Nederwezen

In zijn Kleine encyclopedie schetst Herman Vuijsje nieuwe inzichten over Nederland aan de hand van neologismen. Deze week: Nederwezen. Als Allah even klein wordt als Christus kan hij langer mee.

Af en toe zijn in de krant foto’s te zien van islamitische gelovigen, naar Mekka gebogen voor het gebed. Allemaal in dezelfde houding – en niet zomaar een houding maar een houding van absolute onderwerping. De zee van omhooggestoken achtersten lijkt te beantwoorden aan een streng geometrisch patroon.

Bij mij roept zo’n plaatje een ongemakkelijk gevoel op, en ik zal de enige niet zijn. Een menigte die zich in het stof werpt voor een machtig heerschap, dat zien we in Nederland niet meer zo graag. Onderdanigheidsbetoon, buigen en knielen heeft in het Westen, waar we ons alleen in de fitnessruimte nog vooroverbuigen, iets shockerends gekregen. Toch is het nog maar een jaar of tien geleden dat katholieke bobo’s de islam juist ten voorbeeld stelden aan het vrome volk!

Moslims maken nog ernst met de gedachte dat religie in belangrijke mate neerkomt op onderwerping, schreef de Nijmeegse theoloog Erik Borgman in 2005. Onderwerping aan iets dat groter is dan de mensen en dus absolute eerbied en toewijding verdient. ‘Het is moslims op verachting komen te staan, maar ze hebben gelijk.’ In onze cultuur ligt alle nadruk op autonomie en eigengereidheid. Volgens Borgman zou een nieuwe grondslag voor gemeenschapszin gediend zijn met eerherstel van religieuze gebaren als buigen en knielen.

De Belgische kardinaal Danneels prees de islam als ‘een tonicum dat de religieuze reflexen bevordert’. Doordat islamieten hun geloof ‘zonder complexen tonen’, verdwijnt ‘het taboe om godsdienstig te zijn’, meende hij. Ook kardinaal Simonis toonde zich jaloers op de vroomheid van moslims.

Uit protestantse hoek klonken soortgelijke geluiden. ‘Je kunt beter met de strakke islamitische moraal worden opgevoed dan in de nihilistische geest van consumptiedrift’, stelde de christelijke ethicus Kees Klop. En het christelijk-gereformeerde Kerkblad voor het Westen bepleitte in 2005 samen met de moslims op te trekken tegen decadentie en neoliberalisme.

Tegenwoordig hoor je zulke pleidooien niet meer. Vanwege de toename van islamitisch geïnspireerd terrorisme? Of doordat men zich inmiddels realiseert dat een terugkeer naar religieuze bevlogenheid à la islam er niet in zit? ‘Allah is groot’ is de favoriete kreet van godvruchtige moslims. Niet: ‘Allah is goed’, laat staan: ‘Onze Lieve Allah’. Islam betekent: onderworpenheid, absolute overgave aan Gods woord. ‘Deze God als macht staat lijnrecht tegenover de nabije God van het christendom die zichzelf juist vernedert om liefde te betonen’, schreef historicus Arend Jan Boekestijn.

Tekenend is het verhaal in Johannes 13 waarin Jezus de voeten van zijn discipelen wast. Iemands voeten wassen gold in de oudheid als de nederigste dienst, een karweitje voor vrouwen en slaven. Mannen, zeker machtige mannen, hoorden het lagere volk de oren te wassen, niet de voeten. Door de voeten van zijn discipelen te wassen, toonde Jezus zich deemoedig en nederig. Letterlijk: hij ‘verlaagde’ zich.

Bij Allah zou dat nooit opkomen, zo’n zelfverlaging van Opperwezen tot ‘Nederwezen’. Evenmin als bij de joods-christelijke God van het Oude Testament, trouwens. Ook die eiste dat de gelovigen gehoorzaamden aan het Befehl ist Befehl, zoals Abraham deed toen hij zijn zoon Izaak de keel af wilde snijden. Maar da’s al weer zo lang geleden… zeker in Nederland heeft die wraakzuchtige, naijverige God al lang plaatsgemaakt voor een God die ‘een stukje met je mee loopt’. Zelfs de gereformeerden geloven nu in een God ‘die dichter bij de mensen is, die mee-lijdt met de mensen en bij wie men zich geborgen mag weten’.

Nergens ter wereld wordt een God gevonden die zo ingrijpend van Allah verschilt als hier bij ons. En de aspecten van de islam die sommige christelijke Nederlanders met heimwee vervullen, zijn niet à la carte te bestellen. Religieus afgedwongen eerbied voor normen en waarden, eerherstel voor buigen en knielen en bijbelse beteugeling van consumptiedrift en decadentie maken deel uit van een godsbeeld dat in christelijk Nederland praktisch is verdwenen en nooit terug zal keren.

Hetzelfde geldt voor de bijbehorende geloofspraktijk. Afshin Ellian wijst op de manier waarop moslims de koran lezen: de kracht ligt in de recitatie, in de herhaling, zonder veel aandacht voor de betekenis. Nederlanders zullen nooit meer op die manier met de bijbel omspringen. Ellian stelt de islam niet ten voorbeeld aan het christendom maar doet het omgekeerde. Allah moet even lief worden als Christus geworden is, vindt hij. Als de moslims niet in staat zijn ‘op menselijke wijze hun god te verkondigen’, zal die god het uiteindelijk niet redden.

Het is een sympathiek pleidooi en het ligt ook wel in de rede dat ook Allah op den duur meer trekken zal krijgen van een Nederwezen, maar de brandende vraag is: wanneer? De God van Nederland had de Renaissance, het humanisme, de Reformatie, de Verlichting en de secularisatie nodig om te worden tot wat hij nu is. Allah is later begonnen en heeft hem tot nu toe niet overtroffen in de snelheid waarmee hij zich aanpaste bij nieuwe vormen en gedachten.