoorden. Hij wil «barbarismen» en leenwoorden weren. De rederijker Dirk Coornhert (zestiende eeuw) eiste dat bastaardwoorden door Nederlandse woorden zouden worden vervangen, hetzij door oude woorden, hetzij door neologismen.

In het spoor van Coornhert pleiten hedendaagse puristen voor een «zuiver» Nederlands, dat zich tot het bittere einde verdedigt tegen inmenging van, met name, Engelse woorden. Wat men in wezen roept is: Het Nederlands is vol! De taalgrenzen moeten dicht! Eigen woorden eerst!

Dat doet nogal verkrampt aan. Het getuigt van verregaande hysterie, de hysterie die onlosmakelijk is verbonden met dit soort behoudzucht in een dynamische wereld. Je kunt de taal niet dwingen. Taal is een levend, ademend, groeiend systeem, een organisme, dat periodes van bloei en neergang kent, van ziekte en genezing. Het heeft zin om een ziek kind een paar dagen binnen te houden, maar het voorgoed verbieden op straat te spelen, maakt het een kneusje: ziek, zwak, misselijk, bleek en mager, en klaar om te worden afgemaakt door de andere kinderen, die wél streetwise zijn geworden en weten wanneer ze van zich af moeten bijten als dat nodig is. Omdat ze daar groot en sterk van worden.

Te midden van alle klachten, en die — gerechtvaardigde — bezorgdheid was er plotseling een klein nieuwsbericht dat verwarring zaaide, ook bij vele hoeders van het Nederlands. Het was een bescheiden, bijna verlegen gebracht feit:

«Het Nederlands wordt wereldwijd als taal steeds populairder. Dat constateert de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN). Waren er 25 jaar geleden wereldwijd nog maar 165 universiteiten in 26 landen waar het Nederlands als vak werd gedoceerd, tegenwoordig zijn het er 230, verdeeld over 44 landen. Het aantal docenten verdubbelde in die periode van 350 naar 700.

‹Dat is zeer respectabel voor een relatief kleine taal die door een beperkt aantal wereldburgers wordt gesproken›, constateert woordvoerder M. Kristel van de IVN. De universiteiten bevinden zich in alle mogelijke windstreken: van Italië tot Indonesië, van Spanje tot Georgië, van Duitsland tot Zuid-Afrika en van Japan tot Maleisië.

Nederlands is voor 21 miljoen wereldburgers de moedertaal en staat daarmee op een 34e plaats in de ranglijst van meest gesproken talen. In de ranglijst van importantie staat het Nederlands echter in de toptwintig. ‹Economisch, cultureel en historisch praat Nederland echt wel zijn woordje mee op het wereldtoneel.› Veel studenten Nederlands in het buitenland worden tolk of journalist, vinden een baan in het toerisme of worden aangenomen door een Nederlands bedrijf in hun moederland.»

Zo. Die zit.

Hoe brengen we nu deze twee dingen, het verloederen van het Nederlands en de stijgende populariteit van het Nederlands als wereldtaal, met elkaar in een betekenisvol verband?

Het verloederende Nederlands wordt als wereldtaal steeds populairder.

Het Nederlands wordt als wereldtaal steeds populairder, ook al is het aan het verloederen.

Het Nederlands wordt als wereldtaal steeds populairder, omdat het aan het verloederen is.

Het Nederlands is pas gaan verloederen toen het als wereldtaal steeds populairder werd.

Het Nederlands wordt als wereldtaal steeds populairder, bij verloederende mensen, die sowieso al van verloederende talen hielden.

Het Nederlands wordt als wereldtaal steeds populairder, omdat de wereld steeds meer verloedert.

Omdat de wereld steeds meer verloedert, is het logischerwijs de meest verloederende taal die het meest populair wordt, aangezien de bevolking van de wereld al evenzeer verloederd is.

Of is het misschien toch anders? Verloedert de Nederlandse taal misschien helemaal niet? Twee goede vrienden van mij hebben de gewoonte elkaar ’s avonds laat, nadat de een bij de ander op bezoek is geweest, bij thuiskomst te laten weten dat de een of de ander goed is aangekomen. Na een lange fietstocht door een donkere en drukke stad nemen ze de bezorgdheid bij de ander weg door een sms’je te sturen. Een telefoontje maakt veel lawaai en komt altijd ongelegen, een sms-bericht is ideaal — zoals ook in veel andere gevallen. In het begin schreven ze elkaar: «Ik ben goed thuisgekomen». Dat werd «goed thuisgekomen» en «ben thuis» en «ben er» en «er», om ten slotte tot het definitieve «r» te transformeren.

Duidelijk. Bondig. Ideaal.

De puristen storen zich aan de sms-taal, die een taalvariëteit op zichzelf is geworden. Communicatie per short message service heeft een geheel onafhankelijk vocabulaire gekregen, een eigen spelling, een rudimentaire grammatica en krachtige codes.

Het sms’en is gebouwd op beperkingen. Een boodschap kan niet langer zijn dan 160 tekens, en dient te worden ingetikt op een omstandige manier, op een mobiele telefoon met kleine toetsjes, met altijd te grote vingers. De sms’er moet zich dus in de beperking een meester tonen.

Win Daniëls stelde de basisregels van de sms-taal vast, met als uitgangspunt: hoe zorg je ervoor dat je met zo weinig mogelijk lettertekens zoveel mogelijk zegt?

Strip zinnen: laat alle woorden weg die niet echt nodig zijn voor het overbrengen van de betekenis van een zin (fantastisch gisteren). Gebruik letterwoorden: alleen de eerste letters van de woorden in een zin (AenT voor af en toe, IKZ voor ik kom zo). Maak shordjes: short woordjes (vnzlfsprknd voor vanzelfsprekend). Kort woorden van achteren in: prof, incl, afk. Vervang een lettercombinatie door één enkele letter: nix, strax, u (you), xje (ik zie je). Gebruik per woord slechts drie letters: ben boo doe voor ben boodschappen doen. Voeg woorden samen: wauto voor waar staat de auto? Gebruik cijfers in plaats van letters: w8 voor wacht, pr8ig, t1. Werk met speciale tekens: smileys (zie hieronder). Gebruik namen in plaats van woorden: Kroll bij jou? voor Hoe is het weer bij jou?. Bedenk nieuwe woorden. Geef bestaande woorden een nieuwe betekenis.

De manier waarop sms’ers in 160 tekens complexe boodschappen uitwisselen is bewonderenswaardig en getuigt soms van grote creativiteit en inventiviteit. Dat mensen slordig zijn, dat moeten we ze maar vergeven.

De smileys brachten oorspronkelijk een gemoedstoestand over. De eerste aller smileys was het teken :-), al gauw gevolgd door bij andere humeuren aansluitende icoontjes als :-|, :-\, :-( et cetera. Inmiddels bestaan er honderden emoticons, zoals ze ook wel heten, die soms uitermate grappig en intelligent zijn.

O:-) je bent een engel

8-) ik draag een bril

:-i ik rook sigaretten

:-Q ik rook terwijl ik praat

:#) ik ben dronken

Een speciaal soort smileys zijn de «konticons»:

(_!_) een gewone kont

(_o_) een kont die veel van de wereld heeft gezien

(_&_) een draaikont

(_x_) kus m’n kont

Ze zullen niet de redding van het Nederlands betekenen, maar deze vondsten wijzen wel op tenminste een poging de taal creatief te gebruiken, op een bewust zoeken naar nieuwe mogelijkheden, op speelsheid, die net als zorgvuldigheid onmisbaar is voor de ontwikkeling van een taal.

Wat zo gemakkelijk taalverloedering wordt genoemd, is in de eerste plaats taalverandering. Je kunt emmeren over Breezer-jongeren die slordig zijn, maar ook constateren dat ze weer zijn gaan schrijven, met hoeveel typfouten dan ook. Dat is al heel wat, dat jonge mensen die alles hebben en die hoogstens communiceerden per mobieltje elkaar tegenwoordig weer brieven schrijven, ook al zijn het e-mails. En ze discussiëren weer, niet alleen in de pauze op school tussen twee sigaretten door, maar in geschreven vorm in chatrooms en op forums. Dat het gaat over meisjes is niet erg, dat hoort zo. Ze moeten nog even inkomen, en dat kost tijd. Alfabetiseren heeft even tijd nodig, maar dat hebben we er wel voor over.

De taal verandert, mede onder invloed van de egalisering in de maatschappij, mede doordat de wereld een global village wordt. Maar het is wellicht ook een voorbode van een hernieuwde bloei: de kloof tussen praktisch taalgebruik en «esthetisch» of literair taalgebruik groeit. Het is een ouderwetse, klassieke tweedeling — taal als gebruiksartikel of middel versus taal als (esthetisch) doel in zichzelf — die lange tijd vaag is geweest, maar nu in al haar onvermijdelijkheid terugkeert. Wie chat, hoeft niet goed te spellen, want dat is niet nodig waar snelheid doorslaggevend is. Wie e-mailt, idem. Wie post in een forum, dito.

Dat ik niet tegen spelfouten en lelijk Nederlands kan, dat is mijn probleem. Ik vind dat iemand die d/t-fouten maakt dom overkomt. Maar misschien moet ik dat luie vooroordeel wel opnieuw ijken en is het een criterium uit een andere tijd, toen alles nog zwart-wit was, toen mensen in het openbaar nog verstaanbaar waren, toen je koe nog met een korte oe schreef.

Dat ik lelijk, fout en slecht Nederlands verafschuw, wijst wellicht op mijn eigen conservatisme, mijn bekrompenheid. Ik ben erg voor ABN. Ik sta geheel achter de KLM, die een mevrouw niet als stewardess aanneemt omdat ze niet netjes praat. Ik heb serieuze bezwaren — van esthetische, ethische en psychische aard — tegen plat praten, dialect, streektaal of hoe het ook genoemd wordt, in het openbaar.

Er is waarschijnlijk niemand te vinden die oprecht meent dat de Nederlandse taal op dit moment een grote bloei doormaakt. Maar als er over de taal wordt gedebatteerd — en net als bij het weer denkt iedereen erover mee te kunnen praten — is het goed om eens een ander perspectief te kiezen en niet steeds weer hetzelfde pad te volgen en te roepen dat «onze taal» verloedert. De wereld verandert, en de Nederlandse taal verandert mee. De huidige ontwikkelingen wijzen in elk geval op openheid, dynamiek, een bereidheid confrontaties aan te gaan, en op een oprechte betrokkenheid bij de taal, die per slot van rekening een van de meest bepalende factoren van deze cultuur is.

___________________________________

Prijsvraag Engels Nederlands

Sommige woorden zijn in het Engels én het Nederlands te lezen. Er zijn zelfs zinnen waarvoor dat geldt. De Groene daagt u uit een zo mooi mogelijke zin te bedenken die een grammaticaal correcte Engelse én Nederlandse zin tegelijkertijd is. Spaties tellen daarbij niet mee. U die al oneindig ging over water lezen we dus, enigszins vrij, ook als U die alone in digging over water. U kunt het vast beter. De twee mooiste vondsten worden beloond met de Kleine geschiedenis van het Nederlands en het Taalboek van de eeuw. Inzenden naar

Postbus 353, 1000 AJ, voor 1 oktober, o.v.v. Prijsvraag.