Nederlandse zola’s

Mensen die van dieren houden, hebben hun medemensen niet lief.
Deze gewaagde stelling, die ik als kind heel vaak mijn moeder heb horen poneren, klonk in haar mond als een ondoorgrondelijke Chinese wijsheid. Gelukkig bezat ik als kleine slimmerik de aangeboren drang om alles wat me te obscuur en bizar leek meteen te ontcijferen. Het was me opgevallen dat mijn moeder, die niet van dieren hield, ook niet bepaald gecharmeerd was van haar medemensen, op wie zij de ganse dag afgaf. Kwaadspreken over dieren gaat doorgaans moeilijker dan over buren en familie. Maar bovenal hield mijn moeder niet van mijn oma, haar schoonmoeder, die, toeval of niet, gek op dieren was.

Wel moet ik toegeven dat mijn oma een zekere onverschilligheid aan de dag legde voor alles wat geen vacht of veren droeg. Alles wat niet kon miauwen, blaffen, tsjilpen of kakelen, kwam voor haar op de tweede plaats. Een paar weken nadat zij van haar enige kind was bevallen, plukte ze een wilde kat van de straat en vertrouwde ze haar baby aan een min toe. In haar Normandische boerderij kakelden de kippen op de keukentafel, sliepen de eenden op stoelen en jatten katten en honden hun kost uit onze eigen borden, dit weer tot grote ontsteltenis van mijn moeder.
Precies boven het bed van mijn grootmoeder had zich een zwaluw genesteld. Deze slaapkamer vol glinsterende relikwieën en mysteries was voor ons, haar kleinkinderen, nog minder toegankelijk dan de verboden kamer van Blauwbaard. Maar dit gold niet voor die vogel. Hij kon er dag en nacht ongestoord in en uit vliegen door een raam dat voor hem permanent openbleef. Om de darmafscheiding van de zwaluw op te vangen, had mijn oma netjes een oude krant op haar hoofdkussen gelegd.
Ik heb aan dit alles, denk ik, geen trauma overgehouden en ik leef in een huis waar ook twee honden, een kat en af en toe wat vlooien zijn ingekwartierd. Dat mensen die van dieren houden geen warmte voor hun naasten zouden overhebben, daar geloof ik weinig van. Ook al moet ik toegeven dat de fascistoïde en racistische onderbuikpraatjes van dierenminnares Brigitte Bardot me soms aan het twijfelen brengen.
In Nederland is er gelukkig geen B.B., hooguit een J.J.. Zo heeft J.J. Voskuil, die na een heel leven nutteloos werk te hebben verricht op het Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde, onlangs publiekelijk zijn onstuimige liefde voor het varken verklaard. De schrijver, die door sommige recensenten een ouwe zeur werd genoemd, nam het op voor de zeug in het algemeen en tegen de bio-industrie in het bijzonder. Hij kreeg duizenden landgenoten zo ver om twee pro-zwijnenadvertentiepagina’s in diverse kranten mede te financieren. Is Voskuil soms een mensenhater? Naar zijn boeken, waarin tal van zijn oud-collega’s genadeloos te kakken worden gezet, te oordelen wel.
Maar ik denk niet dat het bewijs van mijn moeders gelijk hiermee wordt geleverd. Zet Voskuil dertig jaar lang tussen de biggen en zeugen op het Instituut voor Zwijnkunde en Schijterij en hij wordt vanzelf ook een varkenshater.
Bovendien blijkt zijn strijd voor de zwijnen nogal betrekkelijk en gemakzuchtig. Na amper twee maanden heeft hij al zijn activiteiten gestaakt en plechtig de actiestok aan collega Koos van Zomeren overhandigd.
Een andere schrijver, Leon de Winter, windt zich hierover op. Waarom hebben die ‘varkensminnaars’ het destijds niet voor de Moslims in Srebrenica opgenomen? schrijft hij in de NRC. Rustig, rustig, meneer de sfeerverpester, het is hier niet het land van Zola of Günter Grass. Een schrijver in Nederland heeft andere dingen aan zijn hoofd dan het leed van de gehele wereld. Hij moet zijn energie sparen om niet aan nominatiemoeheid onder te gaan. Hij dient zich ook jarenlang op te houden in schuilplaatsen rond tv-studio’s in de hoop er af en toe uit te kunnen springen om een literaire prijs te bemachtigen. Ook is hij heel wat tijd kwijt aan het met zijn prijzengeld bij autodealers langsgaan in de hoop het cabrioletje dat bij zijn schoenen past te kunnen vinden.
In mijn land word je bijna iedere dag gek van al die schrijversacties voor Algerije en illegalen of tegen het Front National. Laat Nederland zijn eigen frisse en originele geluidje horen en de Nederlandse schrijvers hun eigen j'accuse-tje ten bate van het varkensdom plegen. Of om in dierenliefhebberstaal te spreken: ieder vogeltje zingt toch zoals het gebekt is?