Stikstofvluchtelingen

Nederlandse veehouders verhuizen naar België

Door de stikstofcrisis verhuizen meer Nederlandse veehouders naar België, blijkt uit onderzoek bij de Kamer van Koophandel. Milieuorganisaties waarschuwen daarom terecht dat België is verworden tot een ‘stikstofparadijs’ voor grootvervuilers.

Nederlandse veebedrijven zijn gemiddeld grootschaliger dan Belgische. Een extra reden voor Vlaamse milieuorganisaties om ongerust te zijn over de ‘stikstofvlucht’. © Stef Arends

Vlaamse en Nederlandse natuurbeschermers trokken de afgelopen jaren aan de alarmbel: grootschalige Nederlandse veeteeltbedrijven zouden de steeds strengere stikstofregels ontvluchten en hun bedrijven naar België verhuizen. Nieuwe milieuregels in Nederland zouden daarmee het stikstofprobleem niet oplossen, maar enkel verplaatsen.

Onderzoekscollectief Spit en de Vlaamse website voor onderzoeksjournalistiek Apache inventariseerden de publiek beschikbare cijfers. De informatie die wordt bijgehouden over de vestiging van Nederlandse boeren in Vlaanderen is onvolledig, maar de gegevens die wel beschikbaar zijn wijzen op een significante toename sinds 2018. In de afgelopen vijf jaar is het aantal Nederlandse veehouders dat naar België verhuisde verdubbeld, zo blijkt uit de cijfers.

Nederland rolde in 2019 een reeks vergaande maatregelen uit om stikstofvervuiling in te perken. In België bleven die maatregelen vooralsnog achter. Reden voor milieubewegingen om België te verklaren tot stikstofparadijs: een land waarin  –  deels door de overheid uitgekochte  – Nederlandse veehouders ongestoord verder kunnen boeren.

Stikstofprobleem
De lage landen zijn een van de meest door stikstof vervuilde regio’s in Europa, met desastreuze gevolgen voor de natuur. Ammoniakuitstoot uit de intensieve veehouderij is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die vervuiling. Nederland en België bungelen hierdoor onderaan de Europese natuurbeschermingslijstjes en beide landen werden door de rechter gedwongen om hun stikstofbeleid te verbeteren.

In november 2018 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat het Nederlandse Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet strookt met de Europese regels voor bescherming van kwetsbare natuur. In februari dit jaar werd ook de Belgische stikstofwetgeving door een rechter ontoereikend verklaard.

Dat verhaal vond weerklank in de mediaberichtgeving in beide landen. ‘De mest en de overlast voor Vlaanderen, de winst voor Nederland’, kopte De Standaard eind vorig jaar. ‘We krijgen signalen dat veel Nederlandse landbouwers een vergunning proberen te krijgen in Vlaanderen’, stelt Luc Lemmens, gedeputeerde van de provincie Antwerpen, in dat artikel. ‘Vaak zijn het grote bedrijven met grote financiële slagkracht, die hier bijhuizen oprichten en grote stallen bouwen.’

Maar hoe talrijk die signalen precies zijn, is niet duidelijk. In de stukken worden vaak dezelfde veehouders aangehaald als voorbeeld om de boerenvlucht aan te tonen. Zo bouwde Nederlander Jan Schoenmakers drie stallen voor in totaal 21.000 varkens in het Belgische Ravels, vlak over de grens. Hij is daarmee de op een na grootste varkensboer in Vlaanderen. Ook het bedrijf Top Halen, vijftig kilometer zuidelijker, wordt vaak genoemd. Het Nederlandse moederbedrijf Cooperate Livestock Production zorgde voor ophef omdat het een bestaande boerderij wilde ombouwen tot een megastal voor 22.500 varkens.

De Vlaamse minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) baseert haar milieubeleid op de theorie van de stikstofvlucht. ‘Nederlandse boeren zijn de grens met België overgestoken, we mogen daar niet blind voor zijn’, liet ze in maart weten in een interview over de voorlopige PAS-regeling in Vlaanderen. Ook die uitspraak is ‘gebaseerd op signalen uit het veld’, laat haar woordvoerder weten aan Spit en Apache.

In Nederland probeerde Omroep Brabant begin dit jaar de omvang van de verhuisbeweging van Nederland naar België in kaart te brengen. Conclusie: 45 bedrijven in de Belgische grensstreek zijn in handen van Nederlanders. Maar uit het onderzoek bleek geen duidelijke extra toeloop van Nederlandse nieuwkomers sinds de stikstofcrisis.

De provincie Noord-Brabant startte daarop zelf een onderzoek, dat uitwees dat de boerentrek in de Brabantse grensstreek geen nieuw maar een al veel langer bestaand fenomeen is. ‘Het beeld dat in de media geschetst werd over een vermeende toename van verhuisbewegingen kwam in het uitgevoerde onderzoek niet als zodanig terug’, licht gedeputeerde voor Stikstofbeleid Erik Ronnes (CDA) toe.

Maar een inventarisatie van het aantal verhuizers, gebaseerd op vergunningaanvragen en openbare bedrijfsdocumenten, wijst wel degelijk op een significante toename sinds 2018. Een van de oorzaken van de onduidelijkheid over de verhoogde toename van het aantal Nederlandse boeren in België is het feit dat publieke informatie over het fenomeen moeilijk te verkrijgen en bovendien onvolledig is.

© Stef Arends

Industriële veebedrijven met een grote impact op het milieu zijn in Vlaanderen verplicht een omgevingsvergunning aan te vragen voor een zogenaamde GPBV-installatie (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging). Via de oprichtingspapieren in het Belgisch Staatsblad is vaak te achterhalen of daar ook Nederlandse boeren tussen zitten. Maar bij een groot deel van de bedrijven wordt de nationaliteit van de aanvrager nergens in de vergunning vermeld. Rundveebedrijven komen bovendien niet voor op de lijst met grote vervuilers. De rundveesector is namelijk uitgezonderd van een verplichte Europese transparantieclausule bij vergunningaanvragen voor megastallen. Om het aantal Nederlandse rundveebedrijven in België te achterhalen zou men dus alle acht- tot negenduizend rundveehouders in Vlaanderen moeten screenen.

Dat is niet alleen veel werk, maar ook technisch onmogelijk: een groot deel van de rundveehouders richt namelijk geen aparte vennootschap op, maar handelt als ‘natuurlijk persoon’ of eenmanszaak. Daardoor zijn gegevens over de bedrijfsvoering en de eigenaar niet openbaar. ‘Vooral in de melkveesector zijn er veel grote veehouderijen die toch geen vennootschap oprichten, meestal om belastingtechnische redenen’, zegt Guy Depraetere, voormalig secretaris van het Belgische Algemeen Boerensyndicaat.

Het is dus niet makkelijk om de omvang van de verhuisbeweging op een gestructureerde manier te onderzoeken. Dit is ook de reden dat het onderzoek van de provincie Noord-Brabant zich voornamelijk baseerde op interviews met landbouwers uit de regio.

Spit en Apache analyseerden 969 vergunningaanvragen van grootschalige Nederlandse varkens- en pluimveehouders en maakten een inventarisatie van de publiek raadpleegbare bedrijfsdocumenten van 1494 rundveehouders in de grensstreek – onder meer de zeer intensief bebouwde regio Noorderkempen. Op basis van die informatie telden wij 61 bedrijven met een Nederlandse eigenaar: 24 grootschalige pluimveebedrijven, 26 grootschalige varkenshouderijen, negen rundveebedrijven en twee gemengde bedrijven.

Van deze 61 bedrijven vestigden zich er elf in de jaren negentig of eerder, dertien in de periode tussen 2000 2009 en 25 tussen 2010 en 2019. In de jaren 2020 en 2021 telden we er vijf. Van zeven bedrijven is de vestigingsdatum onbekend. Sinds 2010 is er dus een duidelijke toename in het jaarlijkse aantal verhuizende Nederlanders. De afgelopen vijf jaar verdubbelde het aantal nieuwe vestigingen zelfs ten opzichte van de vijf jaar daarvoor.

Het Nederlandse aandeel in het aantal dieren in België lijkt bovendien groot. Afgaande op de informatie in de aangevraagde milieuvergunningen wordt zo’n acht procent van de Belgische kippen gehouden in een ‘Nederlandse’ megastal.

Door het gebrek aan gegevens zijn er wellicht nog veel meer Nederlandse bedrijven in België die onder de radar blijven. Bovendien zijn er ook ‘verdoken’ vormen van boerenmigratie mogelijk. Als een Belgisch bedrijf wordt overgenomen door een Nederlander hoeft er niet altijd een nieuwe vergunning te worden aangevraagd, waardoor de verandering in eigenaarschap onopgemerkt kan blijven. Het is ook niet zichtbaar wanneer een Nederlander een locatie huurt in België en daar personeel in dienst neemt om de stallen te beheren.

Gelijktijdig met de toename van het aantal Nederlandse vestigingen in België steeg ook het aantal veehouders dat zijn bedrijf in Nederland stopzette. Dat blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. Tussen 2010 en 2016 stopten er jaarlijks gemiddeld zo’n tweehonderd bedrijven. In de jaren 2017 tot 2020 waren dat er jaarlijks tussen de duizend en veertienhonderd.

De afgelopen vier jaar voerde de Nederlandse overheid verschillende subsidieregelingen in om veehouderijen te stimuleren hun bedrijf te stoppen. Zo was er in 2017 de ‘subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij’ waarin de Nederlandse overheid in totaal negentien miljoen euro uitkeerde aan stoppers. In datzelfde jaar is er ook de ‘regeling omgevingskwaliteit’ voor varkenshouders, met een budget van acht miljoen euro en een maximale vergoeding van vijfhonderdduizend euro per locatie. Drie jaar later konden varkenshouders zich inschrijven voor de ‘Subsidieregeling sanering varkenshouderijen’, waarvoor maar liefst 455 miljoen euro beschikbaar werd gesteld.

Het ziet ernaar uit dat ook Vlaanderen binnenkort extra maatregelen zal nemen om stikstofvervuiling tegen te gaan. In januari dit jaar deed de Belgische Raad voor Vergunningsbetwistingen een uitspraak die het Belgische vergunningenbeleid op losse schroeven zette: de drempelwaarde die de Vlaamse overheid hanteerde waaronder de stikstofimpact van een veehouderij ‘niet significant’ werd geacht, bood onvoldoende bescherming voor de natuur en was dus onwettig. De Vlaamse minister van Omgeving Demir werkt nu aan een drastische herziening van het beleid, die nog voor de zomer af moet zijn.

Dat zou betekenen dat er voor Nederlandse boeren een reden wegvalt om naar België te vertrekken. Makelaar in agrarisch vastgoed Filip Boone ziet dat Nederlandse veehouders steeds verder wegtrekken. ‘Vroeger beperkte men zich vaak tot de grensstreek met Nederland, om de band met het thuisfront te behouden, maar nu durft men ook verder te gaan, tot in de Westhoek of zelfs Wallonië.’

Voor soepele stikstofregelgeving moeten Nederlandse boeren binnenkort dus mogelijk nog verder zoeken. Naast België zijn Duitsland en Canada de populairste migratiebestemmingen. Ook Raoul Beunen van de vakgroep milieuwetenschappen aan de Open Universiteit denkt dat Nederlandse veehouders die de stikstofbeperkingen willen omzeilen elders wellicht mogelijkheden hebben, omdat de regels daar meer ruimte laten. Maar, zo laat hij weten: ‘Op lange termijn is dat voor de maatschappij geen duurzame oplossing omdat het uiteindelijk vooral een verplaatsing van de stikstofproblematiek betekent.’


Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door Journalismfund.eu en wordt tegelijkertijd gepubliceerd op apache.be