Gerard Groeneveld, Kriegsberichter: Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers

Nederlandse SS-oorlogs verslaggevers

Gerard Groeneveld

Kriegsberichter: Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers 1941-1945

Vantilt, 424 blz., € 29,90

Echt saai zou hun leven na 1945 niet worden. Jan Rudolf Hommes werd bestuursambtenaar in Nieuw-Guinea en vervolgens topambtenaar van het ministerie van Landbouw en Visserij. In die laatste hoedanigheid maakte hij regelmatig deel uit van de Nederlandse delegatie in Brussel, en mocht hij naar eigen zeggen «opnieuw voor de Europese eenheid werken». Joop Pollmann versloeg voor een lokaal dagblad de watersnoodramp van 1953, maakte daarna furore bij het damesblad Libelle en eindige als redactiechef van Story. De carrière van Wim Sassen nam, noodgedwongen, internationale proporties aan. Hij werd pr-adviseur van achtereenvolgens Evita Perón, generaal Pinochet en de Paraguayaanse dictator Alfre do Stroessner. Tevens was hij de beoogde ghostwriter voor de memoires van Aldolf Eichmann, het voormalige hoofd van de afdeling IV-B-4 van het Reichssicherheitshauptamt. Na diens ontvoering door de Mossad beschikte Sassen over 67 tapes met Eichmanns ontboezemingen.

Toch zou de periode 1940-1945 de centrale, allesbepalende ervaring blijven in het leven van deze drie mannen, die samen met een kleine vijftig andere Nederlanders als SS-oorlogsverslaggevers op zeer specifieke wijze werkten aan «de Europese eenheid». Gerard Groeneveld publiceerde reeds veel over nationaal-socialistische schrijvers en uitgeverijen in Nederland (drie jaar geleden verscheen zijn standaardwerk Zwaard van de geest: Het bruine boek in Nederland 1921-1945), en komt nu met een fraai en uiterst informatief boek over de Nederlandse Kriegsberichter die deel uitmaakten van de propaganda-afdelingen van de Waffen-SS. Gedetailleerd wordt het ontstaan van de Duitse Propagandakompanien beschreven, evenals de moeizame wijze waarop de Nederlandse afdeling tot stand kwam.

Groeneveld overlaadt de lezer af en toe met feiten – zo kan men precies lezen hoeveel berichten de SS-propagandacompagnie in een bepaald jaar ter goedkeuring naar het Reichspropagandaministerium van Jospeh Goebbels stuurde, en hoeveel er in hoeveel verschillende kranten werden gepubliceerd – maar geeft ook een levend beeld van de werkwijze van de verslaggevers, radioreporters, fotografen, filmploegen en tekenaars die het thuisfront moesten berichten over de strijd aan het oostfront en later in het westen. Het boek is zeer uitgebreid geïllustreerd met foto’s, tekeningen en schilderijen, en gaat bovendien vergezeld van een cd waarop men onder meer een interview kan horen met de negentienjarige Gerardus Mooyman, die in februari 1943 op één dag dertien Russische tanks uitschakelde en hiervoor als eerste Nederlander werd onderscheiden met het Ritterkreuz. Ook hoort men hoe Sassen, met een opzwepend enthousiasme als waarmee Theo Koomen later de Tour de France zou verslaan, bericht over de inname van Rostow.

Op het eerste gezicht lijkt het schrijven van een boek over de Duitse oorlogsjournalistiek een weinig dankbare taak. Er bestond immers slechts het onderscheid tussen leugens en smerige leugens. Groeneveld weet dit beeld op overtuigende wijze te nuanceren. Dat wil uiteraard niet zeggen dat hij beweert dat de Kriegsberichter voldeden aan alle criteria die heden ten dage voor onafhankelijke journalisten gelden. Wel laat hij zien dat ook voor de propaganda-afdelingen van Wehrmacht en SS het liegen aan zekere beperkingen was gebonden.

De Kriegsberichter hadden een drieledige missie. Om te beginnen waren ze militairen. Ze hadden een militaire training ondergaan, vielen onder de krijgstucht en vochten zonodig mee. Het waren dus very embedded journalists. Daarnaast waren ze belast met propaganda in de richting van de vijand. Na verloop van tijd ontstonden speciale eenheden die zich bezig hielden met psychologische oorlogvoering, waarbij met behulp van pamfletten en luidsprekers getracht werd twijfel en tweedracht binnen de vijandelijke gelederen te zaaien. Zo is er een strooibiljet afgedrukt waar op de ene zijde, met als kop «For Officers Only» een heftig vrijende Amerikaanse officier is te zien, terwijl de andere kant, «For Men Only», een gewonde en een sneuvelende GI toont. Een ander pamflet suggereert dat de geallieerde soldaten slechts vechten voor een vette, uiteraard joodse kapitalist, die zich ondertussen uitstekend vermaakt met de verloofdes van de jongens overzee. Vanzelfsprekend kwam ook het bolsjewistische gevaar uitgebreid aan de orde, waarbij alvast werd gepreludeerd op de volgende oorlog. De geallieerden moesten niet denken dat ze na het verslaan van Duitsland naar huis konden gaan.

De derde taak van de Kriegsberichter was het geven van informatie over het verloop van de oorlog. Evenals in alle andere oorlogvoerende landen mocht het oorlogsnieuws slechts globaal zijn, en was specifieke informatie over locaties en eenheden uit den boze. In het begin van de veldtocht werd het frontnieuws vanzelfsprekend gekenmerkt door gejubel en optimis me: de Duitse Panzer rolden onweerstaanbaar naar het oosten en de frisgewassen, enthousiaste en kranige infanteristen, wier «lichtende ogen» de hoop van het vaderland weerspiegelden, liepen de ene stelling met «verdierlijkte bolsjewisten» na de andere onder de voet.

Na de nederlaag bij Stalingrad kwam er een kentering in deze berichtgeving. Een leider van een SS-propagandacompagnie beklaagde zich in een door zijn chef naar al zijn collega’s doorgestuurd rapport over de pathos en kitsch in een groot deel van de berichtgeving. De oorlog aan het oostfront zag er inmiddels heel anders uit dan in 1941, en het optimisme had plaatsgemaakt voor de vastberadenheid om vol te houden en de vijand tot stilstand te brengen: «Wat de mannen in de voorste linies in de eerste plaats op de been houdt, is het kale, harde bevel, hun plichtsgevoel en hun over levingsdrang. Als een oorlogsverslaggever hun wat anders toedicht, hen met nationale geestdrift volpompt, dan is hij of een leugenaar, een holle redenaar, of hij is er nooit bij geweest.»

De door Groeneveld beschreven Nederlandse Kriegsberichter vormden een uiterst heterogeen gezelschap, maar hadden allen een nationaal-socialistische gezindheid gemeen die van vóór 1940 dateerde, plus een hang naar avontuur. Van enkelen van hen, die Groeneveld er in zijn laatste hoofdstuk uitlicht, leest de levensloop als een schelmenroman. Foto’s van Hommes in de Oekraïne en op een U-boot maken duidelijk dat de oorlog de time of his life vormde, en voor de gesjeesde rechtenstudent Sassen was het Derde Rijk het land van de onbegrensde mogelijkheden. Na Dolle Dinsdag schopte hij het zelfs tot hoofdredacteur van Het Nieuws van de Dag, een functie die hij een maand later al weer verspeelde, toen hij het hongerende en kou lijdende Amsterdamse proletariaat opriep de betere wijken te gaan plunderen. Dat was namelijk een veel te eigengereide invulling van het door de nazi’s met de mond beleden begrip socialisme.