Wegvluchten uit Nederland

Nederlandse Somaliërs overzee

Nederlandse Somaliërs stemmen met hun voeten. Ze benutten hun Nederlandse paspoort om zich in Engeland, mede-EU-lid, te vestigen. Daar wordt minder de nadruk gelegd op integratie. «Nederland is leuker, maar hier heb je meer kansen.»

LEICESTER — «Klopt het gerucht dat er nog eens drieduizend Somaliërs van plan zijn uit Nederland naar Engeland te vertrekken vanwege de politieke ontwikkelingen?» vraagt Paul Winstone. Hij is beleidsmedewerker minderheden van de Britse gemeente Leicester en heeft zich verbaasd over het grote aantal Somaliërs dat zich de laatste twee jaar in de stad heeft gevestigd. Officieel schat de gemeente hun aantal op zesduizend, maar Winstone denkt dat het er wel tegen de tienduizend zijn. Negentig procent is Nederlands staatsburger. Het Leicester College heeft een tolk Nederlands moeten aanstellen. Het Engels is na het Somali en het Nederlands vaak de derde taal voor veel van de nieuwe leerlingen. Om de gestegen onderwijskosten en uitkeringen te kunnen betalen heeft de gemeente de nationale overheid om een extra financiële bijdrage van vier miljoen euro gevraagd. Tot nog toe zonder succes.

Leicester is volkomen verrast door de intocht van de Somaliërs, die gebruik maken van de vrijheid op vestiging binnen de Europese Unie. Ook Birmingham heeft het begrotingstekort op zien lopen door de intocht van Nederlandse Somaliërs. Minder groot zijn de aantallen in Londen, Bristol, Cardiff en Sheffield. Er bestaan geen exacte cijfers, maar Winstone denkt dat er de laatste vijf jaar in totaal wel zeventienduizend naar het Verenigd Koninkrijk zijn gekomen. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat Leicester aantrekkelijk is vanwege de goedkope huisvesting, beschikbare banen en het beleid dat groepen in dezelfde wijk bij elkaar mogen wonen. «Op het Europese vasteland gaat men uit van spreiding. Het is de bedoeling dat migranten de cultuur voor honderd procent overnemen. Ik hoor dat Nederland erg genereus is geweest met huisvesting en uitkeringen. Maar kennelijk voelen Somali zich buitengesloten in Nederland. Hier hoef je je niet volledig tot Brit te transformeren», zegt Winstone.

Schuin tegenover de Medway school aan de St. Stephensstraat in de wijk Highfields ligt de winkel van Mohammed Hashi (30) Je kunt er terecht voor servieswerk, meubels of een panorama van een waterval met stromend water en vogelgeluiden, made in China. Maar ook babyvoeding of halal frikadellen en hamburgers, uit Nederland. De Somali zijn helemaal verslingerd geraakt aan de Hollandse mayonaise en ketchup. Na negen jaar Nederland beproeft Hashi zijn geluk in Engeland. Hij heeft in Dordrecht een groentewinkel gehad, maar die liep niet. Het is makkelijker om in Engeland een eigen zaak te beginnen. Er zijn minder regels, je hoeft niet allerlei diploma’s en vergunningen te hebben en bovendien is het ook nog eens eenvoudiger een lening af te sluiten. Een andere afweging betreft de opgroeiende kinderen. «Er is hier een grote islamitische gemeenschap en een grote Somalische gemeenschap. Ik heb liever dat mijn kinderen daar tussen opgroeien», zegt Hashi. De Nederlanders zijn neergestreken in oude arbeiderswijken van de industriestad, zoals Highfields, St. Mathews en Greenlands, waar ook Bengalen, Jamaicanen, Indiërs en Pakistanen wonen. Ze behoren allemaal tot de klandizie van Hashi. De Britten zijn in deze wijken in de minderheid.

Jawaahir Dahir (38) woont met haar man en zes kinderen sinds twee jaar in één van de kleine huisjes in Highfields. Ik wacht op haar in de zitkamer, terwijl zij haar kinderen naar koranles brengt. In Den Haag had ze veel betere huisvesting en een goeie baan als maatschappelijk werkster bij Stichting De Opbouw. «In Nederland heb ik opnieuw vrede gekregen, want ik ben gevlucht uit een land waar het oorlog was.» Toch zijn ze na elf jaar vertrokken. De belangrijkste overweging voor haar en haar man betrof de manier waarop ze hun kinderen konden laten opgroeien in een westerse cultuur. Het liefst met behoud van de eigen identiteit, en dat ging in Nederland niet zo goed. Ze merkte in Den Haag dat haar kinderen in razend tempo vernederlandsten. «Het gaat om elementaire zaken als respect voor je ouders en respect voor ouderen. Ze moeten leren dat er binnen hun cultuur en religie grenzen zijn, en ik wil graag dat ze die grenzen ook buitenshuis kunnen herkennen.»

Dat is makkelijker in een stad waar je met meer Somali en moslims samenwoont. Jawaahirs oudste dochter van negentien was de enige in haar klas in Den Haag met een hoofddoek. Haar medeleerlingen wilden geen werkstukken met haar maken. «Dan besluit je toch dat ze maar zonder hoofddoek naar school moet. Ik ben altijd gerespecteerd als moslim en Somali, maar kinderen zijn kwetsbaar en geneigd te assimileren», verduidelijkt ze. De verschillen tussen thuis en buiten zijn in Nederland te groot. In Leicester zijn Somalische families van soms wel tachtig personen neergestreken, die in Nederland in alle uithoeken van het land waren te vinden. Ook broers en zussen, ooms en tantes uit Denemarken, Zweden, Duitsland of België hebben zich hier bij de familie gevoegd. De vrije manier van omgaan met seksualiteit en drugs in Nederland wordt als onplezierig ervaren. «Mensen gaan ook rekenen. Ze hebben gemiddeld twaalf jaar in Nederland gewoond, vragen zich af wat ze bereikt hebben en wat hun kansen nog zijn om hun leven of dat van hun kinderen te verbeteren. Die zijn dan toch beter in Engeland», zegt Mohammed Hassan.

Als het decor geen Engelse arbeiderswijk was, zou je je in Somalië wanen. Overal staan groepjes mensen met elkaar te praten. Keurige oudere heren met wandelstok maken een ommetje. In het theehuis in St. Mathews luisteren de mannen om klokslag acht naar het BBC-nieuws uit de Hoorn van Afrika. In een leegstaand fabriekspand zitten mannen op de grond qat te kauwen en eindeloos te ouwehoeren over hun plannen en de politieke situatie in Somalië. Pas als we voldoende uit de buurt van de oudere mannen zijn, waagt een 21-jarige jongen het een sigaret op te steken. Hij geeft er stiekem één aan een passerend vriendinnetje met hoofddoek. Vijf jaar in Engeland, vier jaar in Leicester woont hij nu. Op straat praat hij zo veel mogelijk Nederlands om de taal niet te verleren. «Weet je, Nederland is leuker, maar hier heb je meer kansen. Met Nederlanders maak je makkelijker contact dan met de Engelsen. Maar ik werd naar het vbo gestuurd. Ik moest maar iets met mijn handen gaan doen, metaalbewerking.» Zijn ouders stuurden hem naar een tante om hoger onderwijs te kunnen volgen. «Hier ga ik naar college en volgend jaar naar de universiteit.»

Het is een bekend verhaal. Nederlandse leraren hebben een paternalistische houding bij de advisering in de vervolgopleiding. Er hoeft maar iets aan je taalbeheersing te mankeren of je bent sociaal niet voldoende aangepast, en word je naar het Voortgezet Beroeps Onderwijs gestuurd. Veel van de Somalische kinderen mogen dan een taalachterstand hebben, het zegt weinig over hun intelligentie. En veel ouders willen dat hun kinderen betere kansen krijgen dan zijzelf. De oorlog en hun vlucht heeft hun de kans om te studeren ontnomen.

Ze is 21 en heeft dertien jaar in Nederland gewoond. Samen met haar zusje van veertien is ze een jaar geleden naar Leicester gekomen. Daarna is het hele gezin gevolgd. Familie en vrienden zitten bijeen in de qolka fadihga, de zitkamer met kussens op de grond. Ze blijft liever anoniem. «In Nederland voelde ik me enorm gedemotiveerd door sommige leraren. Voortdurend was er twijfel of ik mijn studie wel aankon.» Ze studeerde psychologie op hbo-niveau en wilde enorm graag naar de universiteit. Ze werd niet op de universiteit toegelaten en kon geen baan vinden. «Ik heb toen een tijdje schoonmaakwerk gedaan. Ik had allerlei diploma’s en ik wilde niet zo eindigen.» Haar zusje zat op een zkom-school voor moeilijk lerende kinderen, omdat ze te druk was en een slecht resultaat had gehaald voor haar Cito-toets. Volgens IQ-tests moest ze veel beter kunnen. Nu zit ze in Leicester op mavo/havo-niveau. Zelf gaat ze volgend jaar naar de universiteit om psychologie te studeren.

Een andere hindernis in Nederland is de studiefinanciering. In Engeland krijg je ook na je 27ste een lening of beurs. Veel Somaliërs hebben jarenlang in de asielprocedure gezeten en hebben als ze eindelijk een opleiding mogen volgen een taalachterstand. Het wordt als onrechtvaardig gezien dat je na je 27ste niet meer kunt studeren. «Ik ben 34 en ik wil graag studeren», zegt Ahmed Abdiaziz. «Ik heb geprobeerd aan de universiteit van Nijmegen te beginnen. Dat is niet gelukt. Ik wil niet de regels vanuit hier veranderen, maar ik ben Nederlands staatsburger en ik wil graag dat de politiek zich ook om gewone mensen zoals ik bekommert. Als Nederland in mij investeert, helpt het uiteindelijk ook zichzelf. Want ik help het land. Ik werk. En uiteindelijk helpt het ook een arm deel van de wereld. Zodra het vrede is in mijn land, ga ik terug om daar de mensen te helpen.» Ahmed heeft gewerkt in Nederland, als uitzendkracht. In de verpakkingsindustrie, in de metaal. «Na een jaar zeiden ze dat ze geen werk meer voor me hadden. Na twee weken hing het uitzendbureau weer aan de telefoon, dat ik opnieuw ergens voor een jaar aan de slag kon.»

Zijn vier kinderen missen Nederland. Nu wonen ze op een flatje, maar in Nederland hadden ze een tuin. Ahmed klaagt niet. Hij en zijn vrouw hebben allebei een vaste baan. En hij studeert: economie. Het is hem opgevallen hoeveel nadruk de Nederlandse samenleving op de taal legt. Hij heeft geprobeerd een certificaat voor het besturen van een vorkheftruck te halen. Vier keer. Vier keer gezakt. Voor het praktijkgedeelte slaagde hij altijd. «Bij het theoriegedeelte was altijd de mededeling dat ik nog aan mijn taal moest schaven. Maar voor het besturen van een vorkheftruck hoef je toch niet perfect Nederlands te spreken? Hier in Engeland heb ik dat certificaat binnen vier weken gehaald. De docent las de vragen voor en kon uit mijn antwoorden opmaken dat ik het begrepen had.»

Leicester telde in 1968 nauwelijks vijf procent allochtonen. In 1975 was dat 25 procent. De stad absorbeerde in die jaren een groot aantal Indiërs die door de dictator Idi Amin de voormalige Engelse kolonie Oeganda uit waren gegooid. Net als in Oeganda hebben ze weer een soortgelijke positie in de handel en het onroerend goed. Het gaat goed met de Indiërs, ze zitten zelfs in de politiek. Het is niet dat ze in onmin leven met de Somaliërs. Ze hebben nauwelijks met elkaar te maken. Wel vinden ze dat het onderwijs sterk achteruit gaat door het gebrekkige Engels dat de Somaliërs spreken en de extra lessen die daardoor nodig zijn. Ze halen hun kinderen van school en sturen ze naar privé-scholen.

Anders is de verhouding met de Jamaicanen die in dezelfde wijken als de Somaliërs te vinden zijn. De Jamaicanen zijn bang dat de Somaliërs hen op de arbeidsmarkt verdringen en vragen zich met verbazing af hoe die ondernemingslustige nieuwkomers erin slagen de ene winkel na de andere te openen. Andersom storen de Somaliërs zich aan het losbandige leven van de Jamaicanen. Er wordt in drugs gehandeld, ze jatten als de raven en hun vrouwen zijn hoerig, is de klacht.

Twee maanden geleden leidde een klein incident tot een massale vechtpartij. Op Leicester College ontstond een ruzie tussen scholieren over het gebruik van een frisdrankautomaat. In korte tijd hadden de ruziënde dames met de mobiele telefoon hun achterban gemobiliseerd en moest de politie een vechtende kluwen Somaliërs en Jamaicanen uit elkaar halen. Er vielen vijf gewonden door messteken. «Het is jammer, want ze behoren op dit moment allebei tot de kansarme groepen in Leicester», zegt Paul Winstone.

De stad laat zich graag voorstaan op haar multiculturele karakter. Maar inmiddels lijkt de grote toeloop van Somaliërs de gemeente toch te nopen tot een ontmoedigingsbeleid. In principe mogen EU-burgers zich vrij vestigen binnen de Unie. Om te kunnen werken, voor een uitkering of huisvesting van de gemeente, heb je een National Insurance-nummer nodig, een sofinummer. «In de acht jaar dat ik hier werk, heb ik nog nooit meegemaakt dat de overheid zo’n nummer weigert», zegt Reiza Khan van de rechtshulpwinkel Hitslink. «In de afgelopen acht maanden heb ik nu al tussen de vijftig en zestig gevallen van weigering en het zijn allemaal Somalische gezinnen. Ze gebruiken bureaucratische argumenten dat de persoonsgegevens niet volledig zijn, maar deze mensen hebben allemaal een Nederlands paspoort. Een ander argument dat wordt gebruikt, is dat het stopzetten van de uitkering in Nederland niet overeenkomt met de datum van aankomst in Leicester. Maar dat mag geen reden zijn om mensen de vrije keuze van vestiging te ontnemen.»

Ook Jawaahir Daahir, die inmiddels door de gemeente als maatschappelijk werkster is ingehuurd, kent gezinnen die met zeven mensen onder erbarmelijke omstandigheden op één kamer wonen in afwachting van het verzekeringsnummer. Wegens de positieve verhalen over Engeland verlaten soms hele gezinnen spoorslags Nederland zonder enige voorbereiding. Ze verbranden alle schepen achter zich en komen hier in de problemen. Ze raadt mensen aan die alsnog besluiten uit Nederland te vertrekken tenminste voor zes maanden geld mee te nemen.

Hoezeer ze Groot-Brittannië ook prefereren, toch blijven de Somaliërs een beetje Nederlands. Fatax Daher: «Ik heb pas nog mijn Nederlands paspoort laten verlengen op de ambassade in Londen. Ik heb toch wat met dat land. De hele zomer ben ik in Den Haag te vinden bij mijn vrienden.»