Bij het woord ‘sollicitatiegesprek’ moet ik denken aan het dorp waar ik ben opgegroeid: de altijd lege straten, hoe iedereen op korfbal zat en christelijk was. Hoe onopvallend gekleed de meesten door het leven gingen, hoe zacht er werd gepraat, hoe nooit iemand een enthousiaste uitspatting had en als die er al was, dan kwam dat door te veel alcohol.

Ik had een online sollicitatiegesprek met twee vrouwen die grijs zagen en grijs praatten: ‘Hoe zie je de dagen voor je als je bij ons mag werken?’ Een onnozele vraag als je het mij vraagt, maar ik lul me er op een belachelijk enthousiaste manier uit en terwijl ik mezelf hoor praten, denk ik aan al die keren dat mijn klasgenoten zeiden dat ik ‘zo anders was’. Of: ‘Die rare.’ Of: ‘Jij bent altijd zo apart.’ Of: ‘Jij bent gek.’ Of dit pesten is weet ik niet, zo heb ik het niet ervaren. Dus als ik genoeg had van het hokje ‘jij bent gek’ liep ik naar een volgend hokje en tekende een kleurrijk dorp (van bovenaf) met ondefinieerbare dieren en planten, of ik poetste mijn paard.

Een van de twee vrouwen op mijn scherm vraagt: ‘Wat als er iemand is die jonger is dan jij, met meer ervaring, en jou vertelt hoe het moet, wat doe je dan?’ Haar een kopstoot geven natuurlijk, maar ik zei iets als dat ik nooit onderscheid maak in leeftijd blabla, aka: solliciteren is toch één grote mindfuck? Ik zoek werk omdat ik geld nodig heb, omdat ik mijn huur niet kan betalen, omdat ik die constante stress om het gebrek aan geld mentaal niet meer kan en wil bolwerken. Maar ja, dát zeg je natuurlijk niet tijdens zo’n gesprek.

Ik wil nog een heel lang, uitbundig en goor leven, zonder te denken: oeh, dit kan niet

Voor een eigen project interviewde ik een actrice van kleur. Zij zei: ‘Als je altijd al een buitenbeentje bent geweest, heb je misschien meer een idee van hoe het is om onder aan de ladder te staan. Ik bedoel als zwarte, lesbische vrouw.’ Ik viel stil. In mijn bewondering (ik kan echt goed mensen bewonderen) was ik vergeten dat er anders kan worden gekeken naar degene die ik bewonder. Ze vertelde hoe het er altijd buiten vallen haar heeft gebracht tot wat ze nu is en wat ze kan. Dat het haar juist kracht geeft om als buitenstaander te leven.

De sollicitatie sukkelt door en ik vind het zo’n kapotsaai gesprek dat ik hier niet verder over kan uitweiden, maar omdat het een mooi contrast is met waar ik naartoe ga moet ik het benoemen. Dus laat ik zeggen dat ik op een gekke manier onzeker werd, hoe de twee vrouwen me teruggooiden naar mijn kindertijd en hoe ik me door hen weer die ‘aparteling’ voelde. De lege straten, die grijze tinten in de kleding van mijn dorpsgenoten… Ugh. Nee. Dit. Nooit. Niet. Nog. Een. Keer. Ik wil geen contract voor vier jaar. Weet je wat er allemaal in die tijd gebeuren kan? Ik wil geen collega’s. Geen fake werkhouding. Geen vlakke taal. Ik wil nog een heel lang, uitbundig en goor leven, zonder te denken: oeh, dit kan niet, want morgen werken.

En terwijl ik hen hoorde praten (luisteren deed ik niet meer, wel een beetje geveinsd glimlachen), herinnerde ik me interviews uit het radioprogramma Nooit meer slapen. Waar er altijd wel een gast is die vertelt dat ze een buitenbeentje was of is. En als er al iemand zit die beweert dat ze een gelukkige jeugd heeft gehad en een goede opvoeding flikkert ze al buiten de boot door alle geïnterviewden vóór haar. Dus in dat opzicht is iedereen op een manier wel een buitenbeentje. Maar als iedereen op een manier een buitenbeentje is, zou er meer empathie moeten zijn, toch?

Ik keek naar de twee werkhoudingen op mijn scherm en vertelde dat ik dit werk toch niet wil. Terwijl ze nog bezig waren met nette woorden ter afscheid klapte ik mijn laptop dicht: ‘Ik blijf liever skir doorploeteren dan dat ik ook maar een week een voorspelbaar leven moet leiden.’ Dan maar anders, dan maar gek, dan maar raar.

Laat ik het zoals die actrice bekijken, dat dit ‘anders zijn’ mijn kracht is in mijn werk en dus in mijn leven.