Neem dit hart

Robert is tien en heeft pleeggezinnen en opvanghuizen achter de rug: moeilijk handelbaar. We zien hem bij de kinderbescherming in Seattle. Hij wordt voorgesteld aan een vrouw van rond veertig die hem meeneemt. Als ze naar buiten lopen vraagt hij: ‘Hoort u ook bij de televisie?’ en hij wijst naar de camera die volgt. ‘Nee’, zegt ze, ‘je komt een tijdje bij me wonen’. Robert heeft kennelijk de bedoeling niet begrepen. Begrijpelijk: de zoveelste overgang en dan een complete filmploeg achter je aan. Maar, en nu interpreteer ik, er is nog een verwarrende factor: de vrouw is zwart. Hij zal volop zwarte kinderen en verzorgers meegemaakt hebben in zijn gang door de instellingen, maar deze vrouw is en noemt zich nadruk- kelijk (pleeg)moeder.

Thuis stelt ze hem voor aan de andere gezinsleden: twee witte jongens van rond achttien die we verder nauwelijks zien en twee zwarte kamergenoten, Jamil van veertien en Joaquin van zeventien. Tess Thomas, zijn ‘moeder’, wijst hem de kamer, het bed en met nog meer nadruk hun eigen televisie, video en bandenvoorraad: om beurten mogen ze een dag bepalen waarnaar gekeken wordt. Robert moet er maar aan wennen, zegt Tess, dat er van maandag tot vrijdag nog iemand in huis is. Hij wordt voorgesteld aan Roger, forse zwarte man, die hem begroet met een riedel op de piano. Als Robert op de bank kruipt speelt Roger de blues en bezingt improviserend zowel Roberts gedrag ('hij zit op de bank’) als diens gedachten ('hij denkt: “waar ben ik nou in beland”’) en lacht zijn daverende lach. Goed gezien van Roger: alles is vreemd en Rogers eigen optreden maakt het helemaal tot speelfilm of sprookje: 'Robert in Wonderland’. Eind eerste dag.
Daarna zien we Tess doende met haar kinderen. Er wordt veel gepraat, gelachen en vooral gestoeid. Ze rolt met haar zoons over bank en vloer. Met eindeloos geduld verzorgt ze het kapsel van de zwarte jongens. Jamils moeder is verslaafd en Tess benadrukt hoe belangrijk het voor Jamil is zo vaak mogelijk contact met zijn moeder te hebben. Die beschrijft haar geschiedenis en haar relatie tot Jamil in onvervalst welzijnsjargon, resultaat van menige afkickkuur. Maar haar gedrag stemt somber. Wat aan Jamils liefde niets lijkt af te doen.
Later belanden we in een gesprek tussen Tess en Roger. Robert heeft gevraagd: 'Waarom ben ik wit?’ Ook mij lijkt dat een opzienbarende vraag. Opzienbarender dan 'Waarom zijn jullie zwart?’ Roger interpreteert: 'Waarom lachen zij zo veel, bewegen ze soepel, houden ze van muziek en feest? - dat lijkt me wel wat.’
Paradijs is het niet. Ook Jamil begint aan de middelen en Tess stuurt hem onverbiddelijk en met bloedend hart naar een kuur. Robert is soms onmogelijk. Hij lijkt te willen bewijzen: 'Jullie houden toch niet van me’. Hij zoekt ruzie met iedereen. Dan vraagt hij, wijzend op de filmploeg: 'Waarom zijn zij wit?’. 'Maar Robert, je bent zelf toch wit?’ 'Nee’, zegt hij, 'ik ben zwart’. Het is de indrukwekkende apotheose van het gevecht van Tess om Roberts vertrouwen en liefde. Dat ze wint door grote gaven van hart en hoofd. 'Give me a hug’, zegt het tot dan dichtgetimmerde kind.
Het indrukwekkendste dat ik in tijden zag. Zomaar, op een maandagavond in augustus bij de NPS: Take this heart van Kathryn Hunt. Roberts kansen blijven klein. Redt hij het, dan door Tess. Soms maakt televisie meer duidelijk dan geschreven woord.