‘nee, verkeerde formulering!’

Het is nu al duidelijk dat er straks geen bloed gaat vloeien. De voorzitter van de CTSV-commissie, de PvdA'er Jan van Zijl, heeft reeds laten weten dat Linschoten wat hem betreft niet hoeft af te treden. Er zijn zijnerzijds sowieso geen ‘harde conclusies’ te verwachten, want hij heeft straks slechts tien dagen (waarom eigenlijk?) om zijn bevindingen te formuleren.

‘Jan, met Wim. Effe dimme met dat CTSV-rapport, want ik kan geen gelazer gebruiken.’
De parlementaire enquete, respectievelijk het parlementaire onderzoek leek een instrument dat de politiek verrijkt. Er diende zich een misstand aan en diegenen die hiervoor verantwoordelijk waren, werden gedwongen zich hiervoor publiekelijke te verantwoorden. Voor een afvaardiging uit het parlement en onder het oog van de publieke omroep, zodat er om het voorzitterschap gevochten werd. Van Dijk, Van Dam, Van Traa, zij zijn er binnen de grenzen van het Koninkrijk der Nederlanden wereldberoemd door geworden.
Maar de conclusies van de commissie- Van Traa zijn inmiddels verkleuterd tot de vraag of de hoofdcommissaris Wiarda (Utrecht) naar Rotterdam hetzij Den Haag zal worden overgeplaatst teneinde zijn collega Straver (Kennemerland) enigszins uit de wind te houden. Terwijl eveneens al te voorspellen valt dat ook dat CTSV- rapport straks, over tien dagen, tot niets anders zal leiden dan tot enige formele bezorgdheid van de volksvertegenwoordiging, verbaal platgewalst door de gladste bewindsman ('Nee, verkeerde formulering!’) uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis.
Het Nederlandse parlement heeft er inmiddels een nevenbetrekking bij. Er wordt op het ogenblik een parlementair onderzoek verricht naar de WBL, de Limburgse woningbouwcorporatie. Daarnaast komt er bijna zeker een parlementair onderzoek naar de TCR, het tankerschoonmaakbedrijf dat zich aan subsidiefraude zou hebben bezondigd. Je zou denken: stuur daar de economische, respectievelijk de fiscale recherche op af, instituties die in alle opzichten in dit soort kwesties beter geequipeerd zijn dan het modale kamerlid.
Een parlementair onderzoek naar de val van Srebrenica zit er daarentegen niet in, want dat zou wellicht onze Franse bondgenoten onwelgevallig zijn, ook al is deze affaire langzamerhand uitgegroeid tot het grote politieke schandaal van de - pakweg - laatste veertig jaar, een kruising tussen een soap en een koningsdrama, met duizenden doden als stomme getuigen. In dit geval zouden de posities van de ministers Van Mierlo en Voorhoeve in het geding zijn.
Nee, het politieke debat is geen schervengericht. De parlementaire praktijk gaat er niet op vooruit als het Binnenhof met lijken wordt bezaaid. Maar er is ons, stemgerechtigde vaderlanders, indertijd beloofd dat incompetente of in diskrediet geraakte bestuurders hangende de rit zullen worden uitgewisseld. Die belofte is tot dusverre met voeten getreden en dat is geen reclame voor het veelbejubelde dualisme van paars.