Wel of geen schaliegas

Neeknikkers

12 juni 2013 - Deze zomer verschijnt een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken naar het boren naar schaliegas. Critici vinden de inhoud bij voorbaat omstreden, want niet onafhankelijk. In Amerika is de hype al over zijn hoogtepunt.

Medium mm8163 120619 081132

‘Er is in de wereld een voorraad van 250 jaar aan schaliegas.’ In sneltreinvaart somt Joost van Roost, president-directeur van Exxon Mobil Benelux, de landen met de grootste schaliegasreserves op: ‘Amerika, China, de Pacific, Oekraïne, Polen, Frankrijk, Duitsland, Engeland en ook Nederland.’ In de statige Haagse Sociëteit De Witte, tegenover het Binnenhof, is de top van de Nederlandse gassector bijeen. Met jaloezie kijken ze naar de ontwikkelingen in de Verenigde Staten, daar is schaliegas een game changer.

Schaliegas is niets anders dan gewoon aardgas, het zit alleen op een andere plek. Waar regulier aardgas opgeslagen zit in bellen in zacht gesteente zit schaliegas in de poriën van veel dieper gelegen, keiharde leisteen, de schalielaag. Om schaliegas te winnen moet het gesteente worden ‘gefrackt’: onder hoge druk worden grote hoeveelheden water en chemicaliën in de schalielaag gepompt. Het water kraakt het gesteente in dunne scheuren, die vervolgens worden volgespoten met zand om de haarscheuren open te houden. Daarna kan het gas omhoog vloeien. Fracking wordt al tientallen jaren gebruikt om de opbrengst van bestaande gasvelden te verbeteren, ook in Nederland. Wat fracken in de schalielaag nieuw maakt is dat men tegenwoordig op grote diepte horizontaal kan boren langs boorschachten van tientallen tot honderden meters lang.

De techniek heeft in de VS aanzienlijke verschuivingen teweeggebracht in de energievoorziening. Vooral de chemische industrie profiteert. ‘Industriële renaissance dankzij schaliegas’, kopt het lijfblad van de Nederlandse chemiebranche verlekkerd. De drie keer zo lage gasprijs in de VS leidt tot miljardeninvesteringen en honderdduizenden banen in de Amerikaanse industrie. Het succes staat al bekend als de home coming van de industrie en volgens president Barack Obama in zijn State of the Union van 2012 is ‘nergens anders de belofte van innovatie groter dan in de Amerikaanse energiesector’. Door de schaliegasrevolutie gebruiken de Amerikanen veel minder kolen voor hun elektriciteitsproductie. De VS zijn verlost van deze vervuilende fossiele energiebron en zien in rap tempo de co2-uitstoot dalen. Maar de ongebruikte kolen gaan met dumpprijzen richting Europa, zodat Europa juist méér kolen gaat verbruiken.

Tien jaar geleden wilde de Nederlandse industrie graag meer kolen. Ze lobbyde bij de overheid om meer kolencentrales – de elektriciteitsprijs zou daardoor dalen (zie het onderzoeksdossier ‘Land van gas en kolen’ in De Groene Amsterdammer van januari 2013). Nu de kolen er zijn, vragen dezelfde bedrijven om goedkoper gas, met dezelfde urgentie. ‘Schaliegas VS zet Nederlandse chemie 1 miljard euro op achterstand’, kopt Het Financieele Dagblad na een gesprek met branchevereniging vnci, die bang is dat de Nederlandse industrie de internationale concurrentie niet overleeft. De energie-intensieve industrie, goed voor bijna een vijfde van de Nederlandse export, ziet de investeringen dit jaar met twintig procent afnemen. De ceo van dsm verwoordt – weer in het FD – het overheersende gevoel: ‘We moeten ons goed realiseren dat wat de VS doen en Europa nalaat, Europese economieën schade toebrengt en banen kost.’

Vandaar de alarmerende titel van het debat in de Haagse Sociëteit De Witte: ‘Gaat de gouden eeuw voor gas voorbij aan Europa?’ Niet als het aan Rob de Wijk ligt. De directeur van The Hague Centre for Strategic Studies is een graag geziene spreker op gasconferenties, omdat hij de broodnodige argumenten levert voor de winning van schaliegas. Volgens de all round geopolitiek expert is de framing van het onderwerp heel belangrijk: ‘Zoals grondstoffen niet meer alleen geframed worden in termen van duurzaamheid maar ook als geopolitieke schaarste, moet de discussie rondom schaliegas niet alleen gaan over milieu, maar om energiezekerheid.’ Dat begrijpen ze in de Verenigde Staten, aldus De Wijk. Ook Azië geldt als voorbeeld; een van de aanwezige ceo’s vertelt enthousiast over zijn bezoek aan Maleisië. ‘Je voelde daar de opwinding over gas als belangrijke brandstof. Daar gebeurt het. Niets van die sfeer in Europa’.

Terwijl in de Verenigde Staten de ene na de andere boortoren verschijnt, ligt de ontwikkeling in het grootste deel van Europa stil. Ook in Nederland wordt nog geen schaliegas gewonnen. Aan de overheid ligt dat niet, die wilde al in 2011 beginnen met proefboringen. De staat verdient geld aan de winning van gas, dus het was geen wonder dat Maxime Verhagen, toenmalig minister van Economische Zaken, enthousiast was. Hij schreef aan de Kamer dat de ‘ontwikkeling van schaliegas in Nederland een belangrijke rol kan spelen in de ambitie van het kabinet om de Nederlandse gasvoorraden ten volle te benutten’.

Dat enthousiasme werd niet gedeeld door de burgers in wier achtertuin de schaliegasboringen moesten plaatsvinden. Vooral in Brabant, waar ze de strijd tegen megastallen net achter de rug hadden, groeide het verzet tegen schaliegas snel. Nog voordat er een boor in de grond ging, zochten lokale actiegroepen en de milieubeweging de media op. Met succes. Op aandringen van het burgerinitiatief Schaliegasvrij Nederland stelde de Tweede Kamer een moratorium op proefboringen in. Het ministerie van Economische Zaken moest eerst maar aantonen dat schaliegas veilig gewonnen kan worden.

Binnenkort verschijnt een door Economische Zaken geïnitieerd onderzoek dat naar alle waarschijnlijkheid zal concluderen dat we dat in Nederland inderdaad kunnen: naar schaliegas boren terwijl de veiligheid van mens en milieu wordt gewaarborgd. Maar ook daarna zal de strijd over schaliegas voortduren, omdat de belangrijkste vragen voorlopig niet beantwoord zijn. Kunnen we ook in Europa co2-uitstoot naar beneden brengen door naar schaliegas te boren, en zou de chemische industrie dan opbloeien zoals in Amerika? Gaan we opnieuw investeren in de winning van fossiele brandstof? En zal dat de omschakeling naar duurzame energiebronnen zoals wind en zon in de weg zitten? Er staat veel op het spel: de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie, de vergroening van de energievoorziening en de energie-inkomsten van de overheid.

Medium mm8163 120706 1221522

Hij is niet het prototype activist, had zelfs nog nooit actie gevoerd, tot een bezorgde buurvrouw een artikel uit het Brabants Dagblad in zijn brievenbus deed. Willem Jan Atsma keek verbaasd op, eind 2010, toen hij las dat er plannen waren om in het rustige, lommerrijke Haaren te boren naar schaliegas. ‘Wat je dan doet is even met de buren praten’, vertelt hij. Hij heeft een sportief uiterlijk dat hij te danken heeft aan zijn carrière als roeier op het hoogste niveau. Gasboringen in zijn buurt? Niet zonder slag of stoot. Atsma kwam in actie: hij stelde vragen aan de gemeente en hoorde over een principeakkoord dat gesloten was met het Britse olie- en gasbedrijf Cuadrilla dat de boringen wil uitvoeren. In het nabijgelegen Boxtel was de vergunning al verleend en stonden proefboringen op stapel. Atsma begon zich in te lezen en hoe meer hij over schaliegas te weten kwam, hoe meer zorgen hij zich maakte. Hij zocht contact met Cuadrilla. ‘Twee weken later zat ik met drie heren van Caudrilla te praten in mijn huiskamer.’

Cuadrilla is een relatieve nieuwkomer op de Nederlandse gasmarkt. Het in Engeland door Amerikaanse ingenieurs opgerichte bedrijf richt zich specifiek op ‘onconventionele’ olie- en gaswinning. Wanneer drie afgevaardigden bij Atsma aanschuiven heeft Cuadrilla nog geen Nederlands kantoor. De Engelse directeur, Ken Lowe, komt voor afspraken overvliegen en neemt een hotelkamer. Cuadrilla is in 2009 naar Nederland gekomen omdat ook hier veel schaliegas in de bodem zou zitten. Het bedrijf heeft als eerste bij het ministerie van Economische Zaken een vergunning aangevraagd, en met succes.

Maar in de huiskamer van Atsma stuitte Cuadrilla op verzet. Hoe kon het bedrijf garanderen dat de boringen veilig plaatsvinden? In alle rust bespraken de mannen die avond de effecten van de proefboringen op de groene leefomgeving, de zorgen van de bewoners, het gebruik van chemicaliën zo diep in de grond. ‘Ze zeiden dat ze mijn vragen zinnig vonden’, vertelt Atsma. Aan het eind van de avond was hij echter nog niet gerustgesteld. Atsma zocht het publieke debat op om zijn zorgen te delen. Dat is inmiddels aardig gelukt. Op de middag dat de mannen beleefd afscheid van elkaar namen, kon niemand vermoeden dat binnen drie jaar een golf van afkeer van schaliegas over het land zou trekken.

Verreweg de meeste sentimenten over schaliegas zijn komen overvliegen uit Amerika. Wie het gevoel heeft dat schaliegas een game changer voor de industrie kan zijn, baseert dat waarschijnlijk op succesverhalen uit de States. Wie huivert bij het woord ‘fracking’ heeft waarschijnlijk verhalen gehoord over verontreinigd grondwater of ontploffingsgevaar. Eén ding is zeker: bijna iedereen die zich in het debat over schaliegas mengt, heeft Gasland gezien, de alarmerende documentaire van de Amerikaanse filmmaker en milieuactivist Josh Fox. Het is een zeldzaam sentimentele film die begint op het moment dat Fox een brief in de bus krijgt: een gasbedrijf wil zijn land leasen om er te boren. Daarop begint Fox aan een queeste om uit te zoeken hoe het nou zit met dat schaliegas. Hij heeft verhalen gehoord over vervuiling van water en lucht. Met een camera in de hand trekt hij het land door, op zoek naar antwoorden. De families die hij treft, ver weg van de grote steden op het platteland, doen hun verhaal. Hun drinkwater is vervuild, het is bruin geworden en soms sist of bubbelt het. De dieren op het land worden ziek, het haar van de katten valt uit en er zijn mensen met hoofdpijn en verlies van reuk. Als de getroffen burgers verhaal willen halen, krijgen ze nul op het rekest van de gasbedrijven. Het beeld dat op ieders netvlies gebrand blijft: het ontvlambare kraanwater van een familie in Colorado. Voor het oog van de camera draait de man des huizes zijn kraan open, hij houdt er een aansteker bij, wacht en wacht nog even, en dan – woesh. De hele gootsteen vult zich met vuur. ‘It isn’t supposed to do that’, zegt Fox met gravitas.

En daar had hij gelijk in. Wat hij er niet bij vertelde: het water van deze familie was ook al ontvlambaar voordat er werd gefrackt in de omgeving (het kan komen door de kwaliteit van de waterputten óf door de gaswinning). Zuiver of niet, het zijn dit soort beelden die de discussie over schaliegas bepalen. En hoewel het specifieke voorbeeld niet klopt, zijn de Amerikaanse toestanden inderdaad zorgwekkend. Er zijn honderden gevallen bekend van verontreinigd bodemwater, lekkende boorputten en schandalen met het dumpen van afvalstoffen. Maar frustrerend genoeg voor gedupeerde burgers en milieuactivisten in de VS is een keihard direct verband tussen schaliegaswinning en milieuproblemen moeilijk aan te tonen. De gasindustrie lobbyde net zo lang bij het Congres totdat het de Amerikaanse milieuwaakhond epa onmogelijk werd gemaakt om de milieugevolgen van fracken onder de loep te nemen.

Het zijn deze Amerikaanse toestanden die ervoor zorgen dat de inwoners van Haaren zich zorgen maken. Haaren is een keurige gemeente: de vvd is er de grootste partij en de voortuintjes zijn strak bijgehouden. De heggen om de vrijstaande woningen zijn er vierkant. Is deze gemeente niet gewoon te mooi om te fracken? Achter de ramen verschijnen posters en stickers van een gaswolk met een wasknijper op de neus.

Het drinkwater is vervuild, het is bruin geworden en soms sist of bubbelt het. De dieren op het land worden ziek

Atsma wordt het toonbeeld van verzet. Hij geeft een interview in het clubblaadje van Milieudefensie, dat hem prompt een netwerk en resources aanbiedt. Ondertussen zijn ook in andere gemeenten lokale actiegroepen ontstaan en de verschillende partijen besluiten zich te verenigen. Schaliegasvrij Nederland is geboren. De Brabantse en Gelderse Milieufederatie, Greenpeace en Milieudefensie steunen de actiegroep financieel en er wordt een website gelanceerd. Haaren verklaart zich als een van de eerste gemeenten ‘schaliegasvrij’. Zo’n verklaring blijkt al gauw een geducht campagnewapen. Actievoerders en verontruste burgers schrijven brieven aan gemeenteraden en als dat niet genoeg is, wordt de druk verder opgevoerd met informatieavonden en eventueel zelfs Twitter-offensieven. De landkaart op de site van Milieudefensie kleurt dan ook langzaam groen: 47 gemeenten hebben zich al bij voorbaat vrij verklaard van schaliegaswinning.

Daar was Cuadrilla niet op voorbereid. Terwijl Schaliegasvrij Nederland al ruim op stoom is, probeert het bedrijf orde op zaken te stellen. Het vervangt de Engelse directeur door een Nederlander, neemt een communicatiebureau in de arm en huurt twee kamers in een kantorencomplex in Den Bosch. De nieuwe directeur, Frank de Boer, krijgt de taak Cuadrilla steviger te profileren en uitleg te bieden in het land. Dat is nieuw. ‘Van oudsher is de olie- en gaswereld in Nederland heel gesloten en conservatief’, vertelt De Boer, die eerder werkzaam was bij gasopslagbedrijf 4Gas. Hij draagt een ruimvallend pak en oogt vermoeid. Aan de muur in het nieuwe kantoor hangen kaarten van Brabant en de Noordoostpolder met rode stippen: Boxtel, Haaren, Luttelgeest en Marknesse. ‘De sector deed zijn ding en niemand had er last van en dat ging goed. Tot een paar jaar geleden.’ Nu treedt De Boer veelvuldig op in de media en onderhoudt hij contacten met bezorgde burgers en de partners in de olie- en gasbranche.

Hij heeft een lastige taak. ‘Ik sta op diverse manieren op achterstand. De tegenstanders kunnen roepen wat ze willen, maar als ik achter de komma iets verkeerd zeg, dan word ik daar onmiddellijk voor afgestraft.’ Duidelijk is dat de techneuten van het olie- en gasbedrijf geloven in een simpele communicatiestrategie: op kritische vragen, angsten en zorgen reageer je met nuchtere feiten. ‘Die chemicaliën die wij gebruiken voor het fracken zitten ook gewoon in tissues en gezichtscrèmes. Je moet er alleen geen beker vol van drinken.’ Amerikaanse toestanden zijn in Nederland uitgesloten, benadrukt De Boer.

Het lokale protest krijgt landelijk gevolg als de Haagse politiek zich ermee gaat bemoeien. Waar EZ-minister Verhagen de schaliegasreserves in 2011 nog ‘veelbelovend’ vond en hij de Kamer beloofde dat ‘de veiligheid voor mens en natuur gewaarborgd kan worden’, liggen de proefboringen niet veel later onder vuur. In de beste van Nederlands politieke tradities verzoekt de Kamer het ministerie van Economische Zaken om een onderzoek. Een klankbordgroep wordt in het leven geroepen om het onderzoeksproces te begeleiden en verschillende partijen, zoals de olie- en gassector en Atsma, schuiven aan. Het rapport moet het draagvlak vergroten, maar dat mislukt zo gauw de onderzoeksopdracht wordt geformuleerd. De ‘nut en noodzaak’-vraag wordt uit het onderzoek gehouden, terwijl dat precies is wat de milieubeweging en ongeruste bewoners willen laten uitzoeken: hebben we schaliegas wel nodig?

Het ministerie vraagt bovendien een omstreden aardwetenschapper om als onafhankelijk expert in de klankbordgroep op te treden: Salomon Kroonenberg, een van ’s lands bekendste klimaatsceptici. Uit interne communicatie van de klankbordgroep, in bezit van De Groene Amsterdammer na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (wob), blijkt Kroonenberg zelf ook verrast door het verzoek. ‘Mijn eigen ervaring op dat specifieke gebied is zeer beperkt. Als het u er meer om gaat om een onafhankelijk oordeel van een breed georiënteerde aardwetenschapper met kennis van de Nederlandse ondergrond te hebben, dan zou ik mij meer op mijn plaats voelen’, schrijft hij. ‘Niet onafhankelijk en niet deskundig’, oordeelt Atsma. Toch blijft Kroonenberg aan.

De actievoerders hebben niet alleen problemen met de gekozen expert maar ook met het onderzoeksbureau. Ingenieursbureau Witteveen + Bos heeft te weinig ervaring in de gassector. De adviesbureaus Fugro en Arcadis worden aangesteld als onderaannemers. Maar die bedrijven verdienen deels hun geld met consultancywerk voor schaliegasbedrijven in de Verenigde Staten. Reden te meer voor de milieubeweging om het rapport bij voorbaat te wantrouwen. Het is typerend voor de energiesector: wie expertise heeft, kan ook altijd beticht worden van een belang.

Volgens een conceptversie van het onderzoeksplan dat De Groene Amsterdammer heeft ingezien, onderzoekt Witteveen + Bos niet of schaliegaswinning economisch rendabel is. Toch blijft dat een van de belangrijkste vragen: levert het fracken naar schaliegas wel wat op? Kunnen we de Amerikaanse game changer aan deze kant van de oceaan herhalen?

Dat wordt langzamerhand behoorlijk onzeker. In de VS wordt de extreem lage gasprijs vooral veroorzaakt door kleine petroleumbedrijfjes die in hoog tempo put na put slaan, ook al moeten ze hun opbrengsten soms tegen verlies verkopen. Wie nog genoeg verdient, boort nu als een bezetene verder, want investeringen in de boorputten zijn al gedaan. Maar als de financiers niet langer bereid zijn de schaliegasboeren van geld te voorzien, klapt de hele sector als een kaartenhuis in elkaar. De gas rush in Amerika wordt ook voortgedreven door een merkwaardige federale wet: wie een gasvoorraad vindt, moet die binnen vijf jaar ontginnen, anders mag de concurrent het proberen. Op de lange termijn is dat niet houdbaar en dat is te zien aan de prijs: sinds het hoogtepunt van de shale gas boom is de Amerikaanse gasprijs weer verdubbeld en de verwachting is dat die de komende jaren alleen nog maar verder zal stijgen.

Maar zelfs als het ‘schaliegaswonder’ van de Amerikanen overeind blijft, kan dat in Europa niet zomaar gekopieerd worden. De Europese gasmarkt is het terrein van grote, gevestigde spelers. Een oligopolie van een paar bedrijven levert 75 procent van het gas en bepaalt samen met enkele overheden de regels van het spel. Verreweg het meeste gas, 36 procent, wordt geleverd door het Russische Gazprom. In vergelijking met schaliegas is het Russische ‘conventionele’ gas veel goedkoper om uit de grond te halen én via eindeloze pijpleidingen richting de EU te sturen. Het overgrote deel van de gasprijs zit dan ook niet in de productiekosten, maar in belastingen en winstmarges. Mocht een opkomst van schaliegas de Europese afhankelijkheid van Gazprom ondermijnen, dan kan het bedrijf simpelweg de winstmarge naar beneden bijstellen, zo ver naar beneden dat schaliegaswinning onhoudbaar duur wordt. In een gevestigde gasmarkt hebben de zwaarste spelers altijd middelen in handen om het de nieuwkomers moeilijk te maken.

En hebben we eigenlijk wel genoeg schaliegas om ons een weg naar een industrial renaissance te fracken? De verwachtingen over schaliegasreserves in Nederland zijn sinds de eerste schattingen aanzienlijk afgezwakt. In juni 2009 kwam staatsbedrijf Energie Beheer Nederland tot groot enthousiasme van overheid en bedrijfsleven met de mededeling dat er potentieel tussen de vierduizend en een miljoen miljard (een biljoen) kubieke meter schaliegas te vinden zou zijn in Nederland. Het bleek toch niet zo’n feest. Anno 2013 schat tno de winbare reserves tussen de tweehonderd en vijfhonderd miljard kubieke meters. De experts hebben hun schattingen dus met een factor tweeduizend naar beneden moeten bijstellen. Wat overblijft is bij lange na niet genoeg om een deuk te slaan in de Europese gasprijs.

Medium mm8163 120623 09019

De afgelopen maanden zijn overal in het land debatten georganiseerd over de vraag: moet Nederland beginnen aan schaliegas? Steeds worden dezelfde deelnemers uitgenodigd: vertegenwoordigers van de schaliegasvrij-beweging, iemand van Cuadrilla, vaak nog een politicus of wethouder en meestal ook een wetenschapper of externe expert. Men slaagt er op deze avonden bijna altijd in om dwars langs elkaar heen te praten of elkaar louter tegen te spreken. Een voorstander zegt dan bijvoorbeeld dat we niet bang hoeven te zijn voor Amerikaanse toestanden, waarna een tegenstander zegt dat we Amerikaanse toestanden niet kunnen uitsluiten. Iemand trekt het economische belang van schaliegas in twijfel, waarna iemand anders het benadrukt. And so it goes.

Wat de zaak extra compliceert blijft meestal onder de oppervlakte: wantrouwen. Zoals in de discussie over klimaatverandering is ook bij schaliegas niets en niemand onomstreden. Het debat dat radiozender bnr eind mei organiseerde, was wat dat betreft typerend. In het reusachtige Amstelveense kantoor van accountant kpmg werd een uur lang live gedebatteerd over de vraag: wat als schaliegas Nederland uit de crisis trekt? De zaal was in twee kampen verdeeld: aan de ene kant van een rechthoekig podium zaten luisteraars die zich bij binnenkomst als voorstander hadden geïdentificeerd, aan de andere kant de tegenstanders. Het format zette de boel al op scherp, de debaters deden de rest.

Rob de Wijk hield zijn gangbare geopolitieke pleidooi en benadrukte dat hij vaart op de gegevens van het Internationale Energie Agentschap (iea). Volgens hoogleraar transitiemanagement Jan Rotmans kon De Wijk dat beter niet doen, want het iea is ‘zelf ook betrokken’. Het instituut neemt volgens Rotmans ‘altijd stelling, is dus niet objectief en neutraal’. ‘Met alle respect’, zei hij, ‘dit moet je overlaten aan echte serieuze experts.’ Naaaaaah, zei het publiek. ‘Kijk’, vervolgde Rotmans onverstoord, ‘er zijn twee serieuze instituten in Europa die hier onderzoek naar hebben gedaan. Die hebben allebei gezegd: er is onvermijdbare schade voor milieu als je gaat boren naar schaliegas.’ Te stellig, vond De Wijk. ‘Dit lijkt mij een beetje selectief winkelen in onderzoek. Het schijnt dat 25 procent van de mensen in complottheorieën denkt, en als ik de heer Rotmans hoor over het iea, dan denk ik dat hij bij die 25 procent moet worden geschaard.’ Het publiek: ooooooh. Rotmans: ‘Je bent gewoon niet bekend in de energiewereld, Rob! Dan moet je ook geen onzin uitslaan! Het heeft niks te maken met selectief winkelen, ik zit midden in dit veld, jij niet, dat is het verschil.’ Ooooooh.

Bij bnr werd het wantrouwen in rauwe vorm zichtbaar. Het is een van de oorzaken dat de belangrijkste vragen over schaliegas niet duidelijk beantwoord worden. Bezien vanuit de noodzakelijke energietransitie naar een co2-neutrale samenleving, een beweging die iedereen zegt te steunen, is de belangrijkste vraag er een van de lange termijn. Helpt het boren naar schaliegas ons verder naar een groene energievoorziening of niet? Weer: twee kampen. Gasbedrijven claimen consequent dat boren naar schaliegas helpt om te ‘vergroenen’. Dick Benschop, de ceo van Shell Nederland, vertelde daar onlangs uitgebreid over bij Pauw Witteman. ‘Aardgas kan een heel belangrijke rol spelen in de elektriciteitsopwekking’, vertelde hij, want door aardgas te verstoken in plaats van kolen wordt de elektriciteitsvoorziening schoner. Schaliegas zou in de vergroening van de energiehuishouding dus een stap voorwaarts zijn. Benschop: ‘Ik reken gas tot de schone brandstoffen.’

Schaliegaswinning is hoe dan ook schadelijker voor het klimaat dan conventionele gaswinning want er komt meer methaan vrij

Maar gas is gewoon een fossiele brandstof: minder vervuilend dan kolen, maar nog steeds een bron van broeikasgas co2. Schaliegaswinning is hoe dan ook schadelijker voor het klimaat dan conventionele gaswinning, omdat er meer methaan bij vrijkomt (methaan heeft een 25 maal sterker broeikaseffect dan co2). Dat zou er in het slechtste geval voor kunnen zorgen dat schaliegas tien tot vijftien procent vervuilender is dan ‘conventioneel’ gas. Maar zelfs als je schaliegas als ‘schoon’ beschouwt, is het maar de vraag of de winning zal helpen in het vergroenen van de energiehuishouding.

Volgens Energiecentrum Nederland (ecn) zullen de effecten van schaliegaswinning in Nederland slechts marginale verschuivingen veroorzaken in de energiemix. Zolang er geen effectieve ‘straf’ staat op de uitstoot van co2 en fossiele energieopwekking met gas en kolen relatief goedkoop is, zou schaliegas in theorie zelfs kunnen concurreren met zonne- en windenergie. In het slechtste geval zou de relatief schone fossiele brandstof dan de ontwikkeling van echt duurzame opties als zon en wind verhinderen. Ook de investeringen in boortorens en knowhow om het schaliegas uit de grond te halen, kunnen de transitie op den duur in de weg zitten. Want als eenmaal is geïnvesteerd in nieuwe kennis en infrastructuur voor gas ontstaat een concreet belang om door te gaan met fracken.

Zo ver is het in Nederland nog lang niet, en het is de vraag of het zo ver zal komen. De eerstvolgende stap is het nu al omstreden onderzoek in opdracht van EZ, dat voor het eind van de zomer moet verschijnen. Maar de politieke vragen achter de schaliegasdiscussie zijn daarmee nog niet beantwoord. De inzet van lokale actiegroepen en de angst van de industrie het onderspit te delven in de internationale arena tonen aan dat het hier niet gaat om een louter economisch of technologisch debat.

Wel volgens de overheid, want gaswinning zit nu eenmaal in het bestuurlijke dna van de Nederlandse staat – via staatsdeelnemingen en aardgasbaten. In april nog zei de directeur van Energie Beheer Nederland, het bedrijf dat gaszaken regelt voor de staat, dat de overheid op termijn dertig miljard euro zou mislopen als ze het schaliegas in de grond laat zitten. Economische Zaken zal er alleen daarom al voor pleiten om op z’n minst proefboringen te doen. De politiek sorteert hier alvast op voor: vvd en pvda verklaren zich, met enig voorbehoud, voorstander van proefboringen. Het zou in tijden van aanhoudende economische crisis ook wel erg veel politieke moed van een coalitiepartij vergen om niet te gaan speuren naar het ‘gratis geld’ in de schalielaag.


Schaliegas en het milieu

Overlast & landschapsvervuiling

Bewoners in de buurt van een schaliegasput vrezen verschillende vormen van overlast. Vrachtwagens moeten op en af rijden tijdens de aanleg van een boorput. Volgens de gasbranche blijft de overlast van verkeer altijd binnen de grenzen van wat toegestaan is. De aanvoer van water – dat gebruikt wordt bij het fracken – kan in Nederland meestal via leidingen en zorgt dus niet voor extra overlast via de weg. Het aantal boorlocaties is wel een probleem: om nieuwe schaliegaslagen te bereiken moet er om de paar kilometer een nieuwe put geslagen worden. Toezeggingen dat de boortorens kunnen worden ingepast in het landschap en er maximaal een paar jaar staan, nemen de zorgen van omwonenden meestal niet weg.

Aardbevingen

Fracken kan aardbevingen met een kracht van 1 tot 3 op de schaal van Richter veroorzaken. In 2011 moest Cuadrilla bijvoorbeeld in Engeland het werk neerleggen nadat er twee aardbevingen waren opgetreden, van 1,5 en 2,3 op de schaal van Richter. Deze hadden geen gevolgen voor de omgeving en waren nauwelijks waarneembaar aan de oppervlakte. Het onderzoek dat nu wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken kijkt niet naar het risico van aardbevingen op mogelijke boorlocaties.

Ontploffingsgevaar

Ontploffingen of blow outs kunnen veroorzaakt worden doordat men bij het boren per ongeluk een gasreservoir raakt dat onder hoge druk staat. Er zijn blow outs bekend in Amerika waarbij gedurende zestien uur aardgas en afvoerwater omhoog bleven spuiten. Dat komt echter niet vaak voor, en het is vrijwel altijd het gevolg van onzorgvuldig handelen.

Water chemicaliën

Bij fracking wordt veel meer water gebruikt dan bij conventionele aardgaswinning, zodat het proces bij vlagen een groot beslag legt op zoetwatervoorraden. Schattingen lopen ver uiteen, maar het zou volgens het RIVM in Nederland gaan om ten minste vijftienduizend kubieke meter water per put. Bij andere processen in de energiesector, bijvoorbeeld het koelen van een kolencentrale, wordt veel meer water gebruikt.

Bij schaliegaswinning worden chemicaliën gebruikt om de frackvloeistof soepel te houden en de groei van bacteriën tegen te gaan. In Europa mag de industrie hierbij alleen goedgekeurde chemicaliën gebruiken. De betrokken gasbedrijven zeggen door de aanleg van geïsoleerde boorschachten te kunnen garanderen dat de chemicaliën niet in de leefomgeving of in grondwater terechtkomen. Mogelijk kan vervuilde frackvloeistof via verticale breuken in het aardoppervlak de kwaliteit van drinkwatervoorraden in gevaar brengen, maar de kans daarop is erg klein.

Het afvalwater van het boorproces bevat niet alleen de frackchemicaliën, maar ook losgewrikte mineralen en deeltjes radioactief materiaal die van nature voorkomen in diepe aardlagen. Dat maakt recycling een uitdaging, omdat er bij verwerking gevaarlijke concentraties radioactief materiaal ontstaan. Maar bij conventionele gaswinning is dat niet anders, en door de jarenlange gaswinning in Groningen heeft Nederland op dit gebied veel ervaring.

De milieuschandalen in Amerika zijn hoofdzakelijk te wijten aan gebrekkige regulering, toezicht en ervaring. De kans is klein dat Amerikaanse toestanden in Nederland herhaald worden.


Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten. In januari publiceerden de auteurs het onderzoeksdossier ‘Land van gas en kolen’.

Zie voor de literatuurlijst bij dit artikel: hier, een geannoteerde versie staat hier

Voor meer informatie, zie groene.nl/energie